|
De
Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op artikel 6, vierde lid, 10a,
zevende lid, 11, tweede lid, 15, tweede lid, 18a, derde lid, 20,
tweede lid, 22, tweede lid, 28, negende lid, van de Wet belastingen op
milieugrondslag en op artikel 7, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit
belastingen op milieugrondslag;
Handelende wat artikel 15, tweede lid, van de
Wet belastingen op milieugrondslag betreft, mede namens de Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Besluit:
Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
Artikel 1
1. Deze regeling geeft uitvoering aan de
artikelen 14, vierde lid, 20, vierde lid, 21, tweede lid, 38, tweede
lid, onderdeel b, 39, tweede lid, 44, vijfde lid, 45, vierde lid, 47,
tweede en vierde lid, 50, zesde lid, 54, zesde lid, 59, zevende lid,
60, vierde lid, 63, zevende lid, 64, zesde lid, 67, vierde lid, 68,
vierde lid, 69, achtste lid, 70, vijfde lid, 71, tweede en derde lid,
80, onderdeel a, onder 4°, 86, tweede lid, en 92, tweede lid, van de
Wet belastingen op milieugrondslag en de artikelen 18, vijfde lid, 19,
tweede lid, onderdeel c, en 27, derde lid, 28i, van het
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag.
2. Voor de toepassing van deze regeling wordt
verstaan onder:
a. de wet: de Wet belastingen op
milieugrondslag;
b. het besluit: het Uitvoeringsbesluit
belastingen op milieugrondslag;
c. [vervallen;]
d. een krat: een verpakking met zes vlakken
waarvan minimaal een vlak open is, zodat er zonder aanpassing van
de verpakking een product kan worden in- of uitgepakt;
e. een doos: een gesloten verpakking met zes
vlakken, waaruit alleen met aanpassing van de verpakking een
product kan worden in- of uitgepakt.
Hoofdstuk II [Vervallen per 01-01-2012]
Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2012]
Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2012]
Hoofdstuk III. Belasting op leidingwater
Artikel 4
1. Voor de toepassing van artikel 14, tweede
lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand
aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag
van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de
vijftiende dag van de kalendermaand.
2. Toepassing van het eerste lid kan
achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking
wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.
3. De verklaring, bedoeld in artikel 14, derde
lid, van de wet, wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de dagtekening;
b. naam en adres van de exploitant;
c. naam en adres van de leverancier, en
d. het aantal alsmede een omschrijving van de
onroerende zaken met plaatselijke en kadastrale aanduiding, die
gemiddeld op de installatie zijn aangesloten.
Artikel 5
In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel
20, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt
verzocht;
b. naam en adres van de verbruiker;
c. naam en adres van de leveranciers;
d. de hoeveelheid leidingwater waarvoor
teruggaaf wordt verzocht per leverancier;
e. de periode van levering van het
leidingwater, en
f. het bedrag aan belasting dat wordt
teruggevraagd.
Artikel 6
De administratie van de belastingplichtige,
bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat
daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met
betrekking tot:
a. de hoeveelheid leidingwater die is
geleverd;
b. de opbouw van de voorschotbedragen;
c. de herleiding van de voorschotbedragen naar
de hoeveelheden leidingwater;
d. de belasting begrepen in voorschotnota's en
voorschotbedragen;
e. de belasting begrepen in eindfacturen;
f. de belasting begrepen in facturen;
g. het aantal aansluitingen voor leidingwater;
h. de periode van aansluiting;
i. het aantal malen dat de bovengrens is
toegepast;
j. de evenredige toedeling van de bovengrens
bij afwijkende verbruiksperioden;
k. het eigen verbruik;
l. de contracten ten aanzien van de
onbemeterde aansluitingen;
m. de toepassing van de regeling, bedoeld in
artikel 14, derde lid, van de wet;
n. de toepassing van de vrijstelling, bedoeld
in artikel 19 van de wet.
Hoofdstuk IV [Vervallen per 01-01-2012]
Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2012]
Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2012]
Hoofdstuk V. Kolenbelasting
Artikel 9
Een plaats waar geen kolen worden vervaardigd,
maar die dient voor de opslag van kolen, kan uitsluitend als inrichting
worden aangemerkt, indien de hoeveelheid kolen die aldaar gemiddeld over
een jaar voorhanden is, meer bedraagt dan 20.000 kilogram.
Artikel 10
Het verzoek om een vergunning voor een inrichting,
bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de wet, bevat de volgende
gegevens:
a. een omschrijving van de aard van het
bedrijf waaruit onder meer moet blijken of de vergunning mede wordt
gevraagd voor de vervaardiging van kolen of uitsluitend voor de
opslag van kolen;
b. een omschrijving van de administratie en de
administratieve organisatie met betrekking tot de als inrichting aan
te merken plaats, alsmede het adres waar de administratie wordt
gehouden;
c. de hoeveelheid kolen die naar verwachting
in de inrichting per jaar zal worden vervaardigd dan wel gemiddeld
over een jaar voorhanden zal zijn;
d. het adres en de kadastrale aanduiding van
de als inrichting aan te wijzen plaats, en
e. de persoon op wiens naam de vergunning
dient te worden gesteld.
Artikel 11
De verklaring, bedoeld in artikel 17, eerste lid,
van het besluit, bevat de volgende gegevens:
a. in het geval van uitslag, de naam, het
adres en het vergunningnummer van de vergunninghouder van de
inrichting;
b. in het geval van invoer, de naam en het
adres van degene die de kolen levert;
c. de naam en het adres van de gebruiker;
d. de hoeveelheid kolen waarvoor vrijstelling
wordt verleend;
e. de plaats van levering van de kolen;
f. de datum van levering van de kolen, en
g. het kalenderjaar waarop de verklaring
betrekking heeft.
Artikel 12
1. De administratie van degene die verzoekt om
teruggaaf van belasting, bedoeld in artikel 45, eerste en tweede lid,
van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze
alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang
zijnde gegevens zijn opgenomen.
2. Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel
45, eerste en tweede lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:
a. de naam en het adres van degene die de
kolen levert;
b. de naam en het adres van de gebruiker;
c. de hoeveelheid kolen waarvoor teruggaaf
wordt verzocht;
d. de plaats van levering van de kolen;
e. het tijdvak waarover teruggaaf wordt
verzocht, en
f. het bedrag aan kolenbelasting dat wordt
teruggevraagd.
Hoofdstuk VI. Energiebelasting
Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel 14
1. Voor de toepassing van artikel 47, eerste
lid, onderdeel k, van de wet worden producten, afvalstoffen en
residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke
stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel
en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en
ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong van ten hoogste
3 massaprocent per partij, geacht geheel biologisch afbreekbaar te
zijn.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt
als partij aangemerkt de op basis van één specificatie geleverde
hoeveelheid materiaal die voor controle op het aandeel onvermijdbare
kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong
door degene die het materiaal gebruikt voor de opwekking van
elektriciteit gedurende een door hem vastgestelde periode als eenheid
wordt aangemerkt en als zodanig identificeerbaar is.
Artikel 15
Berekeningen voor de toepassing van artikel 47,
eerste lid, onderdeel p, van de wet worden gemaakt op basis van een
kalenderjaar.
Artikel 16
1. Artikel 50, derde lid, van de wet is van
toepassing indien degene aan wie het aardgas of de elektriciteit
geleverd wordt, een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat
hij leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht.
2. De verklaring, bedoeld in het eerste lid,
wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de dagtekening;
b. naam en adres van degene die op zijn
beurt leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht;
c. naam en adres van de leverancier;
d. de hoeveelheid aardgas of elektriciteit
waarop de uitzondering betrekking heeft, en
e. het kalenderjaar waarop de verklaring
betrekking heeft.
3. Degene aan wie met toepassing van artikel 50,
derde lid, van de wet aardgas of elektriciteit wordt geleverd, dient:
a. zijn administratie zodanig in te richten
dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen
omtrent alle voor de heffing van de energiebelasting van belang
zijnde bedrijfshandelingen, en
b. de hoeveelheid aardgas onderscheidenlijk
elektriciteit te meten die wordt betrokken voor verbruik als
bedoeld in artikel 50, vierde lid, onderdeel c, van de wet.
Artikel 17
Op de administratie van de fiscaal
vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de wet, is
artikel 28 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel 19
De verklaring, bedoeld in artikel 20, eerste lid,
van het besluit, wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens:
a. de dagtekening;
b. naam en adres van de verbruiker;
c. naam en adres van de leverancier, en
d. het kalenderjaar waarop de verklaring
betrekking heeft.
Artikel 20
Ter zake van de tarieven, bedoeld in artikel 60,
eerste lid, van de wet, is artikel 34a van de Uitvoeringsbeschikking
omzetbelasting 1968 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21
1. Voor de toepassing van artikel 63, vierde
lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand
aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag
van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de
vijftiende dag van de kalendermaand.
2. Toepassing van het eerste lid kan achterwege
blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen
naar evenredigheid van het aantal dagen.
Artikel 22
De verklaring, bedoeld in artikel 22, eerste,
derde of vierde lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten
minste:
a. de dagtekening;
b. naam en adres van de exploitant;
c. naam en adres van leverancier, en
d. het kalenderjaar waarop de verklaring
betrekking heeft.
Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel 24
1. 1. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in
artikel 67, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens
vermeld:
a. de verbruiksperiode waarop het verzoek
betrekking heeft;
b. naam en adres van de gebruiker van de
onroerende zaak;
c. naam en adres van de exploitant van de
installatie voor blokverwarming;
d. de hoeveelheid warmte die in de
verbruiksperiode is verbruikt, en
e. de stand van de warmtehoeveelheidsmeter
aan het begin en aan het einde van de verbruiksperiode.
2. In de afrekening, bedoeld in artikel 24,
derde lid, van het besluit, worden vermeld de totale hoeveelheid
warmte die in het blokverwarmingscomplex is verbruikt in de
verbruiksperiode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft,
alsmede het aandeel van de gebruiker daarin.
Artikel 25
1. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in
artikel 68, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens
vermeld:
a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt
verzocht;
b. naam en adres van de verbruiker;
c. naam en adres van de leveranciers;
d. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit
waarvoor teruggaaf wordt verzocht;
e. de periode van levering van aardgas en
elektriciteit, en
f. het bedrag aan belasting dat wordt
teruggevraagd.
2. De administratie van degene die het in het
eerste lid bedoelde verzoek om teruggaaf indient, is zodanig ingericht
dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het
bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
Artikel 26
1. De teruggaafregeling, bedoeld in artikel 69,
tweede lid, van de wet, is van toepassing mits:
a. de instelling verklaart dat is voldaan
aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 69, tweede lid, onderdelen
a en b, van de wet;
b. de over te leggen eindfactuur op naam van
de instelling staat die het verzoek om teruggaaf doet;
c. de instelling die voldoet aan de
voorwaarden, bedoeld in artikel 5c, onderdelen a en b, van de
Algemene wet inzake rijksbelastingen, verklaart dat aan die
voorwaarden en aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 69, tweede
lid, onderdeel d, van de wet, is voldaan, en de in artikel 5c,
onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen genoemde
regelgeving desgevraagd wordt overgelegd.
2. De teruggaafregeling, bedoeld in artikel 69,
derde lid, van de wet, is van toepassing mits:
a. de notarieel verleden statuten
onderscheidenlijk verklaringen waaruit de doelstelling van de
instellingen, bedoeld in artikel 69, derde lid, onderdelen b en c,
van de wet, blijkt, desgevraagd worden overgelegd;
b. de instelling die het verzoek om
teruggaaf doet, verklaart dat is voldaan aan de voorwaarden,
bedoeld in artikel 69, derde lid, onderdelen a en d tot en met f,
van de wet;
c. de over te leggen eindfactuur op naam van
de instelling staat die het verzoek om teruggaaf doet, en
d. de instelling die het verzoek om
teruggaaf doet, een bezettingsoverzicht overlegt van de
bezettingsgraad in tijd en oppervlakte, dan wel in
huuropbrengsten, van de onroerende zaak, waaruit blijkt dat de
onroerende zaak hoofdzakelijk in gebruik is geweest bij meer dan
één instelling die een algemeen nut beogende instelling is of
die een instelling is die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in
artikel 5c, onderdelen a en b, van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, en artikel 69, tweede lid, onderdeel d, van de
wet.
Artikel 27
1. De administratie van degene die verzoekt om
teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 70 van de wet, is
zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de
vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde
gegevens zijn opgenomen.
2. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in
artikel 70 van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt
verzocht;
b. naam en adres van de verbruiker;
c. naam en adres van de leveranciers;
d. de hoeveelheid en het soort product
waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;
e. de periode van levering van het product,
en
f. het bedrag aan belasting dat wordt
teruggevraagd.
Artikel 28
1. De administratie van de belastingplichtige,
bedoeld in artikel 53, eerste lid, van de wet, dient zodanig te zijn
ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn
opgenomen met betrekking tot:
a. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit
die zijn geleverd;
b. de opbouw van de voorschotbedragen;
c. de herleiding van de voorschotbedragen
naar de hoeveelheden aardgas en elektriciteit;
d. de belasting begrepen in voorschotnota's
en voorschotbedragen;
e. de belasting begrepen in eindfacturen;
f. de belasting begrepen in facturen;
g. het aantal aansluitingen voor aardgas en
elektriciteit;
h. de periode van aansluiting;
i. het aantal malen dat de
belastingvermindering is toegepast;
j. de evenredige toedeling van
belastingverminderingen bij afwijkende verbruiksperioden;
k. het eigen verbruik;
l. de contracten ten aanzien van de
onbemeterde aansluitingen;
m. de toepassing van artikel 50, derde lid,
van de wet;
n. de toepassing van de tarieven, bedoeld in
artikel 59, eerste lid, van de wet;
o. de toepassing van de tarieven, bedoeld in
artikel 60, eerste lid, van de wet;
p. de toepassing van de vrijstellingen,
bedoeld in artikel 64, van de wet.
2. Voor de toepassing van artikel 57 van de wet
blijkt uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in
artikel 53, tweede lid, van de wet, hoeveel aardgas en elektriciteit
aan hem is geleverd.
Artikel 29
1
De administratie van een installatie waarin
zuivere biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit elektriciteit wordt
opgewekt, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke
wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de
jaarlijkse vaststelling van:
a. de door de installatie geproduceerde
hoeveelheid elektriciteit alsmede de aan het distributienet
geleverde hoeveelheid elektriciteit;
b. de verbruikte hoeveelheid fossiele
brandstof en de energie-inhoud daarvan;
c. de verbruikte hoeveelheid biomassa die als
zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan;
d. de verbruikte hoeveelheid biomassa die niet
als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud
daarvan;
e. het netto elektrisch rendement van de
installatie.
2. De administratie van een installatie waarin
zuivere biomassa wordt verwerkt op een wijze als bedoeld in het
eerste lid, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op
overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor
de toepassing van artikel 14 van belang zijnde bedrijfshandelingen.
3. De administratie van een installatie waarin
biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit stortgas,
rioolwaterzuiveringsgas of biogas wordt gewonnen, dient zodanig te
zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens
zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling
van de door de installatie gewonnen en aan het distributienet
geleverde hoeveelheid stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, of biogas.
Hoofdstuk VII [Vervallen per 01-01-2011]
Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2011]
Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2011]
Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting
Artikel 32
1. Als logistieke hulpmiddelen, bedoeld in
artikel 80, onderdeel a, onder 4°, van de wet worden aangemerkt:
a. pallets, inclusief opzetranden,
palletboxen en tussenplaten, bedoeld om in combinatie met een
pallet te worden gebruikt en met eenzelfde oppervlakte als de
pallet;
b. glasbokken;
c. Intermediate Bulk Containers;
d. rolcontainers;
e. vaten, jerrycans en gasflessen met een
inhoud vanaf 20 liter;
f. kratten met een inhoud vanaf 8 liter;
g. dozen met een inhoud vanaf 1 m3;
h. big bags met een inhoud vanaf 250 liter;
i. kernen, spoelen en haspels met een lengte
vanaf 50 cm.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt
de inhoud bepaald aan de hand van de binnenmaten.
3. Als producten die wel voldoen aan de
definitie van verpakking, maar die naar hun aard hoofdzakelijk een
andere functie dan een verpakkingsfunctie hebben, bedoeld in artikel
80, onderdeel a, onder 4°, van de wet worden aangemerkt:
a. niet-navulbare aansteker;
b. injectiespuit;
c. niet-navulbare pen;
d. schrijfstift, daaronder begrepen
markeringsstift;
e. correctieroller;
f. toner-en inktcartridges.
Artikel 32a
Het percentage, bedoeld in artikel 86, tweede lid,
van de wet is 50%.
Artikel 32b
De producentenorganisatie, bedoeld in artikel 28i
van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag, wordt
aangewezen in de bij deze regeling behorendebijlage.
Hoofdstuk IX. Algemene bepaling
Artikel 33
1. De administratie van degene die verzoekt om
teruggaaf van belasting, bedoeld in artikel 92, eerste lid, van de
wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle
voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde
gegevens zijn opgenomen.
2. Voor de toepassing van artikel 92, eerste
lid, van de wet wordt ter zake van de vorderingen waarvoor tevens een
verzoek als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
op de omzetbelasting 1968 is gedaan, teruggaaf verleend voor zover ter
zake van die vorderingen teruggaaf van omzetbelasting wordt verleend.
Hoofdstuk X. Slotbepalingen
Artikel 34
Deze regeling treedt in werking met ingang van de
datum waarop de bepalingen van de Wet belastingen op milieugrondslag en
van het Uitvoeringsbesluit waarop deze regeling berust, in werking
treden.
Artikel 35
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling belastingen
op milieugrondslag.
De Staatssecretaris van Financiën,
W.A.F.G. Vermeend.
Bijlage bij de uitvoeringsregeling
belastingen op milieugrondslag
Coöperatieve Telersvereniging Batavia
U.A.
Postbus 1150
2990 CA BARENDRECHT
Telerscoöperatie Best Growers Benelux
U.A.
Postbus 204
2665 ZL BLEISWIJK
Coöperatie Koninklijke Fruitmasters
Groep U.A.
Postbus 222
4190 CE GELDERMALSEN
Telerscoöperatie Fossa Eugeniana U.A.
Postbus 1056
5900 BB VENLO
Telerscoöperatie FresQ u.a.
Postbus 125
2670 AC NAALDWIJK
Coöperatie Funghi U.A
Postbus 28
6590 AA GENNEP
Coöperatie The Greenery U.A.
Postbus 79
2990 AB BARENDRECHT
Coöperatie Komosa U.A.
Postbus 3021
5902 RA VENLO
Coöperatie Nautilus U.A.
Havenweg 11-C
8251 KB DRONTEN
Coöperatie Unistar B.A.
Daalder 13
8305 BE EMMELOORD
Telerscoöperatie Versdirect.nl U.A.
Ebweg 12C
2991 LT BARENDRECHT
Coöperatie WestVeg U.A.
Postbus 11
2678 ZG DE LIER
Coöperatieve Tuinbouwveiling ‘Zaltbommel
en Omstreken’ B.A.
Postbus 7
5300 AA ZALTBOMMEL
Coöperatieve Veiling Zuidoost
Nederland U.A.
Postbus 3200
5902 RE VENLO
Coöperatieve Fruitveiling Zuid-Limburg
B.A.
Aan de Fremme 33
6269 BK MARGRATEN
|