| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet bescherming
persoonsgegevens (Wbp)
BELEIDSREGELS
PROTOCOLLAIRE BASISADMINISTRATIE
Tekst zoals deze geldt op
23 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
De Minister van
Buitenlandse Zaken;
Overwegende dat het wenselijk is ter
bescherming van de persoonlijke levenssfeer regels te stellen omtrent
het beheer en het gebruik van de geautomatiseerde basisadministratie met
persoonsgegevens over geprivilegieerden;
Gelet op het Verdrag van Wenen inzake
Diplomatiek Verkeer 1961;
Gelet op het Verdrag van Wenen inzake
Consulaire Betrekkingen 1963;
Gelet op het Verdrag nopens de Voorrechten en
Immuniteiten van de Verenigde Naties 1946;
Gelet op het Verdrag nopens de Voorrechten en
Immuniteiten van Gespecialiseerde Organisaties 1947;
Gelet op de zetelovereenkomsten met in
Nederland gevestigde internationale organisaties;
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet
bestuursrecht;
Gelet op de Wet bescherming persoonsgegevens;
Besluit:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Minister: de Minister van Buitenlandse Zaken;
b. PROBAS: de geautomatiseerde basisadministratie met
persoonsgegevens over geprivilegieerden;
c. geprivilegieerden: leden van diplomatieke zendingen en van
consulaire posten, de leden van het administratieve en technische
personeel van diplomatieke zendingen en van consulaire posten, de
inwonende gezinsleden van de hiervoor bedoelde personen en andere
personen die krachtens internationaal recht een bijzondere
verblijfsrechtelijke status hebben, niet zijnde Nederlanders, en
Nederlanders dan wel personen die op grond van de Vreemdelingenwet
in Nederland verblijf hebben en werkzaam zijn bij internationale
organisaties of diplomatieke vertegenwoordigingen;
d. DKP: de Directie Kabinet en Protocol van het ministerie van
Buitenlandse Zaken;
e. afnemer: een bestuursorgaan;
f. derde: elke andere persoon of instelling dan een afnemer en de
geprivilegieerde.
Artikel 2. PROBAS
1.De Minister is ten aanzien van PROBAS de verantwoordelijke in de
zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming
persoonsgegevens.
2.DKP is ten aanzien van PROBAS de beheerder aan wie het feitelijk
beheer en de bevoegdheden van de Minister ten aanzien van de
verwerkingen van persoonsgegevens van geprivilegieerden zijn
gemandateerd.
Artikel 3. Doel
PROBAS heeft tot doel:
a. de naleving te bevorderen van de verdragsverplichtingen en de
verplichtingen uit internationale overeenkomsten daaronder begrepen
de rechten en plichten van geprivilegieerden, en
b. de afnemers te voorzien van de persoonsgegevens, bedoeld in
artikel 4, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de
vervulling van de taken van de afnemers.
Artikel 4. Soorten opgenomen persoonsgegevens
PROBAS omvat de volgende persoonsgegevens van geprivilegieerden:
a. naam, voornamen, voorletters, titulatuur, geslacht,
geboortedatum, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer en
soortgelijke voor communicatie benodigde gegevens;
b. nationaliteit;
c. geboorteplaats en geboorteland;
d. verblijfsstatus;
e. functie;
f. gegevens omtrent de organisatie waarbij geprivilegieerde
werkzaam is, alsmede de contactpersoon daarvan;
g. gegevens omtrent sociale verzekeringen;
h. [vervallen;]
i. het centrale registratie en vreemdelingennummer voor zover de
geprivilegieerde duurzaam verblijf houdt in Nederland; en
j. een digitale foto.
Artikel 5 [Vervallen per 09-12-2010]
Artikel 6 [Vervallen per 09-12-2010]
Artikel 7. Verstrekking aan afnemers
1. Uit PROBAS worden, voor zover zulks voortvloeit uit het doel van
PROBAS, persoonsgegevens verstrekt aan afnemers. De verstrekking vindt
slechts plaats op een verzoek dat de grondslag voor de verstrekking
vermeldt. Het persoonsgegeven, genoemd in artikel 4, onder j, wordt
uitsluitend verstrekt aan de afnemers, genoemd in het tweede lid,
onder c en d.
2. Een verzoek, bedoeld in het eerste lid, is niet nodig indien de
verstrekking van persoonsgegevens tot doel heeft om een van de
volgende afnemers op de hoogte te stellen van wijzigingen in de
persoonsgegevens van geprivilegieerden:
a. De Belastingdienst Douane, ondernemingen en particulieren,
b. De gemeentelijke basisadministraties,
c. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(AIVD),
d. Het Ministerie van Defensie (MIVD),
e. De gemeenten in verband met gemeentelijke belastingen,
f. De staf van de Koninklijke Marechaussee,
g. De korpschef van de politie,
h. De politiediensten van Nederland,
i. De vreemdelingendiensten, en
j. De Sociale Verzekeringsbank.
3. Uit PROBAS kunnen op verzoek persoonsgegevens worden verstrekt
aan derden indien zulks wordt vereist ingevolge een wettelijk
voorschrift of indien zulks geschiedt met toestemming van de
geprivilegieerde. Vanaf 15 jaar na het overlijden van de
geprivilegieerde kunnen slechts diens bloedverwanten tot en met de
tweede graad en diens aanverwanten tot en met de eerste graad om
persoonsgegevens verzoeken.
4. Van iedere verstrekking wordt aangetekend de datum van
verstrekking, de identiteit van de verzoeker en een omschrijving van
de verstrekte persoonsgegevens.
5. Aantekening blijft achterwege in geval van een verstrekking als
bedoeld in het tweede lid.
6. De aantekening wordt verwijderd na afloop van 5 jaren nadat de
verstrekking heeft plaatsgevonden.
Artikel 8. Rechtstreekse toegang, beheer en veiligheid
1.Rechtstreekse toegang tot PROBAS, dan wel onderdelen daarvan,
hebben personen die daartoe door DKP zijn geautoriseerd. De
autorisatie geeft aan voor welk doel de rechtstreekse toegang is
verleend.
2.Bij de uitvoering van de werkzaamheden verbonden aan PROBAS
worden procedures gevolgd die zoveel mogelijk waarborgen dat de
persoonsgegevens in PROBAS juist en volledig zijn. DKP stelt hiervoor
een schriftelijke instructie vast.
3.Indien aan DKP, al dan niet naar aanleiding van een verzoek van
de geprivilegieerde als bedoeld in artikel 10 blijkt dat bepaalde
persoonsgegevens in PROBAS onjuist zijn, draagt DKP zo spoedig
mogelijk zorg voor verbetering van die gegevens.
Artikel 9. Kennisgeving
1.Indien de persoonsgegevens bij de geprivilegieerde worden
verkregen, deelt DKP vóór het moment van verkrijging mee welke
gegevens zullen worden opgenomen in PROBAS. Tevens wordt mededeling
gedaan van het doel van PROBAS alsmede het beleid omtrent het
verstrekken van persoonsgegevens uit PROBAS.
2.Indien de persoonsgegevens worden verkregen op een andere wijze
dan bedoeld in het eerste lid, deelt DKP de geprivilegieerde mee welke
persoonsgegevens zijn opgenomen in PROBAS. Tevens wordt mededeling
gedaan van het doel van PROBAS alsmede het beleid omtrent het
verstrekken van persoonsgegevens uit PROBAS.
3.De mededelingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen
achterwege blijven indien de geprivilegieerde reeds van deze
informatie op de hoogte is. De mededeling blijft tevens achterwege
indien mededeling van de informatie onmogelijk blijkt of een
onevenredige inspanning kost. In dat geval legt DKP de herkomst van de
gegevens vast.
Artikel 10. Recht van kennisneming
1. DKP deelt op verzoek van een geprivilegieerde aan hem mee:
a. of hij in PROBAS voorkomt;
b. welke persoonsgegevens over hem in het register zijn
opgenomen;
c. aan wie of aan welke instanties persoonsgegevens over hem
zijn verstrekt.
2. Een schriftelijk verzoek, bedoeld in het eerste lid, dient
gericht te worden aan de Minister door tussenkomst van DKP.
3. Een verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan, onder overlegging
van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens
de geprivilegieerde worden gedaan door diens gemachtigde.
4. Op een verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt binnen vier
weken, nadat het verzoek is ontvangen, schriftelijk beslist.
Artikel 11. Recht van verbetering en afscherming
1. Een geprivilegieerde kan DKP verzoeken bepaalde persoonsgegevens
over hem te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te
schermen.
2. Een schriftelijk verzoek, bedoeld in het eerste lid, dient
gericht te worden aan de Minister door tussenkomst van DKP. Het
verzoek bevat de gewenste verbetering, aanvulling, wijzigingen of
afscherming.
3. Een verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan, onder overlegging
van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens
de geprivilegieerde worden gedaan door diens gemachtigde.
4. Op een verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt binnen vier
weken na ontvangst, schriftelijk beslist.
Artikel 12. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 13. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels Protocollaire
Basisadministratie.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
namens deze,
de plaatsvervangend Secretaris-Generaal,
K.P.M. de Beer.
|
|
|