|
De Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op de artikelen 62, 63 en 64 van de Wet
bescherming persoonsgegevens;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: Wet bescherming persoonsgegevens;
b. ministerie: ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordeningen Milieubeheer;
c. Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer;
d. beheerder: functionaris aan wie krachtens de geldende
mandaatregelingen van het Ministerie van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de bevoegdheid is gegeven tot
het uitvoeren van de taken en het uitoefenen van de bevoegdheden ten
aanzien van verwerkingen van persoonsgegevens;
e. College: het College bescherming persoonsgegevens als bedoeld
in artikel 51 van de wet;
f. privacyfunctionaris: de functionaris voor de
gegevensbescherming van het Ministerie als bedoeld in artikel 62 van
de wet.
Artikel 2
Deze regeling is van toepassing op alle verwerkingen van
persoonsgegevens waarvoor de Minister de verantwoordelijke is in de zin
van de wet.
Artikel 3. Privacyfunctionaris
1. Er is een privacyfunctionaris.
2. Bij de vervulling van de taken en de daarbij behorende
bevoegdheden van de privacyfunctionaris is afdeling 5.2 Awb van
overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor het begrip
toezichthouder moet worden gelezen privacyfunctionaris.
3. De privacyfunctionaris heeft naast het houden van toezicht als
bedoeld in artikel 62 van de wet ook de taken en bevoegdheden als
bedoeld in de artikelen 63 en 64 van de wet.
4. De privacyfunctionaris ziet erop toe dat er organisatorische
en procedurele maatregelen worden getroffen die ertoe leiden dat aan
degene die een verzoek bij de verantwoordelijke indient als bedoeld in
artikel 30, derde lid van de wet, binnen redelijke termijn de gegevens
als bedoeld in artikel 28, eerste lid onder a tot en met e van de wet,
worden verstrekt.
Artikel 4. Register
1. Er is een meldingenregister
verwerkingen persoonsgegevens VROM. In dat register zijn de
gegevensverwerkingen opgenomen die bij de privacyfunctionaris zijn
gemeld op grond van artikel 30 van de wet.
2. Het register wordt door de privacyfunctionaris ingericht,
beheerd en onderhouden.
3. Het register ligt kosteloos voor een ieder ter inzage bij de
Centrale Bibliotheek in de hoofdzetel van het Ministerie.
Artikel 5. Beheerder
1. De beheerder draagt binnen zijn
dienstonderdeel zorg voor de uitvoering van de wet en de feitelijke
handelingen die daarvoor nodig zijn.
2. De beheerder draagt zorg voor voldoende tijd en middelen ten
behoeve van het gestelde onder het eerste lid.
Artikel 6. Handboek
1. Er is een handboek Wet bescherming
persoonsgegevens VROM ter ondersteuning van de uitvoering van de wet.
Dit handboek bestaat uit de volgende delen:
A. Managementsamenvatting (korte beschrijving diverse WBP-aspecten);
B. Praktische uitvoeringsregels (theorie, schemas,
modelformulieren);
C. Decentraal register (bewaarplaats voor documenten ten behoeve
van het eigen organisatieonderdeel);
D. Naslag en documentatie (relevante wetteksten en diverse
regelingen).
Artikel 7. Beveiliging en beheer
1. De beheerder treft technische en
organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen tegen
inbreuk, verlies en onrechtmatige verwerking. Deze maatregelen voldoen
aan het Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst 1994,
alsmede aan het Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst
bijzondere informatie. Daarnaast kan de Minister additionele eisen
voorschrijven.
2. De maatregelen als bedoeld in het eerste lid zijn schriftelijk
of in een andere, vergelijkbare vorm vastgelegd.
3. De beheerder ziet er op toe dat degenen die belast zijn met
het verwerken van persoonsgegevens kennis nemen van de
beveiligingsvoorschriften en het beveiligingsbeleid VROM en deze
naleven.
Artikel 8. Toezicht
1. In geval de privacyfunctionaris bij de
uitoefening van het toezicht als bedoeld in de artikelen 62, 63 en 64
van de wet onregelmatigheden aantreft bij de verwerking van
persoonsgegevens brengt hij daarover verslag uit aan de Minister. Hij
kan dit verslag vergezeld doen gaan van een advies dat strekt tot een
verbetering in de bescherming van de persoonsgegevens die door of namens
de Minister worden verwerkt.
2. De privacyfunctionaris VROM brengt jaarlijks verslag uit aan
de Minister over zijn werkzaamheden en bevindingen in het daaraan
voorafgaande kalenderjaar. Een afschrift daarvan wordt ter kennisneming
gezonden aan de Groepsondernemingsraad, de Auditdienst en aan het
College.
3. De Auditdienst voert actief of op verzoek van de
privacyfunctionaris audits uit naar de naleving van de wet en de
regelingen hieromtrent van het Ministerie.
4. De Auditdienst rapporteert haar bevindingen aan de Minister,
de privacyfunctionaris en desbetreffende beheerder(s).
Artikel 9. Slotbepalingen
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 10
1. De Regeling Wet bescherming
persoonsgegevens ministerie van VROM wordt ingetrokken
2. De
Regeling taken en bevoegdheden privacyfunctionaris van het Ministerie
van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt
ingetrokken.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bescherming
persoonsgegevens ministerie VROM.
Artikel 12
Deze regeling wordt geplaatst in de Staatscourant.
Den Haag, 23 oktober 2006.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,
P.L.B.A. van Geel.
|