St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet beheer rijkswaterstaatswerken

 

BELEIDSREGELS  GROTE  RIVIEREN

Tekst zoals deze geldt op 20 januari 2012

 

  
 

 

 
BESLUIT van 4 juli 2006, nr. HDJZ/I&O/2006-948, Hoofddirectie Juridische Zaken, tot vaststelling van de Beleidsregels grote rivieren (Beleidsregels grote rivieren)

     De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat;
     Gelet op de artikelen 2 en 3 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

     Besluit:

 

 

Artikel 1. Definitiebepalingen

1. In dit besluit wordt verstaan onder:

a. toestemming: de toelaatbaarheid vanuit rivierkundig opzicht bezien, nodig voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 6.12 van het Waterbesluit;

b. rivierbed: de oppervlakte begrensd ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Waterwet;

c. bergend regime: het afwegingskader dat geldt op het gedeelte van het rivierbed aangegeven op de bij dit besluit behorende detailkaart;

d. stroomvoerend regime: het afwegingskader dat geldt op het gedeelte van het rivierbed aangegeven op de bij dit besluit behorende detailkaart.

2. Maatregelen, ingrepen, bouwen en soortgelijke begrippen worden voor de toepassing van dit besluit als activiteit aangemerkt.

 

Artikel 1a

Deze beleidsregels berusten op artikel 6.12 van het Waterbesluit.

 

Artikel 2. Toepassingsbereik

1. Deartikelen 3 tot en met 7 zijn van toepassing op de waterstaatswerken in beheer bij het Rijk, voor zover aangegeven op de in bijlage 1 bij dit besluit opgenomen overzichtskaart en detailkaarten.

2. Deartikelen 3 tot en met 7 zijn niet van toepassing op de in bijlage 2bij dit besluit aangewezen activiteiten of locaties.

 

Artikel 3

In het rivierbed wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 7, eerste lid, toestemming gegeven voor:

a. een eenmalige uitbreiding van ten hoogste tien procent van de bestaande bebouwing;

b. activiteiten ten behoeve van rivierbeheer of-verruiming;

c. tijdelijke activiteiten, anders dan bedoeld in artikel 6.11, eerste lid, onderdeel b, van de Waterregeling, en

d. overige activiteiten van rivierkundig ondergeschikt belang.

 

Artikel 4. Activiteiten bergend regime

Voor activiteiten in het gedeelte van het rivierbed waarop het bergend regime van toepassing is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 7, eerste en tweede lid, toestemming gegeven.

 

Artikel 5. Riviergebonden activiteiten stroomvoerend regime

Voor de navolgende riviergebonden activiteiten in het gedeelte van het rivierbed waarop het stroomvoerend regime van toepassing is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 7, eerste en tweede lid, toestemming gegeven:

a. de aanleg of wijziging van waterstaatkundige kunstwerken;

b. de realisatie van voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart;

c. de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales;

d. de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier;

e. de aanleg of wijziging van scheepswerven;

f. de realisatie van natuur;

g. de uitbreiding van bestaande steenfabrieken;

h. de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie zijn verbonden; of

i. de winning van oppervlaktedelfstoffen.

 

Artikel 6. (niet-riviergebonden activiteiten stroomvoerend regime)

Voor niet-riviergebonden activiteiten in het gedeelte van het rivierbed waarop het stroomvoerend regime van toepassing is, wordt geen toestemming gegeven, tenzij, onverminderd het bepaalde in artikel 7, sprake is van:

a. een groot openbaar belang en de activiteit niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd;

b. een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven en de activiteit redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd;

c. een functieverandering binnen de bestaande bebouwing;

d. een activiteit die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie; of

e. een activiteit die onderdeel uitmaakt van een projectbesluit als bedoeld in de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier en waarvan de uitvoering door de Staatssecretaris wordt gefinancierd.

 

Artikel 7

1. De toestemming, bedoeld in artikel 3, wordt alleen gegeven indien:

a. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft;

b. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit, en

c. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor het geven van de toestemming, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6, aanhef en de onderdelen a, b en c, met dien verstande datde resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn.

3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor het geven van de toestemming, bedoeld in artikel 6, aanhef en onderdeel d, met dien verstande dat de gevraagde rivierverruimende maatregelen genomen worden, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn.

 

Artikel 8. Intrekking

De Beleidslijn ruimte voor de rivier (Stcrt. 1997, 87, p. 6) wordt ingetrokken.

 

Artikel 9. Overgangsrecht

Onverminderd artikel 2, tweede lid, zijn de artikelen 3 tot en met 7 niet van toepassing op een activiteit in het gebied, bedoeld in artikel 2, eerste lid:

a. voor zover ten aanzien van dat gebied de Beleidslijn ruimte voor de rivier (Stcrt. 1997, 87) niet van toepassing was, mits vóór 14 juli 2006 een aanvraag om een vergunning op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, zoals die wet luidde op genoemde datum, was ingediend voor de desbetreffende activiteit;

b. voor zover de artikelen van dit besluit zoals dat luidde vóór 17 december 2009 ook niet op dat gebied of die gebieden van toepassing waren, mits die activiteit geen rivierkundige belemmering vormt en vóór die datum was toegestaan:

1°. krachtens een vastgesteld besluit op grond van de Wet op de ruimtelijke ordening, de Wet ruimtelijke ordening, of artikel 40 van de Woningwet;

2°. krachtens een ontwerp voor een bestemmingsplan waarvan overeenkomstig de desbetreffende wet vóór genoemde datum kennis was gegeven.

 

Artikel 10. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

 

Artikel 11. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels grote rivieren.

 

 

     Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
M.H. Schultz van Haegen
.

 

 

Bijlagen (kaarten) niet opgenomen

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x