|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op artikel 13, tweede lid, van de
Wegenverkeerswet 1994 en artikel 25, tweede lid, van het RVV 1990;
Besluit:
Artikel 1
Als model van de parkeerschijf wordt vastgesteld het in de bijlage
bij dit besluit opgenomen model.
Artikel 2
De parkeerschijf moet zodanig worden ingesteld, dat de pijl het
tijdstip van aankomst aangeeft. Bij het instellen mag het tijdstip van
aankomst naar boven worden afgerond op het eerstvolgende hele of halve
uur.
Artikel 3
De Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 1 oktober
1991, nr. RVR 103386, Hoofddirectie van de Waterstaat (Stcrt.
1991, 202),
houdende voorschriften met betrekking tot parkeerschijven, wordt
ingetrokken.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 5
Deze regeling wordt aangehaald als: Besluit parkeerschijf.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 15 december 1997.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink.
Bijlage
Model parkeerschijf (voorzijde)

Draaibare schijf

Afmetingen cijfers:
1 tot en met 12: 12 mm
13 tot en met 24: 5 mm
Op de achterzijde van de parkeerschijf kan ten behoeve van de
gebruiker informatie worden gegeven omtrent de wijze van instellen van
de schijf en de wijze van aanbrengen daarvan in het motorvoertuig.
Op de achterzijde van de parkeerschijf kunnen reclameopdruk en/of
reclameteksten - al dan niet in kleur(en) - worden aangebracht.
|