Artikel 1. Definitiebepalingen
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. toestemming: de toelaatbaarheid
vanuit rivierkundig opzicht bezien, nodig voor het verkrijgen van
een vergunning als bedoeld in artikel 6.12 van het Waterbesluit;
b. rivierbed: de oppervlakte
begrensd ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Waterwet;
c. bergend regime: het
afwegingskader dat geldt op het gedeelte van het rivierbed
aangegeven op de bij dit besluit behorende detailkaart;
d. stroomvoerend regime: het
afwegingskader dat geldt op het gedeelte van het rivierbed
aangegeven op de bij dit besluit behorende detailkaart.
2. Maatregelen, ingrepen, bouwen en
soortgelijke begrippen worden voor de toepassing van dit besluit als
activiteit aangemerkt.
Artikel 1a
Deze beleidsregels berusten op artikel
6.12 van het Waterbesluit.
Artikel 2. Toepassingsbereik
1. Deartikelen 3 tot en met 7 zijn van
toepassing op de waterstaatswerken in beheer bij het Rijk, voor zover
aangegeven op de in bijlage 1 bij dit besluit opgenomen
overzichtskaart en detailkaarten.
2. Deartikelen 3 tot en met 7 zijn niet
van toepassing op de in bijlage 2bij dit besluit aangewezen
activiteiten of locaties.
Artikel 3
In het rivierbed wordt, onverminderd het
bepaalde in artikel 7, eerste lid, toestemming gegeven voor:
a. een eenmalige uitbreiding van ten
hoogste tien procent van de bestaande bebouwing;
b. activiteiten ten behoeve van
rivierbeheer of-verruiming;
c. tijdelijke activiteiten, anders
dan bedoeld in artikel 6.11, eerste lid, onderdeel b, van de
Waterregeling, en
d. overige activiteiten van
rivierkundig ondergeschikt belang.
Artikel 4. Activiteiten bergend regime
Voor activiteiten in het gedeelte van het
rivierbed waarop het bergend regime van toepassing is, wordt,
onverminderd het bepaalde in artikel 7, eerste en tweede lid,
toestemming gegeven.
Artikel 5. Riviergebonden activiteiten
stroomvoerend regime
Voor de navolgende riviergebonden
activiteiten in het gedeelte van het rivierbed waarop het stroomvoerend
regime van toepassing is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 7,
eerste en tweede lid, toestemming gegeven:
a. de aanleg of wijziging van
waterstaatkundige kunstwerken;
b. de realisatie van voorzieningen
voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- en
recreatievaart;
c. de bouw of wijziging van
waterkrachtcentrales;
d. de vestiging of uitbreiding van
overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten,
uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer
over de rivier;
e. de aanleg of wijziging van
scheepswerven;
f. de realisatie van natuur;
g. de uitbreiding van bestaande
steenfabrieken;
h. de realisatie van voorzieningen
die onlosmakelijk met de waterrecreatie zijn verbonden; of
i. de winning van
oppervlaktedelfstoffen.
Artikel 6. (niet-riviergebonden
activiteiten stroomvoerend regime)
Voor niet-riviergebonden activiteiten in
het gedeelte van het rivierbed waarop het stroomvoerend regime van
toepassing is, wordt geen toestemming gegeven, tenzij, onverminderd het
bepaalde in artikel 7, sprake is van:
a. een groot openbaar belang en de
activiteit niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden
gerealiseerd;
b. een zwaarwegend bedrijfseconomisch
belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven en de
activiteit redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden
gerealiseerd;
c. een functieverandering binnen de
bestaande bebouwing;
d. een activiteit die per saldo meer
ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien
aanvaardbare locatie; of
e. een activiteit die onderdeel
uitmaakt van een projectbesluit als bedoeld in de planologische
kernbeslissing Ruimte voor de Rivier en waarvan de uitvoering door
de Staatssecretaris wordt gefinancierd.
Artikel 7
1. De toestemming, bedoeld in artikel
3, wordt alleen gegeven indien:
a. er sprake is van een zodanige
situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig
functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft;
b. er geen sprake is van een
feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit, en
c. er sprake is van een zodanige
situering en uitvoering van de activiteit dat de
waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo
gering mogelijk is.
2. Het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing voor het geven van de toestemming, bedoeld
in de artikelen 4, 5 en 6, aanhef en de onderdelen a, b en c, met dien
verstande datde resterende waterstandseffecten of de afname van het
bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering
en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn.
3. Het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing voor het geven van de toestemming, bedoeld
in artikel 6, aanhef en onderdeel d, met dien verstande dat de
gevraagde rivierverruimende maatregelen genomen worden, waarbij de
financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd
zijn.
Artikel 8. Intrekking
De Beleidslijn ruimte voor de rivier (Stcrt.
1997, 87, p. 6) wordt ingetrokken.
Artikel 9. Overgangsrecht
Onverminderd artikel 2, tweede lid, zijn
de artikelen 3 tot en met 7 niet van toepassing op een activiteit in het
gebied, bedoeld in artikel 2, eerste lid:
a. voor zover ten aanzien van dat
gebied de Beleidslijn ruimte voor de rivier (Stcrt. 1997, 87) niet
van toepassing was, mits vóór 14 juli 2006 een aanvraag om een
vergunning op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, zoals
die wet luidde op genoemde datum, was ingediend voor de
desbetreffende activiteit;
b. voor zover de artikelen van dit
besluit zoals dat luidde vóór 17 december 2009 ook niet op dat
gebied of die gebieden van toepassing waren, mits die activiteit
geen rivierkundige belemmering vormt en vóór die datum was
toegestaan:
1°. krachtens een vastgesteld
besluit op grond van de Wet op de ruimtelijke ordening, de Wet
ruimtelijke ordening, of artikel 40 van de Woningwet;
2°. krachtens een ontwerp voor
een bestemmingsplan waarvan overeenkomstig de desbetreffende wet
vóór genoemde datum kennis was gegeven.
Artikel 10. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang
van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin
het wordt geplaatst.
Artikel 11. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als:
Beleidsregels grote rivieren.
Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
M.H. Schultz van Haegen.
Bijlagen (kaarten) niet opgenomen