|
De
Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op artikel 11, derde lid, van de Wet
belasting zware motorrijtuigen;
Besluit:
Artikel 1
Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 11, derde lid,
artikel 14a, achtste lid, en artikel 18 van de Wet belasting zware
motorrijtuigen.
Artikel 2
In deze regeling wordt onder wet verstaan: Wet belasting zware
motorrijtuigen.
Artikel 3
1. Als aangiftepunten, bedoeld in artikel 11, derde lid, van de
wet, worden aangewezen:
a. het internationale digitale aangiftepunt op internetadres
https://www.eurovignettes.eu;
b. de aangiftepunten opgenomen op een door mij bijgehouden
lijst van aangiftepunten, te raadplegen op internetadres
www.belastingdienst.nl/tiny/61623_073.
2. Voor bedrijven die daarvoor een overeenkomst hebben afgesloten
met de Belastingdienst wordt naast de aangiftepunten in het eerste lid
als aangiftepunt, bedoeld in artikel 11, derde lid, van de wet
aangewezen het digitale aangiftepunt van de Belastingdienst op
internetadres https://secure.eurovignet.nl/nluserportal/login.
Artikel 3a
1. Als station van inlading of station van uitlading als bedoeld in
artikel 14a, tweede lid, onderdeel a, van de wet worden aangewezen de
stations opgenomen op de door mij bijgehouden lijst van stations van
in- en uitlading, te raadplegen op internetadres
www.belastingdienst.nl/tiny/61623_080.
2. Het verzoek om teruggaaf van belasting, bedoeld in artikel 14a,
negende lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:
a. de naam en het adres van degene die het verzoek om teruggaaf
doet;
b. het kenteken van het motorrijtuig waarop het verzoek
betrekking heeft;
c. de datum waarop het vervoer over de weg naar het station van
inlading of van het station van uitlading heeft plaatsgevonden;
d. de plaats waar het vervoer naar het station van inlading is
aangevangen, dan wel de plaats waar het vervoer van het station
van uitlading is geëindigd;
e. de naam en de locatie van het station van inlading of van
het station van uitlading;
f. voor zover in het gecombineerd vervoer een traject over zee
of over binnenwater is opgenomen: de afstand tussen de in
onderdeel d bedoelde plaatsen en de in onderdeel e bedoelde
locaties.
3. De teruggaaf wordt slechts verleend, indien in de administratie
van degene die het verzoek om teruggaaf doet, zich per dag en per
motorrijtuig waarop het verzoek betrekking heeft een verklaring
bevindt van de beheerder van de plaats van in- of uitlading, waaruit
blijkt dat is voldaan aan de in artikel 14a van de wet bedoelde
voorwaarden. De verklaring bevat de volgende gegevens:
a. de naam, de locatie en het registratienummer van het station
van inlading of het station van uitlading;
b. de datum waarop de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger
met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20
voet of meer op het in onderdeel a bedoelde station werd in- of
uitgeladen, alsmede het kenteken van het motorrijtuig waarmee het
betreffende vervoer naar of van dat station heeft plaatsgevonden;
c. de plaats waar het vervoer van de vrachtwagen, de
aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak
of de container van 20 voet of meer naar het in onderdeel a
bedoelde station van inlading is aangevangen alsmede de plaats
waar het vervoer van de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger
met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20
voet of meer vanaf het in onderdeel a bedoelde station van
uitlading zal eindigen;
d. de plaats waar het vervoer per spoor, over de binnenwateren
of over zee zal eindigen ingeval dat vervoer in Nederland is
aangevangen, of de plaats waar het vervoer per spoor, over zee of
over de binnenwateren is aangevangen ingeval dat vervoer in
Nederland wordt beëindigd;
e. of de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of
zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet of
meer vanaf het station van inlading over zee of over binnenwater
zal worden vervoerd, dan wel over zee of over binnenwater naar het
station van uitlading is vervoerd;
f. het kenteken, of bij het ontbreken daarvan, het unieke
identificatienummer van de vrachtwagen, de aanhangwagen, de
oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container
van 20 voet of meer die op het station is in- of uitgeladen.
4. Indien een verzoek om teruggaaf betrekking heeft op belasting
die voor tijdvakken van een dag, een week of een maand is betaald,
dient dat verzoek te worden gedaan voor de belasting die in een
periode van drie maanden of een jaar is betaald. Indien het verzoek
betrekking heeft op de belasting die voor een tijdvak van een jaar is
betaald, wordt het verzoek na afloop van dat jaar ingediend. Het
verzoek wordt gedaan uiterlijk binnen drie maanden na afloop van de
periode waarop het verzoek betrekking heeft.
Artikel 3b
Als ambtenaren van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu,
bedoeld in artikel 18 van de Wet belasting zware motorrijtuigen, worden
aangewezen de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de wet
in werking treedt.
Artikel 5
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling belasting
zware motorrijtuigen.
De Staatssecretaris van Financiën,
W.A.F.G. Vermeend.
Bijlage I [Vervallen per 01-01-2011]
Bijlage II [Vervallen per 01-01-2011]
|