|
De
Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Sport;
Gelet op Richtlijn nr 95/2/EG van het Europees
Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 20 februari 1995
betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen
en zoetstoffen (PbEG L 61), artikel II, derde lid, van de
Wijzigingswet 1988 Warenwet juncto artikel 16, eerste lid, van de
Warenwet, artikel 22, tweede lid, van het Warenwetbesluit verduurzaamde
vruchtenprodukten, artikel 10, eerste en tweede lid, van het
Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding, alsmede op artikel 7,
tweede lid, van het Warenwetbesluit levensmiddelenadditieven;
Gezien het advies van de Adviescommissie
Warenwet van 22 december 1995, nr. 14926/(1)5;
Besluit:
Artikel 1
1.In deze regeling wordt verstaan
onder:
a. additieven:
levensmiddelenadditieven met
uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen;
b. quantum satis:
een hoeveelheid van een additief,
toegevoegd aan eet- en drinkwaren overeenkomstig goede
productiemethoden, die niet groter is dan voor het beoogde doel
nodig is, onder de voorwaarde dat de consument niet wordt misleid;
c. onverwerkte eet- of drinkwaar:
een eet- of drinkwaar die geen
behandeling heeft ondergaan welke een ingrijpende wijziging
veroorzaakt in de oorspronkelijke staat daarvan, met dien
verstande dat die eet- of drinkwaar gesneden, verdeeld,
uitgebeend, gehakt, gepeld, geschild, gewassen, gemalen,
schoongemaakt, diepgevroren, ingevroren, gekoeld, ontkorst,
gedopt, verpakt of niet-verpakt kan zijn;
d. conserveermiddelen:
stoffen die de houdbaarheid van
eet- en drinkwaren vergroten door deze te beschermen tegen bederf
door micro-organismen;
e. anti-oxidanten:
stoffen die de houdbaarheid van
eet- en drinkwaren vergroten door deze te beschermen tegen bederf
door oxidatie;
f. draagstoffen:
stoffen, met inbegrip van de
oplosmiddelen die als draagstoffen fungeren, die gebruikt worden
om een additief op te lossen, te verdunnen, te dispergeren of op
een andere wijze fysisch te wijzigen zonder de technologische
functie daarvan te veranderen (en zonder zelf enig technologisch
effect uit te oefenen), teneinde de verwerking, de toepassing of
het gebruik van het additief te vergemakkelijken;
g. voedingszuren:
stoffen die de zuurtegraad van eet-
en drinkwaren verhogen of er een zure smaak aan geven;
h. zuurteregelaars :
stoffen die de zuurte of alkaliteit
van eet- en drinkwaren veranderen of regelen;
i. antiklontermiddelen :
stoffen die de neiging van
afzonderlijke deeltjes van eet- en drinkwaren om aan elkaar te
kleven verkleinen;
j. antischuimmiddelen:
stoffen die schuimvorming
verhinderen of verminderen;
k. vulstoffen:
stoffen die het volume van een eet-
of drinkwaar vergroten zonder noemenswaardig tot de beschikbare
energiewaarde ervan bij te dragen;
l. emulgatoren :
stoffen die een homogene menging
van twee of meer onmengbare fasen in een eet- of drinkwaar
mogelijk maken of instandhouden;
m. smeltzouten:
stoffen die de kaaseiwitten in
gedispergeerde vorm omzetten en zodoende een homogene verdeling
van vet en andere bestanddelen bewerkstelligen;
n. verstevigingsmiddelen:
stoffen die de vezels van fruit en
groenten stevig of knapperig maken of houden, of een wisselwerking
met geleermiddelen aangaan om een gel te vormen of te verstevigen;
o. smaakversterkers:
stoffen die de karakteristieke
smaak of geur van een eet- of drinkwaar versterken;
p. schuimmiddelen:
stoffen die het mogelijk maken een
homogene dispersie van een gasvormige fase in een vloeibare of
vaste eet- of drinkwaar te vormen;
q. geleermiddelen:
stoffen die een eet- of drinkwaar
vorm geven door de vorming van een gel;
r. glansmiddelen:
stoffen, met inbegrip van
glijmiddelen die, wanneer zij worden aangebracht op het oppervlak
van een eet- of drinkwaar, daaraan een glanzend uiterlijk geven,
of daarop een beschermende deklaag vormen;
s. bevochtigingsmiddelen:
stoffen die uitdroging van eet- en
drinkwaren beletten door de gevolgen van een lage luchtvochtigheid
tegen te gaan, of de oplossing van een poeder in een waterig
medium bevorderen;
t. gemodificeerde zetmelen:
stoffen die door één of meer
chemische behandelingen worden verkregen uit zetmelen, die een
fysische of enzymatische behandeling kunnen hebben ondergaan, en
die met zuur of loog mogen zijn verdund of gebleekt;
u. verpakkingsgassen:
gassen, met uitzondering van lucht
die vóór, tijdens of na het in de verpakking brengen van een
eet- of drinkwaar in die verpakking worden gebracht;
v. drijfgassen:
gassen met uitzondering van lucht
die een eet- of drinkwaar uit zijn recipiënt drukken;
w. rijsmiddelen:
stoffen of mengsels van stoffen die
gas vrijmaken en daardoor het volume van deeg of beslag vergroten;
x. complexvormers:
stoffen die chemische complexen
vormen met metaalionen;
y. stabilisatoren: stoffen die het
mogelijk maken de fysisch-chemische toestand van een eet- of
drinkwaar in stand te houden door:
1°. een homogene dispersie van
twee of meer onmengbare stoffen in een eet- of drinkwaar in
stand te houden;
2°. een karakteristieke kleur
van een eet- of drinkwaar te stabiliseren, fixeren of
intensiveren; of
3°. het bindend vermogen van
een eet- of drinkwaar te verhogen, onder meer door de vorming
van kruisverbindingen tussen eiwitten waardoor afzonderlijke
deeltjes tot een geconstitueerde eet- of drinkwaar worden
samengebonden;
z. verdikkingsmiddelen:
stoffen die de viscositeit van een
eet- of drinkwaar vergroten;
aa. meelverbeteraars:
stoffen, met uitzondering van
emulgatoren, die aan meel of aan deeg worden toegevoegd om de
bakeigenschappen te verbeteren.
2.Deze regeling is van toepassing,
onverminderd wettelijke voorschriften die uitvoering geven aan
bijzondere richtlijnen krachtens het Verdrag tot oprichting van de
Europese Gemeenschap waarbij het gebruik van de in de bijlagen
vermelde additieven als zoetstof of kleurstof wordt toegestaan.
3.Deze regeling is niet van toepassing
op:
stoffen die gebruikt worden voor de
behandeling van drinkwater zoals omschreven in het
Waterleidingbesluit;
producten die pectine bevatten en
die verkregen worden uit gedroogde appelpulp, schillen van
citrusvruchten of een mengsel daarvan, door middel van een
behandeling met verdund zuur, gevolgd door een gedeeltelijke
neutralisatie met natrium- of kaliumzouten;
kauwgombasis;
witte of gele dextrine, geroost of
gedextrineerd zetmeel, zetmeel dat gemodificeerd is door een
behandeling met zuur of base, gebleekt zetmeel, fysisch
gemodificeerd zetmeel en zetmeel dat behandeld is met enzymen die
zetmeel afbreken;
ammoniumchloride;
bloedplasma;
voedingsgelatine;
eiwithydrolysaten en hun zouten;
melkeiwit, caseïnaten en caseïne;
gluten;
aminozuren en hun zouten, met
uitzondering van glutaminezuur, glycine, cysteïne en cystine en
hun zouten voorzover zij geen functie als additief hebben;
inuline;
niet in de bijlagen genoemde
enzymen.
4.De in deze regeling genoemde
maximumconcentraties hebben, tenzij in deze regeling anders is
bepaald, betrekking op eet- en drinkwaren zoals die verhandeld worden.
Artikel 2
1.In eet- en drinkwaren mogen
uitsluitend aanwezig zijn als stoffen, bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onder d tot en met aa, de in de bijlagen I, III en IV genoemde
additieven.
2.De in bijlage I genoemde additieven
mogen quantum satis zijn toegevoegd aan eet- en drinkwaren, voor zover
die eet- en drinkwaren niet zijn genoemd in bijlage II.
3.De in bijlage I genoemde additieven
mogen, tenzij in deze regeling anders is bepaald, niet zijn toegevoegd
aan:
a. onverwerkte eet- of drinkwaar;
b. honing, bedoeld in het
Warenwetbesluit Honing;
c. niet-geëmulgeerde oliën en
vetten van dierlijke of plantaardige oorsprong;
d. boter;
e. gepasteuriseerde en
gesteriliseerde (inclusief UHT) melk (inclusief volle, halfvolle
en magere melk) en volle gepasteuriseerde room;
f. niet-gearomatiseerde met levende
fermenten gefermenteerde melkproducten;
g. natuurlijk mineraalwater en
bronwater, bedoeld in het Warenwetbesluit Verpakte waters;
h. koffie, met uitzondering van
gearomatiseerde oploskoffie, en van koffie-extract als bedoeld in
het Warenwetbesluit Koffie- en cichorei-extracten;
i. niet-gearomatiseerde thee;
j. suikers, bedoeld in artikel 1,
eerste lid, van het Warenwetbesluit suikers;
k. droge deegwaren met uitzondering
van glutenvrije deegwaren of deegwaren voor diëten met een laag
proteïnegehalte, in overeenstemming met het Warenwetbesluit
Producten voor bijzondere voeding;
l. niet-gearomatiseerde natuurlijke
karnemelk, met uitzondering van gesteriliseerde karnemelk;
m. volledige zuigelingenvoeding en
opvolgzuigelingenvoeding, bedoeld in de Warenwetregeling
Zuigelingenvoeding, en eet- en drinkwaren bestemd voor peuters,
alsmede de daaraan wat betreft samenstelling identieke eet- en
drinkwaren, bestemd voor niet gezonde zuigelingen
onderscheidenlijk niet gezonde peuters;
n. de in bijlage II genoemde eet-
en drinkwaren.
4.Onverminderd het derde lid mogen de
stoffen E290, E938, E939, E941, E942 en E948 aanwezig zijn in de in
dat lid genoemde eet- en drinkwaren.
5.Onverminderd het tweede lid zijn de
stoffen E410, E412, E415 en E417 niet aanwezig in gedehydrateerde eet-
en drinkwaren die rehydrateren bij inname door de eindverbruiker.
6.De stoffen E407, E407a, en E 440
mogen met suikers worden gestandaardiseerd onder de voorwaarde dat dit
tezamen met hun nummer en aanduiding wordt vermeld.
Artikel 3
In de in bijlage II genoemde eet- en
drinkwaren zijn geen andere additieven aanwezig dan de in de bijlagen II
en III genoemde additieven, onder de in die bijlagen vermelde
voorwaarden.
Artikel 4
De in de bijlage III genoemde additieven
mogen uitsluitend worden toegevoegd aan de in die bijlage genoemde eet-
en drinkwaren, onder de in die bijlage vermelde voorwaarden.
Artikel 5
Uitsluitend de in bijlage IV genoemde
additieven mogen worden toegevoegd als draagstoffen of als oplosmiddelen
die als draagstof fungeren, onder de in die bijlage vermelde
voorwaarden.
Artikel 6
In de in artikel 2, derde lid, onder m,
bedoelde eet- en drinkwaren, bestemd voor zuigelingen en peuters, zijn
additieven slechts aanwezig met inachtneming van bijlage V.
Artikel 7
1.Additieven mogen aanwezig zijn:
a. in samengestelde eet- en
drinkwaren, voor zover:
1°. die samengestelde waar
niet is genoemd in artikel 2, derde lid; en
2°. dat additief is toegestaan
in een ingrediënt van de desbetreffende samengestelde waar;
b. in een eet- of drinkwaar waaraan
een aroma is toegevoegd, voor zover:
1°. dat additief volgens deze
regeling is toegestaan in het desbetreffende aroma en via dat
aroma terecht is gekomen in die eet- of drinkwaar; en
2°. dat additief geen
technologische functie heeft in die eet- of drinkwaar; of
c. in een eet- of drinkwaar die
uitsluitend bestemd is voor gebruik bij de bereiding van een
samengestelde eet- of drinkwaar, voor zover die samengestelde eet-
of drinkwaar voldoet aan deze regeling.
2.Het eerste lid is, tenzij in deze
regeling anders bepaald, niet van toepassing op volledige
zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding en babyvoeding, bedoeld
in het Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding.
Artikel 8
1.De hoeveelheid additieven in aroma’s
wordt beperkt tot het minimum dat noodzakelijk is om:
a. de veiligheid en de kwaliteit
van de aroma’s te garanderen; en
b. de opslag van de aroma’s te
vergemakkelijken.
2.Het gebruik van additieven in aroma’s
leidt niet tot misleiding van de consument.
3.Indien het voorkomen van een additief
in een eet- of drinkwaar, ten gevolge van het toevoegen van aroma's,
een technologische functie in die eet- of drinkwaar heeft, wordt het
beschouwd als een additief van die eet- of drinkwaar en niet als een
additief van het aroma.
Artikel 9
[Wijzigt de Warenwetregeling
Gedehydrateerde melk]
Artikel 10
Ingetrokken worden:
de Warenwetregeling Gebruik
levensmiddelenadditieven in verduurzaamde vruchtenprodukten;
de Warenwetregeling Vloeibare
paraffine en glutaminezuur in levensmiddelen;
de Warenwetregeling
Levensmiddelenadditieven in zuivel;
de Warenwetregeling Gebruik
levensmiddelenadditieven in puddingpoeders;
de Warenwetregeling Gebruik
levensmiddelenadditieven in soep, vleesextract en bouillon;
de Warenwetregeling Gebruik
levensmiddelenadditieven in frisdranken en siropen;
de Vrijstellingsregeling Mayonaise-
en slasausbesluit (Warenwet);
de Vrijstellingsregeling
antiklontermiddelen in poedersuiker (Warenwet);
de Vrijstellingsregeling
glucono-delta-lacton in vleeswaren (Warenwet).
Artikel 11
1.Deze regeling treedt in werking met
ingang van het tijdstip waarop het koninklijk besluit van 18 september
1996 tot wijziging van enkele warenwetbesluiten in verband met
Richtlijn 95/2/EG (Stb. 467) in werking treedt.
2.In afwijking van het eerste lid mogen
eet- en drinkwaren die voldoen aan de regelingen genoemd in de
artikelen 8 en 9 zoals die luidden tot de inwerkingtreding van deze
regeling, nog verhandeld worden tot 25 maart 1997.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als:
Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van
kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelen.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Terpstra.
Bijlagen niet opgenomen
|