Het is essentieel dat ernstig zieke patiënten op het juiste moment
de juiste zorg wordt geboden. Dit kan er soms toe leiden dat deze
patiënten (na stabilisatie) moeten worden vervoerd, omdat er geen
plaats is in het ziekenhuis of omdat zij een hoger niveau Intensive Care
(IC)-zorg nodig hebben dan beschikbaar is in het ziekenhuis waar zij op
dat moment zijn opgenomen. Er bestaan verschillen in IC-transport,
gezien de diversiteit in indicaties, zorgbehoefte van een IC-patiënt en
tijdsdruk (zie de bijlage bij de toelichting). De indicatie van
transport van een IC-patiënt is het ontbreken van (continue) adequate
zorg op de locatie waar de patiënt verblijft. Dit kan veroorzaakt
worden door het ontbreken van technische faciliteiten (b.v. continue
venoveneuze hemofiltratie of diagnostische mogelijkheden als CTscan, MRI
of angiografie) of expertise (b.v. neuro- of cardiopulmonale chirurgie,
interventieradiologie, transplantatiegeneeskunde). In de meeste gevallen
zal er sprake zijn van electief IC-transport, dat planbaar is en
uitgevoerd wordt met een Mobile Intensive Care Unit (MICU). Het is voor
de kwaliteit van dit transport wenselijk dat dit gecoördineerd wordt
uitgevoerd door speciaal daarvoor toegeruste coördinatiecentra en
-vervoerders.
Een MICU-coördinatiecentrum draagt zorg voor de organisatie van
interklinisch transport van een IC-patiënt, begeleid door een MICU-team,
bestaande uit een IC-arts of intensivist en een MICU-verpleegkundige,
beiden bekwaam in het uitvoeren van MICU-transport. Het transport wordt
uitgevoerd met behulp van een Mobile Intensive Care Unit, bestaande uit
een MICU-trolley en een IC-ambulance.
Het MICU-coördinatiecentrum draagt zorg voor de aanschaf en het
onderhoud van een MICU-trolley inclusief apparatuur en voor de
aanwezigheid van een MICU-coördinator. Het coördinatiecentrum
coördineert ritten voor ziekenhuizen en voert deze, in nauwe
samenwerking met de vergunninghoudende ambulancediensten (MICU-vervoerders),
uit voor de gehele MICU-regio. Een MICU-transport wordt door een
coördinatiecentrum aangevraagd via de Centrale Post Ambulancevervoer (CPA).
De MICU-vervoerder draagt zorg voor de aanschaf en het onderhoud van
een IC-ambulance, conform de daarvoor ontwikkelde technische richtlijnen
van de Taskforce IC-transport en voor de paraatheid van een chauffeur.
Er wordt initieel uitgegaan van ongeveer 1500 ritten op jaarbasis.
Het is wenselijk dat voorlopig een beperkt aantal
MICU-coördinatiecentra en ambulancediensten (MICU-vervoerders) dit
transport organiseren, zodat zij gezamenlijk voldoende ritten kunnen
uitvoeren om de nodige expertise te kunnen opbouwen. Om een landelijke
dekking te krijgen, heeft het kernteam IC in 2005 het voorstel gedaan
voor zes MICU-regio’s, te weten de regio’s Amsterdam, Rotterdam,
Nijmegen, Groningen, Maastricht en Utrecht. Het doel van deze tijdelijke
regeling is om de concentratie van de MICU-coördinatiecentra door het
WBMV-vergunningenbeleid te effectueren. Het ligt in de rede dat de
instellingen die bij de ‘Taskforce’ betrokken waren (zie de
toelichting) als eerste in aanmerking komen voor een vergunning.
Er zijn op dit moment nog geen feitelijke gegevens beschikbaar om het
aantal van zes centra en zes vervoerders te onderbouwen. Vooralsnog
wordt ervan uitgegaan dat met dit aantal op kwalitatief verantwoorde
wijze aan de vraag kan worden voldaan. De komende drie jaar, met het
daadwerkelijk starten van het begeleid IC-transport vanaf 1-1-2008,
komen door middel van registratie gegevens hierover ter beschikking. Na
drie jaar wordt op basis van deze gegevens bepaald of de beschikbaarheid
van zes MICU-coördinatiecentra en zes MICU-vervoerders voldoet aan de
daadwerkelijke vraag. Ik ga er voorshands van uit dat met ingang van
1 januari 2011 de vergunningsplicht kan worden opgeheven.
Verwacht wordt dat de komende jaren ziekenhuizen en zorgverzekeraars
meer zullen onderhandelen over efficiënte inzet van IC-capaciteit. Door
gebruik te maken van MICU-transport zijn perifere ziekenhuizen niet
genoodzaakt hoge IC-niveaus te handhaven.
2. De voorwaarden waaraan MICU-coördinatiecentra en -vervoerders
moeten voldoen
A. De MICU-coördinatiecentra
Bij de vergunningverlening wordt ervan uitgegaan dat
MICU-coördinatiecentra een aansluitend werkgebied hebben, zodat een
landelijk dekkend netwerk gerealiseerd wordt. Conform conclusies van het
kernteam IC (zie paragraaf 1) wordt hierbij voorlopig uitgegaan van
behoefte aan maximaal zes MICU-coördinatiecentra.
Om voor een vergunning in aanmerking te komen moet de instelling aan
de volgende voorwaarden voldoen:
– over voldoende capaciteit beschikken om op jaarbasis minimaal
250 begeleid IC-transporten uit te kunnen voeren;
– bekwaam personeel kunnen garanderen voor begeleid
interklinisch IC-transport, conform de Richtlijn voor het transport
van Intensive Care patiënten van de NVIC;
– zorgdragen voor paraatheid van 8.00–24.00 uur, waarmee
invulling wordt gegeven aan de regionale vraag voor electief
IC-transport;
– beschikken over de juiste materiële voorzieningen (IC-trolley
die geschikt is voor transport in een MICU-ambulance), conform
Programma van eisen Taskforce IC;
– samenwerken en afspraken maken met omliggende ziekenhuizen
over het Begeleid IC-transport;
– de professionele kwaliteitseisen (Richtlijn voor het
transport van Intensive Care patiënten van de NVIC) implementeren
in de kwaliteitssystemen;
– betrokken zijn geweest bij de ontwikkelingen op het gebied
van Begeleid IC-transport;
– per 1-1-2008 een operationeel MICU-coördinatiecentrum kunnen
vormen.
B. De MICU-vervoerders
Voor een doelmatige uitvoering van het MICU-transport is het
wenselijk dat de MICU-vervoerders gevestigd zijn binnen de werkgebieden
van de MICU-coördinatiecentra. De vergunninghoudende ambulancedienst en
het MICU-coördinatiecentrum moeten een samenwerkingsverband opstellen.
Hierin moet worden vastgelegd hoe aan de regionale samenwerking met het
MICU-coördinatiecentrum invulling wordt gegeven.
Om voor een vergunning in aanmerking te komen moeten de vervoerders
aan de volgende voorwaarden voldoen:
– beschikken over de juiste materiële voorzieningen (IC-ambulance)
conform het programma van eisen van de Taskorce IC-transport;
– aantoonbaar bekwame ambulancechauffeurs garanderen,
aanvullend opgeleid voor het vervoeren van IC-patiënten in een
IC-ambulance;
– zorgdragen voor paraatheid van 8.00–24.00 uur van chauffeur
en IC-ambulance;
– de professionele kwaliteitseisen (Programma van eisen MICU,
type C ambulance en addendum, AZN) implementeren in de
kwaliteitssystemen;
– betrokken zijn geweest bij de ontwikkelingen op het gebied van
Begeleid IC-transport.