St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob)

 

BELEIDSREGELS  INTEGRITEIT  EN  UITSLUITING  BIJ  AANBESTEDINGEN  IN  BIBOB-SECTOREN

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2010

 

  
 

 

 
BELEIDSREGELS voor de aanbestedende diensten op rijksniveau tot toetsing van de integriteit van gegadigden en hun onderaannemers bij aanbestedingen in de Bibob-sectoren en tot nadere invulling van de uitsluitingsgronden (Beleidsregels integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren)

     Minister van Economische Zaken;
     Handelende in overeenstemming met de Ministers van Algemene Zaken, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Buitenlandse Zaken, van Defensie, van Financiën, van Justitie, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Verkeer en Waterstaat, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
     Gelet op artikel 29, onderdeel a tot en met g, van Richtlijn 92/50/EEG, artikel 20, eerste lid, onderdeel a tot en met g, van Richtlijn 93/36/EEG artikel 24, onderdeel a tot en met g, van Richtlijn 93/37/EEG en artikel 5, derde lid, aanhef en onder a en c, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

     Besluit:

 

 

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a. aanbestedende dienst: de departementale diensten die opdrachten verstrekken namens de ministers van Algemene Zaken, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Buitenlandse Zaken, van Defensie, van Economische Zaken, van Financiën, van Justitie, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Verkeer en Waterstaat, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

b. richtlijn 2004/18/EG: richtlijn nr. 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEG L 134);

c. Bao: het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten;

d. overheidsopdracht: een overheidsopdracht als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van Bao, voor zover dit besluit gelet op de waarde van de opdracht van toepassing is;

e. raamovereenkomst: een raamovereenkomst als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van Bao;

f. dynamisch aankoopsysteem: een dynamisch aankoopsysteem als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van Bao.

g. gegadigde: de natuurlijke of rechtspersoon die meedingt naar een overheidsopdracht;

h. onderaannemer: de derde aan wie een deel van de opdracht in onderaanneming is of zal worden gegeven door de gegadigde, voorzover de waarde van dat deel van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan de voor die werkzaamheden geldende drempelwaarde;

i. de Wet Bibob: de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

j. het Bureau: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

k. openbare procedure: een openbare procedure als bedoeld in artikel 1, onderdeel t van Bao;

l. niet-openbare procedure: een niet-openbare procedure als bedoeld in artikel 1, onderdeel u, van Bao;

m. concurrentiegerichte dialoog: een concurrentiegerichte dialoog als bedoeld in artikel 1, onderdeel v, van Bao;

n. onderhandelingsprocedure: een onderhandelingsprocedure als bedoeld in artikel 1, onderdeel x, van Bao.

§ 2. Integriteitsbeoordeling verplicht bij opdrachten in Bibob-sectoren

Artikel 2

De aanbestedende dienst onderzoekt per voorgenomen:

a. verstrekking van een overheidsopdracht,

b. sluiting van een raamovereenkomst, of

c. instelling van een dynamisch aankoopsysteem,

die valt binnen een krachtens artikel 5, tweede lid, van de Wet Bibob aangewezen sector of de gegadigde of zijn onderaannemer zich bevindt in één van de omstandigheden genoemd in artikel 45, eerste en derde lid, onder a tot en met g, van Bao.

§ 3. Wijze van integriteitsbeoordeling

Artikel 3

1. Ter uitvoering van artikel 2 eist de aanbestedende dienst van iedere gegadigde en zijn onderaannemer dat hij de in bijlage 1 bij deze beleidsregels opgenomen vragenlijst ingevuld en ondertekend overlegt uiterlijk bij het indienen van:

a. in een openbare procedure: de offerte;

b. in een niet-openbare procedure, concurrentiegerichte dialoog of onderhandelingsprocedure: de aanvraag tot deelneming;

c. in een dynamisch aankoopsysteem: de indicatieve inschrijving.

2. De aanbestedende dienst controleert enkel de juistheid van de op de vragenlijst verstrekte informatie van de vijf gegadigden die naar het oordeel van de aanbestedende dienst het meest in aanmerking komen om de overheidsopdracht uit te voeren, om de raamovereenkomst mee te sluiten of om een uitnodiging tot inschrijving te krijgen, en van hun onderaannemer, door hen te verplichten de op de vragenlijst vermelde bewijsmiddelen te overleggen.

Artikel 4

Indien de aanbestedende dienst op basis van het onderzoek als bedoeld in artikel 3:

a. een aanwijzing heeft dat de gegadigde waarmee de aanbestedende dienst de raamovereenkomst wil sluiten of aan wie de aanbestedende dienst voornemens is de overheidsopdracht te gunnen of een uitnodiging tot inschrijving te sturen, of zijn onderaannemer, zich bevindt in één van de omstandigheden, bedoeld in artikel 2, doch hij

b. over onvoldoende informatie beschikt om te onderbouwen dat die gegadigde of zijn onderaannemer zich bevindt in één van de omstandigheden, bedoeld in artikel 2,

vraagt hij het Bureau om een advies als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Wet Bibob.

§ 4. Uitsluiting bij overheidsopdrachten

Artikel 5

Als een delict dat in strijd is met de beroepsgedragsregels van de gegadigde of zijn onderaannemer als bedoeld in artikel 45, derde lid, onder c, van Bao wordt in ieder geval aangemerkt:

a. schending van geheimen als bedoeld in de artikelen 272 en 273 van het Wetboek van Strafrecht;

b. afpersing of afdreiging als bedoeld in de artikelen 317 en 318 van het Wetboek van Strafrecht;

c. oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht;

d. bedrog bij de bouw als bedoeld in artikel 331 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 6

Als het door de gegadigde of zijn onderaannemer begaan van een ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep artikel 45, derde lid, onder d, van Bao wordt in ieder geval aangemerkt:

a. het doen van een gift of belofte of het aanbieden van een dienst indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd iemand iets te laten doen wat in strijd is met zijn plicht;

b. het vervalsen of valselijk opmaken van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen;

c. het verstrekken van onjuiste gegevens of het ten onrechte niet verstrekken van juiste gegevens, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd financieel voordeel te behalen;

d. het handelen of nalaten waardoor de lichamelijke integriteit van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt gebracht;

e. het opgelegd hebben gekregen van een boete of last onder dwangsom in de zin van artikel 56, eerste lid, van de Mededingingswet;

f. het in het kader van de uitvoering van een opdracht hebben begaan van een onrechtmatige daad waaruit ernstige schade is voortgevloeid,
met dien verstande dat de onder a tot en met f genoemde gedragingen plaatsvinden in het kader van de beroepsuitoefening.

Artikel 7

De aanbestedende dienst beoordeelt steeds per voorgenomen:

a. verstrekking van een overheidsopdracht,

b. sluiting van een raamovereenkomst, of

c. instelling van een dynamisch aankoopsysteem,

en met inachtneming van het gestelde in de artikelen 5 en 6, of gelet op de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 2, of het advies, bedoeld in artikel 4, een gegadigde of zijn onderaannemer moet worden uitgesloten van de aanbesteding, en neemt daarbij in ieder geval de volgende aspecten in overweging:

a. de maatregelen die een gegadigde of zijn onderaannemer heeft getroffen om herhaling van de schending de beroepsgedragsregels, of herhaling van de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep te voorkomen;

b. de zwaarte van de schending de beroepsgedragsregels, of de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep;

c. het totale aantal schendingen de beroepsgedragsregels, of ernstige fouten in de uitoefening van zijn beroep voorafgaand aan de aanbesteding;

d. de sinds de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep of schending de beroepsgedragsregels verstreken tijd;

e. de opgelegde straf;

f. de mate van betrokkenheid van de leidinggevenden binnen het bedrijf van de gegadigde of zijn onderaannemer bij de ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep of schending de beroepsgedragsregels.

Artikel 8

De aanbestedende dienst neemt in de informatie ten behoeve van een dynamisch aankoopsysteem, een aanbestedingsprocedure betreffende een overheidsopdracht of een raamovereenkomst als bedoeld in artikel 2 de tekst op die is opgenomen in bijlage 2 bij deze beleidsregels.

§ 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 9

Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op:

a. verstrekking van een overheidsopdracht,

b. sluiting van een raamovereenkomst, of

c. instelling van een dynamisch aankoopsysteem,

als bedoeld in artikel 2 waarvoor op het moment van de inwerkingtreding van deze beleidsregels reeds een aankondiging als bedoeld in artikel 35, negende lid, van Bao of een vereenvoudigde aankondiging als bedoeld in artikel 35, elfde lid, van Bao is verstuurd.

Artikel 10

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

Artikel 11

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren.

 

 

     Deze beleidsregels worden met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

 

Den Haag, 20 februari 2004.
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
.

 

 

Bijlage 1

 

Vragenlijst
(bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de beleidsregels integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren)

I. Algemene vragen

1.1 Verstrek de naam, het adres en de woonplaats of plaats van vestiging van de onderneming.

1.2 Verstrek de naam, het adres en de woonplaats of plaats van vestiging van de persoon die het formulier namens de onderneming invult.

1.3 Verstrek de rechtsvorm van de onderneming.

1.4 Verstrek de handelsnaam of handelsnamen waarvan de onderneming gebruik maakt of heeft gemaakt.

1.5 Verstrek het nummer van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken, of een vergelijkbare inschrijving in het land van vestiging.

1.6 Zijn er natuurlijke personen of rechtspersonen die, voor zover van toepassing, direct of indirect leiding geven of hebben gegeven aan de onderneming?
Ja / nee
Zo ja, geef aan welke natuurlijke personen of rechtspersonen dit zijn of zijn geweest.

1.7 Zijn er natuurlijke personen of rechtspersonen die direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad over de onderneming? Zo ja, geef aan welke natuurlijke personen of rechtspersonen dit zijn of zijn geweest.

1.8 Zijn er natuurlijke personen of rechtspersonen die direct of indirect vermogen verschaffen of hebben verschaft aan de onderneming?
Ja / nee
Zo ja, geef aan welke natuurlijke personen of rechtspersonen dit zijn of zijn geweest.

1.9 In voorkomend geval, aan welke ondernemingen wordt een deel van de opdracht in onderaanneming gegeven, voor zover de waarde van dat deel van de opdracht gelijk of hoger is dan de voor die werkzaamheden geldende drempelwaarde?
Ja / nee
Zo ja, geef aan welke natuurlijke personen of rechtspersonen dit zijn.

1.10 Geef aan op welke wijze de onderneming wordt gefinancierd.

II. Vragen teneinde te kunnen achterhalen of een of meer van de in de europese aanbestedingsrichtlijnen opgesomde uitsluitingsgronden zich voordoet

2.0 Is in de vier jaar voorafgaand aan deze aanbestedingsprocedure jegens de onderneming bij een onherroepelijk vonnis of arrest een veroordeling uitgesproken op grond van artikel 140, 177, 177a, 178, 225, 226, 227, 227a, 227b of 323a, 328ter, tweede lid, 416, 417, 417bis, 420bis, 420ter of 420quater van het Wetboek van Strafrecht?
Ja/nee
Zo ja, vermeld het delict en de opgelegde straf of maatregel.
Op een desbetreffend verzoek van de aanbestedende dienst moet een verklaring omtrent het gedrag van de onderneming of de beschikking waarin afgifte van die verklaring wordt geweigerd of een vergelijkbare verklaring of beschikking uit het land van herkomst worden overgelegd die niet meer dan 6 maanden oud is. De onderneming staat er voor in dat deze verklaring op het moment dat deze wordt overgelegd overeenstemt met de werkelijke situatie waarin de onderneming zich op dat moment bevindt.

2.1 Verkeert de onderneming in staat van faillissement, vereffening, surséance van betaling of akkoord, of heeft de onderneming zijn werkzaamheden gestaakt of verkeert hij in een andere soortgelijke toestand ingevolge een gelijkaardige procedure van de nationale wettelijke regeling?
Ja / nee
Zo ja, vermeld de desbetreffende toestand.
Op een desbetreffend verzoek van de aanbestedende dienst moet een verklaring van de griffier of een vergelijkbare verklaring uit het land van herkomst worden overlegd die niet meer dan 6 maanden oud is. De onderneming staat er voor in dat deze verklaring op het moment dat deze wordt overlegd overeenstemt met de werkelijke situatie waarin de onderneming zich op dat moment bevindt.

2.2 Is het faillissement van de onderneming aangevraagd of is tegen de onderneming een procedure van vereffening of surséance van betaling of akkoord danwel een andere soortgelijke procedure die in de nationaal wettelijke regeling is voorzien, aanhangig gemaakt?
Ja / nee
Zo ja, vermeld de desbetreffende toestand.
Op een desbetreffend verzoek van de aanbestedende dienst moet een verklaring van de griffier of een vergelijkbare verklaring uit het land van herkomst worden overlegd die niet meer dan 6 maanden oud is. De onderneming staat er voor in dat deze verklaring op het moment dat deze wordt overlegd overeenstemt met de werkelijke situatie waarin de onderneming zich op dat moment bevindt.

2.3 Is de onderneming in de vier jaar voorafgaand aan deze aanbestedingsprocedure bij een rechterlijke beslissing die kracht van gewijsde heeft, veroordeeld geweest voor een delict dat de beroepsmoraliteit van de onderneming in het gedrang brengt als bedoeld in artikel 5 van de Beleidsregels integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren?
Ja / nee
Zo ja, vermeld de aard van het delict en de opgelegde straf of maatregel.
Op een desbetreffend verzoek van de aanbestedende dienst moet een verklaring omtrent het gedrag van de onderneming of de beschikking waarin afgifte van die verklaring wordt geweigerd of een vergelijkbare verklaring of beschikking uit het land van herkomst worden overlegd die niet meer dan 6 maanden oud is. De onderneming staat er voor in dat deze verklaring op het moment dat deze wordt overlegd overeenstemt met de werkelijke situatie waarin de onderneming zich op dat moment bevindt.

2.4 Heeft de onderneming in de vier jaar voorafgaand aan deze aanbestedingsprocedure inde uitoefening van zijn beroep een ernstige fout begaan als bedoeld in artikel 6 van de Beleidsregels integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren?
Ja / nee
Zo ja, vermeld de aard van de fout en de eventueel opgelegde straf of maatregel.

2.5 Heeft de onderneming aan zijn verplichtingen voldaan ten aanzien van de betaling van de sociale-verzekeringsbijdragen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is of van het land van de aanbestedende dienst?
Ja / nee
Op een daartoe strekkend verzoek van de aanbestedende dienst dient een verklaring van de ontvanger onder wie de gegadigde ressorteert voor de inning van belastingen of een vergelijkbare verklaring uit het land van herkomst te worden overgelegd die niet meer dan 6 maanden oud is. De onderneming staat er voor in dat deze verklaring op het moment dat deze wordt overlegd overeenstemt met de werkelijke situatie waarin de onderneming zich op dat moment bevindt.
Zo nee, vermeld dan eventuele lopende betalingsregelingen.

2.6 Heeft de onderneming aan zijn verplichtingen voldaan ten aanzien van de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land van de aanbestedende dienst?
Ja / nee
Vermeld eventuele lopende betalingsregelingen.
Op een daartoe strekkend verzoek van de aanbestedende dienst dient een verklaring van de ontvanger onder wie de gegadigde ressorteert voor de inning van belastingen of een vergelijkbare verklaring uit het land van herkomst te worden overgelegd die niet meer dan 6 maanden oud is. De onderneming staat er voor in dat deze verklaring op het moment dat deze wordt overlegd overeenstemt met de werkelijke situatie waarin de onderneming zich op dat moment bevindt.

2.7 Heeft de onderneming zich in ernstige mate schuldig gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de inlichtingen die overeenkomstig de criteria voor de kwalitatieve selectie of de uitsluitingscriteria kunnen worden verlangd (of heeft de onderneming deze inlichtingen niet verstrekt)?
Ja / nee
Zo ja, vermeld de aard hiervan en de eventueel opgelegde straf of maatregel.

III. Vragen gericht op de beoordeling van de financiële en economische draagkracht van de onderneming

De onderneming wordt verzocht de gevraagde gegevens te vermelden per einde van het laatst afgelopen boekjaar. Indien zich belangrijke wijzigingen hebben voorgedaan na afloop van het boekjaar dient de onderneming deze tevens te vermelden.

3.1 Vermeld het laatst afgelopen boekjaar van de onderneming.

3.2 Kan de onderneming te zijner tijd op een daartoe strekkend verzoek van de aanbestedende dienst de volgende referenties)overleggen? (Steeds doorhalen wat niet van toepassing is.)

a. passende bankverklaringen overeenkomstig de door de aanbestedende dienst aangegeven eisen; Ja/nee

b. een bewijs van een verzekering tegen beroepsrisico's overeenkomstig de door de aanbestedende dienst aangegeven eisen; Ja/ nee

c. balansen of uittreksels van balansen van de laatste drie boekjaren van de onderneming overeenkomstig de door de aanbestedende dienst aangegeven eisen; Ja/nee

d. een verklaring betreffende de omzet overeenkomstig de door de aanbestedende dienst aangegeven eisen; Ja/nee

PM (Per aanbesteding nader aan te vullen door de aanbestedende dienst)

IV. Vragen gericht op de beoordeling van de technische bekwaamheid van de onderneming

PM (Per aanbesteding op te stellen door de aanbestedende dienst)

Verklaring

Ondergetekende verklaart de vragen volledig en naar waarheid te hebben beantwoord en dat de in dit vragenformulier verstrekte inlichtingen met de werkelijkheid overeenstemmen, juist en volledig zijn.

Datum:

Plaats:

Naam:

Functie:

Onderneming:

Handtekening:

Bijlage als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van Beleidsregels integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren van 20 februari 2002, kenmerk WJZ 4012425.

 

 

Bijlage 2

 

Modeltekst op te nemen in de informatie ten behoeve van een aanbestedingsprocedure als bedoeld in artikel 8 van de Beleidsregels integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren

Uitsluitingsgronden

Indien een inschrijver of gegadigde) zich bevindt in één van de omstandigheden, genoemd in artikel 45, eerste en derde lid, onder a tot en met g, van Bao) kan hij worden uitgesloten van opdrachtverlening.

Om te achterhalen of van één van deze omstandigheden sprake is, dient een inschrijver of gegadigde bijgaande vragenlijst in te vullen (bijlage .. )) Een ingevulde vragenlijst geldt als een eigen verklaring van de inschrijver of gegadigde. Dit betekent dat de formele bewijsstukken genoemd in die vragenlijst pas overgelegd hoeven te worden wanneer daartoe schriftelijk wordt verzocht.

Indien een gedeelte van de opdracht in onderaanneming zal worden verricht, dan:

a. zal de onderaannemer, respectievelijk zullen de onderaannemers, van de inschrijver of gegadigde eveneens de vragenlijst moeten invullen wanneer het deel van de opdracht dat de onderaannemer verricht een waarde heeft die gelijk is aan of hoger is dan de drempelbedragen, genoemd in artikel 7, aanhef en onder a, b, tweede gedachtestreep en c, van richtlijn 2004/18/EG, en

b. heeft de inschrijver of gegadigde vooraf de schriftelijke toestemming nodig van de aanbestedende dienst voor het contracteren van de onderaannemer.

Indien mocht blijken dat een onderaannemer van een inschrijver of gegadigde zich bevindt in één van de omstandigheden, genoemd in genoemd in artikel 45, eerste en derde lid, onder a tot en met g, van Bao dan kan de aanbestedende dienst besluiten) dat:

(a) de inschrijver of gegadigde gedurende twee weken de gelegenheid krijgt om een andere onderaannemer te vinden die het betreffende deel in onderaanneming kan uitvoeren of aan te geven dat hij het betreffende deel alsnog zelf zal uitvoeren, of

(b) de inschrijver of gegadigde wordt uitgesloten van de aanbesteding, of

(c) de door de inschrijver of gegadigde gekozen onderaannemer niet wordt geaccepteerd.

Voor het geval de onderaannemer eerst na het gunnen van de opdracht bekend wordt, zal in de overeenkomst betreffende de uitvoering van de opdracht worden bepaald dat in dat geval de inschrijver of gegadigde de (schriftelijke) toestemming van de aanbestedende dienst nodig heeft om de overeenkomst tot onderaanneming aan te gaan, alsmede dat die toestemming kan worden geweigerd indien de onderaannemer zich in één van voornoemde omstandigheden bevindt.

Bibob-advies

Indien er een aanwijzing wordt gevonden dat een inschrijver of gegadigde of zijn onderaannemer zich bevindt in één van de omstandigheden, genoemd in genoemd in artikel 45, eerste en derde lid, onder a tot en met g, van Bao, maar er nog onvoldoende informatie beschikbaar is om het uitsluiten van die inschrijver of gegadigde of zijn onderaannemer, of het doen laten vervangen van de onderaannemer) te motiveren, dan zal advies worden gevraagd aan het Bureau Bibob (zie artikel 8 van de Wet Bibob).

De inschrijver of gegadigde of zijn onderaannemer over wie advies is gevraagd, worden door de aanbestedende dienst over de inhoud van dat advies geïnformeerd.

Bijlage als bedoeld in artikel 8 van de Beleidsregels integriteit en uitsluiting bij aanbestedingen in Bibob-sectoren van 20 februari 2004, kenmerk WJZ 4012425.

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet Bibob | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting AB. Alle rechten voorbehouden.
x