BESLUIT van 15 maart 2003, houdende regels met
betrekking tot voedingssupplementen (Warenwetbesluit
voedingssupplementen)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 november 2002, VGB/VL
2335168 gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij, van Economische Zaken, en van Justitie;
Gelet op Richtlijn nr. 2002/46/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 10 juni 2002
betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten
inzake voedingssupplementen (PbEG L 183), alsmede de artikelen
4, eerste lid, onderdeel a en c, 6, onderdeel d, 8,
eerste lid, onderdeel a en c, 13, onderdeel a, 14
en 32b, eerste lid, van de Warenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 6
februari 2003, nr. W13.02.0549/III);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 maart 2003,
nr. VGB/VL 2361770, uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Economische Zaken, en van
Justitie;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt
verstaan onder:
a. microvoedingsstoffen: vitaminen en mineralen;
b. voedingssupplementen: eet- of drinkwaren die:
1° bedoeld zijn als aanvulling op de normale voeding;
2° een geconcentreerde bron vormen van één of meer
microvoedingsstoffen of van andere stoffen met een voedingskundig of
fysiologisch effect; en
3° verhandeld worden in voor inname bestemde afgemeten kleine
eenheidshoeveelheden;
c. richtlijn 2002/46/EG: richtlijn nr. 2002/46/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 10 juni
2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der
lidstaten inzake voedingssupplementen (PbEG L 183);
2. Dit besluit is niet van toepassing op geneesmiddelen als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet.
Artikel 2
1. Het is verboden voedingssupplementen te bereiden of te
verhandelen die niet voldoen aan de bij of krachtens dit besluit
gestelde eisen met betrekking tot hun samenstelling.
2. Het is verboden voedingssupplementen aan de eindverbruiker te
koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren anders dan in een
voorverpakking als bedoeld in artikel 1, onder c, van het
Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen.
3. Het is verboden voedingssupplementen te verhandelen anders dan
met inachtneming van de bij dit besluit gestelde voorschriften met
betrekking tot hun aanduiding.
4. Het is verboden voedingssupplementen te verhandelen anders dan
met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde
voorschriften met betrekking tot het bezigen van vermeldingen of
voorstellingen betreffende de aard, samenstelling, hoedanigheid,
eigenschappen of bestemming van de waar.
§ 2. Bereiding en samenstelling
Artikel 3
1. Bij regeling van Onze Minister worden ter uitvoering van
artikel 4, eerste lid, van richtlijn 2002/46/EG, de
microvoedingsstoffen en de verbindingen daarvan aangewezen die
uitsluitend gebruikt mogen worden bij de bereiding van
voedingssupplementen.
2. Bij regeling van Onze Minister worden ter uitvoering van
krachtens richtlijn 2002/46/EG vastgestelde maatregelen de
zuiverheidseisen vastgesteld voor de in het eerste lid bedoelde
microvoedingsstoffen.
3. Krachtens de Warenwet vastgestelde zuiverheidseisen voor in
het eerste lid bedoelde microvoedingsstoffen die gebruikt worden bij de
bereiding van andere eet- en drinkwaren dan voedingssupplementen, zijn
van overeenkomstige toepassing bij de bereiding van
voedingssupplementen.
4. In afwijking van het eerste lid is het gebruik van niet
krachtens het eerste lid aangewezen microvoedingsstoffen toegestaan,
voor zover:
a. de desbetreffende microvoedingsstof reeds werd gebruikt in een
voedingssupplement dat uiterlijk 12 juli 2002 in Nederland of een
andere lidstaat van de Europese Unie rechtmatig in het verkeer was
gebracht; en
b. de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid geen ongunstig
advies heeft verleend met betrekking tot het gebruik, al dan niet in
een bepaalde vorm, van de desbetreffende microvoedingsstof, op basis
van een dossier ter ondersteuning van het gebruik van de betrokken
stof dat uiterlijk op 12 juli 2005 door Onze Minister of een
lidstaat van de Europese Unie is ingediend bij de Commissie van de
Europese Gemeenschappen.
Artikel 4
Bij regeling van Onze Minister worden ter uitvoering van krachtens
artikel 5, vierde lid, van richtlijn 2002/46/EG getroffen maatregelen,
de hoeveelheden vitaminen en mineralen vastgesteld, die in
voedingssupplementen:
a. ten minste aanwezig zijn; en
b. ten hoogste aanwezig mogen zijn.
§ 3. Etikettering
Artikel 5
De aanduiding voedingssupplement mag uitsluitend en moet
worden gebezigd voor voedingssupplementen.
Artikel 6
1. Onverminderd het Warenwetbesluit Etikettering van
levensmiddelen worden bij voedingssupplementen vermeldingen gebezigd
inzake:
a. de aanduiding van de categorieën microvoedingsstoffen of
stoffen die de waar kenmerken, of informatie betreffende de aard van
deze microvoedingsstoffen of stoffen;
b. de aanbevolen dagelijkse portie van de waar;
c. een waarschuwing voor overschrijding van de aanbevolen
dagelijkse portie;
d. een vermelding dat voedingssupplementen niet als substituut voor
een gevarieerde voeding worden gebruikt; en
e. een waarschuwing dat voedingssupplementen buiten bereik van
jonge kinderen moeten worden bewaard.
2. Bij de vaststelling van de aanbevolen dagelijkse portie wordt
rekening gehouden met de in artikel 4 bedoelde hoeveelheden.
3. Bij voedingssupplementen worden geen vermeldingen gebezigd die
beweren of suggereren dat een evenwichtige en gevarieerde voeding in het
algemeen geen passende hoeveelheden aan microvoedingsstoffen kan bieden.
4. Bij regeling van Onze Minister worden ter uitvoering van
krachtens artikel 7 van richtlijn 2002/46/EG getroffen maatregelen
nadere regels vastgesteld inzake het tweede en derde lid.
Artikel 7
1. De hoeveelheid in een voedingssupplement aanwezige
microvoedingsstoffen of stoffen met een voedingskundig of fysiologisch
effect wordt in de etikettering van de waar vermeld in een getal. Deze
vermelding;
a. heeft betrekking op de aanbevolen dagelijkse portie; en
b. wordt uitgedrukt als percentage van de, voor zover van
toepassing, in de bijlage van het Warenwetbesluit
Voedingswaarde-informatie levensmiddelen vermelde referentiewaarden.
2. De in de aanhef van het eerste lid bedoelde hoeveelheid is een
gemiddelde op basis van de analyse van de waar door de desbetreffende
fabrikant.
3. Onverminderd het eerste lid, onder b, mag het daar bedoelde
percentage van de referentiewaarden voor vitaminen en mineralen ook
grafisch worden weergegeven.
4. Bij regeling van Onze Minister worden ter uitvoering van
krachtens artikel 8, eerste lid, en artikel 9, eerste en tweede lid, van
richtlijn 2002/46/EG getroffen maatregelen, nadere regels vastgesteld
inzake het eerste, tweede, of derde lid.
§ 4. Slotbepalingen
Artikel 8
[Wijzigt Warenwetbesluit bestuurlijke boeten]
Artikel 9
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst.
2. In afwijking van het eerste lid treden artikel 2 en artikel 8
in werking met ingang van 1 augustus 2005.
3. Artikel 3, vierde lid, vervalt met ingang van 31 december
2009.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit
voedingssupplementen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 15 maart 2003
BEATRIX
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
C.I.J.M. Ross-van Dorp
Uitgegeven de eerste april 2003
De Minister van Justitie a.i.,
H.P.A. Nawijn