|
REGELING van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, nr. MJZ 22695035, houdende uitvoering van de
Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op de artikelen 4, vijfde lid, en 16 van de Wet
balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting;
Besluit:
Artikel 1
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting,
b. toegelaten instelling: voor 1 januari 1995 ingevolge artikel 70
van de Woningwet als zodanig aangewezen instelling,
c. woningen: te verhuren of verhuurde woningen, bejaardenwoningen,
wooneenheden in verzorgingstehuizen voor bejaarden en te verhuren of
verhuurde woningen en wooneenheden in woongebouwen met een bijzonder
karakter,
d. bijdrage: ingevolge de desbetreffende regeling of de wet te
ontvangen jaarlijkse bijdrage of bijdrage ineens,
e. Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer.
2. Voor de toepassing van deze regeling wordt onder toegelaten
instelling mede verstaan een instelling welke na 1 januari 1995 doch
voor 1 januari 1997 ingevolge artikel 70 van de Woningwet als zodanig
is aangewezen.
Artikel 2
Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de wet met
betrekking tot de Regeling geldelijke steun uit ’s Rijks kas op voet
van de Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van
toegelaten instellingen en gemeenten (MG 73-24, MG 74-40, MG 81-13),
onderdeel integrale bijdrage vaststelling op basis van een jaarverslag/exploitatie-overzicht,
worden in afwijking van die bepaling van de wet
a. de jaarlijkse variabele exploitatiekosten voor zover
betrekking hebbend op assurantiën en belastingen berekend
1º. met ingang van 1 juli 1993 en 1 juli 1994 met de formule:
VEKGR = {(360*vekjv)/[dgsbj2 + (dgsbj1*norm]}*norm,
waarbij
VEKGR = variabele exploitatiekosten-grondslag per 1 juli van het
boekjaar
vekjv = variabele exploitatiekosten over het boekjaar uit de
beschikking tot subsidieverlening op basis van het jaarverslag/-exploitatie-overzicht
norm = vermenigvuldigingsfactor per 1 juli van het boekjaar voor de
onderscheidene exploitatiekosten
dgsbj1 = aantal dagen vanaf 1 juli van het boekjaar tot en met de
vervaldag in het boekjaar, waarbij een maand 30 dagen heeft en een jaar
360 dagen
dgsbj2 = aantal dagen vanaf de start van het boekjaar tot 1 juli van
het boekjaar, en
2º. met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang
van 1 juli op de kosten geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd
met 3%,
zijn in afwijking van die bepaling van de wet
b. voor de overige variabele exploitatiekosten met ingang van 1
juli 1995 de normbedragen voor onderhoud en algemene beheers- en
administratiekosten alsmede voor onderhoud lift en centrale
verwarming de in bijlage I bij deze regeling genoemde bedragen,
wordt in afwijking van die bepaling van de wet
c. de huur berekend
1º. met ingang van 1 juli 1993 en 1 juli 1994 met de formule:
HGR = {(360*hjv)/[dgsbj2 + (dgsbj1*tr]}*tr,
waarbij
HGR = huurgrondslag per 1 juli van het boekjaar
hjv = huur over het boekjaar uit de beschikking tot subsidieverlening
op basis van het jaarverslag/-exploitatie-overzicht
tr = vermenigvuldigingsfactor per 1 juli van het boekjaar voor de
huur uit de beschikking tot subsidieverlening
dgsbj1 = aantal dagen vanaf 1 juli van het boekjaar tot en met de
vervaldag in het boekjaar, waarbij een maand 30 dagen heeft en een jaar
360 dagen
dgsbj2 = aantal dagen vanaf de start van het boekjaar tot 1 juli van
het boekjaar, en
2º. met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang
van 1 juli op de huur geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd
met 5%,
worden in afwijking van die bepaling van de wet
d. de kosten van huurderving vastgesteld:
1º. met ingang van 1 juli 1993 op 1% van de huurgrondslag op
die datum,
2º. met ingang van 1 juli 1994 op 1% van de huurgrondslag op
die datum, en
3º. met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met
ingang van 1 juli op de kosten geldend op 30 juni van dat jaar
vermeerderd met 3%, en
wordt in afwijking van die bepaling van de wet
e. de grondslag voor de annuïteiten en de rentepercentages
omgezet door
1º. de annuïteiten uit het jaarverslag voor het tijdvak van
hun rentevaste looptijd aan te merken als annuïteiten voor de
genormeerde bijdragebepaling, en
2º. de renteherzieningen na het tijdvak van hun rentevaste
looptijd op basis van de regeling en overeenkomstig de wet te doen
plaats vinden.
Artikel 3
Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de wet met
betrekking tot
a. de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen
(1966),
b. de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen
1968,
c. de Beschikking bijdragen woningwetbouw 1948,
d. de Beschikking bijdragen woningwetbouw 1950,
e. de Beschikking verminderde bijdragen woningwetbouw 1950,
f. de Beschikking verminderde bijdragen woningwetbouw 1950 I,
g. de Beschikking geldelijke steun toegelaten instellingen
(1966),
h. de Beschikking geldelijke steun toegelaten instellingen 1968,
i. de Regeling geldelijke steun uit ’s Rijks kas op voet van de
Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten
instellingen en gemeenten (MG 74-40, MG 76-49, MG 81-13, MG 83-57,
MG 85-30, complexen op dekkingsschema incl. domeinwoningen), en
j. de Regeling geldelijke steun overgedragen studentenwoningen
1991,
zijn in afwijking van die bepaling van de wet met ingang van 1 juli
1993 de normbedragen voor onderhoud en algemene beheers- en
administratie-kosten alsmede voor onderhoud lift en centrale verwarming
de in bijlage I bij deze regeling genoemde bedragen.
Artikel 4
Voor de toepassing van artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de wet
met betrekking tot de Beschikking geldelijke steun particuliere
huurwoningen (1966), en de Beschikking geldelijke steun particuliere
huurwoningen 1968, zijn in afwijking van die bepaling van de wet met
ingang van 1 juli 1993 van toepassing voor
a. de jaarlijkse stijging van de assurantiën en belastingen: de
in bijlage II bij deze regeling genoemde bedragen en de daaruit
voortvloeiende stijgingspercentages, en
b. de jaarlijkse stijging van de huurderving: de in bijlage III
bij deze regeling genoemde bedragen en de daaruit voortvloeiende
stijgingspercentages.
Artikel 5
Voor de toepassing van artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de wet
met betrekking tot de Regeling geldelijke steun uit ’s Rijks kas op
voet van de Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van
toegelaten instellingen en gemeenten (MG 74-40 en MG 81-13), onderdeel
na-oorlogse woningen, wordt, voor zover het betreft de in bijlage IV
bedoelde exploitatiegedeelten van woningen (woningcomplexen), in
afwijking van die bepaling van de wet de jaarlijkse stijging van de huur
3 procent.
Artikel 6
1. De gegevens bedoeld in artikel 3,
tweede lid, of in artikel 3, tweede lid, juncto artikel 7 van de wet
worden verstrekt door inzending van het in bijlage V van deze regeling
bedoelde model-formulier door de invulling waarvan gegevens worden
verstrekt inzake:
a. het aantal woningen dat op 1 januari 1995 in eigendom aan een
gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen
aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een
toegelaten instelling, waarvoor een bijdrage is verleend, gerangschikt
per beschikking tot het verlenen van de bijdrage,
b. het overeenkomstig de in de bijlage bij de wet, onder A en B,
gegeven voorschriften bepaalde aantal woningen dat op 1 januari 1993
in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of
dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een
gemeente of een toegelaten instelling,
c. het overeenkomstig de in de bijlage bij de wet, onder A en B,
gegeven voorschriften bepaalde aantal woningen dat op 1 januari 1993
in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of
dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een
gemeente of een toegelaten instelling, dat is tot stand gekomen met
geldelijke steun, verleend met toepassing van de Beschikking
geldelijke steun huurwoningen 1975, de Regeling geldelijke steun
huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of de Regeling
geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988.
2. Het in het eerste lid bedoelde formulier gaat vergezeld van
een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek
2 van het Burgerlijke Wetboek gegeven schriftelijke mededeling omtrent
de volledigheid en juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
Een zodanige schriftelijke mededeling kan slechts goedkeurend zijn,
indien naar het oordeel van de accountant in de aantallen woningen
bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, de som van de fouten
niet meer bedraagt dan één procent van de aantallen woningen bedoeld
in elk van die onderdelen. Indien ten aanzien van onderdelen van de in
het eerste lid bedoelde gegevens een goedkeurende mededeling niet kan
worden gegeven, gaat het formulier vergezeld van een rapport van een
door zodanige accountant ten aanzien van die onderdelen ingesteld
volledig onderzoek.
3. De minister kan nadere richtlijnen geven inzake het in het
tweede lid bepaalde.
Artikel 7
1. De Minister kan verzoeken gegevens te
verstrekken inzake:
a. de leningsovereenkomsten betrekking hebbend op de in artikel 6,
eerste lid, onderdeel a, bedoelde woningen,
b. de tot en met 1 juli 1992 geldende huurprijzen van de in artikel
6, eerste lid, onderdeel a, bedoelde woningen voor zover deze nog niet
eerder waren opgegeven.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens gaan desgevraagd
vergezeld van:
a. afschriften van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde
leningsovereenkomsten, en
b. een verklaring van burgemeester en wethouders inzake de
juistheid van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde gegevens.
Artikel 8
1. Een aanvraag tot verlening van een
rentebijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet wordt
ingediend door inzending van het in bijlage VI van deze regeling
bedoelde model-formulier door de invulling waarvan gegevens worden
verstrekt inzake:
a. de opeisbaar geworden of vervroegd afgeloste leningen en de
wijze waarop in de herfinanciering daarvan is voorzien,
b. de leningen aangegaan ter vervanging van de in onderdeel a
bedoelde leningen,
c. het rentepercentage van de in onderdeel b bedoelde leningen, en
d. de verschuldigde kosten voor de borgstelling terzake van de
onder b bedoelde leningen.
2. Het in het eerste lid bedoelde formulier gaat vergezeld van
een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek
2 van het Burgerlijke Wetboek gegeven schriftelijke mededeling omtrent
de volledigheid en juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
Een zodanige schriftelijke mededeling kan slechts goedkeurend zijn,
indien naar het oordeel van de accountant in de verstrekte gegevens de
som van de fouten niet meer bedraagt dan één procent van de in elk van
de onderdelen a, b, c of d van het eerste lid bedoelde gegevens. Indien
ten aanzien van onderdelen van de in het eerste lid bedoelde gegevens
een goedkeurende mededeling niet kan worden gegeven, gaat het formulier
vergezeld van een rapport van een door zodanige accountant ten aanzien
van die onderdelen ingesteld volledig onderzoek.
3. De minister kan nadere richtlijnen geven inzake het in het
tweede lid bepaalde.
Artikel 9
De in artikel 6, eerste lid, van de wet bedoelde rentebijdrage wordt
verstrekt aan toegelaten instellingen of gemeenten die op 1 januari 1995
leningen als bedoeld in dat artikellid verschuldigd waren of zodanige
leningen, verstrekt voor woningen welke zij op 1 januari 1995 in
eigendom hadden of die waren onderworpen aan een recht van erfpacht dat
hen toebehoorde, tussen 1 november 1993 en 1 januari 1995 hebben
afgelost.
Artikel 10
1. De in artikel 6, eerste lid, van de
wet bedoelde rentebijdrage wordt berekend
a. voor een of meer, ter vervanging van in artikel 6, eerste lid,
van de wet bedoelde leningen, met een gelijke hoofdsom en met gelijke
aflossingsvoorwaarden op de kapitaalmarkt of bij een gemeente gesloten
leningen met een looptijd van twee jaar of meer: overeenkomstig het in
artikel 6, tweede lid, van de wet bepaalde,
b. voor een of meer, ter vervanging van in artikel 6, eerste lid,
van de wet bedoelde leningen, met een gelijke hoofdsom en met gelijke
aflossingsvoorwaarden op de kapitaalmarkt of bij een gemeente gesloten
leningen met een looptijd van minder dan twee jaar: overeenkomstig het
in artikel 6, tweede lid, van de wet bepaalde, met toepassing van het
in artikel 6, derde lid, van de wet bedoelde rentepercentage.
2. Indien leningen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de
wet zijn vervangen door meerdere ter vervanging van die leningen
aangegane leningen of gedeeltelijk geen vervangende lening is aangegaan,
stelt de Minister een gewogen rentepercentage vast. Het gewogen
rentepercentage wordt vastgesteld overeenkomstig het in het eerste lid
bepaalde in evenredigheid tot de verschillende vervangende leningen en
het gedeelte waar geen vervangende lening voor is aangegaan op of vóór
het tijdstip gelegen zes maanden na de inwerkingtreding van de in
artikel 3, eerste lid, van de wet bedoelde beschikking en uitgaande van
de voor die vervangende leningen geldende rentepercentages en voor het
deel waar geen vervangende lening voor is aangegaan van het
rentepercentage bedoeld in artikel 6, derde lid, van de wet.
Artikel 11
1. Indien het rentepercentage van een
lening aangegaan ter vervanging van leningen als bedoeld in artikel 6,
eerste lid, van de wet, hoger is dan het in artikel 6, derde lid, van de
wet bedoelde percentage, toetst de Minister of dat percentage, gelet op
de leningsvoorwaarden en de looptijd van de lening, overeenkomt met de
geldende marktomstandigheden.
2. Indien het percentage afwijkt van de geldende
marktomstandigheden geldt voor de vaststelling van de rentebijdrage het
in artikel 6, derde lid, van de wet bedoelde rentepercentage.
Artikel 12
Indien het percentage van de rente van een lening als bedoeld in
artikel 6, eerste lid, van de wet na 1 januari 1995, doch voor het
tijdstip van inwerkingtreding van een beschikking als bedoeld in artikel
3, eerste lid, van de wet ingevolge de voor die lening geldende
leningsovereenkomst nader wordt vastgesteld, geldt voor de toepassing
van artikel 6 van de wet dat nader vastgestelde percentage.
Artikel 13
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling
balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 22 juni 1995.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,
D.K.J. Tommel.
Bijlage IV, als bedoeld in artikel 5
Exploitatiegedeelten van woningen (woningcomplexen) met een
jaarlijkse huurstijging van 3 procent.
– woningen (woningcomplexen), die oorspronkelijk gesubsidieerd
zijn op basis van de nieuwbouwregelingen van 1948 t/m 1974 (gunningsjaren)
en de na-oorlogse verbeteringsregelingen op basis van MG 74 - 40 en
MG 81 - 13, en die voor 1 juli 1995 exploitatie-overschotten kennen
die in mindering gebracht worden op een verbeteringssubsidie voor
na-oorlogse woningen vanaf 1 juli 1995, voor het huurgedeelte dat
betrekking heeft op het uit de bijdrage zijnde exploitatiegedeelte,
– woningen (woningcomplexen), die oorspronkelijk gesubsidieerd
zijn op basis van de nieuwbouwregelingen van 1948 t/m 1974 (gunningsjaren)
en de na-oorlogse verbeteringsregelingen op basis van MG 74-40 en
81-13 en die na 1 juli 1995 op enig moment exploitatie-overschotten
gaan kennen die in mindering gebracht worden op een
verbeteringssubsidie voor na-oorlogse woningen, voor het
huurgedeelte dat betrekking heeft op het uit de bijdrage zijnde
exploitatiegedeelte vanaf de eerstvolgende datum van 1 juli na het
moment waarop bedoeld gedeelte bijdragevrij wordt.
Bijlage V, als bedoeld in artikel 6
MODEL
A. OPGAVE AANTAL WONINGEN PER SUBSIDIETOEKENNING PER 1-1-1995
(Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun
volkshuisvesting artikel 6, eerste lid, onderdeel a)
Cliënt:
Adres:
Vestigingsplaats:
Gemeente waar het woningbezit is gelegen:
Subsidietoekenning
BVH
Cliënt
Aantallen
Woningen
Eenheden
Bedden
Regeling
Ondertekening:
Plaats
datum
Het bestuur van de instelling
Invulinstructie bij opgave aantal woningen per 1 januari 1995
1. De standaardopgave
De afdeling DGVH/RAC/BVH zal een conform het bijgaand overzicht
opgebouwd opgave-formulier toezenden naar de sociale verhuurder
, per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, waarop de sociale
verhuurder naar de situatie per 1-1-1995 per vermelde
subsidie-toekenning dient aan te geven onder de kolom ’cliënt’ het
aantal woningen, eenheden of bedden die aan de volgende voorwaarden
voldoen:
– die op 1 januari 1995 in eigendom waren of aan een recht van
erfpacht waren onderworpen dat toebehoort aan die sociale verhuurder
per 1 januari 1995,
– die op 1 januari 1995 voor de verhuur als woning beschikbaar
zijn geweest. Deze voorwaarde geldt niet voor toekenningen
geldelijke steun op basis van de Regeling geldelijke steun
Voorzieningen aan huurwoningen 1987, jaarlijkse bijdrage ingrijpende
woningverbetering, en
– waarvoor de betrokken subsidie-toekenning verstrekt is, zoals
bepaald bij de gereedmelding cq. definitieve afwikkeling van de
nieuwbouw, het groot onderhoud of de verbetering.
Onder de kolom ’BVH’ zijn ter voorinformatie het aantal
woningen, eenheden en bedden vermeld, zoals dat op 1 januari 1995 bij
de afdeling DGVH/RAC/BVH bekend was.
Eventuele ontbrekende subsidie-toekenningen per 1-1-1995 dienen
door de sociale verhuurder toegevoegd te worden.
De sociale verhuurder (het bestuur van de toegelaten instelling of
het college van B&W) dient de opgave te ondertekenen.
De opgave dient voorzien te worden van een medeling van een
accountant t.a.v. de juistheid van de opgave.
2. De opgave in geval van economisch eigendom
In geval de sociale verhuurder niet zowel het juridisch eigendom
(inclusief het toebehoren van erfpacht) als het economisch eigendom
over de woningen heeft, zal voor de subsidie-toekenningen, die
betrekking hebben op deze woningen, naar de juridisch eigenaar een
overzicht conform de in paragraaf 1 gemelde standaardopgave
toegezonden worden.
Deze opgave dient analoog aan het gestelde in paragraaf 1 door de
juridisch en economisch eigenaar gezamelijk ingevuld en ondertekend te
worden.
3. De opgave in geval van overdracht tussen 1-1-1995 en 1-1-1997
door een rechtspersoon van alle woningen die deel uitmaken van een
bejaardenoord aan een toegelaten instelling.
In het geval dat een per 1-1-1995 toegelaten instelling na 1-1-1995
en voor 1-1-1997 het totale aantal woningen, die deel uitmaken van een
bejaardenoord als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wet op de
bejaardenoorden, verkrijgt van een rechtspersoon zonder winstoogmerk,
zal door het DGVH/RAC/BVH voor de subsidietoekenningen, per gemeente
waarin de woningen gelegen zijn, het in de paragraaf 1 gemelde
opgaveformulier toezenden naar de toegelaten instelling.
De toegelaten instelling dient dit opgaveformulier analoog aan het
gestelde in paragraaf 1 in te vullen voor de woningen, die deel
uitmaken van het of de bejaardenoord(en) naar de situatie per
1-1-1995.
Daarnaast dient verklaard te worden dat:
– de woningen zijn overgenomen van een niet-winstbeogende
instelling, en
– dat het woningen van een bejaardenoord betreft als bedoeld
in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de bejaardenoorden
– dat alle woningen, behorende tot het bejaardenoord, zijn
overgenomen.
B. OPGAVE AANTAL WONINGEN PER 1-1-1993 TEN BEHOEVE VAN DE
AANVULLENDE BIJDRAGE BEDOELD IN ARTIKEL 7 VAN DE WET
(Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun
volkshuisvesting artikel 6, eerste lid, onderdelen b en c)
Cliënt:
Adres:
Vestigingsplaats:
Gemeente waar het woningbezit is gelegen:
Wenst in aanmerking te komen voor een aanvullende bijdrage
DKP-bezit: ja/nee )
Subsidietoekenning
Eigenaar c.s. per 1-1-1993
(Naam + vestigingsplaats per 1-1-1993)
Regeling BGSH‘75/NKS
Eigenaar 1 per 1-1-1993
Naam:
Adres:
Vestigingsplaats:
Aantal DKP-woningen per 1-1-1993:
Totaal woningbezit per 1-1-1993:
Eigenaar 2 per 1-1-1993
Naam:
Adres:
Vestigingsplaats:
Aantal DKP-woningen per 1-1-1993:
Totaal woningbezit per 1-1-1993:
Eigenaar 3 per 1-1-1993
Naam:
Adres:
Vestigingsplaats:
Aantal DKP-woningen per 1-1-1993:
Totaal woningbezit per 1-1-1993:
Ondertekening:
Plaats
datum
Het bestuur van de instelling
Invulinstructie opgave aantal woningen per 1 januari 1993 ten
behoeve van de aanvullende bijdrage bedoeld in artikel 7 van de wet
1. De standaardopgave
De afdeling DGVH/RAC/BVH zal een conform het bijgaand overzicht
opgebouwd opgave-formulier toezenden naar de sociale verhuurder), per
gemeente waarin de woningen gelegen zijn, die op 1 januari 1995 (of 1
januari 1997 ingeval het woningen betreft bedoeld in artikel 2, tweede
lid, van de wet) eigenaar is van woningen (of daarop recht van
erfpacht heeft) waarop geldelijke steun is toegezegd op basis van de
beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, de regeling geldelijke
steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of de
regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988 (de
DKP-toekenningen).
Op het opgave-formulier staan alle DKP-toekenningen vermeld, die de
sociale verhuurder volgens de DGVH/RAC/BVH administratie op 1-1-1995
in eigendom of in erfpacht had.
De sociale verhuurder dient bovenaan het opgave-formulier aan te
geven of hij in aanmerking wenst te komen voor een aanvullende
bijdrage DKP-bezit of niet.
Indien hij niet in aanmerking wenst te komen voor de aanvullende
bijdrage DKP-bezit dient hij dit aan te kruisen, en het formulier
ondertekend te retourneren naar de afdeling DGVH/RAC/BVH.
Een sociale verhuurder, die wel in aanmerking wenst te komen voor
een aanvullende bijdrage DKP-bezit, zal per op het opgave-formulier
vermelde DKP-toekenning dienen aan te geven
– de eigenaar of degene die het recht op erfpacht had per
1-1-1993 op de woningen m.b.t. de DKP-toekenning (danwel indien de
woning op 1-1-1993 nog niet gereed was, degene die het recht op de
geldelijke steun verkregen had)
De gemeente en het gemeentelijk woningbedrijf dienen daarbij
gezamelijk als één eigenaar aangemerkt te worden.
Voor elke op het opgave-formulier vermelde eigenaar c.s. per
1-1-1993 dient vervolgens voor die eigenaar opgegeven te worden naar
de situatie per 1-1-1993:
– het totaal aantal woningen dat gesubsidieerd is op basis
van DKP-toekenningen
– het totale woningbezit
Daarbij dienen de telregels gehanteerd te worden conform de bijlage
bij de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting.
Eventueel ontbrekende DKP-toekenningen per 1-1-1995 dienen door de
sociale verhuurder toegevoegd te worden.
De sociale verhuurder (het bestuur van de instelling of het college
van B&W) dient de opgave te ondertekenen.
De opgave dient voorzien te worden van een medeling van een
accountant t.a.v. de juistheid van de opgave.
2. De opgave in geval van toepassing van artikel 7, lid 3
In geval een toegelaten instelling woningen voor eigen rekening en
risico exploiteert, maar deze niet in eigendom of erpacht heeft
verkregen i.v.m. verontreiniging van de bodem, kunnen deze woningen
tot zijn eigendom per 1-1-1993 gerekend worden bij de bepaling van het
aantal woningen gesubsidieerd op basis van de DKP-toekenningen en het
totale woningbezit, indien voldaan wordt aan de eisen gesteld in
artikel 7, eerste en derde lid.
Daarbij dient per DKP-subsidietoekenning aangegeven te worden ten
aanzien van welk aantal woningen er per 1-1-1993 sprake was van
eigendom danwel van exploitatie voor risico en rekening als ware zij
eigenaar.
Ook ten aanzien van het totale woningbezit per 1-1-1993 dient
opgegeven te worden welk deel in eigendom was, en welk deel
geëxploiteerd werd voor risico en rekening als ware zij eigenaar.
3. De opgave in geval van overdracht tussen 1-1-1995 en 1-1-1997
door een rechtspersoon van alle woningen die deel uitmaken van een
bejaardenoord aan een toegelaten instelling
In het geval dat een per 1-1-1995 toegelaten instelling na 1-1-1995
en voor 1-1-1997 het totaal aantal woningen, die deel uitmaken van een
bejaardenoord als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wet op de
bejaardenoorden, verkrijgt van een rechtspersoon zonder winstoogmerk,
zal door het DGVH/RAC/BVH voor de DKP-toekenningen van de
rechtspersoon per 1-1-1995, per gemeente waarin de woningen gelegen
zijn, het in de paragraaf 1 gemelde opgaveformulier toezenden naar de
toegelaten instelling.
De toegelaten instelling dient dit opgaveformulier analoog aan het
gestelde in paragraaf 1 in te vullen voor de rechtspersoon die de
woningen per 1-1-1993 in bezit had. Deze DKP-woningen dienen daarbij
per 1-1-1997 in eigendom te zijn van de toegelaten instelling.
Alleen t.a.v. de woningen, die deel uitmaken van het bejaardenoord,
zal een aanvullende bijdrage DKP-bezit verstrekt worden.
Bijlage VI. Formulier bedoeld in artikel 8
MODEL
AANVRAAG RENTEBIJDRAGE BEDOELD IN ARTIKEL 6 VAN DE WET
Cliënt:
Cliëntnummer:
Adres:
Vestigingsplaats:
Hierbij verzoekt ondergetekende om een rentebijdrage
herfinancieringverliezen in het kader van artikel 6 van de Wet
balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting voor de
rijksleningen, vermeld op het door U toegezonden ’overzicht van
rijksleningen’ aangevuld met de hieronder vermelde correcties:
a. Ontbrekende rijksleningen
Nummer rijkslening
Leningsonderdeel (LO)
Reden van toevoeging
b. Onterecht voorkomende rijksleningen
Nummer rijkslening
Lenings onderdeel (LO)
Reden van onterecht voorkomen op het overzicht
Ondertekening
Plaats
datum
Het bestuur van de instelling
OVERZICHT VAN RIJKSLENINGEN
Client naam:
Clientnummer:
Archiefnummer
LO-nummer
Herfinancieringsverlies fictief op basis artikel 6, lid 3 Wet
balansverkorting
Totaal
Bedrag Herfinancieringsverlies
OPGAVE HERFINANCIERING PER RIJKSLENING
Archiefnummer :
Startdatum :
LO-nummer :
Perc.
BVH:
Exploitatiejaar
Schuldrestant
Renteverschil
CW-Renteverschil
Totaal bedrag Herfinancieringsverlies
Ondertekening:
Plaats
datum
Het bestuur van de instelling
Einddatum :
NKS% + opslag :
Herfinancieringen
Soort* )
Herfinanciering Bedrag
Herfinanciering HF %
Bedrag Disagio
Betaaldatum
NK-lening
Norm %
Totaal
Toelichting bij bijlage VI
Algemeen
De afdeling DGVH/RAC/BVH zal conform de bijgaand overzichten
opgebouwde aanvraag- en opgaveformulieren toezenden naar de sociale
verhuurder 1 )
De sociale verhuurder krijgt toegezonden:
– een ’aanvraagformulier rentebijdrage
herfinancieringsverliezen’
– een ’overzicht van rijksleningen’. Op dit overzicht staan
die rijksleningen vermeld welke voor 1 november 1993 nog niet
vervroegd afgelost waren of voor 1 november 1993 nog niet bij het
DGVH/RAC/BVH voor vervroegde aflossing waren aangemeld. Dit
overzicht dient door de sociale verhuurder op volledigheid te worden
gecontroleerd.
Op dit overzicht is ter informatie reeds per rijkslening afgedrukt
het mogelijke herfinancieringsverlies of -winst en het totaal van de
verliezen en -winsten indien niet geherfinancierd zou zijn op de
kapitaalmarkt of bij de gemeente (toepassing van artikel 6, lid 3
m.b.t. het door onze minster vastgestelde rendement).
Deze informatie kan door de sociale verhuurder gebruikt worden om te
bepalen of het zinvol is om een aanvraag voor een rentebijdrage bij
het DGVH/RAC/BVH in te dienen. Expliciet wordt opgemerkt dat aan
deze informatie en het mogelijke gebruik daarvan door de sociale
verhuurder geen rechten ontleend kunnen worden richting het Rijk.
– een ’opgaveformulier herfinanciering per rijkslening’.
Op dit formulier dient per rijkslening de herfinancieringssituatie
per peildatum ) te worden opgegeven
Tevens is ter informatie voor de betrokken rijkslening aangegeven
hoe het in het ’overzicht van rijksleningen’ vermelde
herfinancieringsverlies of -winst tot stand is gekomen.
Invulinstructie
a. ’Aanvraagformulier rentebijdrage herfinancieringsverliezen’
De sociale verhuurder dient middels dit formulier uiterlijk op de
peildatum de aanvraag voor de rentebijdrage ingediend te hebben bij de
afdeling DGVH/RAC/BVH.
Op dit aanvraagformulier dient tevens aangegeven te worden:
– de eventueel ontbrekende rijksleningen op het ’overzicht
van rijksleningen’
– de eventueel onterecht voorkomende rijksleningen op het ’overzicht
van rijksleningen’.
De sociale verhuurder dient het aanvraagformulier te ondertekenen.
b. ’Opgaveformulier herfinanciering per rijkslening’
De sociale verhuurder dient binnen 6 weken na de peildatum de
opgaveformulieren herfinanciering per rijkslening bij de afdeling DGVH/RAC/BVH
in gediend te hebben.
Indien de betrokken opgaveformulieren niet binnen de genoemde termijn
bij de afdeling DGVH/RAC/BVH ingediend zijn, treedt het artikel 6, lid 7
in werking t.a.v. het niet door het Rijk verschuldigd zijn van rente.
Op het opgaveformulier per rijkslening dient ingevuld te worden:
1. Gegevens m.b.t. de herfinanciering
Per rijkslening dient, voor het totaal van het schuldrestant per
datum van vervroegde aflossing of opeising, opgegeven te worden de
wijze waarop de rijkslening geherfinancierd is op de peildatum.
Opgegeven dient te worden:
– de soort herfinanciering zijnde:
code KW = kapitaalmarktlening of gemeentelening geborgd bij het
Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)
code KG = kapitaalmarktlening geborgd bij de gemeente)
code KZ = kapitaalmarktlening- of gemeentelening zonder borging)
code NK = interne herfinanciering, leningen met looptijd korten dan 2
jaar en kapitaalmarkt- of gemeenteleningen die niet aantoonbaar zijn
aangetrokken ter herfinanciering van de rijkslening.
– het bedrag herfinanciering per vervangende lening per code
herfinanciering.
Het totaal van de opgegeven bedragen dient overeen te komen met het
schuldrestant van de rijkslening op het moment van vervroegde
aflossing of opeising.
– percentage herfinanciering (HF %) per opgegeven leningsbedrag
(niet van toepassing bij code herfinanciering = NK)
2. Gegevens m.b.t. gemaakte disagiokosten
Indien er sprake is van aantoonbaar (zie hierna onder 5) op de
kapitaalmarkt of bij de gemeente aangetrokken vervangende leningen,
kunnen tevens de eventueel gemaakte borgstellings- cq. disagiokosten
bij het WSW of de gemeente opgegeven worden. Deze kosten worden
eveneens betrokken bij de bepaling van de rentebijdrage.
Opgegeven dient te worden:
– per opgegeven leningsbedrag het bedrag van de gemaakte
borgstellings- cq. disagiokosten
– de datum waarop de betrokken borgstellings- cq.
disagiokosten betaald zijn aan de borgings-instelling.
3. Ondertekening
De opgave dient ondertekend te worden door het bevoegd geza van de
sociale verhuurder (het bestuur van de instelling of het college van
B&W).
4. Accountantsverklaring
De opgave dient vergezeld te zijn van een mededeling van een
accountant dat de gegevens met betrekking tot de wijze van
herfinanciering en de opgegeven kapitaalmarkt- en gemeenteleningen
en de borgstellingskosten cq. disagiokosten voor de herfinanciering
van de rijkslening volledig en juist zijn.
5. Vereisten aan het aantoonbaar aangetrokken zijn van
kapitaalmarktleningen of gemeenteleningen ter herfinanciering van de
rijkslening
T.a.v. de over te leggen informatie om aan te kunnen tonen dat de
aangetrokken kapitaalmarktlening of gemeentelening diende ter
herfinanciering van de rijkslening, wordt zoveel mogelijk
aangesloten op de gebruikelijke procedures van het WSW, van
financiers en van gemeenten.
Projectnummers of objectomschrijvingen aanwezig in het contract
Borgstellingen via het WSW en raadsbesluiten over leningen of
garanties zijn altijd voorzien van projectnummers of
objectomschrijvingen. Het Rijk accepteert de gegevens van de vervangende
financiering(en) en de borgstellings- cq. disagiokosten onder de
voorwaarde dat:
– in de aanvraag of het contract opgenomen is dat het om
financiering of borgstelling van te herfinancieren rijksleningen
gaat. In de aanvraag of het contract moeten daarbij projectnummers
of objectomschrijvingen opgenomen zijn, waarbij de relatie naar het
rijksleningsnummer aangetoond moet kunnen worden (zelfde
complexnummer of zelfde woningadressen).
– aangetoond wordt dat de opgegeven herfinancieringen per
rijksleningsnummer, eventueel in relatie tot andere in dezelfde
lening betrokken projectfinancieringen, vallen binnen het
totaalbedrag van de aangetrokken nieuwe lening(en)
– de looptijd van de herfinanciering géén langere periode
beslaat dan de restant-looptijd van de langst lopende
geherfinancierde rijkslening.
Incidenteel ontbreken van projectnummers of objectomschrijvingen
Als er projectnummers of objectomschrijvingen ontbreken in het
lenings- en/of borgstellingscontract, de aanvraag of een raadsbesluit,
kan de opgave ook door het Rijk geaccepteerd worden onder de voorwaarden
dat:
– het herfinancieringen betreft m.b.t. rijksleningen die
vervroegd zijn afgelost vóór 1 april 1995.
– de herfinanciering heeft plaatsgevonden binnen drie maanden
voor of na de datum van vervroegde aflossing
– uit formele briefwisselingen met de gemeente of het rijk,
gedateerd voor de datum van vervroegde aflossing en betrekking
hebbend op de vervroegde aflossing, blijkt dat er een vervangende
lening geregeld was voor de herfinanciering van de opgegeven
rijksleningsnummers
– aangetoond wordt dat de opgegeven herfinancieringen per
rijksleningsnummer, eventueel in relatie tot andere in dezelfde
lening betrokken projectfinancieringen, vallen binnen het
totaalbedrag van de aangetrokken nieuwe lening(en)
– de looptijd van de herfinanciering géén langere periode
beslaat dan de restant-looptijd van de langst lopende
geherfinancierde rijkslening.
|