| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet bescherming
Antarctica
BESLUIT
BESCHERMING ANTARCTICA
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 26 augustus 1998, houdende regels met
betrekking tot de aanvraag om een vergunning op grond van de Wet
bescherming Antarctica (Besluit bescherming Antarctica)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer van 29 mei 1998, nr. MJZ98050136, Centrale Directie
Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan mede namens Onze Minister
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 10 van de Wet bescherming
Antarctica;
De Raad van State gehoord (advies van 3 juli
1998, nr. W08.980230):
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 20 augustus,
nr. MJZ 98076524, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling
Wetgeving, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet bescherming Antarctica;
b. vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid,
van de wet;
c. stoffen: stoffen in de zin van de Wet milieubeheer;
d. preparaten: preparaten in de zin van de Wet milieubeheer;
e. gevaarlijke stoffen en preparaten: stoffen en preparaten die
behoren tot een of meer van de in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van
de Wet milieubeheer aangewezen categorieën;
f. genetisch gemodificeerde organismen: genetisch gemodificeerde
organismen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van het
Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer.
§ 2. De wijze waarop de aanvraag om een vergunning moet geschieden
Artikel 2
1. De aanvraag om een vergunning wordt gedaan door de organisator
van de activiteit voor de uitvoering waarvan een vergunning wordt
aangevraagd.
2. De aanvraag wordt in viervoud op een door Onze Ministers vast te
stellen formulier ingediend.
3. Bij de aanvraag wordt een Engelse vertaling gevoegd.
4. De bij de aanvraag behorende stukken worden door de aanvrager
gekenmerkt als behorende tot de aanvraag.
§ 3. De bij de aanvraag te verstrekken gegevens
Artikel 3
In of bij de aanvraag om een vergunning vermeldt de aanvrager:
a. een nauwkeurige beschrijving van de activiteit waarvoor een
vergunning wordt gevraagd, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
1°. de omvang, duur en intensiteit van de activiteit;
2°. het doel van de activiteit en de reden om de activiteit
in het Antarctisch gebied te laten plaatsvinden;
3°. de in artikel 6, tweede lid, van de wet genoemde
handelingen waarvoor toestemming wordt gevraagd, alsmede doel en
noodzaak van deze handelingen;
4°. het aantal personen dat aan de activiteit zal deelnemen;
5°. een nauwkeurige aanduiding van de plaatsen in het
Antarctisch gebied, waaronder historische plaatsen en
historische monumenten, speciaal beschermde Antarctische
gebieden en speciaal beheerde Antarctische gebieden, die worden
bezocht, de data en tijden waarop deze plaatsen worden bezocht,
alsmede de plaatsen waarnaar onder omstandigheden zal worden
uitgeweken en het aantal personen dat de genoemde plaatsen zal
bezoeken;
6°. een kaart waarop de route die de activiteit zal volgen
en de onder 5° bedoelde plaatsen staan aangegeven;
7°. een beschouwing van de alternatieven voor de voorgenomen
activiteit en de overwegingen die hebben geleid tot de keuze
voor de activiteit zoals beschreven ingevolge onderdeel 1° tot
en met 6°;
b. de gegevens met betrekking tot de bij de activiteit betrokken
personen, waaronder in ieder geval worden begrepen:
1°. namen, nationaliteiten en adressen van de aanvrager en
de in verband met de uitvoering van de activiteit werkzame
personen;
2°. namen, nationaliteiten en adressen van de deelnemers aan
de activiteit;
3°. gegevens met betrekking tot de deskundigheid van de
organisator onderscheidenlijk de in verband met de uitvoering
van de activiteit werkzame personen;
c. de gegevens met betrekking tot de benodigdheden voor de
activiteit, waaronder in ieder geval worden begrepen:
1°. stations en andere onderkomens van al dan niet
tijdelijke aard die zullen worden bezocht, geplaatst, opgericht
of veranderd, alsmede de aanduiding van de plaats van deze
onderkomens;
2°. vervoermiddelen die zullen worden gebruikt of ter
beschikking staan;
3°. technieken, materialen, apparaten en installaties, die
ten behoeve van de uitvoering van de activiteit worden
meegenomen of gebruikt, alsmede de wijze van energievoorziening
daarvan;
4°. gevaarlijke stoffen en preparaten, radio-actieve
stoffen, niet-steriele aarde, chips, polystyrene bolletjes of
daarmee naar zijn aard vergelijkbaar verpakkingsmateriaal en
genetisch gemodificeerde organismen, die ten behoeve van de
uitvoering van de activiteit worden meegenomen of gebruikt;
5°. aard en hoeveelheid voedsel, waaronder soort en
aantallen van planten en dieren die bestemd als voedsel binnen
het Antarctisch gebied worden gebracht;
6°. soort, aantallen, leeftijden en geslachten van planten
en dieren die niet bestemd als voedsel binnen het Antarctisch
gebied worden gebracht;
d. een nauwkeurige beschrijving van de nadelige gevolgen die de
activiteit voor het Antarctisch milieu zal of kan veroorzaken,
alsmede de aard en omvang van de te onderscheiden vormen van
nadelige gevolgen, en de tijdseenheden waarbinnen deze zich kunnen
voordoen, waaronder in ieder geval worden begrepen:
1°. de nadelige gevolgen die kunnen worden veroorzaakt door:
– het bezoeken, plaatsen, oprichten of veranderen van
onderkomens als bedoeld in onderdeel c, onder 1°, en het
betreden van plaatsen die niet eerder door mensen werden
bezocht;
– het gebruik van benodigdheden als bedoeld in
onderdeel c, onder 2° tot en met 4°;
– het meenemen van voedsel naar Antarctica, met
uitzondering van de nadelige gevolgen die kunnen worden
veroorzaakt door het meenemen van planten en dode dieren
bestemd als voedsel;
– het uit het Antarctisch gebied verwijderen of al dan
niet tijdelijk verplaatsen van fysieke elementen, zoals ijs,
grond, rots, fossielen, botten en schelpen;
2°. de afvalstoffen die tijdens de uitvoering van de
activiteit ontstaan, de wijze waarop deze afvalstoffen worden
opgeslagen en de wijze waarop men zich van de afvalstoffen zal
ontdoen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen gevaarlijke
afvalstoffen, andere afvalstoffen die vast en niet-brandbaar
zijn, brandbare afvalstoffen en afvalwater;
3°. de cumulatieve effecten van de combinatie van de
voorgenomen activiteit met andere bestaande of geplande
activiteiten in het Antarctische gebied die de aanvrager
redelijkerwijs bekend kunnen zijn;
e. de maatregelen – waaronder technologieën en procedures
worden begrepen – die zijn of worden getroffen om nadelige
gevolgen voor het Antarctisch milieu, die de activiteit kan
veroorzaken, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken;
f. de nadelige invloeden die de activiteit kan hebben op andere
bestaande of geplande activiteiten in het Antarctische gebied die de
aanvrager redelijkerwijs bekend kunnen zijn, alsmede de maatregelen
– waaronder technologieën en procedures worden begrepen – die
zijn of worden getroffen om deze invloeden zoveel mogelijk te
voorkomen of te beperken;
g. de wijze en momenten waarop gedurende de uitvoering van de
activiteit de nadelige gevolgen die de activiteit veroorzaakt,
worden vastgesteld en geregistreerd;
h. de maatregelen – waaronder technologieën en procedures
worden begrepen – die zijn of worden getroffen om snel en
doeltreffend ongevallen te bestrijden, met name ongevallen die
gevolgen voor het milieu kunnen hebben;
i. de voor de aanvrager redelijkerwijs te verwachten
ontwikkelingen die voor de beslissing op de aanvraag van belang
kunnen zijn;
j. eventuele contacten die met andere organisatoren van
activiteiten naar het Antarctisch gebied zijn gelegd in verband met
de uitvoering van de activiteit, alsmede het doel van deze
contacten;
k. eventuele contacten die met andere landen die partij zijn bij
het Protocol zijn gelegd in verband met de uitvoering van de
activiteit, alsmede het doel van deze contacten;
l. verzekeringen of andere financiële waarborgen die zijn
verkregen ter dekking van de kosten die gemoeid zijn met de
uitvoering van de activiteit en ter dekking van de aansprakelijkheid
voor schade die voortvloeit uit door de betrokken activiteit
veroorzaakte nadelige gevolgen voor het Antarctisch milieu.
Artikel 4
Indien de aanvraag mede betrekking heeft op het onttrekken van
levende rijkdommen aan hun populatie dan wel schadelijk optreden tegen
levende rijkdommen, vermeldt de aanvrager in of bij de aanvraag tevens:
a. een nauwkeurige beschrijving van de betreffende handelingen en
daarbij gebruikte materialen en technieken en van de wijze waarop
gewaarborgd wordt dat die handelingen zo min mogelijk pijn en lijden
met zich brengen;
b. een nauwkeurige aanduiding van de plaatsen waar en data en
tijden waarop de bedoelde handelingen worden verricht;
c. de namen van de personen die de bedoelde handelingen zullen
verrichten;
d. het aantal exemplaren van levende rijkdommen ten aanzien
waarvan die handelingen worden verricht en de onderbouwing van dit
aantal;
e. de gevolgen die de bedoelde handelingen kunnen hebben op het
voortbestaan of het herstel van een plantensoort of diersoort of
plaatselijke populatie en het natuurlijke ecosysteem ter plaatse.
Artikel 5
Indien de aanvraag mede betrekking heeft op het binnen het
Antarctisch gebied brengen van dieren of planten die behoren tot een
soort, aangewezen in Aanhangsel B bij Bijlage II bij het Protocol,
vermeldt de aanvrager in of bij de aanvraag tevens:
a. de voorzorgsmaatregelen die worden getroffen om ontsnapping of
contact met de inheemse flora en fauna te voorkomen;
b. de voorzieningen die worden getroffen opdat deze dieren of
planten vóór het verlopen van de vergunning uit het Antarctisch
gebied worden verwijderd of worden verwijderd door verbranding in
een emissie-arme verbrandingsoven of met behulp van even
doeltreffende middelen, waardoor risico voor de inheemse flora en
fauna wordt uitgesloten;
c. de voorzorgsmaatregelen die worden getroffen om het binnen het
Antarctisch gebied brengen van niet in de inheemse flora en fauna
aanwezig zijnde micro-organismen, zoals virussen, bacteriën,
parasieten, gisten en zwammen, te voorkomen;
d. de gevolgen die de bedoelde handeling kan hebben op het
voortbestaan of het herstel van een plantensoort of diersoort of
plaatselijke populatie en het natuurlijke ecosysteem ter plaatse.
Artikel 6
Indien de aanvraag mede betrekking heeft op het binnen het
Antarctisch gebied brengen van planten en dode dieren bestemd als
voedsel, vermeldt de aanvrager in of bij de aanvraag tevens:
a. voor wie het voedsel bestemd is;
b. de voorzieningen die worden getroffen opdat geslacht pluimvee
voordat het wordt verpakt voor verzending naar het Antarctisch
gebied, wordt gecontroleerd op tekenen van ziekten, zoals de ziekte
van Newcastle, tuberculose en gistinfectie;
c. de voorzieningen die worden getroffen opdat de niet
geconsumeerde delen van dieren en planten onder zorgvuldig
gecontroleerde omstandigheden worden bewaard en uit het Antarctisch
gebied worden verwijderd of worden verwijderd door verbranding in
een emissie-arme verbrandingsoven of met behulp van even
doeltreffende middelen, waardoor risico voor de inheemse flora en
fauna wordt uitgesloten;
d. de voorzorgsmaatregelen die worden getroffen om het binnen het
Antarctisch gebied brengen van niet in de inheemse flora en fauna
aanwezig zijnde micro-organismen, zoals virussen, bacteriën,
parasieten, gisten en zwammen, te voorkomen.
Artikel 7
Indien de aanvraag mede betrekking heeft op het bezoeken van speciaal
beschermd Antarctisch gebied, vermeldt de aanvrager in of bij de
aanvraag tevens:
a. de handelingen die in dat gebied zullen worden verricht,
alsmede:
1°. de omvang, de duur en de intensiteit van deze
handelingen;
2°. de precieze aanduiding van de plaatsen waar en data en
tijden waarop deze handelingen worden uitgevoerd;
3°. een specificatie van de gegevens als bedoeld in artikel
3, onderdeel c tot en met k, met betrekking tot deze
handelingen;
b. de wijze waarop wordt gewaarborgd dat aan het op het gebied
betrekking hebbende beheersplan, als bedoeld in artikel 5 van
bijlage V bij het Protocol, wordt voldaan.
Artikel 8
Indien zich gedurende de vergunningverleningsprocedure wijzigingen
voordoen met betrekking tot de bij de aanvraag verstrekte gegevens,
stelt de aanvrager Onze Ministers daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.
§ 4. Slotbepalingen
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bescherming Antarctica.
Lasten en bevelen dat dit besluit met
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 26 augustus 1998
BEATRIX
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
J.P. Pronk
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
H.H. Apotheker
Uitgegeven de tweeëntwintigste september 1998
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|
|