St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)

 

UITVOERINGSBESLUIT  ARTIKEL  3,  DERDE  LID,  WET  AANSPRAKELIJKHEIDSVERZEKERING  MOTORRIJTUIGEN

Tekst zoals deze geldt op 29 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013

 

 

 

 
BESLUIT van 23 november 1972 tot uitvoering van artikel 3, derde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (aanwijzing van landen en gebieden)

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 5 oktober 1972, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 495/672;
     Gelet op artikel 3, derde lid, der Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
     De Raad van State gehoord (advies van 10 oktober 1972, nr. 12);
     Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 13 november 1972, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 569/672;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

Ter uitvoering van de artikelen 3, derde lid, en 3a, derde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen worden aangewezen de landen:

a. Andorra;

b. België;

c. Bondsrepubliek Duitsland;

d. Bulgarije;

e. Cyprus;

f. Denemarken, met inbegrip van de Faeröer;

g. Estland;

h. Finland;

i. Frankrijk en Monaco;

j. Griekenland;

k. Hongarije;

l. Ierland;

m. Italië, San Marino en Vaticaanstad;

n. Kroatië;

o. Letland;

p. Litouwen;

q. Luxemburg;

r. Malta;

s. Noorwegen;

t. Oostenrijk

u. Polen;

v. Portugal;

w. Roemenië;

x. Slovenië;

y. Slowaakse Republiek;

z. Spanje;

aa. Tjechische Republiek;

bb. Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland, de Kanaaleilanden, het eiland Man en Gibraltar;

cc. IJsland;

dd. Zweden;

ee. Zwitserland en Liechtenstein.

Artikel 2 [Vervallen per 30-10-1992]

Artikel 3

De onderscheidene bepalingen van dit besluit treden in werking met ingang van door Ons te bepalen tijdstippen, welke ook voor wat de aanwijzing van de in artikel 1 genoemde landen betreft verschillend kunnen zijn.

 

 

     Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

 

Soestdijk, 23 november 1972

 

JULIANA

 

De Minister van Justitie a.i.,
W.J. Geertsema

 

Uitgegeven de zevende december 1972
De Minister van Justitie a.i.,
W.J. Geertsema

 

 

 

 

    
 

x

   

home | WAM | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x