|
De Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, handelende in
overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 1, eerste en derde lid, van de
Wet ammoniak en veehouderij;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
bijlage:
bij deze regeling behorende bijlage;
de wet:
de Wet ammoniak en veehouderij;
de minister:
de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer.
Artikel 2
Voor de berekening van de ammoniakemissie van een veehouderij gelden
de emissiefactoren die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
Artikel 3
1. De minister kan voor een huisvestingssysteem dat niet in bijlage
1 is opgenomen een bijzondere emissiefactor vaststellen die bij de
berekening van de ammoniakemissie wordt toegepast in plaats van de
emissiefactor die anders zou worden toegepast ingevolge artikel 2.
2. Een bijzondere emissiefactor wordt vastgesteld op aanvraag van
degene die de veehouderij drijft of gaat drijven. De aanvraag wordt
gericht aan de minister en ingediend bij het Agentschap NL, t.a.v. het
secretariaat Rav, Postbus 8242, 3503 RE Utrecht.
3. De minister kan een bijzondere emissiefactor vaststellen indien
naar zijn oordeel:
a. toepassing van het huisvestingssysteem voldoende bijdraagt
aan de ontwikkeling van een huisvestingssysteem dat bijdraagt aan
de bescherming van het milieu tegen de gevolgen van de
ammoniakemissie,
b. het huisvestingssysteem zich leent voor toepassing in de
praktijk,
c. de controleerbaarheid van de werking van het
huisvestingssysteem voldoende is gewaarborgd, en
d. voldoende is gewaarborgd dat de ammoniakemissie
overeenkomstig het Protocol voor meting van ammoniakemissie uit
huisvestingssystemen in de veehouderij 2010 of een gelijkwaardige
meetmethode wordt gemeten en dat over de wijze van meten en de
resultaten van de metingen aan hem wordt gerapporteerd.
4. Voor eenzelfde type huisvestingssysteem kan voor ten hoogste
vier veehouderijen – en per veehouderij slechts voor een
huisvestingssysteem – een bijzondere emissiefactor worden
vastgesteld.
5. Op aanvragen als bedoeld in het tweede lid, die betrekking
hebben op eenzelfde huisvestingssysteem en dezelfde diercategorie,
wordt in volgorde van ontvangst beslist.
6. De beschikking tot vaststelling van een bijzondere emissiefactor
wordt gegeven binnen twintig weken na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 4
Een beschikking genomen op grond van artikel 4a, eerste lid, van de
Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij wordt gelijkgesteld met een
beschikking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze regeling.
Artikel 5 [Vervallen per 08-05-2009]
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in
werking treedt.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling ammoniak en veehouderij.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag,
21 april 2002.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.P. Pronk.
Bijlage als bedoeld in artikel 2
Emissiefactoren voor de emissie vanuit
het dierenverblijf, inclusief de emissie van de mest die in het
dierenverblijf is opgeslagen.
| |
Categorie
|
Emissie in kg NH3
per dierplaats per jaar
|
|
HOOFDCATEGORIE
A: RUNDVEE
|
|
A
1
|
diercategorie
melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar
|
|
|
A 1.1
|
grupstal met
drijfmest, emitterend mestoppervlak van grup en kelder max.
1,2 m2 per koe (Groen
Label BB 93.06.009)
|
4,3
|
|
A 1.2
|
loopstal met
hellende vloer en giergoot of met roostervloer; beide met
spoelsysteem (BWL 2001.28)
|
|
|
A 1.2.1
|
beweiden
|
7,5
|
|
A 1.2.2
|
permanent
opstallen
|
8,6
|
|
A 1.3
|
loopstal met
hellende vloer en giergoot; max. 3 m2
mestbesmeurd oppervlak per koe (Groen Label
BB 93.03.003V1; BB 93.03.003/A 93.04.004V1; BB 93.03.003/B
93.04.005V1; BB 93.03.003/C 93.04.006V1; BB 93.03.003/D
94.06.020V1)
|
|
|
A 1.3.1
|
beweiden
|
7,5
|
|
A 1.3.2
|
permanent
opstallen
|
8,6
|
|
A 1.4
|
loopstal met
hellende vloer en spoelsysteem; max. 3,75 m2
mestbesmeurd oppervlak per koe (Groen Label
BB 94.02.015V1)
|
|
|
A 1.4.1
|
beweiden
|
6,8
|
|
A 1.4.2
|
permanent
opstallen
|
7,8
|
|
A 1.5
|
loopstal met
sleufvloer en mestschuif (BWL 2010.24.V2)
|
|
|
A 1.5.1
|
beweiden
|
7,7
|
|
A 1.5.2
|
permanent
opstallen
|
9,2
|
|
A 1.6
|
ligboxenstal met
dichte hellende vloer, met profilering, met snelle
gierafvoer met mestschuif (BWL 2009.11.V1)
|
|
|
A 1.6.1
|
beweiden
|
7,5
|
|
A 1.6.2
|
permanent
opstallen
|
8,6
|
|
A 1.7
|
ligboxenstal met
dichte hellende vloer, met rubbertoplaag, met snelle
gierafvoer met mestschuif (BWL 2009.22.V1)
|
|
|
A 1.7.1
|
beweiden
|
7,5
|
|
A 1.7.2
|
permanent
opstallen
|
8,6
|
|
A 1.8
|
ligboxenstal met
sleufvloer met noppen en mestschuif (BWL
2010.14.V1)
|
|
|
A 1.8.1
|
beweiden
|
7,7
|
|
A 1.8.2
|
permanent
opstallen
|
9,2
|
|
A 1.9
|
ligboxenstal met
roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag en
afdichtflappen in de roosterspleten (BWL
2010.30)
|
|
|
A 1.9.1
|
beweiden19
|
4,1
|
|
A 1.9.2
|
permanent
opstallen19
|
4,7
|
|
A 1.10
|
ligboxenstal met
roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag (BWL
2010.31)
|
|
|
A 1.10.1
|
beweiden19
|
6,5
|
|
A 1.10.2
|
permanent
opstallen19
|
7,4
|
|
A 1.11
|
ligboxenstal met
geprofileerde vlakke vloer met hellende gleuven,
regelmatige mestafstorten en hoog frequente mestverwijdering
met een vingerschuif (BWL 2010.32)
|
|
|
A 1.11.1
|
beweiden19
|
8,1
|
|
A 1.11.2
|
permanent
opstallen19
|
9,2
|
|
A 1.12
|
ligboxenstal met
geprofileerde vlakke vloer met hellende gleuven, regelmatige
mestafstorten en frequent schuiven (BWL
2010.33.V1)
|
|
|
A 1.12.1
|
beweiden19
|
8,3
|
|
A 1.12.2
|
permanent
opstallen19
|
9,5
|
|
A 1.13
|
ligboxenstal met
roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten (BWL
2010.34.V1)
|
|
|
A 1.13.1
|
beweiden19
|
7,1
|
|
A 1.13.2
|
permanent
opstallen19
|
8,1
|
|
A 1.14
|
ligboxenstal met
geprofileerde vlakke vloer met hellende gleuven, regelmatige
mestafstorten voorzien van afdichtflappen, frequent schuiven
en dakisolatie (BWL 2010.35.V1)
|
|
|
A 1.14.1
|
beweiden19
|
7,1
|
|
A 1.14.2
|
permanent
opstallen19
|
8,1
|
|
A 1.15
|
ligboxenstal met
geprofileerde vlakke vloer met hellende gleuven, regelmatige
mestafstorten voorzien van afdichtflappen en frequente
mestverwijdering (BWL 2010.36.V1)
|
|
|
A 1.15.1
|
beweiden19
|
7,0
|
|
A 1.15.2
|
permanent
opstallen19
|
8,0
|
|
A 1.100
|
overige
huisvestingssystemen
|
|
|
A 1.100.1
|
beweiden
|
9,5
|
|
A 1.100.2
|
permanent
opstallen
|
11,0
|
|
A
2
|
diercategorie
zoogkoeien ouder dan 2 jaar
|
5,3
|
|
A
3
|
diercategorie
vrouwelijk jongvee tot 2 jaar
|
3,9
|
|
A
4
|
diercategorie
vleeskalveren tot circa 8 maanden
|
|
|
A 4.1
|
mechanisch
geventileerde stal met een chemisch luchtwassysteem met 90%
emissiereductie (BWL 2001.29.V1; BWL
2007.04.V3)
|
0,25
|
|
A 4.2
|
mechanisch
geventileerde stal met een biologisch luchtwassysteem 70%
emissiereductie (BWL 2006.01.V1; BWL
2009.13.V1)
|
0,75
|
|
A 4.3
|
mechanisch
geventileerde stal met een chemisch luchtwassysteem met 70%
emissiereductie (BWL 2008.06.V2; BWL
2008.07.V1; BWL 2004.02.V2; BWL 2005.01.V3; BWL 2006.04.V1;
BWL 2006.05.V1; BWL 2009.01.V1; BWL 2010.25)
|
0,75
|
|
A 4.4
|
mechanisch
geventileerde stal met een chemisch luchtwassysteem met 95%
emissiereductie (BWL 2008.08.V2; BWL
2008.09.V2; BWL 2007.05.V3; BWL 2010.26)
|
0,13
|
|
A 4.100
|
overige
huisvestingssystemen
|
2,5
|
|
A
5
|
vervallen
|
|
|
A
6
|
diercategorie
vleesstieren en overig vleesvee van circa 8 tot 24 maanden
(roodvleesproductie)
|
7,2
|
|
A
7
|
diercategorie
fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar
|
9,5
|
|
HOOFDCATEGORIE
B: SCHAPEN
|
|
B
1
|
diercategorie
schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kg 1,
2
|
0,7
|
|
HOOFDCATEGORIE
C: GEITEN
|
|
C
1
|
diercategorie
geiten ouder dan 1 jaar
|
1,9
|
|
C
2
|
diercategorie
opfokgeiten van 61 dagen tot en met één jaar
|
0,8
|
|
C
3
|
diercategorie
opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen
|
0,2
|
|
HOOFDCATEGORIE
D: VARKENS
|
|
D
1
|
fokzeugen,
inclusief biggen tot 25 kg
|
|
|
D
1.1
|
diercategorie
biggenopfok (gespeende biggen)
|
|
|
D 1.1.1
|
vlakke gecoate
keldervloer met tandheugelschuifsysteem (Groen
Label BB 93.03.001V1)
|
|
|
D 1.1.1.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big
|
0,18
|
|
D 1.1.1.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big
|
0,23
|
|
D 1.1.2
|
spoelgotensysteem
met dunne mest en gedeeltelijk roostervloer (Groen
Label BB 94.06.021V3; BB 94.06.021V1/A 97.01.049V1)
|
|
|
D 1.1.2.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big
|
0,21
|
|
D 1.1.2.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big
|
0,27
|
|
D 1.1.3
|
mestopvang in
water in combinatie met een mestafvoersysteem
|
|
|
D 1.1.3.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big (BWL
2006.06)
|
0,13
|
|
D 1.1.3.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big (BWL
2006.07)
|
0,16
|
|
D 1.1.4
|
ondiepe
mestkelders met water- en mestkanaal
|
|
|
D 1.1.4.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big (Groen
Label BB 96.03.033V2)
|
0,26
|
|
D 1.1.4.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big (BWL
2001.14)
|
0,33
|
|
D 1.1.5
|
halfrooster met
verkleind mestoppervlak (max. 60% van het totale
hokoppervlak bestaat uit een roostervloer)
|
|
|
D 1.1.5.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big (BWL
2001.15)
|
0,34
|
|
D 1.1.5.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big (BWL
2001.16)
|
0,43
|
|
D 1.1.6
|
mestopvang in en
spoelen met aangezuurde vloeistof (Groen
Label (volledig roostervloer) BB 96.04.038V2)
|
|
|
D 1.1.6.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big
|
0,16
|
|
D 1.1.6.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big
|
0,20
|
|
D 1.1.7
|
mestopvang in en
spoelen met aangezuurde vloeistof (Groen
Label (gedeeltelijk roostervloer) BB 96.04.038V2)
|
|
|
D 1.1.7.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big
|
0,22
|
|
D 1.1.7.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big
|
0,28
|
|
D 1.1.8
|
gescheiden afvoer
van mest en urine door middel van hellende mestband (Groen
Label BB 96.06.040V1)
|
|
|
D 1.1.8.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big
|
0,20
|
|
D 1.1.8.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big
|
0,25
|
|
D 1.1.9
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2008.01.V1; BWL 2008.02.V1; BWL 2008.03.V1; BWL 2008.04.V1;
BWL 2008.05.V1; BWL 2004.01.V2; BWL 2006.02.V1; BWL
2007.03.V3; BWL 2008.12.V1; BWL 2009.20; BWL 2009.21; BWL
2010.28.V1; BWL 2011.11; BWL 2011.12)
|
|
|
D 1.1.9.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big3
|
0,18
|
|
D 1.1.9.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big3
|
0,23
|
|
D 1.1.10
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2008.06.V2; BWL 2008.07.V1; BWL 2004.02.V2; BWL 2005.01.V3;
BWL 2006.04.V1; BWL 2006.05.V1; BWL 2009.01.V1; BWL 2010.25;
BWL 2011.14)
|
|
|
D 1.1.10.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big3
|
0,18
|
|
D 1.1.10.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big3
|
0,23
|
|
D 1.1.11
|
koeldeksysteem
(150% koeloppervlak)
|
|
|
D 1.1.11.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big (BWL
2010.11.V1)
|
0,15
|
|
D 1.1.11.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big (BWL
2010.12.V1)
|
0,19
|
|
D 1.1.12
|
opfokhok met
schuine putwand
|
|
|
D 1.1.12.1
|
emitterend
mestoppervlak maximaal 0,07 m2 per
big, ongeacht groepsgrootte (BWL 2001.13.V1)
|
0,17
|
|
D 1.1.12.2
|
emitterend
mestoppervlak groter dan 0,07 m2 per
big, echter kleiner dan 0,10 m2, en
in kleine groepen, tot 30 biggen, gehuisvest (BWL
2004.06.V1)
|
0,21
|
|
D 1.1.12.3
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2, emitterend
mestoppervlak groter dan 0,07 m2
echter kleiner dan 0,10 m2, in grote
groepen, vanaf 30 biggen, gehuisvest (Groen
Label; BB 99.06.072/A 99.11.080; BB 99.06.072/A 99.11.082) (BWL
2010.04.V1)
|
0,18
|
|
D 1.1.13
|
volledig rooster
met water- en mestkanalen, eventueel voorzien van schuine
putwand(en), emitterend mestoppervlak kleiner dan 0,10 m2
(BWL 2010.05.V1)
|
0,20
|
|
D 1.1.14
|
chemisch
luchtwassysteem 95% emissiereductie (BWL
2008.08.V2; BWL 2008.09.V2; BWL 2007.05.V3; BWL 2010.26)
|
|
|
D 1.1.14.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big3
|
0,03
|
|
D 1.1.14.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big3
|
0,04
|
|
D 1.1.15
|
luchtwassystemen
anders dan biologisch of chemisch
|
|
|
D 1.1.15.1
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser
(lamellenfilter) en waterwasser (BWL
2006.14.V2)
|
|
|
D 1.1.15.1.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big3
|
0,09
|
|
D 1.1.15.1.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big3
|
0,11
|
|
D 1.1.15.2
|
gecombineerd
luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser,
chemische wasser en biofilter (BWL
2006.15.V3)
|
|
|
D 1.1.15.2.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big3
|
0,18
|
|
D 1.1.15.2.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big3
|
0,23
|
|
D 1.1.15.3
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met waterwasser,
chemische wasser en biofilter (BWL
2007.01.V2)
|
|
|
D 1.1.15.3.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big3
|
0,09
|
|
D 1.1.15.3.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big3
|
0,11
|
|
D 1.1.15.4
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met watergordijn en
biologische wasser (BWL 2007.02.V1; BWL
2009.12; BWL 2010.02)
|
|
|
D 1.1.15.4.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big3
|
0,09
|
|
D 1.1.15.4.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big3
|
0,11
|
|
D 1.1.15.5
|
gecombineerd
luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser,
biologische wasser en geurverwijderingssectie (BWL
2011.07)
|
|
|
D 1.1.15.5.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big3,
19
|
0,18
|
|
D 1.1.15.5.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big3,
19
|
0,23
|
|
D 1.1.15.6
|
gecombineerd
luchtwassysteem 90% emissiereductie met een biologische en
een chemische wasser en een biofilter (BWL
2011.08)
|
|
|
D 1.1.15.6.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big3
|
0,06
|
|
D 1.1.15.6.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big3
|
0,08
|
|
D 1.1.100
|
overige
huisvestingssystemen
|
|
|
D 1.1.100.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,35 m2 per big
|
0,60
|
|
D 1.1.100.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,35 m2 per big
|
0,75
|
|
D
1.2
|
diercategorie
kraamzeugen (incl. biggen tot spenen)
|
|
|
D 1.2.1
|
spoelgotensysteem,
spoelen met dunne mest (Groen Label BB
93.11.012V2; BB 93.11.012V2/A 99.11.077)
|
3,3
|
|
D 1.2.2
|
kunststof
schijnvloer met schuif onder de roosters (voormalig
Groen Label BB 94.02.014V1) 4
|
3,7
|
|
D 1.2.3
|
vlakke, gecoate
keldervloer met tandheugelschuifsysteem (voormalig
Groen Label BB 94.04.018) 4
|
4,0
|
|
D 1.2.4
|
mestschuif met
gecoate, hellende keldervloer en giergoot (Groen
Label BB 94.06.019)
|
3,1
|
|
D 1.2.5
|
mestgoot met
mestafvoersysteem (BWL 2010.06.V1)
|
3,2
|
|
D 1.2.6
|
ondiepe
mestkelders met mest- en waterkanaal (voormalig
Groen Label BB 95.12.032) 4
|
4,0
|
|
D 1.2.7
|
kraamopfokhok met
hellende plaat (BWL 2001.17)
|
5,0
|
|
D 1.2.8
|
mestopvang in en
spoelen met aangezuurde vloeistof (Groen
Label BB 96.04.037V1)
|
3,1
|
|
D 1.2.9
|
schuiven in
mestgoot (BWL 2001.18)
|
2,5
|
|
D 1.2.10
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2008.01.V1; BWL 2008.02.V1; BWL 2008.03.V1; BWL 2008.04.V1;
BWL 2008.05.V1; BWL 2004.01.V2; BWL 2006.02.V1; BWL
2007.03.V3; BWL 2008.12.V1; BWL 2009.20; BWL 2009.21; BWL
2010.28.V1; BWL 2011.11; BWL 2011.12) 3
|
2,5
|
|
D 1.2.11
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2008.06.V2; BWL 2008.07.V1; BWL 2004.02.V2; BWL 2005.01.V3;
BWL 2006.04.V1; BWL 2006.05.V1; BWL 2009.01.V1; BWL 2010.25;
BWL 2011.14) 3
|
2,5
|
|
D 1.2.12
|
koeldeksysteem
(150% koeloppervlak) (BWL 2010.15.V1)
|
2,4
|
|
D 1.2.13
|
mestpan onder
kraamhok (BWL 2006.08)
|
2,9
|
|
D 1.2.14
|
mestpan met water-
en mestkanaal onder kraamhok (BWL
2010.07.V1)
|
2,9
|
|
D 1.2.15
|
chemisch
luchtwassysteem 95% emissiereductie (BWL
2008.08.V2; BWL 2008.09.V2; BWL 2007.05.V3; BWL 2010.26)
3
|
0,42
|
|
D 1.2.16
|
waterkanaal in
combinatie met een afgescheiden mestkanaal of mestbak (BWL
2004.07.V1)
|
2,9
|
|
D 1.2.17
|
luchtwassystemen
anders dan biologisch of chemisch
|
|
|
D 1.2.17.1
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser
(lamellenfilter) en waterwasser (BWL
2006.14.V2) 3
|
1,25
|
|
D 1.2.17.2
|
gecombineerd
luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser,
chemische wasser en biofilter (BWL
2006.15.V3) 3
|
2,49
|
|
D 1.2.17.3
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met waterwasser,
chemische wasser en biofilter (BWL
2007.01.V2) 3
|
1,25
|
|
D 1.2.17.4
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met watergordijn en
biologische wasser (BWL 2007.02.V1; BWL
2009.12; BWL 2010.02) 3
|
1,25
|
|
D 1.2.17.5
|
gecombineerd
luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser,
biologische wasser en geurverwijderingssectie (BWL
2011.07) 3, 19
|
2,49
|
|
D 1.2.17.6
|
gecombineerd
luchtwassysteem 90% emissiereductie met een biologische en
een chemische wasser en een biofilter (BWL
2011.08) 3
|
0,83
|
|
D 1.2.100
|
overige
huisvestingssystemen
|
8,3
|
|
D
1.3
|
diercategorie
guste en dragende zeugen
|
|
|
D 1.3.1
|
smalle ondiepe
mestkanalen met metalen driekantroostervloer en
rioleringssysteem (alleen toepasbaar bij individuele
huisvesting) (Groen Label BB 95.02.027V1)
|
2,4
|
|
D 1.3.2
|
mestgoot met
combinatierooster en frequente mestafvoer (alleen toepasbaar
bij individuele huisvesting) (Groen Label BB
95.06.028)
|
1,8
|
|
D 1.3.3
|
spoelgotensysteem
met dunne mest (Groen Label bij individuele
huisvesting BB 95.10.030) (Groen Label bij groepshuisvesting
BB 95.10.030/A 98.10.060; BB 95.10.030/B 99.11.078)
|
2,5
|
|
D 1.3.4
|
mestopvang in en
spoelen met aangezuurde vloeistof (Groen
Label bij individuele huisvesting BB 96.04.036V1) (Groen
Label bij groepshuisvesting BB 96.04.036V1/A 98.10.061)
|
1,8
|
|
D 1.3.5
|
schuiven in
mestgoot (alleen toepasbaar bij individuele huisvesting) (BWL
2001.19)
|
2,2
|
|
D 1.3.6
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (bij
individuele en groepshuisvesting BWL 2008.01.V1; BWL
2008.02.V1; BWL 2008.03.V1; BWL 2008.04.V1; BWL 2008.05.V1;
BWL 2004.01.V2; BWL 2006.02.V1; BWL 2007.03.V3; BWL
2008.12.V1; BWL 2009.20; BWL 2009.21; BWL 2010.28.V1; BWL
2011.11; BWL 2011.12) 3
|
1,3
|
|
D 1.3.7
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (bij
individuele en groepshuisvesting BWL 2008.06.V2; BWL
2008.07.V1; BWL 2004.02.V2; BWL 2005.01.V3; BWL 2006.04.V1;
BWL 2006.05.V1; BWL 2009.01.V1; BWL 2010.25; BWL 2011.14)
3
|
1,3
|
|
D 1.3.8
|
koeldeksysteem
|
|
|
D 1.3.8.1
|
115% koeloppervlak
(bij individuele huisvesting BWL 2010.16.V1)
|
2,2
|
|
D 1.3.8.2
|
135% koeloppervlak
(bij groepshuisvesting BWL 2010.17.V1)
|
2,2
|
|
D 1.3.9
|
groepshuisvestingssysteem
met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder strobed, met
schuine putwanden in het mestkanaal
|
|
|
D 1.3.9.1
|
met metalen
driekantroosters (BWL 2010.08.V1)
|
2,3
|
|
D 1.3.9.2
|
roosters anders
dan metalen driekant (BWL 2006.09)
|
2,5
|
|
D 1.3.10
|
rondloopstal met
zeugenvoerstation en strobed (BWL
2010.09.V1)
|
2,6
|
|
D 1.3.11
|
chemisch
luchtwassysteem 95% emissiereductie (bij
individuele en groepshuisvesting BWL 2008.08.V2; BWL
2008.09.V2; BWL 2007.05.V3; BWL 2010.26) 3
|
0,21
|
|
D 1.3.12
|
luchtwassystemen
anders dan biologisch of chemisch
|
|
|
D 1.3.12.1
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser
(lamellenfilter) en waterwasser (BWL
2006.14.V2) 3
|
0,63
|
|
D 1.3.12.2
|
gecombineerd
luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser,
chemische wasser en biofilter (BWL
2006.15.V3) 3
|
1,26
|
|
D 1.3.12.3
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met waterwasser,
chemische wasser en biofilter (BWL
2007.01.V2) 3
|
0,63
|
|
D 1.3.12.4
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met watergordijn en
biologische wasser (BWL 2007.02.V1; BWL
2009.12; BWL 2010.02) 3
|
0,63
|
|
D 1.3.12.5
|
gecombineerd
luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser,
biologische wasser en geurverwijderingssectie (BWL
2011.07) 3, 19
|
1,26
|
|
D 1.3.12.6
|
gecombineerd
luchtwassysteem 90% emissiereductie met een biologische en
een chemische wasser en een biofilter (BWL
2011.08) 3
|
0,42
|
|
D 1.3.100
|
overige
huisvestingssystemen, groepshuisvesting
|
4,2
|
|
D 1.3.101
|
overige
huisvestingssystemen, individuele huisvesting
|
4,2
|
|
D
2
|
diercategorie
dekberen, 7 maanden en ouder
|
|
|
D 2.1
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2008.01.V1; BWL 2008.02.V1; BWL 2008.03.V1; BWL 2008.04.V1;
BWL 2008.05.V1; BWL 2004.01.V2; BWL 2006.02.V1; BWL
2007.03.V3; BWL 2008.12.V1; BWL 2009.20; BWL 2009.21; BWL
2010.28.V1; BWL 2011.11; BWL 2011.12) 3
|
1,7
|
|
D 2.2
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2008.06.V2; BWL 2008.07.V1; BWL 2004.02.V2; BWL 2005.01.V3;
BWL 2006.04.V1; BWL 2006.05.V1; BWL 2009.01.V1; BWL 2010.25;
BWL 2011.14) 3
|
1,7
|
|
D 2.3
|
chemisch
luchtwassysteem 95% emissiereductie (BWL
2008.08.V2; BWL 2008.09.V2; BWL 2007.05.V3; BWL 2010.26)
3
|
0,28
|
|
D 2.4
|
luchtwassystemen
anders dan biologisch of chemisch
|
|
|
D 2.4.1
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser
(lamellenfilter) en waterwasser (BWL
2006.14.V2) 3
|
0,83
|
|
D 2.4.2
|
gecombineerd
luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser,
chemische wasser en biofilter (BWL
2006.15.V3) 3
|
1,65
|
|
D 2.4.3
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met waterwasser,
chemische wasser en biofilter (BWL
2007.01.V2) 3
|
0,83
|
|
D 2.4.4
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met watergordijn en
biologische wasser (BWL 2007.02.V1; BWL
2009.12; BWL 2010.02) 3
|
0,83
|
|
D 2.4.5
|
gecombineerd
luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser,
biologische wasser en geurverwijderingssectie (BWL
2011.07) 3, 19
|
1,65
|
|
D 2.4.6
|
gecombineerd
luchtwassysteem 90% emissiereductie met een biologische en
een chemische wasser en een biofilter (BWL
2011.08) 3
|
0,55
|
|
D 2.100
|
overige
huisvestingssystemen
|
5,5
|
|
D
3
|
diercategorie
vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden,
opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking
|
|
|
D 3.1
|
volledig
roostervloer
|
|
|
D 3.1.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken (BWL
2001.20) 5
|
3,0
|
|
D 3.1.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken (BWL
2001.21) 5
|
4,0
|
|
D 3.2
|
gedeeltelijk
roostervloer
|
|
|
D 3.2.1
|
gehele dierplaats
onderkelderd zonder stankafsluiter
|
|
|
D 3.2.1.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken (BWL
2001.22) 5
|
3,0
|
|
D 3.2.1.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken (BWL
2001.23) 5
|
4,0
|
|
D 3.2.2
|
mestopvang in en
spoelen met NH3-arme vloeistof
(inclusief aanzuren)
|
|
|
D 3.2.2.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken (Groen
Label BB 93.06.010V1; BB 93.11.011; BB 93.11.011/A
95.04.024) 5
|
1,4
|
|
D 3.2.2.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken (BWL
2001.24) 5
|
2,0
|
|
D 3.2.3
|
koeldeksysteem met
metalen driekantroostervloer (170% koeloppervlak)
|
|
|
D 3.2.3.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken (BWL
2010.18.V1) 5
|
1,4
|
|
D 3.2.3.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken (BWL
2001.25.V1) 5
|
2,0
|
|
D 3.2.4
|
mestopvang in met
formaldehyde behandelde mestvloeistof in combinatie met
metalen driekantroostervloer (Groen Label BB
95.02.025V2)
|
|
|
D 3.2.4.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken5
|
0,8
|
|
D 3.2.4.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken5
|
1,1
|
|
D 3.2.5
|
mestopvang in
water in combinatie met metalen driekant roostervloer (Groen
Label BB 95.10.029V3)
|
|
|
D 3.2.5.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken5
|
1,1
|
|
D 3.2.5.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken5
|
1,5
|
|
D 3.2.6
|
koeldeksysteem
(200% koeloppervlak)
|
|
|
D 3.2.6.1
|
met metalen
roostervloer
|
|
|
D 3.2.6.1.1
|
emitterend
mestoppervlak maximaal 0,8 m2 per
varken (BWL 2010.19.V1) 5
|
1,2
|
|
D 3.2.6.1.2
|
emitterend
mestoppervlak maximaal 0,5 m2 (BWL
2004.08.V1) 5
|
1,0
|
|
D 3.2.6.2
|
met roostervloer
anders dan metaal
|
|
|
D 3.2.6.2.1
|
emitterend
mestoppervlak maximaal 0,6 m2 per
varken (BWL 2010.20.V1) 5
|
1,4
|
|
D 3.2.6.2.2
|
emitterend
mestoppervlak groter dan 0,6 m2, doch
kleiner dan 0,8 m2 per varken (BWL
2001.01.V1) 5
|
2,0
|
|
D 3.2.7
|
mestkelders met
(water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand
|
|
|
D 3.2.7.1
|
met metalen
driekantroosters op het mestkanaal
|
|
|
D 3.2.7.1.1
|
emitterend
mestoppervlak maximaal 0,18 m2 per
varken (Groen Label BB 97.07.056/A
97.11.059V2) (BWL 2004.03.V1) 5
|
1,0
|
|
D 3.2.7.1.2
|
emitterend
mestoppervlak groter dan 0,18 m2,
maar kleiner dan 0,27 m2 per varken (Groen
Label BB 97.07.056/A 97.11.059V2) (BWL 2004.04.V1) 5
|
1,4
|
|
D 3.2.7.2
|
met roosters
anders dan metalen driekant op het mestkanaal
|
|
|
D 3.2.7.2.1
|
emitterend
mestoppervlak maximaal 0,18 m2 per
varken (BWL 2004.05.V1) 5
|
1,2
|
|
D 3.2.7.2.2
|
emitterend
mestoppervlak groter dan 0,18 m2,
maar kleiner dan 0,27 m2 per varken (BWL
2010.10.V1) 5
|
1,5
|
|
D 3.2.8
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2008.01.V1; BWL 2008.02.V1; BWL 2008.03.V1; BWL 2008.04.V1;
BWL 2008.05.V1; BWL 2004.01.V2; BWL 2006.02.V1; BWL
2007.03.V3; BWL 2008.12.V1; BWL 2009.20; BWL 2009.21; BWL
2010.28.V1; BWL 2011.11; BWL 2011.12)
|
|
|
D 3.2.8.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,8
|
|
D 3.2.8.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken3,
5
|
1,1
|
|
D 3.2.9
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2008.06.V2; BWL 2008.07.V1; BWL 2004.02.V2; BWL 2005.01.V3;
BWL 2006.04.V1; BWL 2006.05.V1; BWL 2009.01.V1; BWL 2010.25;
BWL 2011.14)
|
|
|
D 3.2.9.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,8
|
|
D 3.2.9.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken3,
5
|
1,1
|
|
D 3.2.10
|
bollevloerhok met
betonnen morsrooster en metalen driekantrooster
|
|
|
D 3.2.10.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken (BWL
2001.26.V1) 5
|
1,4
|
|
D 3.2.10.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken (BWL
2001.27.V1) 5
|
2,0
|
|
D 3.2.11
|
hok met gescheiden
mestkanalen
|
|
|
D 3.2.11.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken (BWL
2001.02) 5
|
1,8
|
|
D 3.2.11.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken (BWL
2001.03) 5
|
2,5
|
|
D 3.2.12
|
spoelgotensysteem
met metalen driekantroosters(Groen Label BB
98.10.064)
|
|
|
D 3.2.12.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken5
|
1,0
|
|
D 3.2.12.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken5
|
1,3
|
|
D 3.2.13
|
spoelgotensysteem
met roosters(Groen Label BB 98.10.065; BB
98.10.065/A 99.11.079V1)
|
|
|
D 3.2.13.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken5
|
1,2
|
|
D 3.2.13.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken5
|
1,5
|
|
D 3.2.14
|
chemisch
luchtwassysteem 95% emissiereductie (BWL
2008.08.V2; BWL 2008.09.V2; BWL 2007.05.V3; BWL 2010.26)
|
|
|
D 3.2.14.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,13
|
|
D 3.2.14.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,18
|
|
D 3.2.15
|
luchtwassystemen
anders dan biologisch of chemisch
|
|
|
D 3.2.15.1
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser
(lamellenfilter) en waterwasser (BWL
2006.14.V2)
|
|
|
D 3.2.15.1.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,38
|
|
D 3.2.15.1.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,53
|
|
D 3.2.15.2
|
gecombineerd
luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser,
chemische wasser en biofilter (BWL
2006.15.V3)
|
|
|
D 3.2.15.2.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,75
|
|
D 3.2.15.2.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken3,
5
|
1,05
|
|
D 3.2.15.3
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met waterwasser,
chemische wasser en biofilter (BWL
2007.01.V2)
|
|
|
D 3.2.15.3.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,38
|
|
D 3.2.15.3.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,53
|
|
D 3.2.15.4
|
gecombineerd
luchtwassysteem 85% emissiereductie met watergordijn en
biologische wasser (BWL 2007.02.V1; BWL
2009.12; BWL 2010.02)
|
|
|
D 3.2.15.4.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,38
|
|
D 3.2.15.4.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,53
|
|
D 3.2.15.5
|
gecombineerd
luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser,
biologische wasser en geurverwijderingssectie (BWL
2011.07)
|
|
|
D 3.2.15.5.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken3,
5, 19
|
0,75
|
|
D 3.2.15.5.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken3,
5, 19
|
1,05
|
|
D 3.2.15.6
|
gecombineerd
luchtwassysteem 90% emissiereductie met een biologische en
een chemische wasser en een biofilter (BWL
2011.08)
|
|
|
D 3.2.15.6.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,25
|
|
D 3.2.15.6.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken3,
5
|
0,35
|
|
D 3.2.16
|
gescheiden afvoer
van mest en urine door middel van een V-vormige mestband in
het mestkanaal met metalen driekant roosters op het
mestkanaal
|
|
|
D 3.2.16.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken (BWL
2008.10) 5
|
0,9
|
|
D 3.2.16.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken (BWL
2008.11) 5
|
1,2
|
|
D 3.3
|
scharrel
vleesvarkens
|
|
|
D 3.3.1
|
beddenstal met
maximaal 0,14 m2 emitterend
mestoppervlak per dier tot 50 kg levend gewicht en met
maximaal 0,29 m2 emitterend
mestoppervlak per dier vanaf 50 kg levend gewicht (BWL
2001.30) 5
|
1,9
|
|
D 3.3.2
|
overige
huisvestingssystemen scharrel vleesvarkens5
|
3,0
|
|
D 3.100
|
overige
huisvestingssystemen
|
|
|
D 3.100.1
|
hokoppervlak
maximaal 0,8 m2 per varken5
|
2,5
|
|
D 3.100.2
|
hokoppervlak
groter dan 0,8 m2 per varken5
|
3,5
|
|
D
4
|
additionele
technieken
|
|
|
D 4.1
|
drijvende ballen
in de mest 29% emissiereductie (BWL 2010.01)
17
|
|
|
HOOFDCATEGORIE
E: KIPPEN
|
|
E
1
|
diercategorie
opfokhennen en hanen van legrassen; jonger dan 18 weken
|
|
|
E 1.1
|
open mestopslag
onder de batterij al dan niet voorzien van een mestschuif (flat-deck-kooien,
trapkooien of compactkooien voor natte mest) (BWL
2001.04)
|
0,045
|
|
E 1.2
|
mestbandbatterij
voor natte mest met afvoer naar een gesloten opslag
(minimaal 2 maal per week ontmesten)(voormalig
Groen Label BB 93.06.007) 4
|
0,020
|
|
E 1.3
|
compactbatterij
waarvan de natte mest 2 maal daags door middel van
mestschuiven en een centrale mestband afgevoerd wordt naar
een gesloten opslag (voormalig Groen Label
BB 95.06.026) 4
|
0,011
|
|
E 1.4
|
batterij met
geforceerde mestdroging (kanalenstal) (BWL
2001.05)
|
0,208
|
|
E 1.5
|
mestbandbatterij
met geforceerde mestdroging
|
|
|
E 1.5.1
|
mestbandbatterij
voor droge mest met geforceerde mestdroging (voormalig
Groen Label BB 93.06.008) 4, 6
|
0,020
|
|
E 1.5.2
|
mestbandbatterij
met geforceerde mestdroging, belucht met 0,4 m3
lucht per opfokhen per uur; mestafdraaien per vijf dagen, de
mest heeft dan een droge stofgehalte van minimaal 55% (Groen
Label BB 97.07.058) 6
|
0,006
|
|
E 1.5.3
|
batterijhuisvesting
volgens categorie E 1.5.1 met chemisch luchtwassysteem met
90% emissiereductie (BWL 2001.31.V1; BWL
2007.06.V3) 6
|
0,002
|
|
E 1.5.4
|
batterijhuisvesting
volgens categorie E 1.5.2 met chemisch luchtwassysteem met
90% emissiereductie (BWL 2001.32.V1; BWL
2007.07.V3) 6
|
0,001
|
|
E 1.5.5
|
koloniehuisvesting
met mestbandbeluchting (0,7 m3 per
dier per uur) (BWL 2009.10.V1) 6
|
0,016
|
|
E 1.6
|
batterijsysteem
met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel (Groen
Label BB 99.06.071)
|
0,010
|
|
E 1.7
|
grondhuisvesting
(strooiselvloer, roostervloer) (BWL 2001.06)
|
0,170
|
|
E 1.8
|
volièrehuisvesting
|
|
|
E 1.8.1
|
minimaal 50% van
de leef ruimte is rooster, met daaronder een mestband.
Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters
minimaal in twee etages (BWL 2005.02.V1)
6, 10
|
0,050
|
|
E 1.8.2
|
65–70% van de
leefruimte is rooster, met daaronder een mestband met 0,3 m3
per dier per uur mestbeluchting. Mestbanden minimaal eenmaal
per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages. (BWL
2005.03.V1) 6, 10
|
0,030
|
|
E 1.8.3
|
45–55% van de
leefruimte is rooster met daaronder een mestband, mestbanden
minimaal tweemaal per week afdraaien (BWL
2006.10.V2)
|
|
|
E 1.8.3.1
|
met 0,1 m3
per dier per uur beluchting6, 10
|
0,030
|
|
E 1.8.3.2
|
met 0,3 m3
per dier per uur beluchting6, 10
|
0,023
|
|
E 1.8.4
|
30–35% van de
leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,4 m3
per dier per uur beluchting, mestbanden minimaal éénmaal
per week afdraaien (BWL 2006.11.V1) 6,
10
|
0,014
|
|
E 1.8.5
|
55–60% van de
leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,4 m3
per dier per uur beluchting, mestbanden minimaal éénmaal
per week afdraaien (BWL 2006.12.V1) 6,
10
|
0,020
|
|
E 1.9
|
chemisch
luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL
2001.35.V2; BWL 2007.08.V3) 3
|
0,017
|
|
E 1.10
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2006.03.V1; BWL 2009.13.V1; BWL 2010.27; BWL 2010.28.V1)
3
|
0,051
|
|
E 1.11
|
stal met
verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren (BWL
2009.14.V2)
|
0,150
|
|
E 1.12
|
biofilter 70%
emissiereductie (BWL 2011.03) 3
|
0.051
|
|
E 1.13
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2005.01.V3) 3
|
0,051
|
|
E 1.100
|
overige
huisvestingssystemen niet-batterijhuisvesting
|
0,170
|
|
E 1.101
|
overige
huisvestingssystemen batterijhuisvesting
|
0,045
|
|
E
2
|
diercategorie
legkippen en (groot-)ouderdieren van legrassen
|
|
|
E 2.1
|
open mestopslag
onder de batterij al dan niet voorzien van een mestschuif (flat-deck-kooien,
trapkooien of compactkooien voor natte mest) (BWL
2001.07)
|
0,100
|
|
E 2.2
|
mestbandbatterij
voor natte mest met afvoer naar een gesloten opslag
(minimaal 2 maal per week ontmesten) (voormalig
Groen Label BB 93.06.007) 4
|
0,042
|
|
E 2.3
|
compactbatterij
waarvan de natte mest 2 maal daags door middel van
mestschuiven en een centrale mestband afgevoerd wordt naar
een gesloten opslag (voormalig Groen Label
BB 95.06.026) 4
|
0,024
|
|
E 2.4
|
batterij met
geforceerde mestdroging (deeppitstal of highrisestal,
kanalenstal) (BWL 2001.08)
|
0,463
|
|
E 2.5
|
mestbandbatterij
met geforceerde mestdroging
|
|
|
E 2.5.1
|
mestbandbatterij
voor droge mest met geforceerde mestdroging (voormalig
Groen Label BB 93.06.008) 4, 6
|
0,042
|
|
E 2.5.2
|
mestbandbatterij
met geforceerde mestdroging, belucht met 0,7 m3
lucht per dier per uur. Mestafdraaien per vijf dagen; de
mest heeft dan een droge stofgehalte van minimaal 55% (Groen
Label BB 97.07.058) 6
|
0,012
|
|
E 2.5.3
|
batterijhuisvesting
volgens categorie E 2.5.1 met chemisch luchtwassysteem met
90% emissiereductie (BWL 2001.31.V1; BWL
2007.06.V3) 6
|
0,004
|
|
E 2.5.4
|
batterijhuisvesting
volgens categorie E 2.5.2 met chemisch luchtwassysteem met
90% emissiereductie (BWL 2001.32.V1; BWL
2007.07.V3) 6
|
0,001
|
|
E 2.5.5
|
verrijkte kooien
met mestbandbeluchting (0,7 m3 per
dier per uur) (BWL 2005.02) 6
|
0,030
|
|
E 2.5.6
|
koloniehuisvesting
met mestbandbeluchting (0,7 m3 per
dier per uur) (BWL 2009.10.V1) 6
|
0,030
|
|
E 2.6
|
batterijsysteem
met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel (Groen
Label BB 99.06.071)
|
0,018
|
|
E 2.7
|
grondhuisvesting
van legrassen (circa 1/3 strooiselvloer en circa 2/3
roostervloer) (BWL 2001.09) 11
|
0,315
|
|
E 2.8
|
grondhuisvesting
met beluchting onder gedeeltelijk verhoogde roostervloer (perfosysteem)
(BWL 2010.21.V1) 11
|
0,110
|
|
E 2.9
|
grondhuisvesting
met mestbeluchting via buizen
|
|
|
E 2.9.1
|
grondhuisvesting
met mestbeluchting via buizen onder de beun (BWL
2001.10.V1) 11
|
0,125
|
|
E 2.9.2
|
grondhuisvesting
met enkele buis onder de beun aan weerszijden van het
legnest (BWL 2011.09) 11
|
0,150
|
|
E 2.9.3
|
grondhuisvesting
met mestbeluchting door middel van verticale
ventilatiekokers (BWL 2011.10) 11
|
0,150
|
|
E 2.10
|
chemisch
luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL
2001.35.V2; BWL 2007.08.V3) 3, 11
|
0,032
|
|
E 2.11
|
volièrehuisvesting
|
|
|
E 2.11.1
|
minimaal 50% van
de leefruimte is rooster met daaronder een mestband.
Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters
minimaal in twee etages.(BWL 2004.09.V1)
6, 10, 11
|
0,090
|
|
E 2.11.2
|
45–55% van de
leefruimte roosters met daaronder een mestband met
beluchting. Mestbanden minimaal tweemaal per week afdraaien.
Roosters minimaal in twee etages. (BWL
2004.10.V2)
|
|
|
E 2.11.2.1
|
beluchtingcapaciteit
minimaal 0,2 m3 per dier per uur6,
10, 11
|
0,055
|
|
E 2.11.2.2
|
beluchtingcapaciteit
minimaal 0,5 m3 per dier per uur6,
10, 11
|
0,042
|
|
E 2.11.3
|
30–35% van de
leefruimte roosters met daaronder een mestband met 0,7 m3
per dier per uur mestbeluchting. Mestbanden minimaal eenmaal
per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages. (BWL
2005.04.V1) 6, 10, 11
|
0,025
|
|
E 2.11.4
|
55–60% van de
leefruimte roosters met daaronder een mestband met 0,7 m3
per dier per uur mestbeluchting. Mestbanden minimaal eenmaal
per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages. (BWL
2005.05.V1) 6, 10, 11
|
0,037
|
|
E 2.12
|
scharrelhuisvesting
|
|
|
E 2.12.1
|
scharrelstal in
twee verdiepingen met mestbanden onder de roosters (twee
maal per week afdraaien), bezetting 9 dieren per m2
(BWL 2004.11) 6, 11
|
0,068
|
|
E 2.12.2
|
scharrelhuisvesting
met frequente mest- en strooiselverwijdering (BWL
2004.12) 6, 11
|
0,106
|
|
E 2.13
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2006.03.V1; BWL 2009.13.V1; BWL 2010.27; BWL 2010.28.V1)
3, 11
|
0,095
|
|
E 2.14
|
biofilter 70%
emissiereductie (BWL 2011.03) 3
|
0,095
|
|
E 2.15
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2005.01.V3) 3
|
0,095
|
|
E 2.100
|
overige
huisvestingssystemen niet-batterijhuisvesting
|
0,315
|
|
E 2.101
|
overige
huisvestingssystemen batterijhuisvesting
|
0,100
|
|
E
3
|
diercategorie
(groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19
weken
|
|
|
E 3.1
|
chemisch
luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL
2001.35.V2; BWL 2007.08.V3) 3
|
0,025
|
|
E 3.2
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2006.03.V1; BWL 2009.13.V1; BWL 2010.27; BWL 2010.28.V1)
3
|
0,075
|
|
E 3.3
|
stal met
mixluchtventilatie (BWL 2005.10.V3)
|
0,183
|
|
E 3.4
|
stal met
verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren (BWL
2009.14.V2)
|
0,180
|
|
E 3.5
|
biofilter 70%
emissiereductie (BWL 2011.03) 3
|
0,075
|
|
E 3.6
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2005.01.V3) 3
|
0,075
|
|
E 3.7
|
stal met indirect
gestookte warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging
strooisellaag (BWL 2011.13)
|
0,180
|
|
E 3.8
|
stal met
luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie
met een warmtewisselaar (BWL 2010.13.V2)
|
0,158
|
|
E 3.100
|
overige
huisvestingssystemen
|
0,250
|
|
E
4
|
diercategorie
(groot-)ouderdieren van vleeskuikens
|
|
|
E 4.1
|
groepskooi
voorzien van mestband en geforceerde mestdroging (Groen
Label BB 95.12.039; BB 95.12.039/A 96.06.041; BWL 2009.23)
6
|
0,080
|
|
E 4.2
|
volièrehuisvesting
met geforceerde mestdroging (BWL 2010.22.V1)
6
|
0,170
|
|
E 4.3
|
volièrehuisvesting
met geforceerde mest- en strooiseldroging (BWL
2010.23.V1) 6
|
0,130
|
|
E 4.4
|
grondhuisvesting
met mestbeluchting
|
|
|
E 4.4.1
|
mestbeluchting van
bovenaf (BWL 2004.13)
|
0,250
|
|
E 4.4.2
|
mestbeluchting met
verticale slangen in de mest (BWL 2004.14)
|
0,435
|
|
E 4.4.3
|
grondhuisvesting
met mestbeluchting via buizen onder de beun (BWL
2010.03)
|
0,435
|
|
E 4.4.4
|
grondhuisvesting
met mestbeluchting door middel van verticale
ventilatiekokers (BWL 2010.37)
|
0,435
|
|
E 4.5
|
perfosysteem op
gedeeltelijk verhoogde roostervloer (Groen
Label BB 98.10.066)
|
0,230
|
|
E 4.6
|
chemisch
luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL
2001.35.V2; BWL 2007.08.V3) 3
|
0,058
|
|
E 4.7
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2006.03.V1; BWL 2009.13.V1; BWL 2010.27; BWL 2010.28.V1)
3
|
0,174
|
|
E 4.8
|
grondhuisvesting,
mestbanden onder de roosters, mestbanden minimaal tweemaal
per week afdraaien (BWL 2007.10) 6
|
0,245
|
|
E 4.9
|
biofilter 70%
emissiereductie (BWL 2011.03) 3
|
0,174
|
|
E 4.10
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2005.01.V3) 3
|
0,174
|
|
E 4.100
|
overige
huisvestingssystemen
|
0,580
|
|
E
5
|
diercategorie
vleeskuikens
|
|
|
E 5.1
|
zwevende vloer met
strooiseldroging (Groen Label BB 93.03.002;
BB 93.03.002/A 94.04.017V1; BB 93.03.002/B 96.04.034; BB
93.03.002/C 96.10.048)
|
0,005
|
|
E 5.2
|
geperforeerde
vloer met strooiseldroging (Groen Label BB
94.04.016; BB 94.04.016/A 96.10.047)
|
0,014
|
|
E 5.3
|
etagesysteem met
volledige roostervloer en mestbandbeluchting (Groen
Label BB 97.07.057)
|
0,005
|
|
E 5.4
|
chemisch
luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL
2008.13.V1; BWL 2001.35.V2; BWL 2007.08.V3) 3
|
0,008
|
|
E 5.5
|
grondhuisvesting
met vloerverwarming en vloerkoeling (BWL
2001.11.V1)
|
0,045
|
|
E 5.6
|
stal met
mixluchtventilatie (BWL 2005.10.V3)
|
0,037
|
|
E 5.7
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2006.03.V1; BWL 2009.13.V1; BWL 2010.27; BWL 2010.28.V1)
3
|
0,024
|
|
E 5.8
|
etagesysteem met
mestband en strooiseldroging (BWL 2006.13)
6
|
0,020
|
|
E 5.9
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens met aparte vervolghuisvesting
|
|
|
E 5.9.1
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens in etages met vervolghuisvesting
|
|
|
E 5.9.1.1
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en
vervolghuisvesting
|
|
|
E 5.9.1.1.1
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en
vervolghuisvesting in E 5.5 (grondhuisvesting met
vloerverwarming en vloerkoeling) (BWL
2009.02) 12
|
0,040
|
|
E 5.9.1.1.2
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en
vervolghuisvesting in E 5.6 (stal met mixluchtventilatie) (BWL
2009.03) 12
|
0,033
|
|
E 5.9.1.1.3
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en
vervolghuisvesting in E 5.8 (etagesysteem met mestband en
strooiseldroging) (BWL 2009.04) 6,
12
|
0,018
|
|
E 5.9.1.1.4
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en
vervolghuisvesting in E 5.10 (stal met verwarmingssysteem
met warmteheaters en ventilatoren) (BWL
2009.15) 12
|
0,031
|
|
E 5.9.1.1.100
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal met etages en
vervolghuisvesting in E 5.100 (overige huisvestingsystemen) (BWL
2009.08) 12
|
0,070
|
|
E 5.9.1.2
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en
vervolghuisvesting
|
|
|
E 5.9.1.2.1
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en
vervolghuisvesting in E 5.5 (grondhuisvesting met
vloerverwarming en vloerkoeling) (BWL
2009.05) 13
|
0,038
|
|
E 5.9.1.2.2
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en
vervolghuisvesting in E 5.6 (stal met mixluchtventilatie) (BWL
2009.06) 13
|
0,033
|
|
E 5.9.1.2.3
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en
vervolghuisvesting in E 5.8 (etagesysteem met mestband en
strooiseldroging) (BWL 2009.07) 6,
13
|
0,015
|
|
E 5.9.1.2.4
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en
vervolghuisvesting in E 5.10 (stal met verwarmingssysteem
met warmteheaters en ventilatoren) (BWL
2009.16) 13
|
0,030
|
|
E 5.9.1.2.100
|
uitbroeden eieren
en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal met etages en
vervolghuisvesting in E 5.100 (overige huisvestingsystemen) (BWL
2009.09) 13
|
0,060
|
|
E 5.10
|
stal met
verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren (BWL
2009.14.V2)
|
0,035
|
|
E 5.11
|
stal met
luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie
met een warmtewisselaar (BWL 2010.13.V2)
|
0,021
|
|
E 5.12
|
biofilter 70%
emissiereductie (BWL 2011.03) 3
|
0,024
|
|
E 5.13
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2005.01.V3) 3
|
0,024
|
|
E 5.14
|
stal met indirect
gestookte warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging
strooisellaag (BWL 2011.13)
|
0,035
|
|
E 5.100
|
overige
huisvestingssystemen
|
0,080
|
|
E
6
|
additionele
technieken voor mestbewerking en mestopslag
|
|
|
E 6.1
|
mestdroogsystemen
met geperforeerde doek (BWL 2001.36.V1)
7
|
0,010/0,015
|
|
E 6.2
|
droogtunnel met
oppervlaktedroging (dichte banden) (BWL
2001.37) 7
|
0,010/0,015
|
|
E 6.3
|
lucht uit een
composteringsunit met chemische luchtwassing (BWL
2001.38) 7
|
0,003/0,005
|
|
E 6.4
|
droogtunnel
|
|
|
E 6.4.1
|
droogtunnel met
geperforeerde banden (BWL 2005.06.V2) 7
|
0,001/0,002
|
|
E 6.4.2
|
droogtunnel met
geperforeerde metalen platen (BWL
2007.09.V2) 7
|
0,001/0,002
|
|
E 6.5
|
mestopslagloods
met biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2011.04) 7
|
0,009 / 0,015
|
|
E 6.6
|
mestopslagloods
met chemisch luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2011.05) 7
|
0,009 / 0,015
|
|
E 6.7
|
mestopslagloods
met chemisch luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL
2011.06) 7
|
0,003 / 0,005
|
|
E6.100
|
overige opslag van
mest7
|
0,030/0,050
|
|
E
7
|
additionele
technieken voor emissiereductie van fijn stof
|
|
|
E 7.1
|
oliefilmsysteem
met drukleidingen; 54% emissiereductie fijn stof (BWL
2009.17) 14
|
0
|
|
E 7.2
|
ionisatiesysteem
met negatieve coronadraden; 49% emissiereductiefijn stof (BWL
2009.18) 15
|
0
|
|
E 7.3
|
waterluchtwassysteem;
33% emissiereductie fijn stof (BWL
2009.19.V1) 16
|
0
|
|
E 7.4
|
droogfilterwand;
40% emissiereductie fijn stof (BWL 2010.29)
18
|
0
|
|
E 7.5
|
ionisatiefilter;
60% emissiereductie fijn stof (BWL 2011.01)
21
|
0
|
|
E 7.6
|
warmtewisselaar;
20% emissiereductie fijn stof (BWL 2011.02)
21
|
0
|
|
HOOFDCATEGORIE
F: KALKOENEN
|
|
F
1
|
diercategorie
ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok; tot 6 weken
|
|
|
F 1.1
|
chemisch
luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL
2008.13.V1; BWL 2001.35.V2; BWL 2007.08.V3) 3
|
0,02
|
|
F 1.2
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2006.03.V1; BWL 2009.13.V1; BWL 2010.27; BWL 2010.28.V1)
3
|
0,05
|
|
F 1.3
|
stal met
verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren (BWL
2009.14.V2)
|
0,11
|
|
F 1.4
|
biofilter 70%
emissiereductie (BWL 2011.03) 3
|
0,05
|
|
F 1.5
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2005.01.V3) 3
|
0,05
|
|
F1.6
|
stal met indirect
gestookte warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging
strooisellaag (BWL 2011.13)
|
0,11
|
|
F 1.7
|
stal met
luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie
met een warmtewisselaar (BWL 2010.13.V2)
|
0,10
|
|
F 1.100
|
overige
huisvestingssystemen
|
0,15
|
|
F
2
|
diercategorie
ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok; van 6 tot 30 weken
|
|
|
F 2.1
|
chemisch
luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL
2008.13.V1; BWL 2001.35.V2; BWL 2007.08.V3) 3
|
0,05
|
|
F 2.2
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2006.03.V1; BWL 2009.13.V1; BWL 2010.27; BWL 2010.28.V1)
3
|
0,14
|
|
F 2.3
|
stal met
verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren (BWL
2009.14.V2)
|
0,34
|
|
F 2.4
|
biofilter 70%
emissiereductie (BWL 2011.03) 3
|
0,14
|
|
F 2.5
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2005.01.V3) 3
|
0,14
|
|
F 2.6
|
stal met indirect
gestookte warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging
strooisellaag (BWL 2011.13)
|
0,34
|
|
F 2.7
|
stal met
luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie
met een warmtewisselaar (BWL 2010.13.V2)
|
0,30
|
|
F 2.100
|
overige
huisvestingssystemen
|
0,47
|
|
F
3
|
diercategorie
ouderdieren van vleeskalkoenen van 30 weken en ouder
|
|
|
F 3.1
|
chemisch
luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL
2008.13.V1; BWL 2001.35.V2; BWL 2007.08.V3) 3
|
0,06
|
|
F 3.2
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2006.03.V1; BWL 2009.13.V1; BWL 2010.27; BWL 2010.28.V1)
3
|
0,18
|
|
F 3.3
|
biofilter 70%
emissiereductie (BWL 2011.03) 3
|
0,18
|
|
F 3.4
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2005.01.V3) 3
|
0,18
|
|
F 3.100
|
overige
huisvestingssystemen
|
0,59
|
|
F
4
|
diercategorie
vleeskalkoenen
|
|
|
F 4.1
|
gedeeltelijk
verhoogde strooiselvloer (BWL 2001.12) 9
|
0,36
|
|
F 4.2
|
chemisch
luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL
2001.35.V2; BWL 2007.08.V3; BWL 2008.13.V1) 3,
9
|
0,07
|
|
F 4.3
|
mechanisch
geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering (BWL
2005.07) 9
|
0,26
|
|
F 4.4
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2006.03.V1; BWL 2009.13.V1; BWL 2010.27; BWL 2010.28.V1)
3, 9
|
0,20
|
|
F 4.5
|
stal met
verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren (BWL
2009.14.V2)
|
0,49
|
|
F 4.6
|
biofilter 70%
emissiereductie (BWL 2011.03) 3
|
0,20
|
|
F 4.7
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2005.01.V3) 3
|
0,20
|
|
F 4.8
|
stal met indirect
gestookte warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging
strooisellaag (BWL 2011.13)
|
0,49
|
|
F 4.9
|
stal met
luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie
met een warmtewisselaar (BWL 2010.13.V2)
|
0,43
|
|
F 4.100
|
overige
huisvestingssystemen9
|
0,68
|
|
F
6
|
additionele
technieken voor emissiereductie van fijn stof
|
|
|
F 6.1
|
oliefilmsysteem
met drukleidingen; 54% emissiereductie fijn stof (BWL
2009.17) 14
|
0
|
|
F 6.2
|
waterluchtwassysteem;
33% emissiereductie fijn stof (BWL
2009.19.V1) 16
|
0
|
|
F 6.3
|
droogfilterwand;
40% emissiereductie fijn stof (BWL 2010.29)
18
|
0
|
|
F 6.4
|
ionisatiefilter;
60% emissiereductie fijn stof (BWL 2011.01)
21
|
0
|
|
F 6.5
|
warmtewisselaar;
20% emissiereductie fijn stof (BWL 2011.02)
21
|
0
|
|
HOOFDCATEGORIE
G: EENDEN
|
|
G
1
|
diercategorie
ouderdieren van vleeseenden tot 24 maanden
|
|
|
G 1.1
|
chemisch
luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL
2008.13.V1; BWL 2001.35.V2; BWL 2007.08.V3) 3
|
0,032
|
|
G 1.2
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2006.03.V1; BWL 2009.13.V1; BWL 2010.27; BWL 2010.28.V1)
3
|
0,096
|
|
G 1.3
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2005.01.V3) 3
|
0,096
|
|
G 1.4
|
biofilter 70%
emissiereductie (BWL 2011.03) 3
|
0,096
|
|
G 1.100
|
overig
huisvestingssystemen
|
0,320
|
|
G
2
|
diercategorie
vleeseenden
|
|
|
G 2.1
|
binnen mesten
|
|
|
G 2.1.1
|
chemisch
luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL
2008.13.V1; BWL 2001.35.V2; BWL 2007.08.V3) 3
|
0,021
|
|
G 2.1.2
|
biologisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2006.03.V1; BWL 2009.13.V1; BWL 2010.27; BWL 2010.28.V1)
3
|
0,063
|
|
G 2.1.3
|
chemisch
luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL
2005.01.V3) 3
|
0,063
|
|
G 2.1.4
|
biofilter 70%
emissiereductie (BWL 2011.03) 3
|
0,063
|
|
G 2.1.100
|
overig
huisvestingssystemen
|
0,210
|
|
G 2.2
|
buiten mesten (per
afgeleverde eend)
|
0,019
|
|
G
4
|
additionele
technieken voor emissiereductie van fijn stof
|
|
|
G 4.1
|
waterluchtwassysteem;
33% emissiereductie fijn stof (BWL
2009.19.V1) 16
|
0
|
|
G 4.2
|
droogfilterwand;
40% emissiereductie fijn stof (BWL 2010.29)
18
|
0
|
|
G 4.3
|
ionisatiefilter;
60% emissiereductie fijn stof (BWL 2011.01)
21
|
0
|
|
G 4.4
|
warmtewisselaar;
20% emissiereductie fijn stof (BWL 2011.02)
21
|
0
|
|
HOOFDCATEGORIE
H: PELSDIEREN
|
|
H
1
|
diercategorie
nertsen, per fokteef
|
|
|
H 1.1
|
open mestopslag
onder de kooi2
|
0,58
|
|
H 1.2
|
dagontmesting met
afvoer naar een gesloten opslag (Groen Label
BB 94.02.013) 2
|
0,25
|
|
HOOFDCATEGORIE
I: KONIJNEN
|
|
I
1
|
diercategorie
voedster inclusief 0,15 ram en bijbehorende jongen tot
speenleeftijd
|
|
|
I 1.1
|
mechanisch
geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine (BWL
2005.08)
|
0,77
|
|
I 1.100
|
overige systemen
|
1,20
|
|
I
2
|
diercategorie
vlees en opfokkonijnen tot dekleeftijd
|
|
|
I 2.1
|
mechanisch
geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine (BWL
2005.09)
|
0,12
|
|
I 2.100
|
overige systemen
|
0,20
|
|
HOOFDCATEGORIE
J: PARELHOENDERS
|
|
J
1
|
diercategorie
parelhoenders voor de vleesproductie 20
|
|
|
HOOFDCATEGORIE
K: PAARDEN
|
|
K
1
|
diercategorie
volwassen paarden (3 jaar en ouder) 8
|
5,0
|
|
K
2
|
diercategorie
paarden in opfok (jonger dan 3 jaar) 8
|
2,1
|
|
K
3
|
diercategorie
volwassen pony's (3 jaar en ouder) 8
|
3,1
|
|
K
4
|
diercategorie
pony's in opfok (jonger dan 3 jaar) 8
|
1,3
|
|
HOOFDCATEGORIE
L: STRUISVOGELS
|
|
L
1
|
diercategorie
struisvogelouderdieren
|
2,5
|
|
L
2
|
diercategorie
opfokstruisvogels (tot 4 maanden)
|
0,30
|
|
L
3
|
diercategorie
vleesstruisvogels (4 tot 12 maanden)
|
1,8
|
Eindnoten:
1
De emissie heeft betrekking op een stalperiode van maximaal drie
maanden in de winter.
2
De emissiefactor geldt inclusief opfok, jongvee onderscheidenlijk
jongen, en reuen, waardoor zij niet apart meetellen voor de
berekening van de ammoniakemissie.
3
De emissiefactor die bij de betreffende luchtwassystemen (en
biofilters) staat vermeld, is gebaseerd op de toepassing van het
luchtwassysteem bij een traditioneel (niet emissiearm)
huisvestingssysteem. Indien het luchtwassysteem wordt toegepast in
combinatie met een ander emissiearm huisvestingssysteem – niet
zijnde een ander luchtwassysteem –, wordt de emissiefactor van die
combinatie als volgt berekend: efc
= 0,01 x (100 – rpl) x efa
(efc en efa zijn
daarbij de emissiefactoren van de combinatie respectievelijk van het
andere emissiearme systeem is; rpl geeft het
reductiepercentage van de luchtwasser weer). Indien het
reductiepercentage van het andere huisvestingssysteem evenwel hoger
is dan 70 (efa < 0,3efo
, waarbij efo de emissiefactor van
overige huisvestingssystemen van de betreffende diercategorie is),
dan geldt evenwel: efc = 0,01
x (100 – rpl) x 0,3efo
.
4
In verband met wijziging van de grenswaarden (Stcrt. 1999, 60) is de
Groen-Label-erkenning per 1 juli 1999 ingetrokken.
5
Voor opfokzeugen na de eerste dekking wordt de emissiefactor voor
fokzeugen gehanteerd.
6
De aangegeven emissiefactor geldt in gevallen waarin de mest direct
van het bedrijf wordt afgevoerd, of gedurende een periode van ten
hoogste twee weken op het bedrijfsterrein wordt opgeslagen in een
afgedekte container. In overige situaties dient bij deze
emissiefactor de emissiefactor van de toegepaste additionele
techniek (E 6) te worden opgeteld.
7
Additionele technieken voor mestbewerking en mestopslag
a) Additioneel aan de
emissiefactor van E 1.5, E 1.8, E 2.5, E 2.11, E 2.12, E 4.1 t/m E
4.3, E 4.8, E 5.8, E 5.9.1.1.3 en E 5.9.1.2.3
b) Het eerste getal geldt
voor de huisvestingssystemen onder E 1.5, E 1.8, E 5.8, E 5.9.1.1.3
en E 5.9.1.2.3; het tweede getal geldt voor huisvestingssystemen
onder E 2.5, E 2.11, E 2.12, E 4.1 t/m E 4.3 en E 4.8. De
emissiefactor voor E 6.100 (overige opslag van mest) geldt alleen
indien er geen andere additionele technieken (E 6.1, E 6.2, E 6.3 of
E 6.4) worden toegepast.
8
Het onderscheid tussen paarden en pony's ligt bij een stokmaat
(schofthoogte) van 156,0 cm.
9
Het aantal dierplaatsen dient te worden vastgesteld door het aantal
dieren in de 10e week na opzetten te tellen.
10
Het volièresysteem is al dan niet van mestbandbeluchting voorzien.
Bij toepassing van een mestnadroogsysteem moet de mest echter
minimaal tweemaal per week worden afgedraaid.
11
De emissiefactor die bij het betreffende huisvestingssysteem staat
vermeld, geldt ook bij aanwezigheid van een vrije, niet overdekte
uitloop evenals bij de aanwezigheid van een overdekte uitloop, voor
zover deze niet als permanente huisvesting wordt gebruikt.
12
Op het moment van overplaatsen naar de vervolghuisvesting bedraagt
de bezetting in de stal met etages maximaal 71 dieren per m2.
13
Op het moment van overplaatsen naar de vervolghuisvesting bedraagt
de bezetting in de stal met etages maximaal 48 dieren per m2.
14
Deze techniek heeft geen invloed op de ammoniakemissie en kan worden
gecombineerd met de huisvestingssystemen: E 3.1, E 3.2, E 3.3 E
3.100, E 5.1, E 5.2, E 5.4, E 5.5 E 5.6, E 5.7, E 5.9.1.1.1, E
5.9.1.1.2, E 5.9.1.1.4, E 5.9.1.2.1, E 5.9.1.2.2, E 5.9.1.2.4, E
5.10, E 5.100, F4.1, F4.2, F4.3, F 4.4 en F 4.100.
15
Deze techniek heeft geen invloed op de ammoniakemissie en kan worden
gecombineerd met de huisvestingssystemen: E 5.1, E 5.2, E 5.3, E5.4,
E 5.5, E 5.6, E5.7, E 5.9.1.1.1, E 5.9.1.1.2, E 5.9.1.1.4, E
5.9.1.2.1, E 5.9.1.2.2, E 5.9.1.2.4, E5.10 en E 5.100.
16
Deze techniek heeft geen invloed op de ammoniakemissie en kan worden
gecombineerd met alle huisvestingssystemen binnen de hoofdcategorieën
E (kippen), F (kalkoenen) en G (eenden), met uitzondering van andere
luchtwassystemen, de additionele technieken voor mestbewerking en
mestopslagE 6.3, E 6.4, E 6.100 en het huisvestingssysteem G 2.2.
17
Deze techniek kan worden gecombineerd met de huisvestingssystemen D
1.1.4, D 1.1.100, D 1.2.100, D 1.3.1, D 1.3.100, D 2.100, D 3.1, D
3.2.1 en D 3.100. Daarnaast is de techniek te combineren met de
huisvestingssystemen D 1.1.5, D 3.2.10 en D 3.2.11 indien het
mestkanaal dieper is dan 0,7 m.
18
Deze techniek heeft geen invloed op de ammoniakemissie en kan worden
gecombineerd met alle huisvestingssystemen binnen de hoofdcategorieën
E (kippen), F (kalkoenen) en G (eenden), met uitzondering van de
luchtwassystemen.
19
Voor dit systeem is een voorlopige emissiefactor vastgesteld als
bedoeld in de Beleidsregels voorlopige emissiefactoren Regeling
ammoniak en veehouderij.
20
Bij deze diercategorie kunnen dezelfde huisvestingssystemen en de
bijbehorende emissiefactoren worden toegepast als die welke zijn
opgenomen bij de diercategorie vleeskuikens (E 5).
21
Deze techniek heeft geen invloed op de ammoniakemissie en kan worden
gecombineerd met alle huisvestingssystemen onder de hoofdcategorieën
E (kippen), F (kalkoenen) en G (eenden), met uitzondering van het
huisvestingsysteem G 2.2).
Indien in de tabel wordt
verwezen naar een huisvestingssysteem wordt de bijbehorende
emissiefactor uitsluitend gehanteerd bij de berekening van de
emissie vanuit een dierenverblijf dat is of zal worden gebouwd
overeenkomstig de beschrijving van dat huisvestingssysteem. De
meest recente beschrijving kan worden opgevraagd bij Infomil
(088.6025575, www.infomil.nl).
|