BESLUIT van 17 mei 1984, houdende vaststelling van een
algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet afbreking
zwangerschap
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van
3 augustus 1983, nr. 184458, DG/Vgz/GBO/MBO;
Gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, eerste
lid, 6, eerste lid, onderdeel b en c, 11, vierde lid, en
13 van de Wet afbreking zwangerschap (Stb. 1981, 257);
Gezien de adviezen van de Centrale Raad voor de
Volksgezondheid, van de Gezondheidsraad en van de Emancipatieraad;
De Raad van State gehoord (advies van 22
december 1983, nr. W13.83.0417/33.3.51);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 14 mei 1984, DG Vgz/GBO/MBO, nr.
70 034;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
wet: de Wet afbreking zwangerschap (Stb. 1981, 257);
behandeling: een behandeling, gericht op het afbreken van
zwangerschap.
§ 2. Algemene voorschriften met betrekking tot het afbreken van
zwangerschappen
Artikel 2
1. Het ziekenhuis dat behandelingen verricht en de
abortuskliniek dragen ervoor zorg dat medewerking van deskundigen op
psychologisch en maatschappelijk gebied in voldoende mate beschikbaar
is.
2. Aan deze deskundigen wordt voldoende tijd en ruimte in het
ziekenhuis of de kliniek ter beschikking gesteld.
Artikel 3
1. Het ziekenhuis en de kliniek dragen ervoor zorg dat de arts
één of meer gesprekken met de vrouw voert om te komen tot een
zorgvuldige besluitvorming overeenkomstig artikel 5 van de wet.
2. Aan de arts wordt voldoende tijd en ruimte in het ziekenhuis
of de kliniek ter beschikking gesteld.
3. Het ziekenhuis en de kliniek dragen ervoor zorg dat de arts
maatregelen neemt ter verzekering van de geheimhouding van gegevens met
betrekking tot het afbreken van zwangerschappen.
Artikel 4
Door het bestuur van het ziekenhuis en de kliniek worden, na overleg
met de artsen die behandelingen verrichten en de deskundigen, bedoeld in
artikel 2, regels gesteld omtrent hun onderlinge samenwerking en omtrent
het toezicht van de geneesheer-directeur op de juiste uitvoering
daarvan.
Artikel 5
Het ziekenhuis en de kliniek dragen ervoor zorg dat er voldoende
gelegenheid is voor verantwoorde voorlichting aan de vrouw over de
voorkoming van ongewenste zwangerschap.
Artikel 6
Het ziekenhuis en de kliniek dragen ervoor zorg dat, indien de vrouw
uitdrukkelijk daarin toestemt, aan haar huisarts of de andere arts die
haar overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van de wet heeft verwezen,
een verslag betreffende haar behandeling wordt gezonden, zonodig
vergezeld van een advies over de haar te verlenen nazorg.
Artikel 7
1. Het ziekenhuis en de kliniek dragen ervoor zorg dat aan de
vrouw het advies wordt gegeven zich na de behandeling onder controle
van haar huisarts of van de arts die haar overeenkomstig artikel 3,
tweede lid, van de wet heeft verwezen, te stellen.
2. Indien de vrouw geen huisarts heeft en niet door een andere
arts is verwezen, of indien zij ernstige bezwaren ertegen heeft om zich
onder controle van haar huisarts of van de arts die haar heeft verwezen,
te stellen, wordt zij in de gelegenheid gesteld, die controle in het
ziekenhuis of de kliniek te doen verrichten.
Artikel 8
Het ziekenhuis en de kliniek dragen zorg voor zodanige afspraken met
daarvoor in aanmerking komende andere instellingen of personen werkzaam
op het terrein van de gezondheids- en welzijnszorg, dat een goede nazorg
voor de vrouw en de haren kan worden verwezenlijkt.
§ 3. Voorschriften met betrekking tot klinieken
Artikel 9
Bestuursleden van de rechtspersoon die de abortuskliniek beheert,
mogen geen financieel belang hebben bij de oprichting of de exploitatie
van de kliniek. Tussen de afzonderlijke leden van het bestuur enerzijds
en de leden van de directie of andere aan de kliniek verbonden
medewerkers anderzijds dient geen arbeidsverhouding te bestaan.
Artikel 10
1. Het bestuur draagt de dagelijkse leiding van de kliniek op
aan een directie; voorzover het de medische aspecten van de
werkzaamheden betreft: aan een geneesheer-directeur.
2. Het bestuur verstrekt de directie een schriftelijke
instructie, gericht op het functioneren van de kliniek overeenkomstig de
doelstelling en overeenkomstig het in de wet en dit besluit bepaalde.
Deze instructie dient onder meer richtlijnen te bevatten voor de zorg
voor de patiënten, het personeelsbeleid, de administratie, met inbegrip
van de medische administratie, de verslaglegging en de bescherming van
de persoonlijke levenssfeer.
Artikel 11
1. De personele voorzieningen dienen zowel kwantitatief als
kwalitatief afgestemd te zijn op het goed functioneren van de kliniek
overeenkomstig de doelstelling.
2. De communicatie tussen de directie en de medewerkers van de
kliniek dient door geformaliseerde besprekingen verzekerd te zijn.
Artikel 12
De kliniek draagt ervoor zorg dat een vrouw die in de kliniek een
behandeling heeft ondergaan, zich te allen tijde voor een spoedeisende
nabehandeling kan wenden tot een arts.
Artikel 13
De administratie dient op dusdanige wijze te zijn ingericht dat te
allen tijde een inzicht kan worden verkregen in het functioneren van de
kliniek.
Artikel 14
De materiële voorzieningen dienen zowel kwantitatief als kwalitatief
afgestemd te zijn op het goed functioneren van de kliniek overeenkomstig
de doelstelling.
Artikel 15
De kliniek draagt ervoor zorg dat met betrekking tot iedere
behandeling in de kliniek een overzichtelijk verslag wordt gemaakt, dat
alle gegevens bevat, die van belang zijn voor een goede hulpverlening.
Artikel 16
1. De kliniek draagt ervoor zorg dat de medische en
verpleegkundige hulpverlening aan de vrouw gewaarborgd is voor de duur
van haar verblijf in de kliniek.
2. De kliniek draagt ervoor zorg dat de persoonlijke levenssfeer
van de vrouw zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd.
3. De kliniek draagt ervoor zorg dat de vrouw als mondig wordt
benaderd.
4. De kliniek draagt ervoor zorg dat een regeling voor een
onafhankelijke klachtenbemiddeling tot stand komt.
Artikel 17
De kliniek treft maatregelen met betrekking tot:
- het voorkomen, opsporen en bestrijden van infecties;
- de algemene hygiëne, door het opstellen van regelen en
voorschriften;
- een deugdelijke sterilisatie en bewaking van het
sterilisatieproces.
Artikel 18
1. Tussen het bestuur van de kliniek en het bestuur van een
ziekenhuis in de omgeving van de kliniek, dient een
samenwerkingsovereenkomst te zijn gesloten.
2. De overeenkomst strekt in ieder geval tot het verlenen van
hulp vanwege het ziekenhuis aan en ten behoeve van patiënten van de
kliniek, op verzoek van de arts die in de kliniek een behandeling
verricht. Die hulp omvat in ieder geval diagnostische en therapeutische
consultatie van aan het ziekenhuis verbonden medische specialisten.
3. De overeenkomst wordt ter kennis gebracht van de inspecteur.
Artikel 19
1. De kliniek dient te voldoen aan de algemeen geldende
wettelijke regelingen en voorschriften onder meer ten aanzien van het
gebouw, de arbeidsomstandigheden en de geneesmiddelenvoorziening.
2. De kliniek treft de nodige maatregelen met betrekking tot de
brandveiligheid.
Artikel 20
De kliniek draagt ervoor zorg dat de instelling zelf, het personeel
en de overige voor de kliniek werkzame personen op passende wijze
verzekerd zijn tegen de gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid.
§ 4. Bijzondere voorschriften met betrekking tot klinieken waar
zwangerschappen worden afgebroken die langer dan dertien weken hebben
geduurd
Artikel 21
Met betrekking tot een kliniek waar behandelingen worden verricht,
gericht op het afbreken van zwangerschappen die langer dan dertien weken
hebben geduurd, moet tevens worden voldaan aan de in deze paragraaf
gestelde eisen.
Artikel 22
Tijdens een behandeling als bedoeld in artikel 21 dienen ten minste
twee artsen in de kliniek aanwezig te zijn.
Artikel 23
Zodanige voorzieningen moeten worden getroffen dat een vrouw die in
de kliniek een behandeling heeft ondergaan, te allen tijde een daarmee
samenhangende nabehandeling in de kliniek kan ondergaan.
Artikel 24
Een overeenkomst als bedoeld in artikel 18 dient in ieder geval te
worden gesloten met een ziekenhuis waar eveneens behandelingen als
bedoeld in artikel 21 worden verricht.
§ 5. Gegevens, te verstrekken bij het aanvragen van een vergunning
Artikel 25
1. Het ziekenhuis of de kliniek verstrekt bij de aanvraag om
een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de wet de gegevens waaruit
blijkt dat aan de in de artikelen 2, eerste lid, en 8 gestelde
voorschriften wordt voldaan.
2. De kliniek verstrekt naast de in het eerste lid bedoelde
gegevens tevens de volgende gegevens:
a. een omschrijving van de aard van de rechtspersoon;
b. een exemplaar van de statuten, indien de rechtspersoon geen
openbaar lichaam is;
c. de samenstelling van het bestuur;
d. het adres van de kliniek met een beschrijving van de voor
behandelingen beschikbare ruimten;
e. een exemplaar van de overeenkomstig artikel 18 gesloten
samenwerkingsovereenkomst of samenwerkingsovereenkomsten.
§ 6. Gegevens met betrekking tot het afbreken van zwangerschappen
Artikel 26
1. De arts bedoeld in artikel 11 van de wet doet de in het
eerste lid van dat artikel bedoelde gegevens aan de
geneesheer-directeur toekomen binnen een maand na het verstrijken van
de kalendermaand waarop ze betrekking hebben.
2. Hij vermeldt die gegevens op een formulier, waarvan het model
door Onze Minister wordt vastgesteld.
Artikel 27
1. De geneesheer-directeur doet de in artikel 11, derde lid,
van de wet bedoelde opgave aan de inspecteur toekomen binnen drie
maanden na het verstrijken van het kalenderkwartaal waarop zij
betrekking heeft.
2. Hij doet die opgave op een formulier, waarvan het model door
Onze Minister wordt vastgesteld.
Artikel 28
1. De arts, bedoeld in artikel 11, zesde lid, en in artikel 18,
eerste lid, van de wet, draagt ervoor zorg dat vóór of zo spoedig
mogelijk na de behandeling aantekening wordt gemaakt van de
bevindingen, op grond waarvan de behandeling overeenkomstig artikel 5,
eerste lid en tweede lid onder c, van de wet verantwoord is te
achten.
2. Aan de hand van de gegevens, vervat in de aantekeningen, dient
de inspecteur zich een oordeel te kunnen vormen of de arts
overeenkomstig artikel 5 van de wet handelt.
§ 7. Slotbepalingen
Artikel 29
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit afbreking
zwangerschap.
Artikel 30
De Wet afbreking zwangerschap en dit besluit treden in werking met
ingang van 1 november 1984.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
’s-Gravenhage, 17 mei 1984
BEATRIX
De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
L.C. Brinkman
Uitgegeven de vijfentwintigste mei 1984
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes