| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet belasting zware
motorrijtuigen
UITVOERINGSBESLUIT
BELASTING ZWARE MOTORRIJTUIGEN
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 29 november 1995 tot vaststelling van het
Uitvoeringsbesluit belasting zware motorrijtuigen
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 6
februari 1995, nr. WV95/67 M, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken,
Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen;
Gelet op artikel 15 van de Wet belasting zware motorrijtuigen;
De Raad van State gehoord (advies van 13 maart 1995, nr.
W06.95.0055);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van
24 november 1995, nr. WV95/178 U, Directoraat-Generaal voor Fiscale
Zaken, Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
Artikel 1
Dit besluit geeft uitvoering aan artikel 15 van de Wet belasting
zware motorrijtuigen.
Artikel 2
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet belasting zware motorrijtuigen;
b. belasting: belasting zware motorrijtuigen als bedoeld in
artikel 2 van de wet;
c. motorrijtuig: zwaar motorrijtuig als bedoeld in artikel 3,
onderdeel a, van de wet.
Hoofdstuk II. Vrijstellingen
Artikel 3
Vrijstelling van belasting wordt verleend voor motorrijtuigen die
uitsluitend worden gebruikt door defensie, indien voor die
motorrijtuigen de artikelen 4, eerste lid, onderdeel a , en 37, eerste
lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing zijn.
Artikel 4
1. Vrijstelling van belasting wordt verleend voor motorrijtuigen
die uitsluitend worden gebruikt door de politie en als zodanig
uiterlijk herkenbaar zijn, indien:
a. het motorrijtuig is geregistreerd op naam van een
politie-instantie;
b. het motorrijtuig is voorzien van:
- een tweetonige hoorn;
- een duidelijk zichtbaar blauw zwaai- of knipperlicht; en
- ten minste aan weerszijden één of meer duidelijk
zichtbare afbeeldingen van het politielogo, bedoeld in de
Regeling politielogo;
en
c. het motorrijtuig uitsluitend wordt gebruikt door
politie-ambtenaren voor de uitoefening van hun politietaak.
2. Vrijstelling van belasting wordt verleend voor motorrijtuigen
die uitsluitend worden gebruikt door de brandweer en als zodanig
uiterlijk herkenbaar zijn
indien:
a. het motorrijtuig is geregistreerd op naam van een
brandweer-instantie;
b. het motorrijtuig is voorzien van:
- een tweetonige hoorn;
- een duidelijk zichtbaar blauw zwaai- of knipperlicht; en
- ten minste aan weerszijden één of meer duidelijk
zichtbare afbeeldingen van een brandweerembleem dan wel in
voorkomend geval van een gemeentewapen, welke afbeeldingen
alle een oppervlakte hebben van ten minste 314 cm2;
en
c. het motorrijtuig uitsluitend wordt gebruikt door
brandweerlieden voor de uitoefening van hun brandweertaak.
3. Onder brandweer-instantie wordt mede begrepen een aangewezen
inrichting als bedoeld in artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s.
Artikel 5
Vrijstelling van belasting wordt verleend voor motorrijtuigen die
behoren tot een bedrijfsvoorraad als bedoeld in artikel 2, onderdeel g,
van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, mits met die
motorrijtuigen slechts van de autosnelweg gebruik wordt gemaakt met een
ten behoeve van die motorrijtuigen opgegeven kenteken als bedoeld in
artikel 37, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, en met die
motorrijtuigen niet bedrijfsmatig goederen worden vervoerd.
Artikel 6
Vrijstelling van belasting wordt verleend voor motorrijtuigen die
zijn ingericht ten behoeve van en uitsluitend worden gebruikt voor de
aanleg en het onderhoud van wegen indien de houder van het motorrijtuig
zich bezighoudt met de aanleg en het onderhoud van wegen.
Artikel 7
1.Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen waarmee gewoonlijk
slechts over een geringe afstand gebruik van de autosnelweg wordt
gemaakt, wordt op verzoek verleend, indien:
a. het gebruik van de autosnelweg zich beperkt tot een op
aanwijzingen van de houder door de inspecteur vastgesteld gebied
dat is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de plaatsen waar
het motorrijtuig, elders dan op de weg, wordt gebruikt; en
b. de houder van het motorrijtuig bij het verzoek een afschrift
van het kentekenbewijs overlegt, alsmede een verklaring dat het
vervoer van goederen geen hoofdactiviteit van de houder is, dat
met het motorrijtuig uitsluitend gebruik van de autosnelweg wordt
gemaakt overeenkomstig onderdeel a en dat indien niet meer wordt
voldaan aan de voorwaarden en omstandigheden voor de vrijstelling
een opgaaf daarvan zal worden gedaan aan de inspecteur.
2.De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare
beschikking. De vrijstelling werkt niet verder terug dan tot op het
tijdstip waarop het verzoek is ingediend.
3.Indien de voorwaarden en omstandigheden, bedoeld in het eerste
lid zich niet langer voordoen, trekt de inspecteur de vrijstelling in.
De intrekking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.
4.Indien degene aan wie de vrijstelling is verleend niet voldoet
aan de verplichting een opgaaf te doen als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel b, wordt de vrijstelling geacht te zijn vervallen op het
tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde voorwaarden en
omstandigheden zich niet meer voordoen.
Artikel 8
Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die uitsluitend worden
gebruikt voor het vervoer van kermis- of circusbenodigdheden wordt
verleend indien de motorrijtuigen worden gehouden door een kermis- of
circusexploitant.
Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de wet in
werking treedt.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit belasting zware
motorrijtuigen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 29 november 1995
BEATRIX
De Staatssecretaris van Financiën,
W.A.F.G. Vermeend
Uitgegeven de dertigste november 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|
|