| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet agrarisch
grondverkeer (Wag)
BESCHIKKING
FINANCIEEL BEHEER BUREAU BEHEER LANDBOUWGRONDEN
Tekst zoals deze geldt op
10 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van
Landbouw en Visserij;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Financiën;
Gelet op de artikelen 32 en 35 van de Wet
agrarisch grondverkeer (Stb. 1981, 248),
Besluit:
Artikel 1
1. Voor de toepassing van deze
beschikking is het bureau te beschouwen als een departementale
organisatie-eenheid van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij.
2. Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2 tot en met
4 van deze beschikking en onverminderd het bepaalde in de Wet agrarisch
grondverkeer (Stb. 1981, 248), hierna verder te noemen de wet, is voor
het bureau met betrekking tot het beheer van de begroting en het beheer
der geldmiddelen het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk II, paragrafen
1 tot en met 5 van de Comptabiliteitswet 1976, van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 2
1. Onder inkomsten en uitgaven, als
bedoeld in artikel 33 van de wet, worden zowel voor de begroting als
voor de rekening en verantwoording, verstaan de geldelijke ontvangsten
en bepalingen, als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de
Comptabiliteitswet 1976.
2. De begroting van het bureau wordt onderverdeeld in artikelen,
die betrekking hebben op de inkomsten en de uitgaven.
3. Voor de in een kalenderjaar aan te gane verplichtingen wordt,
voor zover deze tot uitgaven in latere jaren zullen leiden, naast de
raming van de uitgaven van het kalenderjaar een raming van die
verplichtingen opgenomen, tenzij de omvang daarvan niet kan worden
bepaald, danwel die verplichtingen per begrotingsartikel een bedrag van
€ 115.000,- niet te boven gaan.
Artikel 3
De aan de in artikel 30 van de Wet bedoelde commissie beheer
landbouwgronden en vervolgens aan de Minister van Landbouw, natuurbeheer
en Visserij, hierna verder te noemen de Minister, ter goedkeuring voor
te leggen begroting gaat vergezeld van een toelichting, die de
grondslagen van het te voeren beleid uiteenzet en aangeeft, waarop de in
de begroting opgenomen bedragen zijn gebaseerd.
Artikel 4
Voorstellen tot wijziging van de begroting worden door de directeur
van het bureau binnen vijf dagen na afloop van elke maand schriftelijk
bij de Minister ingediend.
Artikel 5
1. De staat van inkomsten en uitgaven,
bedoeld in artikel 33, derde lid, van de wet, wordt met inachtneming van
het bepaalde in de artikelen 85, eerste lid, en 86, tweede lid, van de
Comptabiliteitswet 1976, vastgesteld overeenkomstig de indeling van de
begroting.
2. De balans, als bedoeld in artikel 33, derde lid, van de wet,
geeft de financiële positie weer en wordt opgesteld op dezelfde
grondslagen als de in het eerste lid genoemde staat van inkomsten en
uitgaven.
3. De rekening en verantwoording omvat mede een toelichting op de
staat van inkomsten en uitgaven en de balans, alsmede een uiteenzetting
van het gevoerde beleid en de financiële gevolgen daarvan.
Artikel 6
1. Het bureau behoeft voorafgaande
toestemming van de Minister voor:
a. het in eigendom verkrijgen, vervreemden en bezwaren van aandelen
of bewijzen van deelgerechtigdheid in een vennootschap;
b. het aangaan van een geldlening;
c. het sluiten van overeenkomsten ter beëindiging van geschillen
waarbij het betrokken is, welke geen betrekking hebben op rechten op
onroerende zaken, indien het geldelijk belang meer dan € 25.000,-
bedraagt;
d. het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van aan het bureau
toekomende burgerrechtelijke rechtsvorderingen, indien het kwijt te
schelden bedrag meer dan € 25.000,- bedraagt.
2. Van het verrichten van een privaat rechtelijke rechtshandeling
met een geldelijk belang moet uit geschrifte blijken.
3. Voor de aanbesteding van werken is het bepaalde bij het
Besluit aanbesteding van werken 1973 (Stb. 2020) voor het bureau van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
Als ambtenaren, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet, worden
aangewezen:
a. de door hun directeur aangewezen functionarissen van de
Directie Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, belast met het toezicht op het
financiële beheer;
b. de functionarissen van de Accountantsdienst van het Ministerie
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, belast met de controle van
de administratie en de rekening en verantwoording.
Artikel 8
1. Deze beschikking kan worden aangehaald
als: Beschikking financieel beheer bureau beheer landbouwgronden.
2. Zij treedt op 1 januari 1983 in werking en wordt in de
Nederlandse Staatscourant bekendgemaakt.
's-Gravenhage, 17 augustus 1982.
De Minister van Landbouw en Visserij,
voor deze,
de plv. secretaris-generaal,
J.P. van Zutphen.
|
|
|