St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Warenwet (WaW)

 

WARENWETREGELING  GEBRUIK  VAN  ADDITIEVEN  MET  UITZONDERING  VAN  KLEURSTOFFEN  EN  ZOETSTOFFEN  IN  LEVENSMIDDELEN

Tekst zoals deze geldt op 27 januari 2012

 

  
 

 

 
     De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Sport;
     Gelet op Richtlijn nr 95/2/EG van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PbEG L 61), artikel II, derde lid, van de Wijzigingswet 1988 Warenwet juncto artikel 16, eerste lid, van de Warenwet, artikel 22, tweede lid, van het Warenwetbesluit verduurzaamde vruchtenprodukten, artikel 10, eerste en tweede lid, van het Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding, alsmede op artikel 7, tweede lid, van het Warenwetbesluit levensmiddelenadditieven;
     Gezien het advies van de Adviescommissie Warenwet van 22 december 1995, nr. 14926/(1)5;

     Besluit:

 

 

Artikel 1

1.In deze regeling wordt verstaan onder:

a. additieven:

levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen;

b. quantum satis:

een hoeveelheid van een additief, toegevoegd aan eet- en drinkwaren overeenkomstig goede productiemethoden, die niet groter is dan voor het beoogde doel nodig is, onder de voorwaarde dat de consument niet wordt misleid;

c. onverwerkte eet- of drinkwaar:

een eet- of drinkwaar die geen behandeling heeft ondergaan welke een ingrijpende wijziging veroorzaakt in de oorspronkelijke staat daarvan, met dien verstande dat die eet- of drinkwaar gesneden, verdeeld, uitgebeend, gehakt, gepeld, geschild, gewassen, gemalen, schoongemaakt, diepgevroren, ingevroren, gekoeld, ontkorst, gedopt, verpakt of niet-verpakt kan zijn;

d. conserveermiddelen:

stoffen die de houdbaarheid van eet- en drinkwaren vergroten door deze te beschermen tegen bederf door micro-organismen;

e. anti-oxidanten:

stoffen die de houdbaarheid van eet- en drinkwaren vergroten door deze te beschermen tegen bederf door oxidatie;

f. draagstoffen:

stoffen, met inbegrip van de oplosmiddelen die als draagstoffen fungeren, die gebruikt worden om een additief op te lossen, te verdunnen, te dispergeren of op een andere wijze fysisch te wijzigen zonder de technologische functie daarvan te veranderen (en zonder zelf enig technologisch effect uit te oefenen), teneinde de verwerking, de toepassing of het gebruik van het additief te vergemakkelijken;

g. voedingszuren:

stoffen die de zuurtegraad van eet- en drinkwaren verhogen of er een zure smaak aan geven;

h. zuurteregelaars :

stoffen die de zuurte of alkaliteit van eet- en drinkwaren veranderen of regelen;

i. antiklontermiddelen :

stoffen die de neiging van afzonderlijke deeltjes van eet- en drinkwaren om aan elkaar te kleven verkleinen;

j. antischuimmiddelen:

stoffen die schuimvorming verhinderen of verminderen;

k. vulstoffen:

stoffen die het volume van een eet- of drinkwaar vergroten zonder noemenswaardig tot de beschikbare energiewaarde ervan bij te dragen;

l. emulgatoren :

stoffen die een homogene menging van twee of meer onmengbare fasen in een eet- of drinkwaar mogelijk maken of instandhouden;

m. smeltzouten:

stoffen die de kaaseiwitten in gedispergeerde vorm omzetten en zodoende een homogene verdeling van vet en andere bestanddelen bewerkstelligen;

n. verstevigingsmiddelen:

stoffen die de vezels van fruit en groenten stevig of knapperig maken of houden, of een wisselwerking met geleermiddelen aangaan om een gel te vormen of te verstevigen;

o. smaakversterkers:

stoffen die de karakteristieke smaak of geur van een eet- of drinkwaar versterken;

p. schuimmiddelen:

stoffen die het mogelijk maken een homogene dispersie van een gasvormige fase in een vloeibare of vaste eet- of drinkwaar te vormen;

q. geleermiddelen:

stoffen die een eet- of drinkwaar vorm geven door de vorming van een gel;

r. glansmiddelen:

stoffen, met inbegrip van glijmiddelen die, wanneer zij worden aangebracht op het oppervlak van een eet- of drinkwaar, daaraan een glanzend uiterlijk geven, of daarop een beschermende deklaag vormen;

s. bevochtigingsmiddelen:

stoffen die uitdroging van eet- en drinkwaren beletten door de gevolgen van een lage luchtvochtigheid tegen te gaan, of de oplossing van een poeder in een waterig medium bevorderen;

t. gemodificeerde zetmelen:

stoffen die door één of meer chemische behandelingen worden verkregen uit zetmelen, die een fysische of enzymatische behandeling kunnen hebben ondergaan, en die met zuur of loog mogen zijn verdund of gebleekt;

u. verpakkingsgassen:

gassen, met uitzondering van lucht die vóór, tijdens of na het in de verpakking brengen van een eet- of drinkwaar in die verpakking worden gebracht;

v. drijfgassen:

gassen met uitzondering van lucht die een eet- of drinkwaar uit zijn recipiënt drukken;

w. rijsmiddelen:

stoffen of mengsels van stoffen die gas vrijmaken en daardoor het volume van deeg of beslag vergroten;

x. complexvormers:

stoffen die chemische complexen vormen met metaalionen;

y. stabilisatoren: stoffen die het mogelijk maken de fysisch-chemische toestand van een eet- of drinkwaar in stand te houden door:

1°. een homogene dispersie van twee of meer onmengbare stoffen in een eet- of drinkwaar in stand te houden;

2°. een karakteristieke kleur van een eet- of drinkwaar te stabiliseren, fixeren of intensiveren; of

3°. het bindend vermogen van een eet- of drinkwaar te verhogen, onder meer door de vorming van kruisverbindingen tussen eiwitten waardoor afzonderlijke deeltjes tot een geconstitueerde eet- of drinkwaar worden samengebonden;

z. verdikkingsmiddelen:

stoffen die de viscositeit van een eet- of drinkwaar vergroten;

aa. meelverbeteraars:

stoffen, met uitzondering van emulgatoren, die aan meel of aan deeg worden toegevoegd om de bakeigenschappen te verbeteren.

2.Deze regeling is van toepassing, onverminderd wettelijke voorschriften die uitvoering geven aan bijzondere richtlijnen krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap waarbij het gebruik van de in de bijlagen vermelde additieven als zoetstof of kleurstof wordt toegestaan.

3.Deze regeling is niet van toepassing op:

stoffen die gebruikt worden voor de behandeling van drinkwater zoals omschreven in het Waterleidingbesluit;

producten die pectine bevatten en die verkregen worden uit gedroogde appelpulp, schillen van citrusvruchten of een mengsel daarvan, door middel van een behandeling met verdund zuur, gevolgd door een gedeeltelijke neutralisatie met natrium- of kaliumzouten;

kauwgombasis;

witte of gele dextrine, geroost of gedextrineerd zetmeel, zetmeel dat gemodificeerd is door een behandeling met zuur of base, gebleekt zetmeel, fysisch gemodificeerd zetmeel en zetmeel dat behandeld is met enzymen die zetmeel afbreken;

ammoniumchloride;

bloedplasma;

voedingsgelatine;

eiwithydrolysaten en hun zouten;

melkeiwit, caseïnaten en caseïne;

gluten;

aminozuren en hun zouten, met uitzondering van glutaminezuur, glycine, cysteïne en cystine en hun zouten voorzover zij geen functie als additief hebben;

inuline;

niet in de bijlagen genoemde enzymen.

4.De in deze regeling genoemde maximumconcentraties hebben, tenzij in deze regeling anders is bepaald, betrekking op eet- en drinkwaren zoals die verhandeld worden.

 

Artikel 2

1.In eet- en drinkwaren mogen uitsluitend aanwezig zijn als stoffen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d tot en met aa, de in de bijlagen I, III en IV genoemde additieven.

2.De in bijlage I genoemde additieven mogen quantum satis zijn toegevoegd aan eet- en drinkwaren, voor zover die eet- en drinkwaren niet zijn genoemd in bijlage II.

3.De in bijlage I genoemde additieven mogen, tenzij in deze regeling anders is bepaald, niet zijn toegevoegd aan:

a. onverwerkte eet- of drinkwaar;

b. honing, bedoeld in het Warenwetbesluit Honing;

c. niet-geëmulgeerde oliën en vetten van dierlijke of plantaardige oorsprong;

d. boter;

e. gepasteuriseerde en gesteriliseerde (inclusief UHT) melk (inclusief volle, halfvolle en magere melk) en volle gepasteuriseerde room;

f. niet-gearomatiseerde met levende fermenten gefermenteerde melkproducten;

g. natuurlijk mineraalwater en bronwater, bedoeld in het Warenwetbesluit Verpakte waters;

h. koffie, met uitzondering van gearomatiseerde oploskoffie, en van koffie-extract als bedoeld in het Warenwetbesluit Koffie- en cichorei-extracten;

i. niet-gearomatiseerde thee;

j. suikers, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Warenwetbesluit suikers;

k. droge deegwaren met uitzondering van glutenvrije deegwaren of deegwaren voor diëten met een laag proteïnegehalte, in overeenstemming met het Warenwetbesluit Producten voor bijzondere voeding;

l. niet-gearomatiseerde natuurlijke karnemelk, met uitzondering van gesteriliseerde karnemelk;

m. volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bedoeld in de Warenwetregeling Zuigelingenvoeding, en eet- en drinkwaren bestemd voor peuters, alsmede de daaraan wat betreft samenstelling identieke eet- en drinkwaren, bestemd voor niet gezonde zuigelingen onderscheidenlijk niet gezonde peuters;

n. de in bijlage II genoemde eet- en drinkwaren.

4.Onverminderd het derde lid mogen de stoffen E290, E938, E939, E941, E942 en E948 aanwezig zijn in de in dat lid genoemde eet- en drinkwaren.

5.Onverminderd het tweede lid zijn de stoffen E410, E412, E415 en E417 niet aanwezig in gedehydrateerde eet- en drinkwaren die rehydrateren bij inname door de eindverbruiker.

6.De stoffen E407, E407a, en E 440 mogen met suikers worden gestandaardiseerd onder de voorwaarde dat dit tezamen met hun nummer en aanduiding wordt vermeld.

 

Artikel 3

In de in bijlage II genoemde eet- en drinkwaren zijn geen andere additieven aanwezig dan de in de bijlagen II en III genoemde additieven, onder de in die bijlagen vermelde voorwaarden.

 

Artikel 4

De in de bijlage III genoemde additieven mogen uitsluitend worden toegevoegd aan de in die bijlage genoemde eet- en drinkwaren, onder de in die bijlage vermelde voorwaarden.

 

Artikel 5

Uitsluitend de in bijlage IV genoemde additieven mogen worden toegevoegd als draagstoffen of als oplosmiddelen die als draagstof fungeren, onder de in die bijlage vermelde voorwaarden.

 

Artikel 6

In de in artikel 2, derde lid, onder m, bedoelde eet- en drinkwaren, bestemd voor zuigelingen en peuters, zijn additieven slechts aanwezig met inachtneming van bijlage V.

 

Artikel 7

1.Additieven mogen aanwezig zijn:

a. in samengestelde eet- en drinkwaren, voor zover:

1°. die samengestelde waar niet is genoemd in artikel 2, derde lid; en

2°. dat additief is toegestaan in een ingrediënt van de desbetreffende samengestelde waar;

b. in een eet- of drinkwaar waaraan een aroma is toegevoegd, voor zover:

1°. dat additief volgens deze regeling is toegestaan in het desbetreffende aroma en via dat aroma terecht is gekomen in die eet- of drinkwaar; en

2°. dat additief geen technologische functie heeft in die eet- of drinkwaar; of

c. in een eet- of drinkwaar die uitsluitend bestemd is voor gebruik bij de bereiding van een samengestelde eet- of drinkwaar, voor zover die samengestelde eet- of drinkwaar voldoet aan deze regeling.

2.Het eerste lid is, tenzij in deze regeling anders bepaald, niet van toepassing op volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding en babyvoeding, bedoeld in het Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding.

 

Artikel 8

1.De hoeveelheid additieven in aroma’s wordt beperkt tot het minimum dat noodzakelijk is om:

a. de veiligheid en de kwaliteit van de aroma’s te garanderen; en

b. de opslag van de aroma’s te vergemakkelijken.

2.Het gebruik van additieven in aroma’s leidt niet tot misleiding van de consument.

3.Indien het voorkomen van een additief in een eet- of drinkwaar, ten gevolge van het toevoegen van aroma's, een technologische functie in die eet- of drinkwaar heeft, wordt het beschouwd als een additief van die eet- of drinkwaar en niet als een additief van het aroma.

 

Artikel 9

[Wijzigt de Warenwetregeling Gedehydrateerde melk]

 

Artikel 10

Ingetrokken worden:

de Warenwetregeling Gebruik levensmiddelenadditieven in verduurzaamde vruchtenprodukten;

de Warenwetregeling Vloeibare paraffine en glutaminezuur in levensmiddelen;

de Warenwetregeling Levensmiddelenadditieven in zuivel;

de Warenwetregeling Gebruik levensmiddelenadditieven in puddingpoeders;

de Warenwetregeling Gebruik levensmiddelenadditieven in soep, vleesextract en bouillon;

de Warenwetregeling Gebruik levensmiddelenadditieven in frisdranken en siropen;

de Vrijstellingsregeling Mayonaise- en slasausbesluit (Warenwet);

de Vrijstellingsregeling antiklontermiddelen in poedersuiker (Warenwet);

de Vrijstellingsregeling glucono-delta-lacton in vleeswaren (Warenwet).

 

Artikel 11

1.Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop het koninklijk besluit van 18 september 1996 tot wijziging van enkele warenwetbesluiten in verband met Richtlijn 95/2/EG (Stb. 467) in werking treedt.

2.In afwijking van het eerste lid mogen eet- en drinkwaren die voldoen aan de regelingen genoemd in de artikelen 8 en 9 zoals die luidden tot de inwerkingtreding van deze regeling, nog verhandeld worden tot 25 maart 1997.

 

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelen.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Terpstra
.

 

 

Bijlagen niet opgenomen

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Warenwet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x