| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wegenverkeerswet 1994
(Wvw 1994)
REGELING
KENTEKENS EN KENTEKENPLATEN
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 36, achtste lid en 40,
derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 2, tweede lid, van het
Kentekenreglement en de artikelen 5.2.1, onderdeel d, 5.3.1,
onderdeel e, 5.4.1, onderdeel e, 5.5.1, onderdeel d,
en 5.12.1, onderdeel e, van het Voertuigreglement;
Besluit:
Artikel 1
1. Kentekens bestaan uit een samenstel van:
a. twee groepen van twee cijfers en één groep van twee
letters;
b. twee groepen van twee letters en één groep van twee
cijfers;
c. één groep van twee cijfers, één groep van drie letters
en één cijfer, of
d. één groep van twee letters, één groep van drie cijfers
en één letter.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bestaan:
a. kentekens, bevattende de lettergroep AA of CDJ en vóór 1
januari 1991 opgegeven kentekens bevattende de lettergroep CD uit
een samenstel van genoemde lettergroep en één groep van ten
hoogste drie cijfers,
b. kentekens als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het
Kentekenreglement, uit een samenstel van twee groepen van drie
letters en cijfers of een combinatie daarvan, en
c. kentekens als bedoeld in artikel 4, zevende en achtste lid
van het Kentekenreglement, uit een samenstel van twee groepen van
twee cijfers en één enkele letter.
3. Voor een bedrijfsauto of bus waarvan de toegestane maximum massa
niet meer bedraagt dan 3500 kg wordt een kenteken opgegeven:
a. waarvan de eerste letter een V of een B is, voor kentekens
die bestaan uit twee groepen van twee letters en één groep van
twee cijfers, dan wel twee groepen van twee cijfers en één groep
van twee letters;
b. waarvan de eerste letter een V is, voor kentekens die
bestaan uit één groep van twee cijfers, één groep van drie
letters en één cijfer, dan wel één groep van twee letters,
één groep van drie cijfers en één letter.
4. Voor een bedrijfsauto of bus waarvan de toegestane maximum massa
meer bedraagt dan 3500 kg wordt een kenteken opgegeven waarvan de
eerste letter een B is.
5. Indien door een wijziging van een bedrijfsauto of bus waarvoor
een kenteken is opgegeven de toegestane maximum massa niet meer dan
3500 kg dan wel meer dan 3500 kg is komen te bedragen, wordt voor dat
voertuig, met toepassing van het bepaalde in het derde en vierde lid,
een nieuw kenteken opgegeven.
Artikel 2
1.Het type en de afmetingen van letters, cijfers en horizontale
streep alsmede de onderlinge afstand daarvan, moeten overeenkomen met
de modellen A.1, A.2, B.1, B.2, C.1, C.2 of C.3 van de bijlage. Het
Europese embleem en de landenindicator moeten in geel respectievelijk
in wit zijn aangebracht op een blauwe retroreflecterende achtergrond
overeenkomstig de modellen D1 of D2 van de bijlage.
2.Het type en de afmetingen van de kentekenplaat moeten
overeenkomen met de modellen 1.1 tot en met 27.2F, 27.10A tot en met
27.31C en 30.1A tot en met 30.16 van de bijlage.
3.Het type en de afmetingen van het hologram moeten overeenkomen
met model F van de bijlage.
Artikel 3
1. Kentekens moeten zijn aangebracht op kentekenplaten in zwarte,
onuitwisbare tekens op retroreflecterende achtergrond, volgens de
modellen 27.1A tot en met 27.2F, 27.10A tot en met 27.29, 30.1A tot en
met 30.2D en 30.5 tot en met 30.16 van de bijlage. De kleur van de
achtergrond is geel voor de modellen 27.1A tot en met 27.2F, 27.10A
tot en met 27.10C en 30.1A tot en met 30.2D, lichtgroen voor de
modellen 27.11 tot en met 27.14, 30.5 en 30.6 en wit voor de modellen
27.15A tot en met 27.29 en 30.7 tot en met 30.16. De kleur van de rand
in de modellen 27.1A tot en met 27.2F, 27.10A tot en met 27.13, 27.15A
tot en met 27.17C, 27.24A tot en met 27.29, 30.1A tot en met 30.2D,
30.5 tot en met 30.8 en 30.13 tot en met 30.16 is zwart. De
kentekenplaten volgens de modellen 27.18 tot en met 27.20 en 30.9 tot
en met 30.12 mogen zijn voorzien van een zwarte rand. De in dit lid
genoemde kleuren moeten voldoen aan de Regeling eisen goedkeuring
kentekenplaten 2000.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid:
a. mogen kentekens zijn aangebracht op kentekenplaten in witte,
onuitwisbare tekens op donkerblauwe achtergrond:
1°. volgens de modellen 1.1 tot en met 10.1 van de bijlage
voor voertuigen die voor 1 januari 1977 in gebruik zijn
genomen en waarvoor, voor wat betreft de modellen 1.1, 2.1,
3.1 en 4.1 van de bijlage, geen kenteken is opgegeven dat
bestaat uit twee groepen van twee letters en één groep van
twee cijfers, dan wel één groep van twee letters, één
groep van drie cijfers en één letter of één groep van twee
cijfers, één groep van drie letters en één cijfer en
waarvoor, voor wat betreft de modellen 8.1, 9.1 en 10.1 van de
bijlage een kenteken bevattende de lettergroep AA, CDJ of
vóór 1 februari 1991 een kenteken bevattende de lettergroep
CD is opgegeven;
2°. volgens de modellen 11.1 tot en met 17.3 van de
bijlage voor voertuigen die voor 1 januari 1978 in gebruik
zijn genomen en waarvoor, voor wat betreft de modellen 11.1 en
12.1 van de bijlage, geen kenteken is opgegeven dat bestaat
uit twee groepen van twee letters en één groep van twee
cijfers dan wel één groep van twee letters, één groep van
drie cijfers en één letter of één groep van twee cijfers,
één groep van drie letters en één cijfer en waarvoor voor
wat betreft de modellen 15.1 tot en met 17.3 van de bijlage
een kenteken bevattende de lettergroep AA, CDJ of vóór 1
februari 1991 een kenteken bevattende de lettergroep CD is
opgegeven;
3°. volgens model 18.1 van de bijlage voor voertuigen die
voor 1 januari 1977 in gebruik zijn genomen en waarvoor geen
kenteken is opgegeven dat bestaat uit twee groepen van twee
letters en één groep van twee cijfers, dan wel één groep
van twee letters, één groep van drie cijfers en één letter
of één groep van twee cijfers, één groep van drie letters
en één cijfer;
b. mogen kentekens zijn aangebracht op kentekenplaten volgens
model 18.2A tot en met 18.2C van de bijlage, voor zover blijkens
het kentekenbewijs voor het voeren van deze kentekenplaten
toestemming is verleend. Deze kentekens moeten zijn aangebracht
in:
1º. zwarte, onuitwisbare tekens op een retroreflecterende
gele achtergrond dan wel
2°. Voor wat betreft motorrijtuigen die worden gebruikt
voor taxivervoer in de zin van de Wet personenvervoer 2000, in
zwarte, onuitwisbare tekens op een retroreflecterende
lichtblauwe achtergrond.
Voor wat betreft voertuigen die vóór 1 januari 1978 in
gebruik zijn genomen en waarvoor geen kenteken is opgegeven
dat bestaat uit twee groepen van twee letters en één groep
van twee cijfers, dan wel één groep van twee letters, één
groep van drie cijfers en één enkele letter, of één groep
van twee cijfers, één groep van drie letters en één enkel
cijfer mogen deze kentekens in plaats van in zwarte,
onuitwisbare tekens op een retrorefelecterende gele
achtergrond, worden aangebracht in witte, onuitwisbare tekens
op een donkerblauwe achtergrond. De kleuren geel, donkerblauw
en lichtblauw moeten voldoen aan de Regeling eisen goedkeuring
kentekenplaten 2000;
c. mag op een kentekenplichtige aanhangwagen die in gebruik is
genomen voor 1 januari 1978, een kenteken zijn aangebracht op
kentekenplaten in witte, onuitwisbare tekens op donkerblauwe
achtergrond volgens de modellen 1.1, 2.1, 8.1, 9.1, 10.1, 11.1,
12.1 en de modellen 15.1 tot en met 17.3 van de bijlage.
3. Met betrekking tot motorrijtuigen die voor 1 februari 2000 in
gebruik zijn genomen mogen kentekens, niet zijnde handelaarskentekens
of kentekens als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het
Kentekenreglement, in afwijking van het eerste lid zijn aangebracht op
een gele achtergrond volgens de modellen 11.1, 12.1, 13.1, 14.1, en
18.1 van de bijlage en, voor zover het betreft kentekens behorende tot
de lettergroep AA en CDJ alsmede vóór 1 februari 1991 opgegeven
kentekens bevattende de lettergroep CD, volgens de modellen 15.1,
16.1, 17.1, 17.2 en 17.3 van de bijlage. Deze afwijkingsmogelijkheid
geldt:
a. voor APK-plichtige motorrijtuigen: tot de aanvang van de
eerste periodieke keuring na 1 juni 2000, zulks onverminderd het
zesde en zevende lid;.
b. voor niet APK-plichtige motorrijtuigen: tot 1 februari 2003.
Indien van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik wordt gemaakt mogen
de modellen C1 of C2 worden toegepast.
4.
a. Op een niet-kentekenplichtige aanhangwagen en een
aanhangwagen die voor 1 september 2002 in het verkeer is gebracht
en waarvoor nog geen kenteken is opgegeven, mag tot 1 september
2003 het kenteken tevens zijn aangebracht op een kentekenplaat
volgens een in het derde lid genoemd model.
b. Op een niet-kentekenplichtige aanhangwagen mag het kenteken
slechts zijn aangebracht op een kentekenplaat in een kleur en
volgens een model als genoemd in het tweede lid, onder a, indien
het kenteken op het trekkend motorrijtuig op een kentekenplaat in
dezelfde kleur is aangebracht.
c. Op een aanhangwagen achter een motorrijtuig waarvoor een
GV-kenteken is opgegeven, mag een kentekenplaat met het voor het
trekkend motorrijtuig opgegeven kenteken worden gevoerd volgens de
modellen 27.24A tot en met 27.25C.
d. Indien een niet-kentekenplichtige aanhangwagen wordt
voortbewogen door een motorrijtuig dat moet worden voorzien van
handelaarskentekenplaten, geldt deze verplichting ook voor die
aanhangwagen, met dien verstande dat de kentekenplaat in afwijking
van artikel 7, eerste lid, aan de achterzijde van de aanhangwagen
wordt aangebracht.
e. Op een aanhangwagen mag het kenteken niet zijn aangebracht
op een kentekenplaat volgens model 18.2A tot en met 18.2C van de
bijlage.
5. [Vervallen.]
6. In afwijking van het eerste en derde lid moeten kentekens die
zijn opgegeven voor motorrijtuigen die op of na 1 juli 2000 voor de
eerste keer worden gebruikt voor taxivervoer in de zin van de Wet
personenvervoer 2000, zijn aangebracht op kentekenplaten in zwarte,
onuitwisbare tekens op retroreflecterende achtergrond, volgens de
modellen 27.30A tot en met 27.31C, onverminderd het bepaalde in het
tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 2°. De kleur van de
achtergrond is lichtblauw. De kleur van de rand is zwart. De in dit
lid genoemde kleuren moeten voldoen aan de Regeling eisen goedkeuring
kentekenplaten 2000.
Dit lid geldt niet voor motorrijtuigen die moeten zijn voorzien van
kentekenplaten volgens de modellen 27.15A tot en met 27.16C van de
bijlage.
7. Indien het kenteken van een motorrijtuig op meer dan drie wielen
is aangebracht op een kentekenplaat volgens model 18.2A tot en met
18.2C of 27.15A tot en met 27.16C van de bijlage, is het motorrijtuig
aan de voor- en achterzijde voorzien van een kentekenplaat volgens
hetzelfde model dan wel, voor wat betreft de modellen 27.15A tot en
met 27.16C, van een kentekenplaat volgens één van deze modellen.
8. In afwijking van de voorgaande leden moeten kentekens welke zijn
opgegeven voor bromfietsen die geconstrueerd zijn voor een
maximumsnelheid van ten hoogste 25 km/h zijn aangebracht op
kentekenplaten in witte, onuitwisbare tekens op retroreflecterende
achtergrond, volgens de modellen 30.3A tot en met 30.4D. De kleur van
de achtergrond is lichtblauw. De kleur van de rand is wit. De in dit
lid genoemde kleuren moeten voldoen aan de Regeling eisen goedkeuring
kentekenplaten 2000.
Artikel 4
1.Indien het kenteken bestaat uit twee groepen van twee cijfers
voorafgegaan door één letter of één groep van twee letters, wordt
de letter of lettergroep voor of in het midden boven de cijfergroepen
geplaatst.
2.Indien het kenteken bestaat uit twee groepen van twee cijfers
gevolgd door één letter of één groep van twee letters, wordt de
letter of lettergroep achter of in het midden onder de cijfergroepen
geplaatst.
3.Indien het kenteken bestaat uit twee groepen van twee cijfers
gescheiden door één letter of één groep van twee letters wordt de
letter of lettergroep geplaatst tussen de cijfergroepen of links naast
de tweede cijfergroep. In het laatste geval wordt de eerste
cijfergroep in het midden boven de letter of lettergroep en de tweede
cijfergroep geplaatst.
4.Indien het kenteken bestaat uit twee groepen van twee letters en
één groep van twee cijfers, worden de groepen achter elkaar
geplaatst of wordt de eerste groep in het midden boven de twee andere
groepen geplaatst.
5.Indien het kenteken bestaat uit twee groepen van twee cijfers en
één groep van twee letters of uit twee groepen van twee letters en
één groep van twee cijfers, wordt het kenteken, indien dit wordt
aangebracht op een kentekenplaat volgens model 18.1 van de bijlage,
gesplitst in twee groepen van drie tekens, waarbij de eerste groep
tekens boven de tweede groep tekens wordt geplaatst.
6.Indien het kenteken bestaat uit de lettergroepen AA of CD en
één groep van ten hoogste drie cijfers, wordt de lettergroep voor of
in het midden boven de cijfergroep geplaatst. Indien dit kenteken voor
een bromfiets is opgegeven, wordt de lettergroep rechts boven de
cijfergroep geplaatst.
7.Indien het kenteken bestaat uit de lettergroep CDJ en één groep
van ten hoogste drie cijfers, wordt de lettergroep voor of in het
midden boven de cijfergroep geplaatst dan wel, indien het een kenteken
betreft dat vóór 1 februari 1991 is opgegeven, worden de letters CD
voor de letter A of J en de cijfergroep of in het midden boven de
letter A of J en de cijfergroep geplaatst. Indien dit kenteken voor
een bromfiets is opgegeven wordt de lettergroep boven de cijfergroep
geplaatst.
8.Indien het kenteken bestaat uit twee groepen van drie letters en
cijfers of een combinatie daarvan, wordt de eerste groep van drie
tekens voor of boven de tweede groep van drie tekens geplaatst.
9.Indien het kenteken bestaat uit één groep van twee letters,
één groep van drie cijfers en één letter, dan wel één groep van
twee cijfers, één groep van drie letters en één cijfer:
a. worden de groepen en de enkele letter of het enkele cijfer
achter elkaar geplaatst;
b. wordt de eerste groep van twee letters dan wel twee cijfers
in het midden boven de groep van drie cijfers en de enkele letter,
dan wel de groep van drie letters en het enkele cijfer geplaatst;
c. wordt de eerste enkele letter dan wel het eerste enkele
cijfer tezamen met de eerste letter van de groep van drie letters
dan wel met het eerste cijfer van de groep van drie cijfers in het
midden boven de overige twee letters uit de groep van drie letters
dan wel de overige twee cijfers uit de groep van drie cijfers en
de groep van twee letters dan wel de groep van twee cijfers
geplaatst;
d. wordt op een kenteken opgegeven voor een bromfiets de eerste
enkele letter dan wel het eerste enkele cijfer tezamen met de
eerste twee cijfers van de groep van drie cijfers dan wel de
eerste twee letters van de groep van drie letters boven de laatste
letter uit de groep van drie letters dan wel het laatste cijfer
uit de groep van drie cijfers en de groep van twee letters dan wel
de groep van twee cijfers geplaatst, of
e. wordt op een kenteken opgegeven voor een bromfiets de eerste
groep van twee letters dan wel twee cijfers tezamen met het eerste
cijfer van de groep van drie cijfers dan wel de eerste letter van
de groep van drie letters boven de laatste twee cijfers uit de
groep van drie cijfers dan wel de laatste twee letters uit de
groep van drie letters en het enkele cijfer dan wel de enkele
letter geplaatst.
10.Indien het kenteken bestaat uit de lettergroep BN of GN en twee
groepen van twee cijfers en het kenteken voor een bromfiets is
opgegeven, wordt de lettergroep tezamen met het eerste cijfer van de
eerste groep van twee cijfers boven het laatste cijfer van de eerste
groep van twee cijfers en de laatste groep van twee cijfers geplaatst.
11.Indien het kenteken bestaat uit de lettergroep HC en twee
groepen van twee cijfers wordt de lettergroep tezamen met het eerste
cijfer van de eerste groep van twee cijfers boven het laatste cijfer
van de eerste groep van twee cijfers en de laatste groep van twee
cijfers geplaatst.
12.Indien het kenteken bestaat uit de enkele letter A, E, H, K, L,
N, P, S, T, V, W, X, of Z en twee groepen van twee cijfers en het
kenteken is voor een bromfiets opgegeven, wordt de enkele letter
tezamen met het eerste cijfer van de eerste groep van twee cijfers
boven het laatste cijfer van de eerste groep van twee cijfers en
laatste groep van twee cijfers geplaatst.
Artikel 5
1. Kentekenplaten zijn voorzien van een merk volgens model M.3 van
de bijlage.
2. In afwijking van het eerste lid zijn kentekenplaten voorzien van
een merk overeenkomstig artikel 5, eerste en tweede lid, zoals die
artikelleden luidden vóór de inwerkingtreding van deze regeling,
indien:
a. zij zijn afgegeven vóór 1 februari 2000;
b. zij zijn afgegeven door houders van een goedkeuring of
machtiging, bedoeld in artikel 25 van de Erkenningsregeling
fabrikanten kentekenplaten, of
c. het model 18.2 betreft voor motorrijtuigen die vóór 31
augustus 2002 in gebruik zijn genomen.
3. De kentekenplaten volgens de modellen 11.1, 12.1 en 18.1 van de
bijlage, voor zover zij zijn voorzien van een witte achtergrond,
alsmede kentekenplaten volgens de modellen 19.1 tot en met 26.1, 27.18
tot en met 27.23 en 30.9 tot en met 30.12 van de bijlage behoeven niet
te behoren tot een goedgekeurde soort.
4. Het door de lamineerder, bedoeld in de Regeling erkenning
lamineerders, aan te brengen waarmerk is volgens model M3, met dien
verstande, dat er slecht vier cijfers in zijn opgenomen, beginnend met
een 3. Het door de foliefabrikant, bedoeld in de Erkenningsregeling
foliefabrikanten, aan te brengen waarmerk is volgens model M3, met
dien verstande, dat er slechts vier cijfers in zijn opgenomen,
beginnend met een 2.
Artikel 6
1.Op de donkerblauwe of groene achtergrond van een kentekenplaat
volgens de modellen 1.1 tot en met 10.1 van de bijlage mag niets
anders voorkomen dan het kenteken, het Rijkskeurmerk, het keurmerk van
de erkende of gemachtigde kentekenplaatfabrikant en de waarmerken van
de erkende of gemachtigde foliefabrikant en lamineerder.
Voor zover het betreft een kentekenplaat volgens de modellen 5.1,
6.1 en 7.1 van de bijlage mogen voorts in witte cijfers op rode
achtergrond de laatste twee cijfers van het jaartal voorkomen dat het
jaar aangeeft waarin de geldigheid van het kentekenbewijs, door de
afgifte waarvan het kenteken is opgegeven, eindigt.
2.Op de donkerblauwe, groene of gele achtergrond van een
kentekenplaat volgens de modellen 11.1 tot en met 18.2C van de bijlage
mag niets anders voorkomen dan het kenteken, het keurmerk van de
erkende of gemachtigde kentekenplaatfabrikant en de waarmerken van de
erkende of gemachtigde foliefabrikant en lamineerder. Voor zover het
betreft een kentekenplaat volgens de modellen 13.1 en 14.1 van de
bijlage mogen voorts in witte dan wel gele retroflecterende cijfers op
rode achtergrond de laatste twee cijfers van het jaartal voorkomen dat
het jaar aangeeft waarin de geldigheid van het kentekenbewijs, door de
afgifte waarvan het kenteken is opgegeven, eindigt. Voor zover het
betreft een kentekenplaat volgens het model 18.2A tot en met 18.2C van
de bijlage met een gele dan wel lichtblauwe achtergrond is deze tevens
voorzien van een lamineercode.
3.Op de witte achtergrond van kentekenplaten volgens de modellen
11.1, 12.1, 18.1 en 19.1 tot en met 26.1 mag niets anders voorkomen
dan het kenteken en het merk van de fabrikant. Op de achtergrond van
een kentekenplaat volgens de modellen 27.1A tot en met 27.2F, 27.10A
tot en met 27.31C en 30.1 tot en met 30.16 van de bijlage mag niets
anders voorkomen dan hetgeen is vermeld in die modellen, alsmede de
waarmerken van de erkende of gemachtigde foliefabrikant en lamineerder.
De kentekenplaten volgens de modellen 27.15A tot en met 27.17C, 30.7
en 30.8 moeten zijn voorzien van een maandaanduiding, die uitsluitend
mag bestaan uit het nummer van de lopende of de volgende maand.
Artikel 7
1.Bij motorrijtuigen op meer dan drie wielen, met uitzondering van
bromfietsen, moeten de kentekenplaten zijn aangebracht aan de voor- en
achterzijde van het motorrijtuig op de daartoe bestemde plaats.
2.Bij motorrijtuigen op twee of drie wielen met of zonder
zijspanwagen, met uitzondering van bromfietsen, moet de kentekenplaat
zijn aangebracht aan de achterzijde van het motorrijtuig op de daartoe
bestemde plaats.
3.Bij aanhangwagens waarvoor een kenteken dient te zijn opgegeven
moet de kentekenplaat zijn aangebracht aan de achterzijde van de
aanhangwagen op de daartoe bestemde plaats.
4.Bij bromfietsen moet de kentekenplaat zijn aangebracht aan de
achterzijde van de bromfiets op de daartoe bestemde plaats.
5.Bij aanhangwagens waarvoor het vereiste dat een kenteken dient te
zijn opgegeven niet geldt, moet, indien de aanhangwagen is verbonden
met een motorrijtuig, een kentekenplaat met het kenteken van het
motorrijtuig zijn aangebracht aan de achterzijde van de aanhangwagen
op de daartoe bestemde plaats.
6.De kentekenplaat moet loodrecht op het verticale mediaanvlak van
het voertuig zijn aangebracht en zich in verticale stand bevinden, met
een tolerantie van 5%. Indien de vorm van het voertuig zulks vereist,
mag de kentekenplaat evenwel de volgende helling ten opzichte van de
verticale stand hebben:
a. indien de van het kenteken voorziene zijde van de
kentekenplaat naar boven is gekeerd, een hoek van ten hoogste
30°, mits de bovenrand van de kentekenplaat zich niet hoger dan
1.20 m boven het wegdek bevindt,
b. indien de van het kenteken voorziene zijde van de
kentekenplaat naar beneden is gekeerd, een hoek van ten hoogste
15°, mits de bovenrand van de kentekenplaat zich op een grotere
hoogte dan 1.20 m boven het wegdek bevindt.
7.Het kenteken dat aan de voorzijde is aangebracht moet van voren,
het kenteken dat aan de achterzijde is aangebracht, moet van achteren
zichtbaar zijn en mag niet hoger dan 2 m boven het wegdek zijn
aangebracht.
8.De kentekenplaat moet zodanig op het motorrijtuig dan wel de
aanhangwagen bevestigd, dat:
a. de kentekenplaat en het kenteken aan de achterzijde van het
voertuig over de volle, in de bijlage voorgeschreven, oppervlakte
zichtbaar is voor een waarnemer, die zich op een afstand van 20 m
midden achter het voertuig bevindt,
b. de karakters van het kenteken niet door de
bevestigingsmiddelen zijn beschadigd, en
c. de kentekenplaat aan de achterzijde van het voertuig niet
door glas of ander doorzichtig materiaal wordt bedekt.
9.Aan of op het motorrijtuig, de aanhangwagen of de kentekenplaat
mag geen teken of middel zijn aangebracht dat de herkenning, daaronder
begrepen de herkenning met behulp van technische voorzieningen, van
het kenteken bemoeilijkt of kan bemoeilijken.
10.Het bepaalde in het achtste lid, onderdeel c, geldt niet voor
voertuigen die voor 1 januari 1972 in gebruik zijn genomen, tenzij het
kenteken op een retroflecterende plaat is aangebracht.
Artikel 8
In afwijking van artikel 3, eerste lid, mogen kentekens die zijn
opgegeven voor het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 12 mei
2005 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en enkele andere wetten
in verband met de invoering van een kentekenregistratiesysteem voor
bromfietsen alsmede vaststelling van overgangsbepalingen in verband
daarmee (Stb. 281), zijn aangebracht op kentekenplaten volgens
model 18.2 of model 27.10 van de bijlage zoals deze bijlage luidde voor
die datum, voor zover blijkens het kentekenbewijs voor het voeren van
deze kentekenplaten toestemming is verleend.
Artikel 8a
In afwijking van artikel 2, eerste lid, mogen de kentekenplaten van
de modellen 27.10, 27.17, 27.20 en 27.26 van de bijlage die zijn
afgegeven voor 1 november 2011 zijn voorzien van de letter M van Model
C.2 van de bijlage bij deze regeling zoals die luidde voor 1 november
2011.
Artikel 9
De regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 13 december
1994, nr. RV 188178, betreffende kentekens en kentekenplaten (Stcrt.
248), wordt ingetrokken.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kentekens en
kentekenplaten.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage
worden gelegd bij de bibliotheek van het ministerie van Verkeer en
Waterstaat, Plesmanweg 1, ’s-Gravenhage, de Dienst Wegverkeer,
Europaweg 205, Zoetermeer en de Dienst Wegverkeer, Skager Rak 10 Veendam.
’s-Gravenhage, 3 december 1997.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink.
Bijlage
[Ligt ter inzage bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat te Den
Haag en bij de Dienst Wegverkeer te Zoetermeer en Veendam]
|
|
|