|
BESLUIT van 12 december 2008, houdende regels voor de toepassing van
artikel 22 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en artikel 122k
van de Waterschapswet (Besluit vervuilingswaarde ingenomen water 2009)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van
Verkeer en Waterstaat van 15 augustus 2007, nr. HDJZ/I&O/2007-905,
Hoofddirectie Juridische Zaken;
Gelet op artikel 22 van de Wet verontreiniging
oppervlaktewateren en artikel 122k van de Waterschapswet;
De Raad van State gehoord (advies van 6
september 2007, nr. W09.07.0308/IV);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 3 december 2008, nr. CEND/HDJZ-2008/1486
sector WAT, Hoofddirectie Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
analyse: analyse op het chemisch
zuurstofverbruik en het zuurstofverbruik door omzetting van
stikstofverbindingen;
inspecteur: hoofd, onderscheidenlijk
de in artikel 123, derde lid, onder b, van de Waterschapswet,
bedoelde ambtenaar van het waterschap;
vervuilingswaarde per m3 ingenomen
water: vervuilingswaarde als bedoeld in artikel 7.3, eerste lid, van
de Waterwet en artikel 122k, tweede lid, van de Waterschapswet;
zuurstofverbruik: zuurstofverbruik
bepaald op basis van de som van het chemisch zuurstofverbruik en het
zuurstofverbruik door omzetting van stikstofverbindingen, uitgedrukt
in k ilogrammen.
Artikel 1a
Dit besluit berust mede op artikel 7.5,
vijfde lid, van de Waterwet.
Artikel 2
De vervuilingswaarde per m3 ingenomen
water wordt bepaald met behulp van de navolgende tabel.
|
Indien de
bedrijfsruimte of een onderdeel daarvan de volgende
bedrijfscategorie betreft |
vervuilingswaarde
per m3 ingenomen water |
|
Werkplaatsen voor motorvoertuigen
en motoren |
0,028 |
|
Bij afwezigheid of onvoldoende
functioneren van saneringsmaatregelen |
0,083 |
|
Inrichtingen uitsluitend bestemd
voor het uitwendig reinigen van motorvoertuigen* |
0,0060 |
|
Aardappelverwerking |
0,077 |
|
Champignonteeltbedrijven |
0,0084 |
|
Fruitconservenfabrieken |
0,0079 |
|
Groenteconservenbedrijven |
0,027 |
|
Groentewasserijen |
0,016 |
|
Distilleerderijen/bottelarijen* |
0,033 |
|
Verf- en drukinktfabrieken
producten op basis van organische oplosmiddelen (exclusief de
lozing/afvoer van loogbaden) |
0,021 |
|
Leerlooierijen |
0,015 |
|
Limonadefabrieken |
0,0091 |
|
Galvanische bedrijven, galvanische
afdelingen binnen metaalverwerkende en overige bedrijven |
0,021 |
|
Indien proceswater wordt
geloosd/afgevoerd, waarvan de gebruikte hoeveelheid afzonderlijk
wordt gemeten |
0,0045 |
|
Indien proceswater wordt
geloosd/afgevoerd, waarvan de gebruikte hoeveelheid afzonderlijk
wordt gemeten, en geen ontvettingsen/of beitsbaden worden
geloosd/afgevoerd |
0,0027 |
|
Grafische bedrijven |
0,021 |
|
Metaalproducten- en
machineindustrie* |
0,012 |
|
Indien geen ontvettings- en/of
beitsbaden worden geloosd/afgevoerd |
0,010 |
|
Bedrijfsonderdeel bestemd voor het
uitwendig reinigen van schepen (na toepassing van een
zuiveringstechniek zoals een olieafscheider, bezinkput en
zandfiltratie) |
0,0036 |
|
Elektrotechnische industrie* |
0,0063 |
|
Indien geen ontvettings- en/of
beitsbaden worden geloosd/afgevoerd |
0,0045 |
|
Pelsbereidingsbedrijven |
0,015 |
|
Pluimveeslachterijen |
0,068 |
|
Slagerijen: |
|
|
Winkel |
0,021 |
|
Winkel met worstmakerij |
0,031 |
|
Winkel met worstmakerij en
slachterij |
0,044 |
|
Slachthuizen* |
0,079 |
|
Textielbedrijven |
0,018 |
|
Vatenwasserijen* |
0,33 |
|
Melkveehouderijen*: |
|
|
Lozing/afvoer van voorspoelwater en
spoelwater afkomstig van melkinstallaties |
0,047 |
|
Indien voorspoelwater afkomstig van
melkwinningsinstallaties niet wordt geloosd /afgevoerd maar
separaat wordt verwerkt |
0,0081 |
|
Visverwerkende bedrijven: |
|
|
Rokerijen |
0,026 |
|
Marineerbedrijven bij lozing/afvoer
van voorbaden |
0,34 |
|
Overige en/of gecombineerde
activiteiten |
0,063 |
|
Viswinkels alsmede bedrijfsruimten
ten behoeve van ambulante handel |
0,034 |
|
Bij het ontbreken van een goed
functionerende combinatie van slibvangput en vetafscheider wordt
de coλfficiλnt van 0,034 verhoogd naar 0,063 |
|
|
Vleeswarenbedrijven |
0,015 |
|
Snackbedrijven |
0,055 |
|
Wasserijen: |
|
|
Natwasserijen |
0,012 |
|
Wassalons* |
0,014 |
|
Zuivelindustrie (jaarlijkse
melkaanvoer meer dan 10 miljoen kg) |
0,012 |
|
Ambachtelijke zuivelverwerking |
0,015 |
|
IJsbereiding |
0,014 |
|
Zwem- en badinrichtingen |
0,0036 |
|
Onderdelen voor suppletie en
filterspoeling, voor zover de hoeveelheid water voor suppletie en
filterspoeling afzonderlijk wordt vastgesteld. |
0,0011 |
|
Sauna's |
0,010 |
|
Onderwijsinstellingen, kazernes,
bejaardencentra, woonwagen-centra, internaten, recreatiebedrijven,
horecabedrijven etc. |
0,021 |
|
Ziekenhuizen, verpleegtehuizen en
psychiatrische inrichtingen |
0,018 |
|
Vier- en vijfsterrenhotels volgens
de Benelux-hotelclassificatie |
0,015 |
|
Chocolade- en suikerwerkindustrie |
0,036 |
|
Eierverwerkende industrie |
0,068 |
|
De niet in deze tabel vermelde
bedrijfsruimten of onderdelen van bedrijfsruimten |
0,021 |
|
* Afvalwater afkomstig van de
persoonlijke verzorging van werknemers werkzaam in bedrijfsruimten
of onderdelen van bedrijfsruimten die in deze tabel met een * zijn
aangeduid |
0,021 |
Artikel 3
Indien in het heffingsjaar voorafgaande
aan de toepassing van artikel 7.4 van de Waterwet of artikel 122k van de
Waterschapswet het zuurstofverbruik, voor de betrokken bedrijfsruimte of
voor het betrokken onderdeel daarvan, is bepaald met behulp van door
meting, bemonstering en analyse verkregen gegevens, wordt in afwijking
van artikel 2 de vervuilingswaarde per m3 ingenomen water bepaald aan de
hand van de formule:
C / (D x 54,8)
waarbij:
C = het aantal kilogrammen
zuurstofverbruik van de geloosde of afgevoerde stoffen over de etmalen
van het voorafgaande heffingsjaar waarover meting, bemonstering en
analyse hebben plaatsgevonden; en
D = het aantal m3 ingenomen water over de
etmalen van het voorafgaande heffingsjaar waarover meting, bemonstering
en analyse hebben plaatsgevonden.
Artikel 4
1. De vervuilingswaarde per m3
ingenomen water kan door de heffingplichtige op zijn kosten op
aanvraag, dan wel ambtshalve door de inspecteur op kosten van de
betrokken beheerder, in afwijking van de artikelen 2 en 3, worden
bepaald aan de hand van monsterneming en analyse overeenkomstig het
derde lid, onderscheidenlijk aan de hand van meting, bemonstering en
analyse overeenkomstig het vierde lid.
2. In dit artikel wordt onder geschatte
vervuilingswaarde verstaan: de overeenkomstig artikel 122k van de
Waterschapswet, artikel 7.5, vijfde lid, van de Waterwet in samenhang
met dat artikel en artikel 2 van dit besluit aan de hand van de
geschatte hoeveelheid in te nemen water berekende vervuilingswaarde
met betrekking tot het zuurstofverbruik van de over het heffingsjaar
te lozen of af te voeren stoffen.
3. Bij een geschatte vervuilingswaarde
van minder dan 100 vervuilingseenheden:
a. wordt over een aantal voor het
heffingsjaar representatieve etmalen afzonderlijk een
etmaalverzamelmonster van het geloosde of afgevoerde afvalwater
samengesteld dat bestaat uit ten minste 8 deelmonsters die op
verschillende voor het etmaal representatieve tijdstippen zijn
genomen;
b. bedraagt het aantal van de onder
a bedoelde etmalen bij een geschatte vervuilingswaarde van:
1° minder dan 25
vervuilingseenheden: 4
2° 25 tot 50
vervuilingseenheden: 6
3° 50 tot 75
vervuilingseenheden: 8
4° 75 tot 100
vervuilingseenheden: 10;
c. vindt analyse van het onder a
bedoelde etmaalverzamelmonster plaats en wordt het resultaat van
die analyse uitgedrukt in grammen per m3;
d. wordt de som van de onder c
bedoelde resultaten van de analyses over de onder a bedoelde
etmalen gedeeld door het aantal van die etmalen;
e. wordt de uitkomst van de
toepassing van het onder d bepaalde gecorrigeerd voor het deel van
het ingenomen water dat niet wordt geloosd of afgevoerd, indien de
heffingplichtige aannemelijk maakt dat dat deel 25% of meer
bedraagt;
f. bedraagt de vervuilingswaarde
per m3 ingenomen water de overeenkomstig d en e gevonden waarde
gedeeld door 54,8 kilogrammen.
4. Bij een geschatte vervuilingswaarde
van 100 vervuilingseenheden of meer:
a. vindt in een aantal voor het
heffingsjaar representatieve weken meting, bemonstering en analyse
over de daarin gelegen etmalen plaats;
b. bedraagt het aantal van de onder
a bedoelde weken bij een geschatte vervuilingswaarde van:
1° 100 tot 250
vervuilingseenheden: 1
2° 250 tot 500
vervuilingseenheden: 2
3° 500 tot 750
vervuilingseenheden: 3
4° 750 tot 1000
vervuilingseenheden: 4
5° 1000 en meer
vervuilingseenheden: het door de inspecteur te bepalen aantal
dat ten hoogste 12 kan bedragen;
c. wordt het zuurstofverbruik in de
onder a bedoelde etmalen geloosde of afgevoerde stoffen gedeeld
door de hoeveelheid in die etmalen ingenomen water;
d. bedraagt de vervuilingswaarde
per m3 ingenomen water de uitkomst van de toepassing van onderdeel
c, gedeeld door 54,8 kilogrammen.
5. Meting, bemonstering en analyse,
alsmede de behandeling van het in het derde lid, onder a, bedoelde
verzamelmonster geschieden overeenkomstig de nadere regels, bedoeld in
artikel 7.5, eerste lid, van de Waterwet en artikel 122g van de
Waterschapswet.
6. De inspecteur beslist op een in het
eerste lid bedoelde aanvraag bij voor bezwaar vatbare beschikking en
geeft daarin in ieder geval voorschriften met betrekking tot:
a. de tijdstippen en de etmalen
waarop monsterneming en analyse moeten plaatsvinden,
onderscheidenlijk de meetweek dan wel meetweken gedurende welke
meting, bemonstering en analyse moeten plaatsvinden;
b. de bepaling van de hoeveelheid
ingenomen water;
c. de correctie bedoeld in het
derde lid, onder e;
d. de melding van verandering of te
verwachten veranderingen die van invloed kunnen zijn op de
vervuilingswaarde per m3 ingenomen water van de betrokken
bedrijfsruimte of het betrokken onderdeel van de bedrijfsruimte.
7. Een op basis van dit artikel
bepaalde vervuilingswaarde per m3 ingenomen water geldt voor de
betrokken bedrijfsruimte of het betrokken onderdeel van de
bedrijfsruimte tot het heffingsjaar waarin dit artikel hetzij door de
heffingplichtige hetzij door de inspecteur opnieuw wordt toegepast.
Artikel 5
De veranderingen in de
bedrijfsomstandigheden die aanleiding kunnen geven tot een wijziging van
de vervuilingswaarde per m3 ingenomen water worden onverwijld aan de
inspecteur gemeld.
Artikel 6
Het Besluit vervuilingswaarde ingenomen
water wordt ingetrokken.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang
van 1 januari 2009.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit
vervuilingswaarde ingenomen water 2009.
Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst.
s-Gravenhage, 12 december 2008
BEATRIX
De Staatssecretaris van Verkeer en
Waterstaat,
J.C. Huizinga-Heringa
Uitgegeven de eenendertigste
december 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|