| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wegenverkeerswet 1994
(Wvw 1994)
REGELING
WIJZE VAN KEUREN NIET-PERIODIEK-KEURINGSPLICHTIGE
VOERTUIGEN
Tekst zoals deze geldt op
10 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 22, derde lid, 26 en 106,
tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
Besluit:
Artikel 1
Deze regeling is van
toepassing op:
| a. |
motorfietsen;
|
| b. |
bromfietsen, en
|
| c. |
aanhangwagens met
een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, doch niet
meer dan 3500 kg, met uitzondering van aanhangwagens achter
landbouw- of bosbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met
beperkte snelheid.
|
Artikel 2
In het kader van de
toelating van een motorfiets tot het verkeer op de weg alsmede na
invordering van het kentekenbewijs, wordt de keuring, voor wat
betreft de eisen neergelegd in Hoofdstuk
5 van het Voertuigreglement, verricht op de wijze zoals
bepaald in bijlage I. In deze bijlage worden in de linkerkolom de
keuringseisen en in de rechterkolom de daarbij behorende wijze van
keuren weergegeven.
Artikel 2a
In het kader van de
toelating van een bromfiets tot het verkeer op de weg alsmede na
invordering van het kentekenbewijs, wordt de keuring, voor wat
betreft de eisen neergelegd in hoofdstuk
5 van het Voertuigreglement, verricht op de wijze zoals
bepaald in bijlage IA. In deze bijlage worden in de linkerkolom de
keuringseisen en in de rechterkolom de daarbij behorende wijze van
keuren weergegeven.
Artikel 3
In het kader van de
toelating van een aanhangwagen, bedoeld in artikel 1, onder b, tot
het verkeer op de weg alsmede na invordering van het kentekenbewijs,
wordt de keuring, voor wat betreft de eisen neergelegd in Hoofdstuk
5 van het Voertuigreglement, verricht op de wijze zoals
bepaald in bijlage II. In deze bijlage worden in de linkerkolom de
keuringseisen en in de rechterkolom de daarbij behorende wijze van
keuren weergegeven.
Artikel 4
- 1.
- Indien visuele controle wordt
voorgeschreven doch onvoldoende uitsluitsel biedt, wordt het
desbetreffende onderdeel aanvullend op ιιn van de volgende
wijzen gecontroleerd:
- a.
- door gebruik
te maken van hulpmiddelen zoals een spiegel, hamertje,
bandijzer, staalborstel of schuurpapier;
- b.
- door het
uitoefenen van een kracht, al dan niet met behulp van
gereedschap.
- 2.
- Alvorens tot keuring wordt
overgegaan, moeten de volgende onderdelen zijn verwijderd:
- a.
- de wieldoppen,
- b.
- de
onderbeplating ten behoeve van stroomlijning of
geluidsisolatie, en de
- c.
- beschermkappen
om stuurkoppelingen.
Artikel 5
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de dag waarop de artikelen
22, derde lid, 26 en
106, tweede lid, van de
Wegenverkeerswet 1994 in werking treden.
Artikel 6
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling wijze van keuren
niet-periodiek-keuringsplichtige voertuigen.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink.
Bijlage I, behorende bij
artikel 2
|
Keuringseisen
|
Wijze van keuren
|
| |
|
|
0. Algemeen
|
|
Artikel 5.4.1
|
|
|
onderdeel a.
|
Visuele controle.
|
|
onderdelen b en c.
|
|
Visuele controle.
|
|
onderdeel d.
|
Visuele controle.
De in artikel 5
van het Kentekenreglement voorgeschreven goedkeuringsmerken
zijn:
| 1. |
voor
kentekenplaten volgens de modellen 1.1 tot en met
10.1 van de bijlage bij de regeling kentekens en
kentekenplaten:
[Illustratie verwijderd]
|
| 2. |
voor
kentekenplaten volgens de modellen 11.1 tot en met
18.2 van de bijlage bij de Regeling kentekens en
kentekenplaten:
[Illustratie verwijderd]
|
| 3. |
voor
kentekenplaten volgens de modellen 27.1 tot en met
27.17 en 27.24 tot en met 27.31 van de bijlage bij
deRegeling kentekens en kentekenplaten
[Illustratie verwijderd]
|
|
|
onderdeel e.
|
Visuele controle,
waarbij de waarnemer op een afstand van 20,00 m vσσr dan
wel achter het voertuig staat.
|
| |
|
|
1. Algemene
bouwwijze van het voertuig
|
|
Artikel 5.4.3
|
|
|
lid 1. onderdeel
a.
|
Visuele controle.
|
|
onderdeel b.
|
|
Visuele controle.
Bij twijfel in hoeverre een onderdeel is doorgeroest, mag de
roest in lichte mate worden beklopt met een hamertje met
bolle of afgeronde kop.
|
|
onderdeel c.
|
Visuele controle.
Bij twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.
|
|
lid 2.
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
Artikel 5.4.4
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
2. Afmetingen en
massa's
|
|
Artikel 5.4.6
|
|
|
leden 1 en 2.
|
In geval van
twijfel wordt de motorfiets gemeten, waarbij artikel 1.2 van
het Voertuigreglement van toepassing is.
|
| |
| |
|
3. Motor
|
|
Artikel 5.4.9
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle
van alle aanwezige brandstofsystemen.
|
|
lid 2.
|
|
Visuele controle.
Een LPG-installatie wordt gecontroleerd met behulp van een
middel dat lekkage zichtbaar maakt, waarbij het contact moet
zijn ingeschakeld.
|
|
lid 3.
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
Artikel 5.4.10
|
|
|
lid 1.
|
|
|
leden 2, en 3,
onderdelen a, b, c en d.
|
Visuele controle.
|
|
lid 3, onderdeel e.
|
|
Visuele controle,
zo nodig terwijl de motorfiets zich boven een inspectieput
of op een hefinrichting bevindt. Hierbij wordt het contact
ingeschakeld en wordt gecontroleerd of de spoel wordt
bekrachtigd. Vervolgens wordt de motor gestart waarna de
handrem wordt aangetrokken en de hoogste versnelling wordt
ingeschakeld. Met behulp van de koppeling de motor laten
afslaan waarna de bekrachtiging moet wegvallen. Indien een
controle op deze wijze niet mogelijk is, wordt de motor
gestart en nadat is overgeschakeld op LPG wordt
gecontroleerd of de spoel is bekrachtigd; daarna wordt met
het contact uitgeschakeld gecontroleerd of de bekrachtiging
is weggevallen.
|
|
lid 3, onderdeel
f.
|
Visuele controle.
|
|
lid 3, onderdeel g.
|
Visuele controle.
Hierbij wordt het contact ingeschakeld en wordt
gecontroleerd of de spoel wordt bekrachtigd. Vervolgens
wordt het contact uitgeschakeld en wordt gecontroleerd of de
bekrachtiging wegvalt.
|
|
leden 4, 5 en 6.
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
Artikel 5.4.11
|
|
lid 1.
|
Visuele en
auditieve controle.
|
|
lid 2.
|
Visuele controle.
|
|
lid 3.
|
|
|
lid 4.
|
De artikelen 3.2.1
tot en met 3.2.5 van de Regeling permanente eisen zijn van
toepassing.
|
| |
|
|
Artikel 5.4.12
|
|
|
leden 1 en 2.
|
Visuele controle.
|
| |
| |
|
Artikel 5.4.13
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
4.
Krachtoverbrenging
|
|
Artikel 5.4.15
|
1. De
afleesbaarheid wordt visueel gecontroleerd, waarbij de
verlichting wordt ingeschakeld.
2. Indien op grond
van een ander keuringsvoorschrift een rijproef wordt
uitgevoerd, wordt daarbij de werking van de snelheidsmeter
gecontroleerd.
|
| |
| |
|
Artikel 5.4.16
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
5. Assen
|
|
Artikel 5.4.18
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle.
|
|
lid 2.
|
|
Visuele controle.
|
|
lid 3.
|
Visuele controle.
In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.
|
|
lid 4.
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
Artikel 5.4.21
|
In geval van
twijfel wordt de wielbasis gemeten, waarbij artikel 1.3,
eerste lid, van het Voertuigreglement van toepassing is.
|
| |
|
|
Artikel 5.4.24
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
6. Ophanging
|
|
Artikel 5.4.27
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle.
|
|
lid 2 en 3.
|
|
Visuele controle,
waarbij het wiel wordt rondgedraaid.
|
|
lid 4.
|
Visuele controle,
waarbij het wiel wordt rondgedraaid. In geval van twijfel
wordt de profieldiepte gemeten met de profieldieptemeter.
|
|
leden 5 en 6.
|
Visuele controle,
waarbij het wiel wordt rondgedraaid.
|
|
lid 7.
|
Visuele controle,
waarbij artikel 3.2.6 van de Regeling permanente eisen van
toepassing is.
|
| |
|
|
Artikel 5.4.28
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
waarbij de motorfiets enkele malen wordt ingeveerd. In geval
van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.
|
|
lid 2.
|
Visuele controle.
|
| |
| |
|
7. Stuurinrichting
|
|
Artikel 5.4.29
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle.
|
|
lid 2.
|
|
Visuele controle,
waarbij het voorwiel naar de uiterste linker- en
rechterstuurstand wordt bewogen, terwijl de massa van de
motorfiets op de grond rust.
|
|
lid 3.
|
Visuele controle,
waarbij de motorfiets voorwaarts wordt bewogen en de
voorwielrem in werking wordt gesteld, dan wel het voorwiel
wordt ontlast en de voorvork wordt bewogen.
|
| |
|
|
8. Reminrichting
|
|
Artikel 5.4.31
|
|
|
lid 1. onderdelen
a, b en c.
|
Visuele controle.
|
|
onderdeel d.
|
Visuele controle
terwijl het remsysteem onder druk wordt gezet, hierna
aangeduid met drukproef. Het rempedaal wordt langzaam
ingetrapt, totdat een kracht van 500 N (50 kg) op het pedaal
wordt uitgeoefend. Deze kracht wordt gedurende ongeveer 10
seconden uitgeoefend waarbij het pedaal niet op de aanslag
mag komen. Bij een remhandel wordt de drukproef uitgevoerd
met maximale handkracht.
|
|
lid 2.
|
|
Controle waarbij
het rempedaal wordt ingetrapt met een kracht van ten hoogste
500 N (50 kg).
|
|
leden 3 en 4.
|
Visuele controle.
|
|
lid 5.
|
Visuele controle,
waarbij de rem wordt bediend.
|
|
lid 6.
|
Controle door de
wielen vrij van de vloer of hefinrichting met de hand rond
te draaien.
|
|
lid 7.
|
Visuele controle.
Indien de remvoering niet zonder demontage zichtbaar te
maken is, wordt de rem in werking gesteld terwijl het wiel
met de hand of met behulp van een wielspinner wordt
rondgedraaid. Hierbij mogen geen schurende geluiden van
metaal op metaal hoorbaar zijn.
|
|
lid 8.
|
Visuele controle.
|
|
lid 9.
|
Visuele controle,
waarbij het remvloeistofniveau zich niet onder de minimum
aanduiding mag bevinden.
|
| |
|
|
Artikel 5.4.38
|
|
|
leden 1 en 2.
|
Controle door
middel van een remproef op de weg, waarbij aan de hand van
de afgelegde remweg wordt bepaald of aan de vereiste
remvertraging wordt voldaan. De snelheid bij aanvang van de
remproef moet ongeveer 40 km/h bedragen. De maximale
bedieningskrachten, vermeld in het vijfde lid van artikel
5.4.38 van het Voertuigreglement, moeten in acht worden
genomen.
|
|
leden 3 en 4.
|
|
Controle door
middel van een remproef op de weg, waarbij aan de hand van
de afgelegde remweg wordt bepaald of aan de vereiste
remvertraging wordt voldaan. De snelheid bij aanvang van de
remproef moet ongeveer 40 km/h bedragen.
|
|
lid 5.
|
|
| |
|
9. Carrosserie
|
|
Artikel 5.4.41
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
waarbij het stuur naar de uiterste linker- en
rechterstuurstand wordt bewogen en de handels van de
koppeling en reminrichting worden bediend.
|
|
lid 2.
|
Visuele controle.
|
| |
| |
|
Artikel 5.4.45
|
|
|
leden 1 tot en met
4.
|
Visuele controle.
|
| |
| |
| |
|
Artikel 5.4.46
|
|
|
leden 1, en 2.
|
Visuele controle.
|
| |
| |
|
Artikel 5.4.48
|
|
|
leden 1, 2 en 3.
|
|
Visuele controle.
|
| |
|
10. Verlichting,
lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
|
| |
|
Artikel 5.4.51
|
|
|
onderdelen a. tot
en met g.
|
Visuele controle.
|
| |
| |
|
Artikel 5.4.52.
|
|
|
onderdelen a. en b.
|
Visuele controle.
|
| |
| |
|
Artikel 5.4.53
|
|
|
leden 1, 2 en 3.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld.
|
|
lid 4.
|
|
Visuele controle,
waarbij het rempedaal wordt ingetrapt dan wel de remhandel
wordt bediend, zonodig nadat het contact is ingeschakeld.
|
|
lid 5.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld.
|
| |
|
Artikel 5.4.55
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld. De
schakelaar moet automatisch in de ingeschakelde stand
blijven staan.
|
|
leden 2 en 3.
|
|
Visuele controle.
|
|
lid 4.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld.
|
|
leden 5 en 6.
|
Visuele controle.
|
|
lid 7.
|
Visuele controle,
waarbij het rempedaal wordt ingetrapt dan wel de remhandel
wordt bediend, waarbij zonodig het contact is ingeschakeld.
|
| |
|
|
Artikel 5.4.56
|
|
|
lid 1.
|
| 1. |
De stand
van de lichtbundel van het dimlicht wordt
gecontroleerd met behulp van een koplamptestapparaat
of een verlichtingsscherm, waarbij de motorfiets en
het koplamptestapparaat op een vlakke en horizontale
vloer zijn geplaatst.
|
| 2. |
Bij de
controle bedoeld in punt 1 moet
| a. |
het
voorwiel in de stand van rechtuitrijden
staan,
|
| b. |
een
persoon op de motorfiets zitten, en moeten
|
| c. |
de
banden op de juiste spanning zijn.
|
|
|
|
lid 2.
|
|
Visuele controle.
|
| |
|
Artikel 5.4.57
|
|
|
lid 1
|
|
|
onderdelen a. tot
en met j.
|
Visuele controle.
|
|
leden 2 en 3.
|
|
Visuele controle.
|
| |
|
Artikel 5.4.58
|
|
|
leden 1 en 2.
|
|
Visuele controle.
|
| |
|
Artikel 5.4.59
|
|
|
leden 1 tot en met
4.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld.
|
|
lid 5.
|
|
De wijze van
keuren bij het tweede, derde en vierde lid van artikel
5.4.55 van het Voertuigreglement is van toepassing.
|
|
lid 6.
|
De wijze van
keuren bij het eerste tot en met vijfde lid van artikel
5.4.55 van het Voertuigreglement is van toepassing.
|
| |
|
Artikel 5.4.62
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld.
|
| |
|
Artikel 5.4.64
|
Visuele controle.
|
| |
|
Artikel 5.4.65
|
Visuele controle.
Indien verlichtingsarmaturen aanwezig zijn die niet zijn
voorgeschreven dan wel toegestaan, moet de bedrading van
deze armaturen zijn losgenomen en het lampje zijn
verwijderd.
|
| |
|
Artikel 5.4.66
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle.
Indien sprake is van corrosie ter plaatse van de bevestiging
geschiedt de controle op de wijze zoals bepaald in hoofdstuk
2, titel 2, van de Regeling permanente eisen.
|
|
lid 2, onderdeel
a.
|
Het bolvormige
gedeelte wordt gemeten met een geschikt meetmiddel.
|
|
lid 2, onderdeel b.
|
Een afneembare
kogel wordt, indien aanwezig, verwijderd en wederom
aangebracht.
|
| |
|
12. Diversen
|
| |
|
Artikel 5.4.71
|
|
|
lid 1.
|
Auditieve
controle, waarbij de hoorn in werking wordt gesteld.
|
|
leden 2 en 3.
|
|
Visuele en
auditieve controle.
|
Bijlage IA, behorende
bij artikel 2a
|
Keuringeisen
|
Wijze van Keuren
|
|
0. Algemeen
|
|
Artikel 5.6.1
|
|
|
Onderdelen a, b en
e.
|
Visuele controle.
|
|
Onderdeel c.
|
Visuele controle.
|
| |
Het in artikel 5
van het Kentekenreglement voorgeschreven goedkeuringsmerk
is:
|
| |
Zie afbeelding
onder deze tabel.
|
|
Onderdeel d.
|
Visuele controle,
waarbij de waarnemer op een afstand van 20,00 m achter het
voertuig staat.
|
| |
|
|
1. Algemene
bouwwijze van het voertuig
|
|
Artikel 5.6.3
|
|
|
Lid 1. Onderdeel
a.
|
Visuele controle.
|
|
Onderdeel b.
|
Visuele controle.
Bij twijfel in hoeverre een onderdeel is doorgeroest, mag de
roest in lichte mate worden beklopt met een hamertje met
bolle of afgeronde kop.
|
|
Lid 2. Onderdeel
a.
|
Visuele controle.
|
|
Onderdeel c.
|
Visuele controle.
Bij twijfel in hoeverre een onderdeel is doorgeroest, mag de
roest in lichte mate worden beklopt met een hamertje met
bolle of afgeronde kop.
|
|
Lid 3.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 4.
|
Visuele controle.
Indien sprake is van corrosie geschiedt de controle op de
wijze zoals bepaald in hoofdstuk 2, titel 2, van de regeling
permanente eisen.
|
|
Artikel 5.6.4
|
|
|
Leden 1 en 2.
|
Visuele controle.
|
|
§2. Afmetingen
|
|
Artikel 5.6.6
|
|
|
Leden 1 en 2.
|
In geval van
twijfel wordt de motorfiets gemeten, waarbij artikel 1.2 van
het Voertuigreglement van toepassing is.
|
|
§3. Motor
|
|
Artikel 5.6.8
|
|
|
Lid 1.
|
De artikelen 3.4.6
tot en met 3.4.9 van de Regeling permanente eisen zijn van
toepassing.
|
|
Lid 2.
|
Visuele controle,
waarbij eventuele aanwezige voorzieningen worden bediend of
ingeschakeld. Eventueel wordt de meting opnieuw uitgevoerd.
|
|
Lid 3.
|
|
|
Artikel 5.6.9
|
|
|
Leden 1,2 en 3.
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.11
|
|
|
Lid 1.
|
Visuele en
auditieve controle.
|
|
Lid 2.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 3.
|
|
|
Leden 4 en 5.
|
De artikelen
3.4.10 tot en met 3.4.13 van de Regeling permanente eisen
zijn van toepassing.
|
|
Lid 6.
|
|
|
Artikel 5.6.12
|
|
|
Leden 1 en 2.
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.13
|
Visuele controle.
|
|
§4.
Krachtoverbrenging
|
|
Artikel 5.6.15
|
De afleesbaarheid
wordt visueel gecontroleerd, waarbij de verlichting wordt
ingeschakeld.
|
| |
Indien op grond
van een ander keuringsvoorschrift een rijproef wordt
uitgevoerd, wordt daarbij de werking van de snelheidsmeter
gecontroleerd.
|
|
Artikel 5.6.16
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.18
|
|
|
Lid 1.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 2.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 3.
|
Visuele controle.
In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.
|
|
Lid 4.
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.19
|
|
|
Lid 1.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 2.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 3.
|
Visuele controle.
|
| |
Voor het zichtbaar
maken van:
|
| |
a. axiale speling
van fuseepennen, -lageringen en -bussen, wordt elk wiel
ontlast en op en neer bewogen dan wel ontlast en langzaam
weer belast;
|
| |
b. radiale speling
van fuseepennen, -lageringen en -bussen, wordt elk wiel
gedeeltelijk ontlast en handmatig of met behulp van een
spelingsdetector bewogen;
|
| |
c. axiale en
radiale speling van fusee en overige kogelgewrichten, wordt
elke kogel en opzichte van de draagarm in elke richting
bewogen; bij deze controle moet de stand van de
wielophanging zoveel mogelijk overeen komen met de
rijpositie en moeten de kogels zoveel mogelijk onbelast
zijn;
|
| |
d. radiale speling
van de overige draaipunten, wordt elk draaipunt in radiale
richting ten opzichte van de bevestiging bewogen met behulp
van een spelingsdetector dan wel handmatig.
|
| |
In geval van
twijfel wordt de speling gemeten met een geschikt
meetmiddel.
|
| |
Op de speling zijn
de artikelen 2.5.2 tot en met 2.5.4 van de Regeling
permanente eisen van toepassing.
|
|
Lid 4.
|
Indien de hoes is
beschadigd of ontbreekt, vindt visuele controle plaats.
|
|
Lid 5.
|
|
|
Artikel 5.6.20
|
|
|
Lid 1 onderdeel a.
|
Visuele controle.
|
| |
Voor de controle
van de speling moet elk wiel vrij kunnen ronddraaien en
wordt elk wiel met de hand of met behulp van een hefboom,
bijvoorbeeld een koevoet, haaks op de draairichting bewogen.
|
| |
In geval van
twijfel wordt de speling gemeten met een geschikt
meetmiddel.
|
| |
De meting vindt
plaats op een zo groot mogelijke afstand van de hartlijn van
de as.
|
| |
Bij bestuurde
wielen moet:
|
| |
a. ιιn maal in
ongeremde toestand, voor de bepaling van de speling van de
wiellager en de fusee tezamen, en
|
| |
b. ιιn maal in
geremde toestand, voor de bepaling van de speling van de
fusee, worden gemeten.
|
| |
Op de speling is
artikel 2.5.5 van de Regeling permanente eisen van
toepassing.
|
|
Lid 1. Onderdeel b.
|
Visuele en
auditieve controle, waarbij het wiel wordt rondgedraaid, al
dan niet met behulp van apparatuur. Zo nodig wordt een
rijproef uitgevoerd.
|
|
Lid 2.
|
|
|
Artikel 5.6.24
|
Visuele controle,
terwijl het wiel vrij kan ronddraaien.
|
|
Artikel 5.6.27
|
|
|
Lid 1.
|
Visuele controle.
|
|
Leden 2 tot en met
5
|
Visuele controle,
waarbij het wiel wordt rondgedraaid.
|
|
Artikel 5.6.28
|
|
|
Lid 1.
|
Visuele controle,
waarbij de bromfiets enkele malen wordt ingeveerd. In geval
van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.
|
|
Lid 2.
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.29
|
|
|
Lid 1. Onderdeel
a.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 1. Onderdeel b.
|
Visuele controle,
waarbij het voorwiel naar de uiterste linker- en
rechterstuurstand wordt bewogen, terwijl de massa van de
bromfiets op de grond rust.
|
|
Lid 1. Onderdeel c.
|
Visuele controle,
waarbij de bromfiets voorwaarts wordt bewogen en de
voorwielrem in werking wordt gesteld, dan wel het voorwiel
wordt ontlast en de voorvork wordt bewogen.
|
|
Lid 2. Onderdeel
a.
|
Visuele controle,
waarbij met de wielen in de stand van rechtuitrijden, het
stuurwiel naar links en naar rechts wordt gedraaid met een
hoekverdraaiing van ten hoogste 15Ί, zo nodig met draaiende
motor. De bestuurde wielen moeten hierbij van stand
veranderen.
|
|
Lid 2. Onderdeel b.
|
Visuele controle,
waarbij de stuurbekrachtiging buiten werking is gesteld. De
bestuurde wielen worden naar de uiterste linker- en
rechterstuurstand bewogen waarbij de bestuurde wielen
gedeeltelijk mogen worden ontlast.
|
|
Lid 2. Onderdeel c.
|
Visuele controle.
Terwijl de massa van de bromfiets op de wielen rust, wordt
het stuurwiel met krachtige korte bewegingen naar links en
naar rechts gedraaid. Indien sprake is van corrosie ter
plaatse van de bevestiging geschiedt de controle op de wijze
zoals bepaald in hoofdstuk 2, titel 2, van de Regeling
permanente eisen.
|
|
Lid 2. Onderdeel d.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 2. Onderdeel e.
|
Visuele controle.
Hierbij wordt het stuurwiel langzaam naar links en naar
rechts gedraaid en axiaal bewogen.
|
|
Lid 2. Onderdeel
f.
|
Visuele controle.
Op scheuren dan wel het loslaten van de vulcanisatie is
artikel 2.7.2 van de Regeling permanente eisen van
toepassing.
|
|
Lid 2. Onderdeel g.
|
Visuele controle.
Voor het zichtbaar maken van:
|
| |
a. radiale speling
wordt het stuurwiel met krachtige, korte bewegingen naar
links en naar rechts gedraaid terwijl de massa van de
bromfiets op de wielen rust
|
| |
b. axiale speling
worden op de stuurkogel of stuurverbinding trek- en
drukkrachten uitgeoefend.
|
| |
In geval van
twijfel wordt de speling gemeten met een geschikt
meetmiddel.
|
| |
Op de speling is
artikel 2.7.3 van de Regeling permanente eisen van
toepassing.
|
|
Lid 2. Onderdeel
h.
|
Visuele controle
indien de hoes is beschadigd of ontbreekt, vindt visuele
controle plaats.
|
|
Lid 3.
|
|
|
Artikel 5.6.31
|
|
|
Lid 1. Onderdelen
a,b en c.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 1. Onderdeel d.
|
Visuele controle
terwijl het remsysteem onder druk wordt gezet, hierna
aangeduid met 'drukproef'. Het rempedaal wordt, bij een
hydraulisch remsysteem langzaam, ingetrapt totdat een kracht
van 500 N (50 kg) op het pedaal wordt uitgeoefend. Deze
kracht wordt gedurende ongeveer 10 seconden uitgeoefend
waarbij het pedaal niet op de aanslag mag komen. Bij een
remhandel moet de drukproef worden uitgevoerd met de
maximale handkracht.
|
|
Lid 2.
|
Controle waarbij
het rempedaal wordt ingetrapt met een kracht van ten hoogste
500 N (50kg). Bij een remhandel moet dit worden uitgevoerd
met de maximale handkracht.
|
|
Lid 3.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 4. Onderdeel
a.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 4. Onderdeel b.
|
Visuele controle,
waarbij de bestuurde wielen naar de uiterste linker- en
rechterstuurstand worden gebracht.
|
|
Lid 4. Onderdeel c.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 5.
|
Visuele controle,
waarbij de rem wordt bediend.
|
|
Lid 6.
|
Visuele controle.
Indien de remvoering niet zonder demontage zichtbaar te
maken is, wordt de rem in werking gesteld terwijl het wiel
met de hand of met behulp van een wielspinner wordt
rondgedraaid. Hierbij mogen geen schurende geluiden van
metaal op metaal hoorbaar zijn.
|
|
Lid 7.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 8.
|
Visuele controle,
waarbij het remvloeistofniveau zich niet onder de
minimumaanduiding mag bevinden.
|
|
Artikel 5.6.38
|
|
|
Lid 1. Onderdeel
a, b en c. en Lid 2 en 3.
|
Controle door
middel van een remproef op de weg, waarbij aan de hand van
de afgelegde remweg wordt bepaald of aan de vereiste
remvertraging wordt voldaan. De snelheid bij aanvang van de
remproef moet ongeveer 25 km/h bedragen bij een bromfiets
met een door de constructie bepaalde snelheid van 25 km/h
onderscheidenlijk 40 km/h voor een bromfiets met een door de
constructie bepaalde snelheid van 45 km/h. Tevens is het ook
toegestaan om bij bromfietsen op meer dan 2 wielen een
zelfregistrerende remvertragingsmeter te gebruiken.
|
|
Lid 4.
|
Terwijl de wielen
zich vrij van de grond of van de hefinrichting bevinden,
wordt het rempedaal licht ingetrapt dan wel de remhandel
licht ingedrukt, en wordt gecontroleerd of elk wiel wordt
geremd.
|
|
Artikel 5.6.39
|
Terwijl twee
wielen zich vrij van de grond of van de hefinrichting
bevinden, wordt de vastzetinrichting onderscheidenlijk
vergrendeling in werking gesteld, waarna gecontroleerd wordt
of een van de assen wordt geremd.
|
|
Artikel 5.6.41
|
|
|
Leden 1 en 2.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 3.
|
Visuele controle,
waarbij de deuren worden geopend en gesloten.
|
|
Lid 4.
|
Visuele controle,
waarbij de motorkap of het kofferdeksel worden geopend en
gesloten.
|
|
Lid 5.
|
Visuele controle.
Indien sprake is van corrosie ter plaatse van de bevestiging
geschiedt de controle op de wijze zoals bepaald in hoofdstuk
2, titel 2, van de Regeling permanente eisen.
|
|
Lid 6.
|
|
|
Artikel 5.6.43
|
|
|
Lid 1.
|
Visuele controle.
Indien bij het in werking stellen van de installatie ten
minste ιιn stand werkt, blijft verdere controle
achterwege.
|
|
Lid 2.
|
Visuele controle,
waarbij de installatie in werking wordt gesteld.
|
|
Artikel 5.6.45
|
|
|
Leden 1,2,3 en 4.
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.46
|
|
|
Leden 1 en 2.
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.47
|
|
|
Leden 1 en 2.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 3.
|
Visuele controle,
waarbij een eventuele rolgordel volledig wordt uitgetrokken.
Indien sprake is van corrosie ter plaatse van de bevestiging
geschiedt de controle op de wijze zoals bepaald in hoofstuk
2, titel 2, van de Regeling permanente eisen.
|
|
Lid 4.
|
Visuele controle.
Hierbij wordt de gordel in de sluiting gebracht. Indien de
gordel is voorzien van een oprolmechanisme wordt de gordel
omgedaan. De blokkering wordt gecontroleerd door te rukken
aan de gordel; indien dit geen uitsluitsel biedt wordt
tijdens een remproef op de weg het blokkeren van de gordel
gecontroleerd.
|
|
Artikel 5.6.48
|
|
|
Leden 1,2 en 3.
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.51
|
|
|
Leden 1 en 2.
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.52
|
Visuele controle.
In geval van twijfel wordt gemeten.
|
|
Artikel 5.6.53
|
|
|
Lid 1,2 en 3.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld.
|
|
Lid 4.
|
Visuele controle,
waarbij het rempedaal wordt ingetrapt dan wel de remhandel
wordt bediend, zonodig nadat het contact is ingeschakeld.
|
|
Lid 5.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld.
|
|
Artikel 5.6.55
|
|
|
Lid 1.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld. De
schakelaar moet automatisch in de ingeschakelde stand
blijven staan.
|
|
Lid 2.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 3.
|
Visuele controle.
Indien het glas is beschadigd of bewerkt is artikel 2.10.12
van de Regeling permanente eisen van toepassing.
|
|
Lid 4.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld.
|
|
Lid 5.
|
Visuele controle,
voorzover het lichtdoorlatende gedeelte betreft, mogen tot
maximaal 25% zijn afgeschermd door bijvoorbeeld rasters en
spijltjes. Deze afscherming mag niet zodanig zijn
aangebracht dat de functie van de retroreflectoren en de
lichten wezenlijk wordt beοnvloed.
|
|
Lid 6.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 7.
|
Visuele controle,
waarbij het rempedaal wordt ingetrapt dan wel de remhandel
afzonderlijk wordt bediend, zonodig nadat het contact is
ingeschakeld.
|
|
Artikel 5.6.57
|
|
|
Lid 1.
|
Visuele controle.
|
|
Lid 2.
|
Visuele controle.
In geval van twijfel wordt gemeten.
|
|
Lid 3.
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.58
|
|
|
Lid 1.
|
Visuele controle.
In geval van twijfel wordt gemeten.
|
|
Lid 2.
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.59
|
|
|
Leden 1,2,3,4 en
5.
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.64
|
|
|
Leden 1 en 2
|
Visuele controle.
|
|
Artikel 5.6.65
|
Visuele controle.
Indien verlichtingsarmaturen aanwezig zijn die niet zijn
voorgeschreven dan wel toegestaan, moet de bedrading van
deze armaturen zijn losgenomen en het lampje verwijderd.
|
|
Artikel 5.6.66
|
|
|
Lid 1.
|
Visuele controle.
Indien sprake is van corrosie ter plaatse van de bevestiging
geschiedt de controle op de wijze zoals bepaald in hoofdstuk
2, titel 2, van de Regeling permanente eisen.
|
|
Lid 2. Onderdeel
a.
|
Het bolvormige
gedeelte wordt gemeten met een geschikt meetmiddel.
|
|
Lid 2. Onderdeel b.
|
Een afneembare
kogel wordt, indien aanwezig, verwijderd en wederom
aangebracht.
|
|
Artikel 5.6.71
|
|
|
Lid 1.
|
Visuele en
auditieve controle, waarbij de hoorn dan wel bel in werking
wordt gesteld
|
|
Leden 2 en 3.
|
Visuele en
auditieve controle.
|
[Illustratie verwijderd]
Bijlage II, behorend bij
artikel 3
|
Keuringseisen
|
Wijze van keuren
|
| |
|
|
0. Algemeen
|
|
Artikel 5.12.1
|
|
|
onderdeel a.
|
Visuele controle.
|
|
onderdeel b.
|
Visuele controle.
|
|
onderdeel c.
|
Visuele controle.
De volgende
gegevens moeten worden gecontroleerd:
| a. |
de naam
van de fabrikant;
|
| b. |
het
goedkeuringsnummer;
|
| c. |
het
identificatienummer;
|
| d. |
de
toegestane maximum massa van de aanhangwagen;
|
| e. |
de
toegestane maximum massa voor elk van de assen in
volgorde van de voorste as naar de achterste as;
|
| f. |
in geval
van een oplegger: maximum toegestane druk op de
koppelschotel.
|
|
|
onderdeel d.
|
Visuele controle.
De in artikel 5
van het Kentekenreglement voorgeschreven goedkeuringsmerken
zijn:
| 1. |
voor
kentekenplaten volgens de modellen 1.1 tot en met
10.1 van de bijlage bij de Regeling kentekens en
kentekenplaten:
[Illustratie verwijderd]
|
| 2. |
voor
kentekenplaten volgens de modellen 11.1 tot en met
18.2 van de bijlage bij de Regeling kentekens en
kentekenplaten:
[Illustratie verwijderd]
|
| 3. |
voor
kentekenplaten volgens de modellen 27.1 tot en met
27.17 en 27.24 tot en met 27.31 van de bijlage bij
de Regeling kentekens en kentekenplaten:
[Illustratie verwijderd]
|
|
|
onderdeel e.
|
Visuele controle,
waarbij de waarnemer op een afstand van 20,00 m vσσr dan
wel achter de aanhangwagen staat.
|
| |
|
|
1. Algemene
bouwwijze van het voertuig
|
|
Artikel 5.12.3
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt. Indien sprake is van corrosie
geschiedt de controle overeenkomstig hoofdstuk 2, titel 2,
van de Regeling permanente eisen.
|
|
lid 2.
|
|
| |
|
|
Artikel 5.12.4
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
|
lid 2.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt. Indien sprake is van corrosie
geschiedt de controle overeenkomstig hoofdstuk 2, titel 2,
van de Regeling permanente eisen.
|
| |
|
|
Artikel 5.12.5
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
| |
|
|
2. Afmetingen en
massa's
|
|
Artikel 5.12.6
|
|
|
lid 1.
|
De aanhangwagen
wordt in geval van twijfel gemeten, waarbij artikel 1.2 van
het Voertuigreglement van toepassing is.
|
|
lid 2.
|
|
|
lid 3.
|
De wijze van
keuren bij het eerste lid is van toepassing.
|
|
lid 4.
|
In geval van
twijfel wordt gemeten.
|
|
lid 5.
|
|
|
leden 6, 7 en 8.
|
De wijze van
keuren bij het eerste lid is van toepassing.
|
|
lid 9
|
visuele controle.
|
| |
| |
|
Artikel 5.12.7
|
|
|
leden 1 en 2.
|
In geval van
buitensporige wijziging van de inrichting wordt de
aanhangwagen gewogen.
|
| |
|
|
5. Assen
|
|
Artikel 5.12.18.
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt en, indien sprake is van corrosie
ter plaatse van de bevestiging, geschiedt de controle
overeenkomstig hoofdstuk 2, titel 2, van de Regeling
permanente eisen.
|
|
leden 2, 3 en 4.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
|
lid 5.
|
|
| |
|
|
Artikel 5.12.19.
|
| |
|
lid 1.
|
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
|
lid 2.
|
| 1. |
De wijze
van keuren bij het eerste lid is van toepassing.
|
| 2. |
Voor het
zichtbaar maken van:
| a. |
axiale
speling van fuseepennen, -lageringen en
-bussen, wordt elk wiel ontlast en op en
neer bewogen dan wel ontlast en langzaam
weer belast;
|
| b. |
radiale
speling van fuseepennen, -lageringen en
-bussen, wordt elk wiel gedeeltelijk ontlast
en handmatig dan wel met behulp van een
spelingsdetector bewogen;
|
| c. |
axiale
en radiale speling van fuseekogels en
overige kogelgewrichten, wordt elke kogel
ten opzichte van de draagarm in elke
richting bewogen; bij deze controle moet de
stand van de wielophanging zoveel mogelijk
overeenkomen met de rijpositie en moeten de
kogels zoveel mogelijk onbelast zijn;
|
| d. |
radiale
speling van de overige draaipunten, wordt
elk draaipunt in radiale richting ten
opzichte van de bevestiging bewogen met
behulp van een spelingsdetector dan wel
handmatig.
|
|
| 3. |
In geval
van twijfel wordt de speling gemeten met een
geschikt meetmiddel.
|
| 4. |
Op de
speling zijn de artikelen 2.5.2 tot en met 2.5.4 van
de Regeling permanente eisen van overeenkomstige
toepassing.
|
|
|
lid 3.
|
Visuele controle
indien de hoes is beschadigd of ontbreekt, terwijl de
aanhangwagen zich boven een inspectieput of op een
hefinrichting bevindt.
|
|
lid 4.
|
|
|
| |
|
|
Artikel 5.12.20
|
|
|
lid 1.
|
| 1. |
Visuele
controle, terwijl de aanhangwagen zich boven een
inspectieput of op een hefinrichting bevindt.
|
| 2. |
Voor de
controle van de speling moet elk wiel vrij kunnen
ronddraaien en wordt elk wiel met de hand of met
behulp van een hefboom haaks op de draairichting
bewogen.
|
| 3. |
In geval
van twijfel wordt de speling gemeten met een
geschikt meetmiddel.
|
| 4. |
De meting
vindt plaats op een zo groot mogelijke afstand van
de hartlijn van de as.
|
| 5. |
Op de
speling is artikel 2.5.5 van de Regeling permanente
eisen van overeenkomstige toepassing.
|
|
|
lid 2.
|
Visuele en
auditieve controle, waarbij het wiel moet worden
rondgedraaid, al dan niet met behulp van apparatuur.
|
|
lid 3.
|
|
| |
|
|
Artikel 5.12.21
|
|
In geval van
twijfel wordt de wielbasis gemeten, waarbij artikel 1.3,
eerste lid, van het Voertuigreglement van toepassing is.
|
| |
|
|
Artikel 5.12.24
|
|
|
leden 1 en 2.
|
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt en het wiel vrij kan ronddraaien.
|
| |
|
|
Artikel 5.12.26
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
| |
| |
|
6. Ophanging
|
|
Artikel 5.12.27
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle.
|
|
leden 2 en 3.
|
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt, waarbij het wiel moet worden
rondgedraaid.
|
|
lid 4.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt, waarbij het wiel moet worden
rondgedraaid. In geval van twijfel wordt de profieldiepte
gemeten met de profieldieptemeter.
|
|
lid 5.
|
|
De wijze van
keuren bij het tweede en derde lid is van toepassing.
|
|
lid 6.
|
Visuele controle.
|
|
lid 7.
|
Visuele controle,
waarbij artikel 2.6.1 van de Regeling permanente eisen van
overeenkomstige toepassing is.
|
|
lid 8.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
|
lid 9.
|
|
| |
|
|
Artikel 5.12.28
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt. In geval van twijfel wordt een
rijproef uitgevoerd.
|
|
lid 2.
|
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt. Indien sprake is van corrosie ter
plaatse van de bevestiging, geschiedt de controle
overeenkomstig hoofdstuk 2, titel 2, van de Regeling
permanente eisen.
|
|
lid 3.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt. In geval van twijfel wordt een
rijproef uitgevoerd.
|
|
lid 4.
|
De wijze van
keuren bij het tweede lid is van toepassing.
|
|
lid 5.
|
|
| |
|
7. Stuurinrichting
|
|
Artikel 5.12.29
|
|
|
lid 1.
|
|
|
lid 2.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
|
leden 3, 4, 5, 6
en 7.
|
|
| |
| |
|
Artikel 5.12.30
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
|
lid 2.
|
| 1. |
Visuele
controle, terwijl de aanhangwagen zich boven een
inspectieput of op een hefinrichting bevindt.
|
| 2. |
Het
zichtbaar maken van de speling geschiedt op de
volgende wijze:
| a. |
door
middel van een hefboom of koevoet, dan wel
|
| b. |
door
het chassis te heffen.
|
|
| 3. |
In geval
van twijfel wordt de speling gemeten met een
geschikt meetmiddel.
|
|
|
lid 3.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt. Indien sprake is van corrosie
geschiedt de controle overeenkomstig hoofdstuk 2, titel 2,
van de Regeling permanente eisen.
|
|
lid 4.
|
|
| |
|
|
8. Reminrichting
|
|
Artikel 5.12.31
|
|
|
lid 1.
onderdeel a.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt. Indien sprake is van corrosie ter
plaatse van de bevestiging geschiedt de controle
overeenkomstig hoofdstuk 2, titel 2 van de Regeling
permanente eisen.
|
|
onderdeel b.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt. Indien sprake is van corrosie aan
de remleiding of remschijf zijn de artikelen 2.8.2 en 2.8.3
van de Regeling permanente eisen van overeenkomstige
toepassing.
|
|
onderdeel c.
|
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
|
onderdeel d.
|
Visuele controle
of auditieve controle, terwijl de aanhangwagen zich boven
een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Bij een
geheel of gedeeltelijk drukluchtremsysteem moet, indien
mogelijk met de drukluchtremkrachtregelaar(s) in de stand
van vol doorsturen, de maximale remdruk snel worden
ingestuurd door het rempedaal van het trekkende voertuig
snel in te trappen dan wel door druk vanuit een externe bron
snel in te sturen. Indien de aanhangwagen is voorzien van
een hydraulisch remsysteem moet het remsysteem met behulp
van het trekkende voertuig onder druk worden gebracht aan de
hand van de wijze van keuren behorende bij artikel 5.3.31,
eerste lid, onderdeel d, van het Voertuigreglement, zoals
voorgeschreven in de Regeling wijze van keuren APK.
|
|
lid 2. onderdeel
a.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt. Indien een remslang is misvormd
zijn de artikelen 2.8.4 en 2.8.6 van de Regeling permanente
eisen van overeenkomstige toepassing.
|
|
onderdelen b en c.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
|
lid 3.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
|
lid 4.
|
Controle door de
wielen vrij van de grond of hefinrichting met de hand dan
wel met behulp van een wielspinner rond te draaien.
|
|
lid 5.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
Indien de
remvoering niet zonder demontage zichtbaar te maken is, moet
de rem in werking worden gesteld terwijl het wiel met de
hand of met behulp van een wielspinner wordt rondgedraaid.
Hierbij mogen geen schurende geluiden van metaal op metaal
hoorbaar zijn.
|
|
lid 6.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
|
lid 7.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt. De hoezen moeten worden
gecontroleerd voor zover dit mogelijk is zonder demontage.
|
|
lid 8.
|
Visuele controle
terwijl het trekkende voertuig met de aangekoppelde
aanhangwagen eerst achteruitrijdt en vervolgens vooruitrijdt
waarna wordt geremd. De oplooprem moet dan normaal
functioneren.
|
|
lid 9.
|
|
| |
|
|
Artikel 5.12.35
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
|
lid 2.
|
Visuele controle
met behulp van manometers, terwijl de aanhangwagen zich
boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt,
waarbij de rem in werking moet worden gesteld. Indien
mogelijk wordt de controle ook uitgevoerd wanneer de
drukluchtremkrachtregelaar de volle druk doorstuurt.
Controle op het goed functioneren kan achterwege blijven
indien de controle is uitgevoerd overeenkomstig de wijze van
keuren, bedoeld in lid 3.
|
|
lid 3.
|
| 1. |
Visuele
controle op de aanwezigheid, waarbij het merk en
type van de drukluchtremkrachtregelaars mag
afwijken.
|
| 2. |
Indien ter
plaatse de daadwerkelijke aslast kan worden
vastgesteld, vindt de controle van de afstelling van
de drukluchtremkrachtregelaars plaats met behulp van
manometers, terwijl de aanhangwagen zich boven een
inspectieput of op een hefinrichting bevindt.
Hierbij wordt de rem in werking gesteld waarbij de
afstelling ten hoogste 0,5 bar mag afwijken van de
gegevens op de plaat. De volgende twee afstellingen
moeten ten minste worden gecontroleerd
| a. |
de
stand waarin de regelaars zich bevinden
behorende bij de vastgestelde aslast, en
|
| b. |
de
stand van de regelaars wanneer deze de volle
druk doorsturen, voorzover dit mogelijk is
zonder demontage.
|
|
| 3. |
Indien ter
plaatse de daadwerkelijke aslast niet kan worden
vastgesteld, vindt een globale controle van de
afstelling van de drukluchtremkrachtregelaars plaats
met behulp van manometers, terwijl de aanhangwagen
zich boven een inspectieput of op een hefinrichting
bevindt. Hierbij wordt de rem in werking gesteld.
Bij een niet maximaal belaste as wordt de werking
van de regelaars gecontroleerd door:
| a. |
de
druk te meten die de regelaars doorsturen in
de stand waarin deze zich dan bevindt; en
|
| b. |
de
afstelling te meten van de stand waarin de
regelaars de volle druk doorsturen,
voorzover mogelijk zonder demontage.
De
volgens punt b, gemeten druk moet hoger zijn
dan de druk die is vastgesteld volgens punt
a. Indien de betreffende as nagenoeg
maximaal is belast, mag de volgens punt b
gemeten druk gelijk zijn aan de vastgestelde
druk volgens punt a.
|
|
|
|
lid 4.
|
Visuele controle,
waarbij het ontwateringsventiel, indien mogelijk, moet
worden bediend.
|
| |
|
|
Artikel 5.12.36
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt, waarbij de rem in werking moet
worden gesteld.
|
|
lid 2.
|
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt, waarbij de rem in werking moet
worden gesteld. In geval van twijfel moet worden gemeten.
|
| |
|
|
Artikel 5.12.38
|
|
|
leden 1, 2 en 3.
|
Indien de
aanhangwagen voldoet aan artikel 5.12.38, vierde lid, van
het Voertuigreglement blijft controle hierop achterwege.
|
|
lid 4.
|
|
Terwijl de wielen
zich vrij van de grond of van de hefinrichting bevinden,
wordt:
| a. |
indien de
aanhangwagen is voorzien van een drukluchtremsysteem,
de bedrijfsrem bediend en wordt gecontroleerd of elk
wiel wordt geremd;
|
| b. |
indien de
aanhangwagen is voorzien van een
oploopreminrichting, de vastzetinrichting bediend en
wordt gecontroleerd of elk wiel wordt geremd.
|
|
|
lid 5.
|
1. Indien de
aanhangwagen is voorzien van een drukluchtremsysteem en de
aanhangwagen voldoet aan artikel 5.12.35, tweede en derde
lid, van het Voertuigreglement en aan artikel 5.12.38, zesde
lid, van het Voertuigreglement blijft controle hierop
achterwege.
2. Indien de
aanhangwagen is voorzien van een oploopreminrichting blijft
controle hierop achterwege.
|
|
lid 6.
|
1. Indien de
aanhangwagen is voorzien van een drukluchtremsysteem is
artikel 2.8.55 van de Regeling permanente eisen van
overeenkomstige toepassing.
2. Indien de
aanhangwagen is voorzien van een oploopreminrichting blijft
controle hierop achterwege.
|
|
lid 7.
|
|
| |
|
|
Artikel 5.12.39
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt, waarbij de vastzetinrichting
wordt bediend.
|
|
lid 2.
|
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven
een inspectieput
of op een hefinrichting bevindt.
|
| |
|
|
Artikel 5.12.40
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
terwijl de luchtslang van de voorraad tussen het trekkende
voertuig of een andere externe bron en de aanhangwagen wordt
losgenomen.
|
|
lid 2.
|
|
Indien een losknop
aanwezig is, moet deze, nadat de luchtslang van de voorraad
is losgekoppeld, eerst worden bediend en moet vervolgens de
luchtslang van de voorraad worden aangesloten. Hierbij moet
de losknop terugkeren in zijn oorspronkelijke stand.
|
|
leden 3 en 4.
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
9. Carrosserie
|
|
Artikel 5.12.41
|
Visuele controle,
waarbij de deuren en laadbakkleppen worden geopend en
gesloten.
|
| |
|
|
Artikel 5.12.48
|
| |
|
leden 1, 2 en 3.
|
Visuele controle.
In geval van twijfel wordt gemeten.
|
|
lid 4.
|
|
Visuele controle,
waarbij de artikelen 2.9.18 tot en met 2.9.22 alsmede
artikel 2.9.30 van de Regeling permanente eisen van
overeenkomstige toepassing zijn.
|
|
lid 5.
|
Visuele controle,
waarbij de artikelen 2.9.23 tot en met 2.9.30 van de
Regeling permanente eisen van overeenkomstige toepassing
zijn.
|
|
leden 6 en 7.
|
Visuele controle.
|
|
lid 8.
|
|
| |
|
|
Artikel 5.12.49
|
|
|
leden 1, 2, 3, 4
en 5.
|
Visuele controle.
In geval van twijfel wordt gemeten.
|
|
leden 6, 7 en 8.
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
10. Verlichting,
lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
|
|
Artikel 5.12.51
|
|
|
onderdelen a. tot
en met h.
|
Visuele controle.
|
|
onderdeel i.
|
Visuele controle,
waarbij de artikelen 2.10.5 tot en met 2.10.8 van de
Regeling permanente eisen van overeenkomstige toepassing
zijn.
|
|
onderdeel j.
|
|
Visuele controle.
In geval van twijfel wordt gemeten.
|
|
onderdeel k.
|
Visuele controle,
waarbij de artikelen 2.10.1 tot en met 2.10.3 van de
Regeling permanente eisen van overeenkomstige toepassing
zijn. In geval van twijfel wordt gemeten.
|
|
onderdeel l.
|
|
| |
|
|
Artikel 5.12.53
|
|
|
leden 1, 2, 3, 4,
5 en 6.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld.
|
|
lid 7.
|
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
Artikel 5.12.55
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld.
|
|
lid 2.
|
Visuele controle.
Indien sprake is van corrosie ter plaatse van de bevestiging
geschiedt de controle overeenkomstig hoofdstuk 2, titel 2
van de Regeling permanente eisen.
|
|
lid 3.
|
|
Visuele controle.
Indien het glas is beschadigd of bewerkt is artikel 2.10.12
van de Regeling permanente eisen van overeenkomstige
toepassing.
|
|
lid 4.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld.
|
|
leden 5 en 6.
|
Visuele controle.
|
|
lid 7.
|
|
| |
|
|
Artikel 5.12.57
|
|
|
lid 1, onderdelen
a tot en met c.
|
Visuele controle.
|
|
onderdeel d.
|
|
Visuele controle.
In geval van twijfel wordt gemeten.
|
|
onderdeel e.
|
Visuele controle,
waarbij de artikelen 2.10.1 tot en met 2.10.4 van de
Regeling permanente eisen van overeenkomstige toepassing
zijn. In geval van twijfel wordt gemeten.
|
|
onderdelen f tot
en met i.
|
Visuele controle.
|
|
leden 2 tot en met
6.
|
Visuele controle.
|
|
lid 7.
|
|
| |
|
|
Artikel 5.12.59
|
|
|
leden 1, 2 en 3.
|
Visuele controle,
waarbij de desbetreffende verlichting wordt ingeschakeld.
|
|
lid 4.
|
|
De wijze van
keuren bij tweede, derde, vierde en zevende lid van artikel
5.12.55 van het Voertuigreglement, is van toepassing.
|
| |
|
|
Artikel 5.12.61
|
|
|
leden 1 en 2.
|
Visuele controle.
In geval van twijfel wordt gemeten.
|
|
lid 3.
|
|
|
| |
|
|
Artikel 5.12.65
|
Visuele controle.
Indien verlichtingsarmaturen aanwezig zijn die niet zijn
voorgeschreven dan wel toegestaan, wordt de aanhangwagen
hierop niet verder gecontroleerd indien de bedrading van
deze verlichtingsarmaturen is losgenomen en het lampje is
verwijderd.
|
| |
|
|
11. Verbinding
tussen trekkend motorrijtuig en aanhangwagen
|
|
Artikel 5.12.66
|
|
|
lid 1.
|
Visuele controle,
terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op
een hefinrichting bevindt.
|
|
lid 2.
|
|
Visuele controle.
|
|
lid 3.
|
In geval van
twijfel wordt met behulp van een geschikt meetmiddel en een
aanliggende stalen rei gemeten.
|
|
leden 4, 5 en 6.
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
Artikel 5.12.67
|
Visuele controle,
waarbij de sluit- en borginrichting met behulp van een
koppelingskogel wordt gecontroleerd.
|
| |
|
|
Artikel 5.12.68
|
|
|
lid 1, onderdeel
a.
|
Er wordt in alle
richtingen gemeten met een geschikt meetmiddel, bijvoorbeeld
een kaliber.
|
|
onderdeel b.
|
Ter plaatse van de
slijtagevlakken wordt gemeten met een geschikt meetmiddel.
|
|
lid 2, onderdeel
a.
|
|
Er wordt gemeten
met een geschikt meetmiddel, bijvoorbeeld een kaliber.
|
|
onderdeel b.
|
Ter plaatse van de
slijtagevlakken wordt gemeten met een geschikt meetmiddel.
|
|
lid 3, onderdeel
a.
|
Er wordt gemeten
met een geschikt meetmiddel, bijvoorbeeld een kaliber.
|
|
onderdeel b.
|
Ter plaatse van de
slijtagevlakken wordt gemeten met een geschikt meetmiddel.
|
|
leden 4 en 5.
|
Visuele controle.
|
| |
|
|
Artikel 5.12.69
|
|
|
leden 1 en 2.
|
Er wordt gemeten
met een geschikt meetmiddel, bijvoorbeeld een kaliber,
waarbij het meetgedeelte van het gereedschap ter plaatse van
de koppelingspen ten minste 2 mm en ten hoogste 4 mm dik is.
|
|
lid 3.
|
|
In geval van
twijfel wordt met behulp van een geschikt meetmiddel en een
aanliggende stalen rei in alle richtingen en zo dicht
mogelijk bij de koppelingspen gemeten, waarbij de artikelen
2.11.6, 2.11.7 en 2.11.8 van de Regeling permanente eisen
van overeenkomstige toepassing zijn.
|
|
lid 4.
|
|
|
Artikel 5.12.70
|
De artikelen
2.11.3, 2.11.5 en 2.11.8 van de Regeling permanente eisen
zijn van overeenkomstige toepassing.
|
|
|
|