| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet administratie
grootboekschuld
REGELING
ADMINISTRATIE GROOTBOEKSCHULD
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2012
|
|
|
De Minister van
Financiλn;
Gelet op artikel 21 van de Wet administratie
grootboekschuld;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet administratie grootboekschuld;
b. een tussenrekening: een tussenrekening als bedoeld in de
Wet administratie grootboekschuld;
c. het Agentschap: het Agentschap van het Ministerie van
Financiλn te Amsterdam.
Artikel 2
1. Het aanmelden, bedoeld in artikel 5,
eerste lid, van de wet vindt plaats bij het Agentschap.
2. Het Agentschap kan nadere regels voor de aanmelding stellen.
Artikel 3
1. Bij de inschrijving, bedoeld in
artikel 8, tweede lid, van de wet wordt aangetekend dat deze in beslag
is genomen.
2. Bij de inschrijving, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze in beslag is genomen.
Artikel 4
1. Bij de inschrijving, bedoeld in
artikel 9, tweede lid, van de wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard
met een recht van een derde.
2. Bij de inschrijving, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een recht van een derde.
Artikel 5
1. Bij de inschrijving, bedoeld in
artikel 10, eerste lid, van de wet wordt aangetekend dat deze in beslag
is genomen indien zowel de rechthebbende als de beslaglegger zich binnen
de in artikel 5, eerste lid, van de wet genoemde periode melden.
2. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een recht van een derde
indien zowel de rechthebbende als de beslaglegger zich binnen de in
artikel 5, eerste lid, van de wet genoemde periode melden.
3. Bij de inschrijving, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze in beslag is genomen indien alleen de
beslaglegger zich binnen de in artikel 5, eerste lid, van de wet
genoemde periode meldt.
4. Bij de inschrijving, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een recht van een derde
indien alleen de derde zich binnen de in artikel 5, eerste lid van de
wet genoemde periode meldt.
5. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze in beslag is genomen en is bezwaard met
een recht van een derde indien zowel de beslaglegger als de derde zich
binnen de in artikel 5, eerste lid, van de wet genoemde periode melden.
6. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 10, derde lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze in beslag is genomen en is bezwaard met
een recht van een derde.
Artikel 6
1. Bij de inschrijving bedoeld in artikel
11, eerste lid, van de wet wordt aangetekend dat deze is bewaard met een
in beslag genomen recht van een onbekende derde indien zowel de
rechthebbende als de beslaglegger zich binnen de in artikel 5, eerste
lid, van de wet genoemde periode melden.
2. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een recht van een derde
indien zowel de rechthebbende als de derde zich binnen de in artikel 5,
eerste lid, van de wet genoemde periode melden.
3. Bij de inschrijving, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een in beslag genomen
recht van een onbekende derde indien alleen de beslaglegger zich binnen
de in artikel 5, eerste lid, van de wet genoemde periode meldt.
4. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een recht van een derde
indien alleen de derde zich binnen de in artikel 5, eerste lid, van de
wet genoemde periode meldt.
5. Bij de inschrijving als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van
de wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een in beslag genomen
recht van een derde indien zowel de beslaglegger als de derde zich
binnen de in artikel 5, eerste lid, van de wet melden.
6. De in artikel 11, derde lid, van de wet genoemde
schuldbewijzen luiden aan toonder.
Bij de inschrijving bedoeld in artikel 11, derde lid, van de wet
wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een in beslag genomen recht
van een derde.
Artikel 7
1. Bij de inschrijving bedoeld in artikel
12, eerste lid, van de wet wordt aangetekend dat deze in beslag is
genomen indien zowel de rechthebbende als degene die beslag heeft gelegd
op de inschrijving zich binnen de in artikel 5, eerste lid, van de wet
genoemde periode melden.
2. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met het recht van een derde
indien zowel de rechthebbende als de derde zich binnen de in artikel 5,
eerste lid, van de wet genoemde periode melden.
3. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een in beslag genomen
recht van een onbekende derde indien zowel de rechthebbende als degene
die beslag heeft gelegd op het recht van de derde zich binnen de in
artikel 5, eerste lid, van de wet genoemde periode melden.
4. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze in beslag is genomen en is bezwaard met
een recht van een derde indien zowel de rechthebbende, degene die beslag
heeft gelegd op de inschrijving als de derde zich binnen de in artikel
5, eerste lid, van de wet genoemde periode melden.
5. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze in beslag is genomen en is bezwaard met
een in beslag genomen recht van een onbekende derde indien zowel de
rechthebbende, degene die beslag heeft gelegd op de inschrijving als
degene die beslag heeft gelegd op het recht van de derde zich binnen de
in artikel 5, eerste lid, van de wet genoemde periode melden.
6. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een in beslag genomen
recht van een derde indien zowel de rechthebbende, de derde als degene
die beslag heeft gelegd op het recht van de derde zich binnen de in
artikel 5, eerste lid, van de wet genoemde periode melden.
7. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze in beslag is genomen indien alleen degene
die beslag heeft gelegd op de inschrijving zich binnen de in artikel 5,
eerste lid, van de wet genoemde periode meldt.
8. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een recht van een derde
indien alleen de derde zich binnen de in artikel 5, eerste lid, van de
wet genoemde periode meldt.
9. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een in beslag genomen
recht van een onbekende derde indien alleen degene die beslag heeft
gelegd op het recht van de derde zich binnen de in artikel 5, eerste
lid, van de wet genoemde periode meldt.
10. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze in beslag is genomen en is bezwaard met
een recht van een derde indien zowel degene die beslag heeft gelegd op
de inschrijving als de derde zich binnen de in artikel 5, eerste lid,
van de wet genoemde periode melden.
11. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze in beslag is genomen en is bezwaard met
een in beslag genomen recht van een onbekende derde indien zowel degene
die beslag heeft gelegd op de inschrijving als degene die beslag heeft
gelegd op het recht van de derde zich binnen de in artikel 5, eerste
lid, van de wet genoemde periode melden.
12. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze is bezwaard met een in beslag genomen
recht van een derde indien zowel de derde als degene die beslag heeft
gelegd op het recht van de derde zich binnen de in artikel 5, eerste
lid, van de wet genoemde periode melden.
13. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de
wet wordt aangetekend dat deze in beslag is genomen en is bezwaard met
een in beslag genomen recht van een derde indien zowel degene die beslag
heeft gelegd op de inschrijving, de derde als degene die beslag heeft
gelegd op het recht van de derde zich binnen de in artikel 5, eerste
lid, van de wet genoemde periode melden.
14. Bij de inschrijving bedoeld in artikel 12, derde lid, van de
wet wordt aangetekend dat de inschrijving in beslag is genomen en is
bezwaard met een in beslag genomen recht van een derde.
Artikel 8
1. Slechts inschrijvingen van 4
537,80 of meer, afgerond op 22,69 of een veelvoud daarvan, komen in
aanmerking voor inschrijving op een rekening in de schuldregisters.
2. Voor inschrijvingen kleiner dan 4 537,80 worden, na
afschrijving, schuldbewijzen aan toonder ter beschikking gesteld.
Artikel 9
Bij de overschrijving van een inschrijving van een tussenrekening op
een rekening in de schuldregisters worden eventuele aantekeningen
overgenomen.
Artikel 10
1. De schuldbewijzen luiden aan toonder
en worden verkrijgbaar gesteld in de vorm van K-schuldbewijzen groot
22,69, 45,38, 226,89, 453,78, en CF-schuldbewijzen groot
453,78, en 22 689,01.
2. Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde
schuldbewijzen geldt het volgende:
a. De K-schuldbewijzen groot 22,69 zijn genummerd van L1 af en
voorzien van 30 halfjaarcoupons.
b. De K-schuldbewijzen groot 45,38 zijn genummerd van C1 af en
voorzien van 30 halfjaarcoupons.
c. De K-schuldbewijzen groot 226,89 zijn genummerd van B1 af en
voorzien van 30 halfjaarcoupons.
d. De K-schuldbewijzen groot 453,78 zijn genummerd van A1 af en
voorzien van 30 halfjaarcoupons.
e. De CF-schuldbewijzen groot 453,78 zijn genummerd van FA1 af.
f. De CF-schuldbewijzen groot 22 689,01 zijn genummerd van FE1
af.
3. De couponbladen van de CF-schuldbewijzen worden bewaard door
de daartoe door het CF-kantoor voor Staatsobligaties B.V. toegelaten
bewaarders.
4. De schuldbewijzen worden verkrijgbaar gesteld in zo groot
mogelijke coupures.
5. Indien definitieve schuldbewijzen niet tijdig gereed zijn,
zullen recepissen worden afgegeven. De recepissen zijn bij het
Agentschap verwisselbaar in definitieve schuldbewijzen.
6. Voor de verwisseling van recepissen in definitieve
schuldbewijzen wordt door de Staat der Nederlanden geen kosten in
rekening gebracht.
7. Het tijdstip met ingang waarvan de recepissen in definitieve
schuldbewijzen verwisseld kunnen worden, zal in de Staatscourant worden
bekendgemaakt.
Artikel 11
1. Schuldbewijzen bedoeld in artikel 14,
eerste lid, van de wet kunnen bij het Agentschap worden ingeleverd.
2. Bij afgifte van schuldbewijzen is artikel 10 van toepassing.
Artikel 12
Op de tussenrekeningen is de Beschikking Schuldregisters Nederlandse
Staatsleningen van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13
1. Op de schuldregisters is de
Beschikking Schuldregisters Nederlandse Staatsleningen van
overeenkomstige toepassing.
2. Het minimum saldo op een rekening in een schuldregister
bedraagt 4 537,80. Indien als gevolg van verhandeling of omwisseling
in schuldbewijzen het saldo van een inschrijving daalt onder de 4
537,80, worden voor dit saldo schuldbewijzen beschikbaar gesteld.
Artikel 10 is van toepassing.
Artikel 14
1. De rente op inschrijvingen
overgeschreven op tussenrekeningen en schuldregisterrekeningen van de 2
2. De rente op inschrijvingen geboekt op tussenrekeningen en
schuldregisters van de 3 % grootboekschuld vervalt jaarlijks op 1 maart
en op 1 september.
3. De rente op inschrijvingen geboekt op tussenrekeningen en
schuldregisters van de 3
4. De betaling van rente op inschrijvingen geboekt op
tussenrekeningen en schuldregisterrekeningen zal geschieden door
overboeking door bemiddeling van De Nederlandsche Bank N.V. op een door
de tot die rente gerechtigde aan te wijzen rekening.
5. De rente op coupons van K-schuldbewijzen wordt betaalbaar
gesteld bij De Nederlandsche Bank N.V.
6. De rente betreffende CF-schuldbewijzen wordt op de vervaldag
betaald aan het CF-kantoor voor Staatsobligaties B.V. ten gunste van de
bewaarders van de couponbladen. Door deze betaling is de Staat der
Nederlanden gekweten tegenover de rechthebbenden.
7. Bij de berekening van de rente zal elke maand op 30 dagen en
elk jaar op 360 dagen worden gesteld.
8. Indien een rentevervaldag een zaterdag, zondag of algemeen
erkende feestdag is, wordt de rente betaalbaar gesteld op de
eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende
feestdag is.
9. Het recht tot opvordering van de rente verjaart 5 jaar na de
eerste dag waarop de rente betaalbaar is.
Artikel 15
Kosten ten aanzien waarvan niet uitdrukkelijk is bepaald dat zij voor
rekening van de Staat der Nederlanden komen, kunnen niet bij de Staat
der Nederlanden in rekening worden gebracht.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1996.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling administratie
grootboekschuld.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
s-Gravenhage, 13 maart 1996.
De Minister van Financiλn,
G. Zalm.
|
|
|