|
BESLUIT van 7
september 1993 (Warenwetbesluit voedingswaarde-informatie
levensmiddelen)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur van 20 april 1993, nr. DVGgz/VVP/L 93644, gedaan in
overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en de
Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 11, eerste en tweede lid, van
Richtlijn nr. 90/496/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van
24 september 1990 inzake de voedingswaarde-etikettering van
levensmiddelen (PbEG L 276);
Gelet op artikel 8, onderdeel c, 12 en
14 van de Warenwet en artikel II, eerste lid, van de Wijzigingswet 1988
Warenwet;
Gezien het advies van de Adviescommissie
Warenwet (advies van 16 juni 1992, nr. 14511(3)5);
De Raad van State gehoord (advies van 13 juli
1993, nr. W13.93.0239);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 24 augustus
1993, nr. DGVgz/VVP/L 931549, uitgebracht in overeenstemming met Onze
Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. algemene bepalingen
Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. richtlijn: de Richtlijn nr.
90/496/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24
september 1990 inzake de voedingswaarde-etikettering van
levensmiddelen (PbEG L 276), naar de tekst zoals deze bij die
richtlijn is vastgesteld;
b. instelling: hetgeen daaronder
in het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen wordt
verstaan;
c. eet- of drinkwaren: eet- of
drinkwaren die bestemd zijn als zodanig aan de eindverbruiker of
een instelling te worden afgeleverd;
d. voedingsstoffen: eiwitten,
koolhydraten, vetstoffen, voedingsvezels, natrium en in de
bijlage genoemde vitaminen en mineralen;
e. voedingswaarde-etikettering:
het op een etiket van de verpakking van een eet- of drinkwaar
aanbrengen van informatie over die waar met betrekking tot
1°. de energetische waarde,
en
2°. de gehaltes aan
voedingsstoffen
voor zover dergelijke
vermeldingen niet zijn voorgeschreven bij of krachtens enig
wettelijk voorschrift;
f. bewering inzake de
voedingswaarde: elke reclameboodschap die niet deel uitmaakt van
een collectieve reclamecampagne, en elke vermelding, waarmee
wordt gesteld, de indruk wordt gewekt of geïmpliceerd dat een
eet- of drinkwaar wat betreft de energetische waarde of de
aanwezigheid van voedingsstoffen bepaalde kwalitatieve of
kwantitatieve voedingseigenschappen bezit, voor zover dergelijke
vermeldingen niet zijn voorgeschreven bij of krachtens enig
wettelijk voorschrift;
g. eiwitten: het eiwitgehalte
berekend aan de hand van de volgende formule: eiwit = totaal
Kjeldahl-stikstof * 6,25;
h. koolhydraten: de koolhydraten
die in het menselijk organisme worden gemetaboliseerd, met
inbegrip van polyolen;
i. polyolen: sorbitol (E 420),
mannitol (E 421), xylitol (E 967), isomalt (E 953), maltitol (E
965), lactitol (E 966), maltitolstroop (E 965), sorbitolstroop
(E 420) en erytritol (E 968);
j. suikers: alle in voedsel
aanwezige mono- en di-sacchariden, met uitzondering van polyolen;
k. vet: alle lipiden,
fosfolipiden inbegrepen;
l. verzadigd vet: vetzuren zonder
dubbele binding;
m. enkelvoudig onverzadigd vet:
vetzuren met één cis dubbele binding;
n. meervoudig onverzadigd vet:
vetzuren met cis-cis dubbele bindingen met daartussen een
methyleengroep;
o. gemiddelde waarde: de waarde
waardoor de hoeveelheid van een voedingsstof in een bepaalde
eet- of drinkwaar het best wordt weergegeven en waarin tevens
rekening is gehouden met seizoenschommelingen,
consumptiepatronen en andere factoren waardoor de reële waarde
kan variëren;
p. verordening (EG) 1924/2006:
verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 20 december 2006 inzake voedings-
en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (PbEU 2006, L 404, en
2007, L 12);
q. claim inzake
ziekterisicobeperking: een claim inzake ziekterisicobeperking
als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van verordening (EG)
1924/2006;
r. voedingsvezels:
koolhydraatpolymeren bestaande uit drie of meer monomere
eenheden, die in de menselijke dunne darm niet verteerd en niet
opgenomen worden en tot de volgende categorieën behoren:
1° eetbare
koolhydraatpolymeren die van nature voorkomen in
levensmiddelen zoals die worden geconsumeerd;
2° eetbare
koolhydraatpolymeren die langs fysische, enzymatische of
chemische weg uit grondstoffen voor levensmiddelen zijn
verkregen en een gunstig fysiologisch effect hebben dat door
algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens wordt
gestaafd; of
3° eetbare synthetische
koolhydraatpolymeren met een gunstig fysiologisch effect dat
door algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens wordt
gestaafd;
s. voedselkeuzelogo: een logo dat
het voor consumenten eenvoudiger maakt levensmiddelen te kiezen
die ten opzichte van vergelijkbare levensmiddelen in een
productcategorie gezonder zijn wat betreft energie of de
gehaltes aan verzadigd vet, transvet, toegevoegd suiker,
voedingsvezel of zout.
2. Ten aanzien van:
a. natuurlijk mineraalwater en
ander voor menselijke consumptie bestemd water; en
b. eet- en drinkwaren welke tot
hoofddoel hebben het leveren van bepaalde voedingsstoffen;
zijn artikel 2, eerste lid,artikel 3,
eerste lid, onder b, 1°, en tweede, derde en vierde lid, en de
artikelen 7, 9, 10, 12 en 13, niet van toepassing.
3. Artikel 11a is niet van toepassing
op het verhandelen van een levensmiddel ten aanzien waarvan een
voedselkeuzelogo is gebezigd dat niet door toedoen van Nederland
overeenkomstig verordening (EG) 1924/2006 is toegelaten, en dat
rechtmatig is bereid of in de handel is gebracht in een andere
lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 2
1. Het is verboden een eet- of
drinkwaar, ten aanzien waarvan:
a. voedingswaarde-etikettering
plaatsvindt; of
b. een bewering inzake de
voedingswaarde wordt gebezigd;
te verhandelen anders dan met
inachtneming van de voorschriften, bij of krachtens dit besluit
gesteld met betrekking tot het bezigen van vermeldingen of
voorstellingen.
2. Het is verboden te handelen in
strijd met de bij of krachtens de artikelen 3, 4, derde en vijfde
lid, 5, 6, eerste en tweede lid, 7, 8, eerste lid, 9, 10, eerste,
tweede en derde lid, 12, en 14, van verordening (EG) 1924/2006
gestelde voorschriften.
3. Het is verboden te handelen in
strijd met bij of krachtens artikel 11agestelde voorschriften.
Artikel 2a
1. Artikel 19, eerste lid, onder a,
en artikel 20, tweede lid, onder a, van de Warenwet, zijn niet van
toepassing op een claim inzake ziekterisicobeperking, indien:
a. de desbetreffende claim is
opgenomen in de communautaire lijst, bedoeld in artikel 14,
eerste lid, van verordening (EG) 1924/2006; en
b. voldaan is aan de in die lijst
gestelde voorwaarden voor het gebruik van die claim.
2. De Voedsel en Waren Autoriteit is
de bevoegde nationale autoriteit, bedoeld in verordening (EG)
1924/2006.
3. Onze Minister stelt nadere regels
vast inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen, voor
zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de bij of
krachtens verordening (EG) 1924/2006 gestelde voorschriften.
§ 2. voedingswaarde-etikettering
Artikel 3
1. Bij voedingswaarde-etikettering
wordt een vermelding gebezigd, in onderstaande volgorde, van:
a. de energetische waarde; en
b. het gehalte aan:
1°. eiwitten, koolhydraten
en vetten; of
2°. eiwitten, koolhydraten,
suikers, vetten, verzadigde vetzuren, voedingsvezels en
natrium.
2. Onverminderd het eerste lid wordt
bij voedingswaarde-etikettering uitsluitend een vermelding gebezigd
van het gehalte aan één of meer van de volgende voedingsstoffen:
a. zetmeel;
b. polyolen;
c. enkelvoudig onverzadigde
vetzuren;
d. meervoudig onverzadigde
vetzuren;
e. cholesterol; of
f. de in de bijlage genoemde
vitaminen en mineralen die in de waar aanwezig zijn in een
significante hoeveelheid, zoals in de bijlage bedoeld.
3. Indien de in het tweede lid,
aanhef en onder c, d of e, bedoelde vermelding wordt gebezigd, wordt
bij de voedingswaarde-etikettering ook een vermelding van het
gehalte aan verzadigde vetzuren gebezigd.
4. Indien een bewering inzake de
voedingswaarde wordt gebezigd, vindt voedingswaarde-etikettering
plaats, en worden daarbij:
a. de stoffen vermeld die behoren
tot of bestanddelen zijn van een van de categorieën van de in
het eerste en tweede lid genoemde voedingsstoffen en waarop de
bewering betrekking heeft;
b. de vermeldingen, bedoeld in
het eerste lid, onder a, en b, 2°, gebezigd, indien de bewering
betrekking heeft op suikers, verzadigde vetzuren, voedingsvezel
of natrium.
Artikel 4
Het gehalte aan suikers, polyolen of
zetmeel van een eet- of drinkwaar wordt vermeld onmiddellijk na de
vermelding van het gehalte aan koolhydraten, op de volgende wijze:
- koolhydraten g,
waarvan:
- suikers g,
- polyolen g,
- zetmeel g.
Artikel 5
De soort of het gehalte aan vetzuur of
het gehalte aan cholesterol van de eet- of drinkwaar wordt vermeld
onmiddellijk na de vermelding van het totaal vetgehalte, op de
volgende wijze:
- vet g,
waarvan:
- verzadigd vet g,
- enkelvoudig onverzadigd vet g,
- meervoudig onverzadigd vet g,
- cholesterol mg.
Artikel 6
1. De energetische waarde en de
gehaltes aan voedingsstoffen of bestanddelen daarvan van een eet- of
drinkwaar worden in cijfers vermeld en in de volgende eenheden
uitgedrukt:
a. energetische waarde in kJ en
kcal;
b. eiwit, koolhydraten, vet,
voedingsvezels en natrium in gram;
c. cholesterol in milligram;
d. vitaminen en mineralen in de
in de bijlage genoemde eenheden.
2. De in het eerste lid bedoelde
waarde en gehaltes worden vermeld per 100 g of 100 ml van de waar en
mogen tevens worden vermeld:
a. per op het etiket aangegeven
geserveerde hoeveelheid; of
b. per portie, onder vermelding
van het aantal porties in de verpakking.
3. Onverminderd het eerste en tweede
lid wordt het gehalte aan vitaminen en mineralen ook vermeld in
procenten van de in de bijlage vermelde aanbevolen dagelijkse
hoeveelheid.
4. Onze Minister stelt ter uitvoering
van krachtens artikel 10 van de richtlijn getroffen maatregelen
nadere regels vast inzake het in grafische vorm vermelden van de in
het eerste, tweede en derde lid bedoelde gegevens.
5. De in dit artikel bedoelde
vermeldingen hebben betrekking op de eet- of drinkwaar zoals die te
koop wordt aangeboden.
6. In afwijking van het vijfde lid
mogen, indien een voldoende gedetailleerde bereidingswijze is
vermeld, de in dit artikel bedoelde vermeldingen betrekking hebben
op de na bereiding voor consumptie gerede eet- of drinkwaar.
§ 3. bewering inzake de voedingswaarde
Artikel 7
1. Een bewering inzake de
voedingswaarde heeft uitsluitend betrekking op:
a. energetische waarde; en
b. de stoffen die behoren tot of
bestanddelen zijn van een van de categorieën van de in het
eerste en tweede lid van artikel 3 genoemde voedingsstoffen.
2. Onze Minister stelt ter uitvoering
van krachtens de richtlijn getroffen maatregelen nadere regels vast
met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 8 [Vervallen per 01-07-2007]
§ 4. het aanbrengen van vermeldingen
Artikel 9
1. De vermeldingen terzake van de
voedingswaarde-etikettering en de beweringen inzake de
voedingswaarde worden tezamen op één, in het oog vallende, plaats
aangebracht, voor wat betreft voedingswaarde-etikettering in
tabelvorm met de cijfers onder elkaar of, indien daarvoor niet
voldoende ruimte beschikbaar is, achter elkaar.
2. De artikelen 23, 24, eerste en
tweede lid, en 25 tot en met 28 van het Warenwetbesluit Etikettering
van levensmiddelen, zijn van overeenkomstige toepassing met
betrekking tot de in het eerste lid bedoelde vermeldingen met dien
verstande dat die vermeldingen daarnaast tevens in een andere taal
gebezigd mogen worden.
§ 5. de berekening van energetische
waarden en gehaltes
Artikel 10
1. Bij de berekening van de te
vermelden energetische waarde van een eet- of drinkwaar wordt van de
volgende omrekeningsfactoren gebruik gemaakt:
a. koolhydraten (met uitzondering
van polyolen): 17 kJ/g - 4 kcal/g
b. polyolen: 10 kJ/g - 2,4 kcal/g
c. eiwit: 17 kJ/g - 4 kcal/g
d. vet: 37 kJ/g - 9 kcal/g
e. alcohol (ethanol): 29 kJ/g - 7
kcal/g
f. organische zuren: 13 kJ/g - 3
kcal/g
g. salatrims: 25 kJ/g – 6
kcal/g
h. voedingsvezels: 8 kJ/g – 2
kcal/g
i. erytritol: 0 kJ/g – 0
kcal/g.
2. Onze Minister stelt ter uitvoering
van krachtens de richtlijn getroffen maatregelen nadere regels vast
met betrekking tot de omrekeningsfactoren die gebruikt worden bij de
berekening van de energetische waarde van eet- of drinkwaren.
Artikel 11
1. De in dit besluit bedoelde waarden
en gehaltes zijn naar behoren vastgestelde gemiddelden, waarvoor al
naar gelang van het geval wordt uitgegaan van:
a. de analyse van de eet- of
drinkwaar door de fabrikant;
b. de berekening op basis van de
bekende of effectieve gemiddelde waarde van de verwerkte
ingrediënten; of
c. de berekening aan de hand van
algemeen vaststaande en aanvaarde gegevens.
2. Onze Minister stelt ter uitvoering
van krachtens de richtlijn getroffen maatregelen nadere regels vast
met betrekking tot het eerste lid.
§ 5a. voedselkeuzelogo
Artikel 11a
1. Onverminderd verordening (EG)
1924/2006 mag bij de verhandeling van een levensmiddel een door
representatieve organisaties van producenten en verhandelaren
ontwikkeld voedselkeuzelogo worden gebezigd, onder de volgende
voorwaarden:
a. het logo wordt niet gebezigd
bij:
1° alcoholhoudende dranken;
2° zuigelingenvoeding en
opvolgzuigelingenvoeding als bedoeld in de Warenwetregeling
zuigelingenvoeding 2007;
3° bewerkte eet- of
drinkwaren op basis van granen en babyvoeding als bedoeld in
de Warenwetregeling Babyvoeding;
4° dieetvoeding voor medisch
gebruik als bedoeld in de Warenwetregeling Dieetvoeding voor
medisch gebruik; en
5° voedingssupplementen als
bedoeld in het Warenwetbesluit voedingssupplementen;
b. het logo is begrijpelijk voor
de consument;
c. de regels voor het gebruik van
het logo zijn:
1° in lijn met de door de
Gezondheidsraad vastgestelde richtlijnen Goede Voeding;
2° tot stand gekomen met
inachtneming van de laatste wetenschappelijke inzichten ter
zake;
3° getoetst door een
onafhankelijke wetenschappelijke commissie; en
4° in ieder geval gesteld in
de Nederlandse taal en voor een ieder te raadplegen op
internet; en
d. het voedselkeuzelogo en de
regels voor het gebruik ervan zijn goedgekeurd door Onze
Minister.
2. Een verzoek tot goedkeuring van
een voedselkeuzelogo en van de regels voor het gebruik ervan, wordt
ingediend bij Onze Minister. De goedkeuring wordt verleend indien
voldaan is aan de in dit artikel ter zake gestelde voorwaarden.
3. Onze Minister kan een in het
tweede lid bedoelde goedkeuring intrekken indien het
voedselkeuzelogo of de regels voor het gebruik ervan niet meer
voldoen aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden.
4. Onze Minister maakt een in het
tweede en derde lid bedoeld besluit bekend in de Staatscourant.
5. Bij regeling van Onze Minister
kunnen nadere regels worden gesteld inzake het eerste en tweede lid.
In deze nadere regels kan worden bepaald dat de goedkeuring voor
bepaalde tijd wordt verleend.
§ 6. slotbepalingen
Artikel 12
1. Als methoden van onderzoek welke
bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met
betrekking tot een in dit besluit bedoelde eet- of drinkwaar al dan
niet is voldaan aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels,
worden aangewezen chromatografische en andere scheidingsmethoden,
alsmede detectiemethoden.
2. Onze Minister stelt ter uitvoering
van krachtens de richtlijn getroffen maatregelen nadere regels vast
met betrekking tot het eerste lid.
3. Onverminderd het tweede lid kan
Onze Minister nadere regels stellen met betrekking tot het eerste
lid.
Artikel 13
In afwijking van artikel 3, eerste lid,
onder b, 2°, en vierde lid, aanhef en onder b, mag
voedingswaarde-etikettering van onderscheidenlijk het gehalte aan
suikers, verzadigde vetzuren, voedingsvezels of natrium, tot 1 oktober
1995 ook afzonderlijk van elkaar plaatsvinden, met dien verstande dat
zulks in dat geval geschiedt in overeenstemming met de in artikel 3,
eerste lid, onder b, 2°, aangegeven positie in de reeks van de daar
bedoelde vermeldingen.
Artikel 14
Het Voedingswaarde-aanduidingenbesluit
(Warenwet) wordt ingetrokken.
Artikel 15
Dit besluit treedt in werking met
ingang van 1 oktober 1993.
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als:
Warenwetbesluit Voedingswaarde-informatie levensmiddelen.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 7 september 1993
BEATRIX
De Staatssecretaris van Welzijn,
Volksgezondheid en Cultuur,
H.J. Simons
Uitgegeven de dertigste
september 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Bijlage
Deze bijlage behoort bij artikel 1, eerste
lid, onder d, artikel 3, tweede lid, onder f, en artikel 6, eerste lid,
onder d, en derde lid, van het Warenwetbesluit Voedingswaarde-informatie
levensmiddelen.
Vitaminen en mineralen die kunnen worden
vermeld en hun aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH)
|
Vitamine A (μg) |
800 |
|
Vitamine D (μg) |
5 |
|
Vitamine E (mg) |
12 |
|
Vitamine K (μg) |
75 |
|
Vitamine C (mg) |
80 |
|
Thiamine (mg) |
1,1 |
|
Riboflavine (mg) |
1,4 |
|
Niacine (mg) |
16 |
|
Vitamine B6 (mg) |
1,4 |
|
Foliumzuur (μg) |
200 |
|
Vitamine B12 (μg) |
2,5 |
|
Biotine (μg) |
50 |
|
Pantotheenzuur (mg) |
6 |
|
Kalium (mg) |
2000 |
|
Chloride (mg) |
800 |
|
Calcium (mg) |
800 |
|
Fosfor (mg) |
700 |
|
Magnesium (mg) |
375 |
|
IJzer (mg) |
14 |
|
Zink (mg) |
10 |
|
Koper (mg) |
1 |
|
Mangaan (mg) |
2 |
|
Fluoride (mg) |
3,5 |
|
Seleen (μg) |
55 |
|
Chroom (μg) |
40 |
|
Molybdeen (μg) |
50 |
|
Jodium (μg) |
150 |
In de regel wordt voor het bepalen van wat
een significante hoeveelheid is – per 100 g of 100 ml, dan wel per
verpakking indien deze slechts één portie bevat – uitgegaan van 15%
van de in deze bijlage aangegeven dosis.
|