1. De Begeleidingscommissie voor het
Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
(Bureau Bibob), hierna aan te duiden als de commissie, heeft tot taak:
a. het voeren van overleg met de directeur van het Bureau Bibob
over de kwaliteit en de doelmatigheid van de adviezen alsmede het doen
van voorstellen teneinde de gegevensverstrekking aan het Bureau te
optimaliseren;
b. het ter beschikking stellen aan het Bureau van haar kennis en
deskundigheid;
c. het doen van voorstellen ter verbetering van de kwaliteit en de
doelmatigheid van de werkzaamheden van het Bureau.
2. De leden van de commissie hebben daarnaast tot taak om in de
kring van organisaties die door het betreffende lid worden
vertegenwoordigd - voorzover van toepassing -:
a. de voorstellen die worden gedaan om de levering van
persoonsgegevens aan het bureau te optimaliseren, te bespreken;
b. de knelpunten die zich voordoen bij het verstrekken van de
adviezen of de aanvraag daarvan te bespreken en zo mogelijk op te
lossen.
De commissie bestaat uit een
voorzitter en tien leden.
2. De commissie wordt geleid door een, in onderling overleg door
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister
van Justitie te benoemen, onafhankelijke voorzitter.
3. In de commissie hebben de volgende leden zitting:
* vijf leden op voordracht van de overheidsinstellingen en
-diensten die verplicht zijn om persoonsgegevens aan het bureau te
verstrekken, en
* vijf leden op voordracht van de bestuursorganen en aanbestedende
diensten die als regelmatige gebruikers van Bibob-adviezen worden
aangemerkt.
4. Voor elk lid wordt tevens een plaatsvervangend lid benoemd.
5. Alvorens tot benoeming van de leden en plaatsvervangend leden
over te gaan, zal de te vertegenwoordigen organisaties gevraagd worden
een voordracht daartoe te doen.
6. De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor
een termijn van drie jaar. Zij kunnen éénmaal voor een gelijke termijn
worden herbenoemd.
De commissie komt eenmaal per twee
maanden bijeen of zoveel vaker als de commissie noodzakelijk acht.
2. De commissie wordt in haar werkzaamheden ondersteund door een
secretariaat, dat is ondergebracht bij het ministerie van Justitie.
3. Aan het overleg van de commissie wordt deelgenomen door de
directeur van Bureau Bibob en bij zijn belet of ontstentenis door zijn
plaatsvervanger.
4. De in de commissie te bespreken onderwerpen worden tenminste
twee weken voorafgaand aan het overleg aan de directeur Bibob
medegedeeld.
5. In geval van belet of ontstentenis van het vaste lid neemt het
plaatsvervangend lid deel aan de bijeenkomsten van de commissie.
Artikel 4
1. Jaarlijks doet de commissie verslag van de hoofdpunten van
haar overleg met de directeur van het Bureau en tot welke
verbeteringen dit heeft geleid in het functioneren.
2. Dit verslag van de commissie wordt opgenomen in het
jaarverslag van het Bureau.
Artikel 5
Voor het overige stelt de commissie haar eigen werkwijze vast.
In de commissie worden benoemd:
Als onafhankelijk voorzitter: de heer H.F. Dijkstal.
Vanuit de overheidsinstellingen of -diensten die verplicht zijn
persoonsgegevens te leveren:
op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties: mevrouw mr. E.G.M. Huyzer als lid en de heer drs.
W.C. Mantel als plaatsvervangend lid, beiden aldaar werkzaam;
op voordracht van de Minister van Justitie: de heer mr. N.P.
Levenkamp als lid en de heer drs. V. Jammers als plaatsvervangend lid,
beiden aldaar werkzaam;
op voordracht van het College van Procureurs-Generaal: de heer mr.
H.M.P. Hillenaar als lid en de heer mr. M.C. Kaptein als
plaatsvervangend lid, beiden aldaar werkzaam;
op voordracht van de Raad van Hoofdcommissarissen: de heer mr. P.
Vogelzang, werkzaam bij de Politie Regio Utrecht, als lid en de heer M.E.
Heerschap, werkzaam bij de Politie Regio Haaglanden, als
plaatsvervangend lid;
een vacature.
Vanuit de regelmatige gebruikers van de adviezen van het Bureau:
op voordracht van de gemeenten: de heer T. Elzenga, burgemeester van
de gemeente Naaldwijk, als lid en mevrouw drs. C. Pels Rijcken, werkzaam
bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten, als plaatsvervangend lid;
op voordracht van de provincies: de heer mr. H.W.M. Oppenhuis de
Jong, werkzaam bij de provincie Noord Holland als lid en de heer L.J.J.
Caniëls, werkzaam bij de provincie Flevoland, als plaatsvervangend lid;
op voordracht van de zelfstandige bestuursorganen: de heer mr.
P.Th.J.M. Hamilton als lid en de heer drs. F.H. Vrins als
plaatsvervangend lid, beiden werkzaam bij de Stichting Nationale en
Internationale Wegvervoer Organisatie;
twee vacatures.
2. De drie vacatures zullen worden vervuld zodra meer inzicht is
verkregen in de overheidsinstellingen en -diensten die regelmatig
persoonsgegevens verstrekken aan het Bureau en van de bestuursorganen en
aanbestedende diensten die regelmatig gebruik maken van de adviezen van
het Bureau.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Begeleidingscommissie
Bibob.
Den Haag, 17 juni 2003.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.W. Remkes.
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner.