| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet belastingen op
milieugrondslag (Wbm)
BESLUIT
VRIJSTELLING ENERGIEBELASTING OP ELEKTRICITEIT
BIJ CONVENANTEN
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 16 juni 2004, houdende een regeling op
grond waarvan onder voorwaarden vrijstelling van energiebelasting wordt
verleend (Besluit vrijstelling energiebelasting op elektriciteit bij
convenanten)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van de Staatssecretaris van Financiën van 3 maart 2004, nr.
WV2004-00076 M, directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, directie
Wetgeving Verbruiksbelastingen, gedaan mede namens Onze Minister van
Economische Zaken, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit;
Gelet op artikel 36q van de Wet
belastingen op milieugrondslag;
De Raad van State gehoord (advies van 5 april
2004, nr. W06.04.0106/IV);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Financiën van 10 juni 2004, nr. WV2004-00147 U,
directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, directie Wetgeving
Verbruiksbelastingen, uitgebracht mede namens Onze Minister van
Economische Zaken, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet belastingen op milieugrondslag;
b. deelnemer: verbruiker die in het kader van gemaakte afspraken
als bedoeld in artikel 65 van de wet verplichtingen op zich heeft
genomen ter verbetering van de energie-efficiëntie;
c. onafhankelijke instantie: door Onze Minister van Economische
Zaken, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer of Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit aangewezen instantie die de resultaten van de in
artikel 65 van de wet bedoelde afspraken verifieert;
d. voortgangsverklaring: jaarlijks door de onafhankelijke
instantie aan de verbruiker verstrekte verklaring waaruit blijkt dat
de verbruiker in het voorafgaande kalenderjaar de afspraken, bedoeld
in artikel 65 van de wet, in voldoende mate heeft nageleefd.
Artikel 2
1. De vrijstelling, bedoeld in artikel 65 van de wet, is van
toepassing indien de verbruiker aan degene die de elektriciteit aan
hem levert:
a. een verklaring heeft overgelegd, dat hij deelnemer is;
b. een verklaring heeft overgelegd als bedoeld in artikel 20,
eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit belastingen op
milieugrondslag, en
c. een verklaring heeft overgelegd, dat hij een
energie-intensief bedrijf is als bedoeld in artikel 47, eerste
lid, onderdeel p, van de wet.
2. De verklaringen, bedoeld in het eerste lid, worden door de
verbruiker ondertekend en bevatten ten minste:
a. de dagtekening;
b. naam en adres van de verbruiker;
c. naam en adres van de leverancier;
d. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
Artikel 3
Indien de verbruiker niet binnen zes maanden na afloop van een
kalenderjaar de voortgangsverklaring met betrekking tot dat kalenderjaar
heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit aan hem levert, wordt
hij geacht in dat kalenderjaar geen deelnemer te zijn geweest, tenzij
het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.
Artikel 4
1. De verbruiker richt zijn administratie zodanig in dat daarin op
overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de
toepassing van de vrijstelling, bedoeld in artikel 65 van de wet, van
belang zijnde bedrijfshandelingen.
2. Wijzigingen in de situatie die van invloed zijn op de toepassing
van de vrijstelling, bedoeld in artikel 65 van de wet, worden
onmiddellijk door de verbruiker schriftelijk gemeld aan degene die de
elektriciteit aan hem levert alsmede aan de inspecteur.
3. De verbruiker zendt aan de inspecteur afschriften van de
verklaringen, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, en artikel 2, eerste
lid, tegelijkertijd met het overleggen van die verklaringen aan degene
die de elektriciteit aan hem levert.
Artikel 5
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de
uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst
en werkt terug tot en met 1 januari 2004.
2. Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vrijstelling
energiebelasting op elektriciteit bij convenanten.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 16 juni 2004
BEATRIX
De Staatssecretaris van Financiën,
J.G. Wijn
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
P.L.B.A. van Geel
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.P. Veerman
Uitgegeven de dertigste juni 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|