Het bestuur van
het Hoofdbedrijfschap voor de Detailhandel;
Gelet op artikel 93, tweede lid, onderdeel a,
van de Wet op de bedrijfsorganisatie;
Gelet op artikel 11 van het Instellingsbesluit
Hoofdbedrijfschap Detailhandel;
Gelet op de Wet bescherming persoonsgegevens;
Besluit vast
te stellen de navolgende verordening:
Paragraaf I. Begripsbepalingen en
toepassingsgebied
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. het hoofdbedrijfschap: het Hoofdbedrijfschap voor de
Detailhandel;
b. de onderneming: de onderneming waarvoor het hoofdbedrijfschap
is ingesteld;
c. de ondernemer: degene die een onderneming drijft;
d. de voorzitter: de voorzitter van het hoofdbedrijfschap;
Artikel 2
Deze verordening is van toepassing op de ondernemers die een
onderneming drijven waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld.
Paragraaf II. De verwerking
Artikel 3
1. Het hoofdbedrijfschap verwerkt gegevens van ondernemingen en
ondernemers.
2. Het doel van de verwerking is een bijdrage te leveren aan een
efficiënte uitvoering van de aan het hoofdbedrijfschap opgedragen taak.
3. Het bestuur van het hoofdbedrijfschap is verantwoordelijke in
de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Artikel 4
1. Van de ondernemingen die onder de werkingssfeer van het
hoofdbedrijfschap vallen, worden in een bestand gegevens opgenomen
over de onderneming en de ondernemer, alsmede administratieve
gegevens.
2. De gegevens over de onderneming betreffen gegevens over:
a. de naam;
b. de registratienummers;
c. het bedrijf dat wordt uitgeoefend en de hoofd- en
nevenactiviteiten;
d. de rechtsvorm en de inschrijving bij de Kamers van Koophandel en
Fabrieken;
e. het aantal werkzame personen;
f. het adres en de plaats van vestiging.
3. De gegevens over de ondernemer betreffen gegevens over:
a. de naam;
b. het correspondentieadres;
c. het giro- of bankrekeningnummer;
d. het lidmaatschap van privaatrechtelijke organisaties.
4. De administratieve gegevens betreffen gegevens over:
a. de status van de lijst van gegevens;
b. het beheer van de gegevens;
c. de vaststelling van de aan de ondernemer door het
hoofdbedrijfschap op te leggen of opgelegde heffingen.
Artikel 5
1. De gegevens over de onderneming en de ondernemer, bedoeld in
artikel 4, tweede en derde lid, worden ontleend aan:
a. de opgave van de ondernemer;
b. het handelsregister bedoeld in artikel 2 van de
Handelsregisterwet 1996;
c. een zelfstandig door het hoofdbedrijfschap ingesteld onderzoek;
of
d. een combinatie van de in de onderdelen a tot en met c genoemde
bronnen.
2. De gegevens over het lidmaatschap van privaatrechtelijke
organisaties kunnen tevens worden ontleend aan de opgaven van die
organisaties.
Artikel 6
1. Op het moment van vastlegging van de gegevens over een
onderneming of ondernemer in het bestand of op het moment dat de
gegevens betreffende een reeds in het bestand opgenomen onderneming of
ondernemer zijn gewijzigd, informeert de voorzitter de ondernemer
hierover zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een maand.
2. Indien hetgeen is vastgelegd, afwijkt van de opgave van de
ondernemer, deelt de voorzitter dit schriftelijk en met redenen omkleed
aan de ondernemer mee.
3. In afwijking van het eerste lid, kan bij wijziging van de
gegevens betreffende een reeds in het bestand opgenomen onderneming of
ondernemer worden volstaan met een mededeling op de jaarlijks toe te
zenden heffingsnota, indien:
a. de mutaties door de ondernemer zelf aan het hoofdbedrijfschap
zijn opgegeven;
b. de mutaties zijn ontleend aan het handelsregister en betreffen
gegevens bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdelen a, b, d, e of f,
dan wel gegevens bedoeld in artikel 4, derde lid.
Artikel 7
1. De gegevens worden uit het bestand verwijderd twee jaren
nadat;
a. uit opgave van de ondernemer is gebleken dat de onderneming haar
activiteiten heeft gestaakt;
b. uit gegevens ontleend uit het handelsregister is gebleken dat de
onderneming haar activiteiten heeft gestaakt;
c. uit een door het hoofdbedrijfschap ingesteld onderzoek is
gebleken dat de onderneming haar activiteiten heeft gestaakt.
2. In afwijking van het eerste lid worden, indien de ondernemer
een door het hoofdbedrijfschap aan hem opgelegde heffing of een gedeelte
daarvan nog niet heeft betaald, de gegevens niet verwijderd dan nadat
betaling heeft plaatsgevonden.
3. Uitschrijving van een onderneming op grond van opgave van de
ondernemer vindt slechts plaats nadat de ondernemer schriftelijk heeft
meegedeeld dat de onderneming de bedrijfsuitvoering heeft gestaakt,
onder overlegging van een bewijs van uitschrijving uit het
handelsregister.
4. De voorzitter stelt de ondernemer schriftelijk in kennis van
de uitschrijving van zijn onderneming uit het bestand.
Paragraaf III. De opgave van gegevens door de ondernemer
Artikel 8
1. De ondernemer is verplicht van iedere onderneming die hij
drijft, de volgende gegevens te verstrekken;
a. de naam, handelsnaam en de rechtsvorm;
b. de plaats van vestiging van de onderneming en haar filialen;
c. het bedrijf of de bedrijven die worden uitgeoefend;
d. het aantal in de onderneming werkzame personen als bedoeld in
artikel 9, derde lid, van het Handelsregisterbesluit 1996;
e. naam en correspondentieadres van de ondernemer.
2. De opgave moet worden verricht met gebruikmaking van een
daartoe bestemd formulier, dat bij het hoofdbedrijfschap verkrijgbaar
is. Het formulier wordt vastgesteld door de voorzitter.
Artikel 9
1. De ondernemer verstrekt de gegevens uiterlijk twee maanden
na de aanvang van de werkzaamheden van de onderneming.
2. Indien een bestaande onderneming haar werkzaamheden uitbreidt
met een bedrijf waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld, is het
eerste lid van toepassing.
Artikel 10
De ondernemer is verplicht wijzigingen in de door hem opgegeven of in
de door het hoofdbedrijfschap vastgelegde gegevens binnen vier weken op
te geven.
Paragraaf IV. Het gebruik en beheer van de gegevens
Artikel 11
De in het bestand opgenomen gegevens mogen niet worden gebruikt in
strijd met het doel van de verwerking.
Artikel 12
1. Gegevens worden slechts verstrekt aan personen, instanties,
organisaties of onder nemingen die in opdracht van het
hoofdbedrijfschap werkzaamheden uitvoeren.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen gegevens worden
verstrekt;
a. aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven indien het
college een beroepschrift tegen een door het hoofdbedrijfschap genomen
beslissing in behandeling heeft;
b. ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek;
c. op rechterlijk bevel of ingevolge een wettelijk voorschrift;
d. aan de politie, de controlediensten en andere instanties of
personen die zijn belast met de handhaving van de openbare orde; of
e. aan gemeentelijke diensten voor het marktwezen, indien en
voorzover de verstrekking van gegevens bevorderlijk is voor een
efficiënte administratieve controle op inschrijving van markt- en
straathandelaren in het bestand van het hoofdbedrijfschap en in de
vergunningenadministratie van de gemeentelijke dienst.
3. Gegevensverstrekking op grond van het tweede lid, vindt
slechts op verzoek plaats. Het dagelijks bestuur beslist op een verzoek
als bedoeld onder e. in het voorgaande lid. De voorzitter beslist op de
andere verzoeken.
Artikel 13
1. Aan de in artikel 12, eerste lid, bedoelde derden, worden
slechts gegevens ver strekt die betreffen naam, adres, woonplaats en
soortgelijke voor communicatie bestemde gegevens. De voorzitter geeft
aan voor welk doel de gegevens gebruikt mogen worden.
2. Aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven kunnen alle
vastgelegde gegevens worden verstrekt.
3. Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek hen
alle vastgelegde gegevens, behalve de gegevens bedoeld in artikel 4,
derde lid, onderdelen c en d, en artikel 4, vierde lid, met dien
verstande dat ten behoeve van statistiek naam en adres niet worden
verstrekt en dat ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek naam en
adres slechts worden verstrekt indien dit voor het onderzoek
noodzakelijk is.
4. Aan de politie, de controlediensten en andere instanties of
personen die zijn belast met de handhaving van de openbare orde, worden
slechts de gegevens verstrekt die zij nodig hebben voor de uitoefening
van hun taak.
5. De voorzitter beslist welke gegevens worden verstrekt.
Artikel 14
1. De voorzitter verleent degene van wie persoonsgegevens in
het bestand zijn opgenomen of zijn gemachtigde, op diens verzoek zo
spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken, inzage van de
gegevens of verschaft hem een afschrift van de documenten waarin de
gegevens zijn opgenomen, tenzij een van de omstandigheden bedoeld in
artikel 43 van de Wet bescherming persoonsgegevens zich voordoet.
2. De voorzitter neemt een verzoek als bedoeld in artikel 35 of
36 van de Wet bescherming persoonsgegevens slechts in behandeling als de
verzoeker het registratienummer van de ondernemer of onderneming aan hem
heeft meegedeeld of indien de voorzitter de identiteit van de verzoeker
op andere wijze heeft vastgesteld.
3. Aan een gemachtigde van een in het bestand opgenomen
ondernemer worden slechts gegevens verstrekt als een schriftelijke
machtiging is overlegd. Indien een gemachtigde telefonisch informatie
vraagt, stelt de voorzitter, voordat hij de informatie verstrekt, vast
dat de betrokkene inderdaad namens de ondernemer handelt.
4. Indien gegevens onjuist of onvolledig zijn, worden zij niet
verwijderd maar wordt hiervan een aantekening gemaakt en worden de
juiste of ontbrekende gegevens tevens in het bestand opgenomen.
Artikel 15
Voor een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 35 van de
Wet bescherming persoonsgegevens wordt de kostprijs in rekening
gebracht, met dien verstande dat het verschuldigde bedrag niet meer
bedraagt dat het op grond van artikel 39 van de Wet bescherming
persoonsgegevens vastgestelde bedrag.
Artikel 16
De voorzitter legt de verstrekking van gegevens aan derden, met
uitzondering van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, vast. De
voorzitter kan de vastlegging achterwege laten, indien hij
redelijkerwijs kan aannemen dat het belang van de ondernemer of
onderneming daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
Artikel 17
De voorzitter bepaalt welke personen toegang hebben tot welke
gegevens.
Artikel 18
1. De voorzitter geeft regels over:
a. het beheer van het bestand;
b. de technische en administratieve inrichting van het bestand en
de vastlegging van de gegevens;
c. de werking van het bestand; en
d. de beveiliging van het bestand.
2. De regels over het beheer liggen voor een ieder ter inzage.
Artikel 19
De voorzitter is verantwoordelijk voor de inhoud en het gebruik van
de gegevens en draagt er voor zorg dat de Wet bescherming
persoonsgegevens en de regels als bedoeld in artikel 18 worden
nageleefd.
Paragraaf V. Overige bepalingen
Artikel 20
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze verordening en
daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het
vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor
wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter
zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot
geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift
hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van
deze verordening de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
Paragraaf VI. Overgangsbepalingen en slotbepalingen
Artikel 21
Het op grond van de Registratieverordening HBD 2003 gehouden register
wordt geacht op grond van deze verordening te zijn ingesteld.
Artikel 22
De Registratieverordening HBD 2003 wordt ingetrokken.
Artikel 23
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
datum van verschijning van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie
waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 24
Deze verordening wordt aangehaald als: Registratieverordening HBD
2005.
Den Haag, 25 mei 2005.
A.F. Kolkman,
voorzitter.
E.E. van de Lustgraaf,
secretaris.