|
REGELING tot vaststelling van regels ter uitvoering
van de BDU verkeer en vervoer en van een beleidsregel ter uitvoering van
artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet BDU verkeer en vervoer
(Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer en vervoer)
De Minister
van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op artikel 4, derde lid, artikel 5,
eerste en derde lid, van het Besluit BDU verkeer en vervoer en artikel
11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet BDU verkeer en vervoer;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet BDU verkeer en
vervoer;
b. uitkeringsontvanger: de provincie
die of het openbaar lichaam dat een uitkering ontvangt.
Artikel 2
1.Het percentuele aandeel, bedoeld in
artikel 5, tweede lid, van de wet, van een uitkeringsontvanger is de
uitkomst van de formule:
(WREGIO ื OADREGIO)/(WTOTAAL ื
OADTOTAAL) ื R ื 100%
in welke formule voorstelt:
|
WREGIO: |
het aantal woningen binnen de
provincie of de plusregio |
|
OADREGIO: |
de omgevingsadressendichtheid
binnen de provincie of de plusregio |
|
WTOTAAL: |
het aantal woningen binnen
Nederland |
|
OADTOTAAL: |
de omgevingsadressendichtheid
binnen Nederland |
|
R: |
de rekenfactor |
2.De gegevens die benodigd zijn voor
het bepalen van de omgevingsadressendichtheid en het aantal
woningen, bedoeld in het eerste lid, worden ontleend aan de bij het
Centraal Bureau voor de Statistiek daaromtrent beschikbare gegevens,
naar de meest actuele stand op het moment van verstrekking van de
brede doeluitkering, bedoeld in artikel 3 van de wet.
3.De rekenfactor, bedoeld in het
eerste lid, heeft de waarde van de onderstaande tabel.
|
Uitkeringsontvanger |
Rekenfactor |
|
Stadsregio Amsterdam |
1,080 |
|
Stadsregio Arnhem-Nijmegen |
1,127 |
|
Stadsregio Eindhoven |
0,679 |
|
Stadsregio Haaglanden |
0,974 |
|
Stadsregio Rotterdam |
1,300 |
|
Stadsregio Twente |
0,818 |
|
Stadsregio Utrecht |
1,065 |
|
Provincie Drenthe |
1,331 |
|
Provincie Flevoland |
1,275 |
|
Provincie Friesland |
1,403 |
|
Provincie Gelderland |
1,233 |
|
Provincie Groningen |
1,179 |
|
Provincie Limburg |
0,886 |
|
Provincie Noord-Brabant |
0,707 |
|
Provincie Noord-Holland |
0,544 |
|
Provincie Overijssel |
0,923 |
|
Provincie Utrecht |
0,852 |
|
Provincie Zeeland |
1,296 |
|
Provincie Zuid-Holland |
0,770 |
Artikel 3
Het absolute aandeel bedraagt voor het
uitkeringsjaar 2012 het bij die ontvanger genoemde bedrag in de
onderstaande tabel:
|
Uitkeringsontvanger |
Bedrag (x 1000 euro) |
|
Bestuur Regio Utrecht |
14.952 |
|
Stadsgewest Haaglanden |
25.502 |
|
Stadsregio Arnhem-Nijmegen |
8.789 |
|
Stadsregio Amsterdam |
11.681 |
|
Samenwerkingsverband Regio
Eindhoven |
7.909 |
|
Stadsregio Rotterdam |
26.755 |
|
Regio Twente |
3.519 |
|
Provincie Drenthe |
1.881 |
|
Provincie Flevoland |
2.145 |
|
Provincie Friesland |
5.031 |
|
Provincie Gelderland |
283 |
|
Provincie Groningen |
6.546 |
|
Provincie Limburg |
19.211 |
|
Provincie Noord-Brabant |
6.685 |
|
Provincie Noord-Holland |
5.070 |
|
Provincie Overijssel |
6.833 |
|
Provincie Utrecht |
15.770 |
|
Provincie Zeeland |
37.255 |
|
Provincie Zuid-Holland |
26.301 |
Artikel 4
De rente, bedoeld in artikel 9, tweede
lid, van de wet wordt berekend over het bedrag dat de uitkomst is van de
volgende som:
Totaal reservering vorige jaren
-/- bestedingen lopend jaar ten behoeve
van derden, voor zover deze nog niet in een jaarrekening zijn opgenomen
waarbij in deze som voorstelt:
|
Totaal reservering vorige jaren: |
Het bedrag dat in de bijlage bij de
jaarrekening ingevolge artikel 1 van de Regeling
verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen is opgenomen bij
de Brede doeluitkering verkeer en vervoer onder de indicator eindsaldo/reservering
vorig jaar |
|
Bestedingen lopend jaar ten gunste
van derden: |
Het bedrag dat in het jaar waarop
de verantwoording door de provincie onderscheidenlijk de plusregio
betrekking op heeft, door Gedeputeerde Staten onderscheidenlijk
het dagelijks bestuur ingevolge artikel 2, tweede lid, en artikel
3, tweede lid, van de wet, is verstrekt aan de rechtpersonen
genoemd in de in de onderdelen a tot en met c van deze artikelen
en tevens de verantwoording over deze verstrekte gelden door
provincie en plusregio nog niet zijn meegenomen in de jaarrekening
over het verantwoordingsjaar, maar in het jaar volgend op het
verantwoordingsjaar. |
Artikel 5
Indien de minister toepassing geeft aan
artikel 11, eerste lid, onder b, van de wet, verlaagt hij de uitkering
voor het betreffende uitkeringsjaar met 150.000.
Artikel 6
1.Deze regeling treedt in werking op
het tijdstip waarop het Besluit BDU verkeer en vervoer in werking
treedt.
2.Deze regeling treedt in afwijking van
het eerste lid, in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling is geplaatst,
indien het Besluit BDU verkeer en vervoer op een daarvoor liggend
tijdstip in werking is getreden.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als:
Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer en vervoer.
Deze
regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst met uitzondering van de bijlagen I en II, die ter inzage
worden gelegd bij de bibliotheek van het ministerie van Verkeer en
Waterstaat.
De Minister
van Verkeer en Waterstaat,
K.M.H. Peijs.
Bijlage I [Vervallen per
21-12-2006]
Bijlage II [Vervallen per
21-12-2006]
|