BESLUIT van 3 oktober 1984, houdende vaststelling van
een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 19 van de Wet
ambulancevervoer
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur van 22 augustus 1983, DG Vgz/PB/AFEA/I, nr. 170445;
Overwegende dat het wenselijk is nadere regelen
te stellen betreffende het verstrekken van documentatiegegevens met
betrekking tot het ambulancevervoer;
Gelet op artikel 19 van de Wet ambulancevervoer
(Stb. 1971, 369);
De Raad van State gehoord (advies van 24
oktober 1983, nr. W13.83.0446/23.3.43);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 4 september
1984, DG Vgz/PB/AFEA/I, nr. 56194;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1. Dit besluit heeft betrekking op de in artikel 19 van de Wet
ambulancevervoer (Stb. 1971, 369) bedoelde gegevens, voor zover
die betreffen:
a. personele gegevens van centrale posten ambulancevervoer en van
ambulancediensten,
b. ritten voor ambulancevervoer,
c. medisch-statistische informatie over de ambulancehulpverlening,
in de volgende artikelen gegevens genoemd.
2. De gegevens dienen te worden verstrekt door de
vergunninghouders en door de centrale posten ambulancevervoer.
Artikel 2
1. De verstrekking van gegevens vindt plaats:
a. jaarlijks, en
b. op verzoek van Onze Minister.
2. Onze Minister geeft aan welke van de gegevens jaarlijks dienen
te worden verstrekt.
Artikel 3
1. De verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 2,
eerste lid, onder a, vindt plaats uiterlijk twee maanden na het
verstrijken van het jaar waarop de gegevens betrekking hebben.
2. De verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, onder b, vindt plaats telkens uiterlijk drie maanden na een
desbetreffend verzoek van Onze Minister.
Artikel 4
1. Onze Minister kan regelen vaststellen over de wijze waarop
en de vorm waarin de gegevens dienen te worden verstrekt.
2. Onze Minister kan instanties aanwijzen die de te verstrekken
gegevens verzamelen en verwerken met inachtneming van door Onze Minister
nader te stellen voorschriften.
Artikel 5
De gegevens kunnen door Onze Minister op door hem te bepalen wijze
ter beschikking worden gesteld van de organen betrokken bij de
uitvoering van de Wet ambulancevervoer.
Artikel 6
Onze Minister stelt regels omtrent het beheer van de gegevens,
waaronder mede begrepen regels met betrekking tot inzage- en
correctierecht.
Artikel 7
De gegevens mogen slechts in zodanige vorm worden opgevraagd en
verstrekt dat zij niet tot individuele patiënten of cliënten
herleidbaar zijn. Onze Minister stelt voorwaarden ter bescherming van de
persoonlijke levenssfeer.
Artikel 8
Onze Minister kan regels stellen omtrent de financiering van de
verzameling onderscheidenlijk verwerking van de gegevens.
Artikel 9
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit informatievoorziening
artikel 19 Wet ambulancevervoer.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het tezamen met de
toelichting wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
's-Gravenhage, 3 oktober 1984
BEATRIX
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur,
J.P. van der Reijden
Uitgegeven de zesde november 1984
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes