| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wegenverkeerswet 1994
(Wvw 1994)
REGELING
GEHANDICAPTENPARKEERKAART
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op artikel 13, tweede lid, van de
Wegenverkeerswet 1994, de artikelen 49 en 55 van het Besluit
administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en de artikelen 85 en
86 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
Besluit:
Paragraaf 1. Criteria voor de
afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten
Artikel 1
1. Voor een gehandicaptenparkeerkaart
kunnen in aanmerking komen:
a. bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van
brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een
aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij -
met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat
zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te
voet te overbruggen;
b. passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van
brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een
aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij -
met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat
zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te
voet te overbruggen en die voor het vervoer van deur tot deur continu
afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder;
c. bestuurders en passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee
wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of
gebrek permanent rolstoelgebonden zijn;
d. bestuurders en passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee
wielen en van brommobielen, andere dan bedoeld onder a en b, die ten
gevolge van een aandoening of gebrek aantoonbare ernstige beperkingen,
andere dan loopbeperkingen hebben;
e. het bestuur van instellingen ten behoeve van het personeel
belast met het vervoer van bewoners die voldoen aan de criteria onder
b, c of d.
2. Op de gehandicaptenparkeerkaart wordt met een hoofdletter B
aangegeven of het een gehandicapte bestuurder betreft en een hoofdletter
P of het een gehandicapte passagier betreft. Een combinatie van beide is
mogelijk. Een gehandicaptenparkeerkaart, bestemd voor een instelling als
bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt aangeduid met een
hoofdletter I.
3. De afgifte van de gehandicaptenparkeerkaart geschiedt niet
elektronisch.
Paragraaf 2. Geneeskundig onderzoek
Artikel 2
1. Een gehandicaptenparkeerkaart wordt
niet afgegeven alvorens een geneeskundig onderzoek heeft plaatsgehad met
betrekking tot de handicap van de aanvrager.
2. Een geneeskundig onderzoek kan achterwege worden gelaten,
indien:
a. aan de aanvrager eerder een gehandicaptenparkeerkaart is
verstrekt en aan de verstrekkende instantie bekend is dat de aanvrager
nog steeds voldoet aan de in artikel 1 omschreven criteria;
b. aan de aanvrager eerder een gehandicaptenparkeerkaart is
verstrekt en de keurende instantie van oordeel is dat de aanvrager nog
steeds voldoet aan de in artikel 1 omschreven criteria;
c. op grond van artikel 49, derde lid, van het BABW een
gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt in verband met een
kortstondig verblijf.
3. Een geneeskundig onderzoek wordt achterwege gelaten indien een
gehandicaptenparkeerkaart is aangevraagd door het bestuur van een
instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e.
Artikel 3
1. Ingeval de gehandicaptenparkeerkaart wordt afgegeven door
het gemeentelijk gezag, bedoeld in artikel 49 van het BABW, wordt het
geneeskundig onderzoek verricht door de Gemeentelijke
Gezondheidsdienst dan wel - bij externe advisering - door een vanwege
het gemeentelijk gezag aangewezen deskundige.
2. Ingeval de gehandicaptenparkeerkaart wordt afgegeven door de
Minister van Verkeer en Waterstaat, wordt het onderzoek verricht door
een door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen arts, die
niet de behandelend arts van de aanvrager is.
Paragraaf 3. Wijze van aanbrengen van de
gehandicaptenparkeerkaart
Artikel 4
De gehandicaptenparkeerkaart moet op zodanige wijze bij de voorruit
worden aangebracht, dat de voorzijde ervan buiten het voertuig
behoorlijk leesbaar is.
Paragraaf 4. Model van de
gehandicaptenparkeerkaart
Artikel 5
1. Als model van de
gehandicaptenparkeerkaart wordt vastgesteld het in de bijlage bij deze
regeling opgenomen model.
2. Blanco gehandicaptenparkeerkaarten worden door de met de
afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten belaste autoriteiten
rechtstreeks besteld bij CIB verkoop en advies BV, onderdeel van VNG
Diensten BV.
Paragraaf 5. Gelijkstelling van in het
buitenland afgegeven gehandicaptenparkeerkaart
Artikel 6
Met een ingevolge artikel 49 BABW afgegeven gehandicaptenparkeerkaart
wordt gelijkgesteld:
a. een gehandicaptenparkeerkaart overeenkomstig het communautair
model, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere
lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die
partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte;
b. een gehandicaptenparkeerkaart, afgegeven door het daartoe
bevoegde gezag buiten Nederland, voor zover aan de voorzijde van de
kaart het in de bijlage bij deze regeling opgenomen symbool of een
nagenoeg daaraan gelijk symbool voorkomt.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 7
De Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 1 oktober
1991, nr. RVR 103389, houdende vaststelling van regels betreffende de
invalidenparkeerkaart (Stcrt. 1991, 202), wordt ingetrokken.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2001.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling
gehandicaptenparkeerkaart.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos.
Bijlage

• Indien de kaart wordt verstrekt aan een instelling als bedoeld
in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, wordt: geen pasfoto op de kaart
aangebracht. Voorts wordt in dat geval bij `Naam' de naam van de
directeur van de instelling, en bij `Voornaam' de naam van de
instelling vermeld.
• De kaart is pas geldig indien hij
volledig is ingevuld en ondertekend door de houder of, indien het om
een kind gaat, door een van de ouders of verzorgers.
|
|
|