| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet beheer
rijkswaterstaatswerken
BELEIDSREGELS
INCIDENT MANAGEMENT RIJKSWATERSTAAT
Tekst zoals deze geldt op
23 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de Wet beheer rijkswaterstaatswerken;
Overwegende:
- Dat in 1998 op de belangrijkste autosnelwegen in Nederland incident
management is ingevoerd en dat in 1999 op de overige autosnelwegen
incident management wordt ingevoerd;
- Dat incident management plaatsvindt met gebruikmaking van bestaande
bevoegdheden;
- Dat het aanbeveling verdient beleidsregels op te stellen met
betrekking tot het gebruik van die bevoegdheden bij incident management;
Besluit:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. incident management:
het geheel van maatregelen die beogen de weg zo snel mogelijk nadat
een incident heeft plaatsgevonden, voor het verkeer vrij te maken, een
en ander met inachtneming van de verkeersveiligheid, de behartiging
van belangen van mogelijke slachtoffers alsmede de beheersing van de
ontstane schade;
b. incidenten:
alle gebeurtenissen (zoals ongevallen, pechgevallen, afgevallen
lading, gestrande voertuigen) die de capaciteit van de weg nadelig
beïnvloeden of kunnen beïnvloeden en als zodanig de doorstroming van
het verkeer belemmeren of kunnen belemmeren, uitgezonderd pechgevallen
op de vluchtstrook voorzover sprake is van een aanvaardbaar risico ten
aanzien van de doorstroming en de veiligheid van het overige verkeer;
c. wegen:
wegen als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, aangeduid als
(autosnel)weg en in beheer bij de Rijkswaterstaat alsmede de
bijbehorende verbindingswegen naar wegen, niet in beheer bij de
Rijkswaterstaat;
d. eerste berging:
het verwijderen van vrachtauto’s, personenauto’s en/of lading
van de weg en het vervoeren naar een veilige plaats (parkeerplaats,
benzinestation, Rijkswaterstaatslokatie of het eigen terrein van een
bergingsbedrijf) langs de autosnelweg dan wel in bijzondere gevallen
de eindbestemming;
e. deskundige:
een onafhankelijk persoon die fungeert als rapporteur over het
incident en als adviseur inzake de meest adequate wijze (snel én met
inachtneming van schades) van bergen aan het Coördinatieteam Plaats
Incident (CTPI) waarin zitting hebben de bevelvoerders van brandweer,
ambulancedienst, politie, de Rijkswaterstaat en de Inspectie Verkeer
en Waterstaat welk team beslist over de uiteindelijk te volgen
werkwijze;
f. vrachtauto:
een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van meer dan
3.500 kilogram en/of de bijbehorende aanhangwagen, een en ander met
inbegrip van de lading;
g. personenauto:
een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van ten hoogste
3.500 kilogram en/of de bijbehorende aanhangwagen en de lading;
h. aanhangwagen:
voertuig dat door een motorvoertuig wordt voortbewogen of kennelijk
bestemd is om aldus te worden voortbewogen, alsmede een oplegger;
i. afhandelingskosten:
het totaal van de voorbereidingskosten, meldingskosten,
bergingskosten, met inbegrip van de kosten voor aanvullend materieel
zoals telekranen, koelwagens, pompinstallaties e.d., en de kosten van
inzet van een deskundige.
Artikel 2. Toepassing incident management
1. De regionale directies van de Rijkswaterstaat en hun
dienstkringen kunnen in het kader van hun taakuitoefening op de wegen
die in beheer zijn bij de Rijkswaterstaat incident management
toepassen, zulks in samenwerking met onder andere politie, brandweer,
ambulancediensten, bergingsbedrijven, deskundigen,
hulpverleningsdiensten en verzekeraars. De hiervoor bedoelde
samenwerking is onderwerp van overleg in het Landelijk Platform
Incident Management.
2. Incident management vindt 24 uur per dag, gedurende het gehele
jaar plaats op de weg, met het oog op een veilig en doelmatig gebruik
van de weg als bedoeld in de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Stb.
1996, 645).
3. Incident management wordt toegepast indien sprake is van:
a. strijd met artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994,
b. een onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 BW
gepleegd jegens de Rijkswaterstaat dan wel,
c. inbreuk op het eigendomsrecht van de Rijkswaterstaat als
eigenaar van de weg.
4. Bij de uitvoering van Incident management wordt de Richtlijn
eerste veiligheidsmaatregelen bij incidenten met eenzijdig
aanrijdgevaar, ISBN 90-369-1733-6, gewijzigde herdruk januari 2010,
alsmede de Richtlijn eerste veiligheidsmaatregelen bij incidenten met
tweezijdig aanrijdgevaar ISBN 978-90-369-1764-3, 1e druk januari 2010,
beiden uitgegeven door het Verkeerscentrum Nederland te Utrecht, in
acht genomen.
Artikel 3. Centraal meldpunt
1.De Rijkswaterstaat draagt in samenspraak met het betrokken
bedrijfsleven zorg voor een centraal meldpunt vrachtautoberging (CMV)
en een centraal meldpunt incident management (CMI) ten behoeve van
personenautobergingen.
2.Het CMV fungeert ten aanzien van de eerste berging van vrachtauto’s
als alarmcentrale ten behoeve van de inschakeling van
bergingsbedrijven, deskundigen en bedrijven die de beschikking hebben
over aanvullend materieel (telekranen, koelwagens, pompinstallaties
e.d.).
3.Het CMI maakt bij de opdrachtverlening tot eerste berging zoveel
mogelijk gebruik van bestaande afspraken tussen
verzekeraarshulpdiensten en bergingsbedrijven.
Artikel 4. Eerste berging
1.Een opdracht tot eerste berging van een vrachtauto of een
personenauto die zich op de weg bevindt in geval van een incident
wordt namens de Rijkswaterstaat gegeven door een functionaris die
behoort tot een regionaal politiekorps dan wel een functionaris die
behoort tot het Korps landelijke politiediensten.
2.Het CMV dan wel het CMI ontvangt de opdracht tot eerste berging
en geleidt deze door naar een daarvoor in aanmerking komend
bergingsbedrijf.
3.Vervoer van een vrachtauto of een personenauto naar de
eindbestemming (’tweede berging’) valt buiten het bestek van
incident management en is derhalve een verantwoordelijkheid van de
eigenaar/houder van het betrokken motorvoertuig.
4.Bestuurders, houders en eigenaren van motorvoertuigen, dienen
zich in geval van een incident waarbij berging van het voertuig
noodzakelijk is, te onthouden van het zelf rechtstreeks geven van
opdracht aan een bergingsbedrijf tot eerste berging van hun
motorvoertuig. Zij dienen in plaats daarvan zo mogelijk de politie in
te schakelen dan wel een hulpverleningsdienst die in staat is adequate
bergingshulp te verlenen.
Artikel 5. Incident management bij vrachtauto’s
1.De regionale directies van de Rijkswaterstaat of hun
dienstkringen maken afspraken met bergingsbedrijven en deskundigen die
kunnen worden ingezet in het kader van incident management voor
vrachtauto’s.
2.Bergingsbedrijven en deskundigen die worden ingezet bij het
bergen van vrachtauto’s dienen te voldoen aan kwaliteitseisen
hetgeen dient te blijken uit een aan hen verleende erkenning.
3.De Rijkswaterstaat en de andere betrokkenen stellen zo spoedig
mogelijk de voorlopige erkenningsregeling voor bergingsbedrijven en de
voorlopige erkenningsregeling voor deskundigen vast.
Artikel 5a. Uitgestelde en versnelde berging
1.In dit artikel wordt verstaan onder:
a. uitgestelde berging: eerste berging waarbij de vrachtauto
eerst van de rijbaan wordt verwijderd;
b. versnelde berging: eerste berging waarbij geen maatregelen
ter voorkoming van schade aan de vrachtauto genomen worden.
2.Uitgestelde of versnelde berging vindt plaats wanneer naar het
oordeel van Rijkswaterstaat eerste berging de verkeersdoorstroming
aanzienlijk zal kunnen belemmeren.
3.Schade aan lading, vrachtauto, of wegmeubilair veroorzaakt door
uitgestelde of versnelde berging komt voor rekening van
Rijkswaterstaat mits deze schade naar het oordeel van de deskundige
onvermijdelijk is.
Artikel 6. Inzet van bergingsbedrijven en deskundigen bij
vrachtautobergingen
Het CMV beslist per incident over de inzet van (voorlopig) erkende
bergingsbedrijven en (voorlopig) erkende deskundigen bij de berging van
vrachtauto’s.
Artikel 7. Stichting incident management vrachtautoberging en
Commissie van toezicht vrachtautoberging
1.De Rijkswaterstaat en het betrokken bedrijfsleven hebben het
voornemen een stichting op te richten die als doel zal hebben het
bevorderen van de publiek-private samenwerking tussen de bij incident
management voor vrachtauto’s betrokken partijen in de ruimste zin
des woords. Binnen de stichting zal een Commissie van toezicht worden
ingesteld. De stichting draagt voorts zorg voor totstandkoming en
uitvoering van een erkenningsregeling voor bergingsbedrijven en een
erkenningsregeling voor deskundigen.
2.De Rijkswaterstaat en het betrokken bedrijfsleven stellen
vooruitlopend op de totstandkoming van de stichting gezamenlijk een
voorlopige Commissie van toezicht vrachtautoberging in die tot taak
heeft te overleggen over de werking van de regeling, controle van de
kwaliteit van het vrijmaken van de weg, uitbrengen van adviezen over
klachten en doen van voorstellen voor verbetering van de regeling
alsmede het treffen van disciplinaire maatregelen tegen ingeschakelde
bergingsbedrijven, deskundigen of het CMV.
Artikel 8. Indienen van klachten ten aanzien van vrachtautobergingen
1.Betrokkenen bij een vrachtauto-incident zijn gerechtigd een
klacht in te dienen over de afhandeling van een incident door CMV, de
deskundige of het bergingsbedrijf, overeenkomstig het bepaalde in het
reglement van de voorlopige Commissie van Toezicht vrachtautoberging.
2.De betrokkenen bedoeld in het eerste lid zijn: de eigenaar/houder
van de vrachtauto en/of de bestuurder, verzekeraars, het
bergingsbedrijf, de deskundige, het CMV, de Rijkswaterstaat, de
politie, de brandweer en de ambulancedienst.
Artikel 9. Incident management bij personenauto’s
Ten aanzien van de eerste berging van personenauto’s zijn afspraken
gemaakt met het Verbond van Verzekeraars welke ertoe strekken dat de
eerste berging zoveel mogelijk plaatsvindt met gebruikmaking van de
zogenaamde hulprechten (hulpverleningsdekking) in de
WA-verzekeringspolis van de desbetreffende personenauto. De kosten van
de eerste berging op basis van hulprechten komen voor rekening van de
WA-verzekeraars.
Artikel 10. Terugvordering bergingskosten en kosten van deskundigen
De afhandelingskosten als gevolg van een incident worden in daarvoor
in aanmerking komende gevallen door de Rijkswaterstaat verhaald op de
eigenaar/houder van een vrachtauto of een personenauto. Verhaal van
afhandelingskosten vindt niet plaats indien een personenauto is
verwijderd op basis van de zogenaamde hulprechten in de WA-polis van de
betrokken personenauto.
Artikel 11. Retentierecht en bankgarantie
1.De Rijkswaterstaat behoudt zich voor beslag te leggen bij een
eigenaar/houder die de afhandelingskosten niet voldoet.
2.De Rijkswaterstaat behoudt zich voor retentierecht toe te (laten)
passen ten aanzien van motorvoertuigen in gevallen waarbij, ter
beoordeling van de Rijkswaterstaat, voldoende zekerheid tot verhaal
van de afhandelingskosten ontbreekt.
3.De Rijkswaterstaat behoudt zich voor - indien geen retentierecht
wordt toegepast als bedoeld in het tweede lid - afgifte van een
bankgarantie door de eigenaar/houder te verlangen alvorens tot afgifte
van het motorvoertuig over te gaan.
Artikel 12. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 13. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels incident management
Rijkswaterstaat.
Dit besluit zal met de toelichting worden
geplaatst in de Staatscourant.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos.
|
|
|