|
BELEIDSREGELS voor
de aanbestedende diensten op rijksniveau tot toetsing van de integriteit
van gegadigden en hun onderaannemers bij aanbestedingen in de Bibob-sectoren
en tot nadere invulling van de uitsluitingsgronden (Beleidsregels
integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren)
Minister
van Economische Zaken;
Handelende in overeenstemming met de Ministers
van Algemene Zaken, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van
Buitenlandse Zaken, van Defensie, van Financiën, van Justitie, van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Verkeer en
Waterstaat, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op artikel 29, onderdeel a tot en
met g, van Richtlijn 92/50/EEG, artikel 20, eerste lid, onderdeel
a tot en met g, van Richtlijn 93/36/EEG artikel 24, onderdeel
a tot en met g, van Richtlijn 93/37/EEG en artikel 5, derde lid, aanhef
en onder a en c, van de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a. aanbestedende dienst: de departementale diensten die
opdrachten verstrekken namens de ministers van Algemene Zaken, van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Buitenlandse Zaken,
van Defensie, van Economische Zaken, van Financiën, van Justitie,
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Verkeer
en Waterstaat, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
b. richtlijn 2004/18/EG: richtlijn nr. 2004/18/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart
2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen
van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEG L
134);
c. Bao: het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten;
d. overheidsopdracht: een overheidsopdracht als bedoeld in artikel
1, onderdeel k, van Bao, voor zover dit besluit gelet op de waarde van
de opdracht van toepassing is;
e. raamovereenkomst: een raamovereenkomst als bedoeld in artikel 1,
onderdeel n, van Bao;
f. dynamisch aankoopsysteem: een dynamisch aankoopsysteem als
bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van Bao.
g. gegadigde: de natuurlijke of rechtspersoon die meedingt naar een
overheidsopdracht;
h. onderaannemer: de derde aan wie een deel van de opdracht in
onderaanneming is of zal worden gegeven door de gegadigde, voorzover
de waarde van dat deel van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan
de voor die werkzaamheden geldende drempelwaarde;
i. de Wet Bibob: de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door
het openbaar bestuur;
j. het Bureau: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen
door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
k. openbare procedure: een openbare procedure als bedoeld in
artikel 1, onderdeel t van Bao;
l. niet-openbare procedure: een niet-openbare procedure als bedoeld
in artikel 1, onderdeel u, van Bao;
m. concurrentiegerichte dialoog: een concurrentiegerichte dialoog
als bedoeld in artikel 1, onderdeel v, van Bao;
n. onderhandelingsprocedure: een onderhandelingsprocedure als
bedoeld in artikel 1, onderdeel x, van Bao.
§ 2. Integriteitsbeoordeling verplicht bij opdrachten in Bibob-sectoren
Artikel 2
De aanbestedende dienst onderzoekt per voorgenomen:
a. verstrekking van een overheidsopdracht,
b. sluiting van een raamovereenkomst, of
c. instelling van een dynamisch aankoopsysteem,
die valt binnen een krachtens artikel 5, tweede lid, van de Wet Bibob
aangewezen sector of de gegadigde of zijn onderaannemer zich bevindt in
één van de omstandigheden genoemd in artikel 45, eerste en derde lid,
onder a tot en met g, van Bao.
§ 3. Wijze van integriteitsbeoordeling
Artikel 3
1.
Ter uitvoering van artikel 2 eist de aanbestedende dienst
van iedere gegadigde en zijn onderaannemer dat hij de in bijlage 1 bij
deze beleidsregels opgenomen vragenlijst ingevuld en ondertekend
overlegt uiterlijk bij het indienen van:
a. in een openbare procedure: de offerte;
b. in een niet-openbare procedure, concurrentiegerichte dialoog of
onderhandelingsprocedure: de aanvraag tot deelneming;
c. in een dynamisch aankoopsysteem: de indicatieve inschrijving.
2.
De aanbestedende dienst controleert enkel de juistheid van de
op de vragenlijst verstrekte informatie van de vijf gegadigden die naar
het oordeel van de aanbestedende dienst het meest in aanmerking komen om
de overheidsopdracht uit te voeren, om de raamovereenkomst mee te
sluiten of om een uitnodiging tot inschrijving te krijgen, en van hun
onderaannemer, door hen te verplichten de op de vragenlijst vermelde
bewijsmiddelen te overleggen.
Artikel 4
Indien de aanbestedende dienst op basis van het onderzoek als bedoeld
in artikel 3:
a. een aanwijzing heeft dat de gegadigde waarmee de aanbestedende
dienst de raamovereenkomst wil sluiten of aan wie de aanbestedende
dienst voornemens is de overheidsopdracht te gunnen of een
uitnodiging tot inschrijving te sturen, of zijn onderaannemer, zich
bevindt in één van de omstandigheden, bedoeld in artikel 2, doch
hij
b. over onvoldoende informatie beschikt om te onderbouwen dat die
gegadigde of zijn onderaannemer zich bevindt in één van de
omstandigheden, bedoeld in artikel 2,
vraagt hij het Bureau om een advies als bedoeld in artikel 9, tweede
lid, van de Wet Bibob.
§ 4. Uitsluiting bij overheidsopdrachten
Artikel 5
Als een delict dat in strijd is met de beroepsgedragsregels van de
gegadigde of zijn onderaannemer als bedoeld in artikel 45, derde lid,
onder c, van Bao wordt in ieder geval aangemerkt:
a. schending van geheimen als bedoeld in de artikelen 272 en 273
van het Wetboek van Strafrecht;
b. afpersing of afdreiging als bedoeld in de artikelen 317 en 318
van het Wetboek van Strafrecht;
c. oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van
Strafrecht;
d. bedrog bij de bouw als bedoeld in artikel 331 van het Wetboek
van Strafrecht.
Artikel 6
Als het door de gegadigde of zijn onderaannemer begaan van een
ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep artikel 45, derde lid,
onder d, van Bao wordt in ieder geval aangemerkt:
a. het doen van een gift of belofte of het aanbieden van een
dienst indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt
beoogd iemand iets te laten doen wat in strijd is met zijn plicht;
b. het vervalsen of valselijk opmaken van een geschrift dat
bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen;
c. het verstrekken van onjuiste gegevens of het ten onrechte niet
verstrekken van juiste gegevens, indien redelijkerwijs kan worden
aangenomen dat daarmee wordt beoogd financieel voordeel te behalen;
d. het handelen of nalaten waardoor de lichamelijke integriteit
van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt gebracht;
e. het opgelegd hebben gekregen van een boete of last onder
dwangsom in de zin van artikel 56, eerste lid, van de
Mededingingswet;
f. het in het kader van de uitvoering van een opdracht hebben
begaan van een onrechtmatige daad waaruit ernstige schade is
voortgevloeid,
met dien verstande dat de onder a tot en met f genoemde gedragingen
plaatsvinden in het kader van de beroepsuitoefening.
Artikel 7
De aanbestedende dienst beoordeelt steeds per voorgenomen:
a. verstrekking van een overheidsopdracht,
b. sluiting van een raamovereenkomst, of
c. instelling van een dynamisch aankoopsysteem,
en met inachtneming van het gestelde in de artikelen 5 en 6, of gelet
op de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 2, of het advies,
bedoeld in artikel 4, een gegadigde of zijn onderaannemer moet worden
uitgesloten van de aanbesteding, en neemt daarbij in ieder geval de
volgende aspecten in overweging:
a. de maatregelen die een gegadigde of zijn onderaannemer heeft
getroffen om herhaling van de schending de beroepsgedragsregels, of
herhaling van de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep te
voorkomen;
b. de zwaarte van de schending de beroepsgedragsregels, of de
ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep;
c. het totale aantal schendingen de beroepsgedragsregels, of
ernstige fouten in de uitoefening van zijn beroep voorafgaand aan de
aanbesteding;
d. de sinds de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep of
schending de beroepsgedragsregels verstreken tijd;
e. de opgelegde straf;
f. de mate van betrokkenheid van de leidinggevenden binnen het
bedrijf van de gegadigde of zijn onderaannemer bij de ernstige fout
in de uitoefening van zijn beroep of schending de
beroepsgedragsregels.
Artikel 8
De aanbestedende dienst neemt in de informatie ten behoeve van een
dynamisch aankoopsysteem, een aanbestedingsprocedure betreffende een
overheidsopdracht of een raamovereenkomst als bedoeld in artikel 2 de
tekst op die is opgenomen in bijlage 2 bij deze beleidsregels.
§ 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 9
Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op:
a. verstrekking van een overheidsopdracht,
b. sluiting van een raamovereenkomst, of
c. instelling van een dynamisch aankoopsysteem,
als bedoeld in artikel 2 waarvoor op het moment van de
inwerkingtreding van deze beleidsregels reeds een aankondiging als
bedoeld in artikel 35, negende lid, van Bao of een vereenvoudigde
aankondiging als bedoeld in artikel 35, elfde lid, van Bao is verstuurd.
Artikel 10
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.
Artikel 11
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels integriteit
en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren.
Deze beleidsregels worden met de toelichting in de
Staatscourant
geplaatst.
Den Haag, 20 februari 2004.
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst.
Bijlage 1
Vragenlijst
(bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de beleidsregels integriteit en
uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren)
I. Algemene vragen
1.1 Verstrek de naam, het adres en de woonplaats of plaats van
vestiging van de onderneming.
1.2 Verstrek de naam, het adres en de woonplaats of plaats van
vestiging van de persoon die het formulier namens de onderneming
invult.
1.3 Verstrek de rechtsvorm van de onderneming.
1.4 Verstrek de handelsnaam of handelsnamen waarvan de onderneming
gebruik maakt of heeft gemaakt.
1.5 Verstrek het nummer van inschrijving bij de Kamer van
Koophandel en Fabrieken, of een vergelijkbare inschrijving in het land
van vestiging.
1.6 Zijn er natuurlijke personen of rechtspersonen die, voor zover
van toepassing, direct of indirect leiding geven of hebben gegeven aan
de onderneming?
Ja / nee
Zo ja, geef aan welke natuurlijke personen of rechtspersonen dit zijn
of zijn geweest.
1.7 Zijn er natuurlijke personen of rechtspersonen die direct of
indirect zeggenschap hebben of hebben gehad over de onderneming? Zo
ja, geef aan welke natuurlijke personen of rechtspersonen dit zijn of
zijn geweest.
1.8 Zijn er natuurlijke personen of rechtspersonen die direct of
indirect vermogen verschaffen of hebben verschaft aan de onderneming?
Ja / nee
Zo ja, geef aan welke natuurlijke personen of rechtspersonen dit zijn
of zijn geweest.
1.9 In voorkomend geval, aan welke ondernemingen wordt een deel van
de opdracht in onderaanneming gegeven, voor zover de waarde van dat
deel van de opdracht gelijk of hoger is dan de voor die werkzaamheden
geldende drempelwaarde?
Ja / nee
Zo ja, geef aan welke natuurlijke personen of rechtspersonen dit zijn.
1.10 Geef aan op welke wijze de onderneming wordt gefinancierd.
II. Vragen teneinde te kunnen achterhalen of een of meer van de in de
europese aanbestedingsrichtlijnen opgesomde uitsluitingsgronden zich
voordoet
2.0 Is in de vier jaar voorafgaand aan deze aanbestedingsprocedure
jegens de onderneming bij een onherroepelijk vonnis of arrest een
veroordeling uitgesproken op grond van artikel 140, 177, 177a, 178,
225, 226, 227, 227a, 227b of 323a, 328ter, tweede lid, 416, 417,
417bis, 420bis, 420ter of 420quater van het Wetboek van Strafrecht?
Ja/nee
Zo ja, vermeld het delict en de opgelegde straf of maatregel.
Op een desbetreffend verzoek van de aanbestedende dienst moet een
verklaring omtrent het gedrag van de onderneming of de beschikking
waarin afgifte van die verklaring wordt geweigerd of een vergelijkbare
verklaring of beschikking uit het land van herkomst worden overgelegd
die niet meer dan 6 maanden oud is. De onderneming staat er voor in
dat deze verklaring op het moment dat deze wordt overgelegd
overeenstemt met de werkelijke situatie waarin de onderneming zich op
dat moment bevindt.
2.1 Verkeert de onderneming in staat van faillissement,
vereffening, surséance van betaling of akkoord, of heeft de
onderneming zijn werkzaamheden gestaakt of verkeert hij in een andere
soortgelijke toestand ingevolge een gelijkaardige procedure van de
nationale wettelijke regeling?
Ja / nee
Zo ja, vermeld de desbetreffende toestand.
Op een desbetreffend verzoek van de aanbestedende dienst moet een
verklaring van de griffier of een vergelijkbare verklaring uit het
land van herkomst worden overlegd die niet meer dan 6 maanden oud is.
De onderneming staat er voor in dat deze verklaring op het moment dat
deze wordt overlegd overeenstemt met de werkelijke situatie waarin de
onderneming zich op dat moment bevindt.
2.2 Is het faillissement van de onderneming aangevraagd of is tegen
de onderneming een procedure van vereffening of surséance van
betaling of akkoord danwel een andere soortgelijke procedure die in de
nationaal wettelijke regeling is voorzien, aanhangig gemaakt?
Ja / nee
Zo ja, vermeld de desbetreffende toestand.
Op een desbetreffend verzoek van de aanbestedende dienst moet een
verklaring van de griffier of een vergelijkbare verklaring uit het
land van herkomst worden overlegd die niet meer dan 6 maanden oud is.
De onderneming staat er voor in dat deze verklaring op het moment dat
deze wordt overlegd overeenstemt met de werkelijke situatie waarin de
onderneming zich op dat moment bevindt.
2.3 Is de onderneming in de vier jaar voorafgaand aan deze
aanbestedingsprocedure bij een rechterlijke beslissing die kracht van
gewijsde heeft, veroordeeld geweest voor een delict dat de
beroepsmoraliteit van de onderneming in het gedrang brengt als bedoeld
in artikel 5 van de Beleidsregels integriteit en uitsluiting bij
aanbestedingen in Bibob-sectoren?
Ja / nee
Zo ja, vermeld de aard van het delict en de opgelegde straf of
maatregel.
Op een desbetreffend verzoek van de aanbestedende dienst moet een
verklaring omtrent het gedrag van de onderneming of de beschikking
waarin afgifte van die verklaring wordt geweigerd of een vergelijkbare
verklaring of beschikking uit het land van herkomst worden overlegd
die niet meer dan 6 maanden oud is. De onderneming staat er voor in
dat deze verklaring op het moment dat deze wordt overlegd overeenstemt
met de werkelijke situatie waarin de onderneming zich op dat moment
bevindt.
2.4 Heeft de onderneming in de vier jaar voorafgaand aan deze
aanbestedingsprocedure inde uitoefening van zijn beroep een ernstige
fout begaan als bedoeld in artikel 6 van de Beleidsregels integriteit
en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren?
Ja / nee
Zo ja, vermeld de aard van de fout en de eventueel opgelegde straf of
maatregel.
2.5 Heeft de onderneming aan zijn verplichtingen voldaan ten
aanzien van de betaling van de sociale-verzekeringsbijdragen
overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij
gevestigd is of van het land van de aanbestedende dienst?
Ja / nee
Op een daartoe strekkend verzoek van de aanbestedende dienst dient een
verklaring van de ontvanger onder wie de gegadigde ressorteert voor de
inning van belastingen of een vergelijkbare verklaring uit het land
van herkomst te worden overgelegd die niet meer dan 6 maanden oud is.
De onderneming staat er voor in dat deze verklaring op het moment dat
deze wordt overlegd overeenstemt met de werkelijke situatie waarin de
onderneming zich op dat moment bevindt.
Zo nee, vermeld dan eventuele lopende betalingsregelingen.
2.6 Heeft de onderneming aan zijn verplichtingen voldaan ten
aanzien van de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de
wettelijke bepalingen van het land van de aanbestedende dienst?
Ja / nee
Vermeld eventuele lopende betalingsregelingen.
Op een daartoe strekkend verzoek van de aanbestedende dienst dient een
verklaring van de ontvanger onder wie de gegadigde ressorteert voor de
inning van belastingen of een vergelijkbare verklaring uit het land
van herkomst te worden overgelegd die niet meer dan 6 maanden oud is.
De onderneming staat er voor in dat deze verklaring op het moment dat
deze wordt overlegd overeenstemt met de werkelijke situatie waarin de
onderneming zich op dat moment bevindt.
2.7 Heeft de onderneming zich in ernstige mate schuldig gemaakt aan
valse verklaringen bij het verstrekken van de inlichtingen die
overeenkomstig de criteria voor de kwalitatieve selectie of de
uitsluitingscriteria kunnen worden verlangd (of heeft de onderneming
deze inlichtingen niet verstrekt)?
Ja / nee
Zo ja, vermeld de aard hiervan en de eventueel opgelegde straf of
maatregel.
III. Vragen gericht op de beoordeling van de financiële en
economische draagkracht van de onderneming
De onderneming wordt verzocht de gevraagde gegevens te vermelden per
einde van het laatst afgelopen boekjaar. Indien zich belangrijke
wijzigingen hebben voorgedaan na afloop van het boekjaar dient de
onderneming deze tevens te vermelden.
3.1 Vermeld het laatst afgelopen boekjaar van de onderneming.
3.2 Kan de onderneming te zijner tijd op een daartoe strekkend
verzoek van de aanbestedende dienst de volgende
referenties)overleggen? (Steeds doorhalen wat niet van toepassing
is.)
a. passende bankverklaringen overeenkomstig de door de
aanbestedende dienst aangegeven eisen; Ja/nee
b. een bewijs van een verzekering tegen beroepsrisico's
overeenkomstig de door de aanbestedende dienst aangegeven eisen;
Ja/ nee
c. balansen of uittreksels van balansen van de laatste drie
boekjaren van de onderneming overeenkomstig de door de
aanbestedende dienst aangegeven eisen; Ja/nee
d. een verklaring betreffende de omzet overeenkomstig de door
de aanbestedende dienst aangegeven eisen; Ja/nee
PM
(Per aanbesteding nader aan te vullen door de aanbestedende
dienst)
IV. Vragen gericht op de beoordeling van de technische bekwaamheid
van de onderneming
PM
(Per aanbesteding op te stellen door de aanbestedende
dienst)
Verklaring
Ondergetekende verklaart de vragen volledig en naar waarheid te
hebben beantwoord en dat de in dit vragenformulier verstrekte
inlichtingen met de werkelijkheid overeenstemmen, juist en volledig
zijn.
Datum:
Plaats:
Naam:
Functie:
Onderneming:
Handtekening:
Bijlage als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van Beleidsregels
integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren van 20
februari 2002, kenmerk WJZ 4012425.
Bijlage 2
Modeltekst op te nemen in de informatie ten behoeve van een
aanbestedingsprocedure als bedoeld in artikel 8 van de Beleidsregels
integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren
Uitsluitingsgronden
Indien een inschrijver of gegadigde) zich bevindt in één van de
omstandigheden, genoemd in artikel 45, eerste en derde lid, onder a tot
en met g, van Bao) kan hij worden uitgesloten van opdrachtverlening.
Om te achterhalen of van één van deze omstandigheden sprake is,
dient een inschrijver of gegadigde bijgaande vragenlijst in te
vullen (bijlage .. )) Een ingevulde vragenlijst geldt als een eigen
verklaring van de inschrijver of gegadigde. Dit betekent dat de
formele bewijsstukken genoemd in die vragenlijst pas overgelegd hoeven
te worden wanneer daartoe schriftelijk wordt verzocht.
Indien een gedeelte van de opdracht in onderaanneming zal worden
verricht, dan:
a. zal de onderaannemer, respectievelijk zullen de
onderaannemers, van de inschrijver of gegadigde eveneens de
vragenlijst moeten invullen wanneer het deel van de opdracht dat de
onderaannemer verricht een waarde heeft die gelijk is aan of hoger
is dan de drempelbedragen, genoemd in artikel 7, aanhef en onder a,
b, tweede gedachtestreep en c, van richtlijn 2004/18/EG, en
b. heeft de inschrijver of gegadigde vooraf de
schriftelijke toestemming nodig van de aanbestedende dienst voor het
contracteren van de onderaannemer.
Indien mocht blijken dat een onderaannemer van een inschrijver of
gegadigde zich bevindt in één van de omstandigheden, genoemd in
genoemd in artikel 45, eerste en derde lid, onder a tot en met g, van
Bao dan kan de aanbestedende dienst besluiten) dat:
(a) de inschrijver of gegadigde gedurende twee weken de
gelegenheid krijgt om een andere onderaannemer te vinden die het
betreffende deel in onderaanneming kan uitvoeren of aan te geven dat
hij het betreffende deel alsnog zelf zal uitvoeren, of
(b) de inschrijver of gegadigde wordt uitgesloten van de
aanbesteding, of
(c) de door de inschrijver of gegadigde gekozen
onderaannemer niet wordt geaccepteerd.
Voor het geval de onderaannemer eerst na het gunnen van de opdracht
bekend wordt, zal in de overeenkomst betreffende de uitvoering van de
opdracht worden bepaald dat in dat geval de inschrijver of gegadigde
de (schriftelijke) toestemming van de aanbestedende dienst nodig heeft
om de overeenkomst tot onderaanneming aan te gaan, alsmede dat die
toestemming kan worden geweigerd indien de onderaannemer zich in één
van voornoemde omstandigheden bevindt.
Bibob-advies
Indien er een aanwijzing wordt gevonden dat een inschrijver of
gegadigde of zijn onderaannemer zich bevindt in één van de
omstandigheden, genoemd in genoemd in artikel 45, eerste en derde lid,
onder a tot en met g, van Bao, maar er nog onvoldoende informatie
beschikbaar is om het uitsluiten van die inschrijver of gegadigde
of zijn onderaannemer, of het doen laten vervangen van de onderaannemer)
te motiveren, dan zal advies worden gevraagd aan het Bureau Bibob (zie
artikel 8 van de Wet Bibob).
De inschrijver of gegadigde of zijn onderaannemer over wie
advies is gevraagd, worden door de aanbestedende dienst over de inhoud
van dat advies geïnformeerd.
Bijlage als bedoeld in artikel 8 van de Beleidsregels integriteit en
uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren van 20 februari 2004,
kenmerk WJZ 4012425.
|