a. met de cijfergroepen 00–01 tot en met 69–99 worden slechts
opgegeven voor motorrijtuigen waarvoor overeenkomstig de
voorschriften van de Minister van Financiën een vrijstelling van
belasting is gegeven onder voorwaarde van overbrenging naar het
buitenland binnen een bepaalde tijd;
b. met de cijfergroepen 70–00 tot en met 88–99 worden slechts
opgegeven voor motorrijtuigen en aanhangwagens waarvan de eigenaar
of houder behoort tot het personeel van buitenlandse ambassades,
consulaten en daarmee gelijkgestelde instellingen, voor zover
daarvoor naar het oordeel van de Minister van Buitenlandse Zaken op
grond van het protocol aanleiding is;
c. met de cijfergroepen 89–00 tot en met 89–99 worden slechts
opgegeven voor motorrijtuigen in bijzondere gevallen voor zover naar
het gezamenlijk oordeel van de Minister van Financiën en de Dienst
Wegverkeer daarvoor aanleiding is;
d. met de cijfergroepen 90–00 tot en met 99–99 worden slechts
opgegeven voor motorrijtuigen waarvoor overeenkomstig de
voorschriften van de Minister van Financiën een voorwaardelijke
vrijstelling van belasting is verleend, voor zover deze niet vallen
onder onderdeel a.