|
BESLUIT van 12
april 2003, houdende uitvoering van de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Besluit Bibob)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties van 1 oktober 2002, nr. EA2002/88934,
directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid, mede namens Onze
Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer
en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 1, tweede lid, 5, tweede
lid, 7, tweede lid, 16, tweede lid, 27, eerste lid, onderdeel i,
en vijfde lid, en 46 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen
door het openbaar bestuur;
De Raad van State gehoord (advies van 28
november 2002, nr. W04.02.0448/I);
Gezien het nader rapport van Onze Ministers van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie van 27 maart,
nr EA2003/55758, directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid,
uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en
Waterstaat;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder «wet»: de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 2
Als aanbestedende dienst als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van
de wet, worden aangewezen de zelfstandige bestuursorganen van de in de
bijlage bij dit besluit genoemde rechtspersonen.
Artikel 3
Als sectoren als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet,
worden aangewezen:
a. de bouw,
b. de informatie- en communicatietechnologie, en
c. het milieu.
Artikel 4
Als inrichtingen of bedrijven als bedoeld in artikel 7, tweede lid,
van de wet, worden aangewezen:
a. inrichtingen waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij
bedrijfsmatig was of anders dan om niet, logies wordt verstrekt,
dranken worden geschonken, of rookwaren of spijzen voor directe
consumptie worden verstrekt,
b. voor het publiek toegankelijke, besloten ruimten waarin
bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders
dan om niet seksuele handelingen worden verricht, seksuele
diensten worden aangeboden of vertoningen van
erotisch-pornografische aard plaatsvinden,
c. een natuurlijke persoon, een groep van natuurlijke personen
of een rechtspersoon die bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij
bedrijfsmatig was of anders dan om niet seksuele handelingen
verricht of seksuele diensten aanbiedt in een andere ruimte dan de
bedrijfsruimte,
d. inrichtingen die in het maatschappelijk verkeer worden
aangeduid als smartshops, headshops of growshops, en
e. inrichtingen die zijn bestemd om het publiek de gelegenheid
te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen als
bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de
kansspelen,
f. een natuurlijk persoon, een groep van natuurlijke personen
of een rechtspersoon die bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij
bedrijfsmatig was of anders dan om niet, evenementen organiseert.
Artikel 5
Het Bureau stelt jaarlijks de bijdrage in de kosten van het advies,
bedoeld in artikel 16 van de wet, vast aan de hand van:
a. de werkelijk gemaakte kosten die het Bureau voor de
behandeling van de aanvraag heeft moeten maken,
b. het aantal aanvragen dat in het afgelopen kalenderjaar is
ingediend,
c. het verwachte totale aantal aanvragen dat in het lopende
kalenderjaar zal worden ingediend,
d. het verwachte aantal aanvragen dat in het eerstvolgende
kalenderjaar zal worden ingediend.
Artikel 6
Als bestuursorganen als bedoeld in artikel 27, eerste lid,
onderdeel i, van de wet, worden aangewezen:
a. Onze Minister van Justitie, voor zover het bestanden betreft
waarvan de gegevens worden verwerkt door het Centraal Justitieel
Incasso Bureau;
b. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, voor zover het
bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de
Inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie Vervoer;
c. de Inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie Vervoer;
d. de Dienst Wegverkeer.
Artikel 7
1.De bestuursorganen, genoemd in artikel 6, en de
bestuursorganen, genoemd in artikel 27, eerste lid, van de wet,
verstrekken de gegevens, bedoeld in de aanhef van artikel 27, eerste
lid, van de wet, binnen twee weken nadat het Bureau om verstrekking
heeft gevraagd.
2.Indien de gegevens niet binnen twee weken kunnen worden
verstrekt, stelt het desbetreffende bestuursorgaan het Bureau
daarvan in kennis en noemt het daarbij een termijn waarbinnen de
gegevens wel tegemoet kunnen worden gezien. Deze termijn bedraagt
niet meer dan twee weken na afloop van de termijn, genoemd in het
eerste lid.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met
uitzondering van artikel 6, onderdelen b. en c., dat in werking treedt
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Bibob.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 12 april 2003
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties,
J.W. Remkes
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de achtste mei 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Bijlage als bedoeld in artikel
2 van het Besluit Bibob
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
Bureau Architectenregister
Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting
Stichting Administratie Indonesische Pensioenen
Stichting Bureau Architectenregister
Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I)
Bureau Beheer Landbouwgronden
College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en
biociden
Faunafonds
Stichting Bloembollenkeuringsdienst
Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de
Zuivel
Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten
Stichting Kwaliteitscontrolebureau voor Groenten en Fruit
Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Zaaizaad en
Pootgoed Landbouwgewassen
Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst voor de
Tuinbouw
Stichting SKAL
Verispect BV
Ministerie van Financiλn
Autoriteit Financiλle Markten
De Nederlandsche Bank
Stichting Waarborgfonds Motorverkeer
Waarderingskamer
Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M)
Dienst voor het kadaster en de openbare registers
Luchtverkeersleiding Nederland
RDW (Dienst Wegverkeer)
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Commissariaat voor de Media
Mondriaan Stichting
Nederlandse Publieke Omroep
Stichting Fonds Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst
Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie
Stichting Nederlands Fonds voor de Film
Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+
Stichting Nederlands Letterenfonds
Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs
Stichting Stimuleringsfonds voor Architectuur
Stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het
Onderwijs
Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties
Stimuleringsfonds voor de Pers
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Sociale Verzekeringsbank
Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
Ministerie van Veiligheid en Justitie (V&J)
Bureau Financieel Toezicht
Commissie schadefonds geweldsmisdrijven
Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen
Nederlands instituut fysieke veiligheid
Politieacademie (v/h Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut
Politie, LSOP)
Raad voor rechtsbijstand
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
College bouw zorginstellingen
College sanering zorginstellingen
College voor Zorgverzekeringen
Nederlandse Transplantatie Stichting
Nederlandse Zorgautoriteit
Pensioen- en Uitkeringsraad
Uitvoeringsorganen AWBZ (Cluster)
Zorg Onderzoek Nederland/ Medische Wetenschappen
|