| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet bijzondere
opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz)
BESLUIT
KLACHTENREGELING BOPZ
Tekst zoals deze geldt op
11 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van 3 november 1993, houdende regels omtrent
de samenstelling van commissies als bedoeld in artikel 41, tweede lid,
van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en de
wijze waarop klachten door besturen en commissies worden behandeld
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie en de Staatssecretaris van
Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 14 juli 1993, DGVgz/GVC/CB/931796;
Gelet op de artikelen 41, tweede lid, en 76,
tweede lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische
ziekenhuizen;
De Raad van State gehoord (advies van 28
oktober 1993, nr. W0.3.93.0455);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie en de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
van 1 november 1993, nr. 399244/93/6;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische
ziekenhuizen;
b. klachtencommissie: een commissie als bedoeld in artikel 41,
tweede lid, van de wet;
c. klacht: een klacht als bedoeld in artikel 41, eerste lid van
de wet.
Artikel 2
1. Een klacht wordt zodanig behandeld dat een zorgvuldige
beslissing op de klacht is gewaarborgd.
2. De behandeling geschiedt overeenkomstig een door het bestuur
van het psychiatrisch ziekenhuis te treffen regeling, die in ieder geval
waarborgt dat:
a. aan de behandeling van een klacht niet wordt deelgenomen door
een persoon tegen wiens beslissing of besluit de klacht is gericht;
b. de klager en de persoon tegen wiens beslissing of besluit de
klacht is gericht in staat worden gesteld te worden gehoord;
c. de klager en de persoon tegen wiens beslissing of besluit de
klacht is gericht, zich kunnen doen bijstaan door door hen aan te
wijzen personen;
d. de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen zoveel mogelijk
wordt beschermd.
Artikel 3
Een klachtencommissie wordt zodanig samengesteld, dat een deskundige
en zorgvuldige beslissing op de klacht te allen tijde is gewaarborgd.
Artikel 4
1. Een klacht wordt behandeld door ten minste drie leden van
een klachtencommissie, waaronder een voorzitter die niet werkzaam is
bij of voor het psychiatrisch ziekenhuis.
2. Bij de behandeling van een klacht is in ieder geval een jurist
betrokken, alsmede:
a. een orthopedagoog, als het een persoon betreft die is opgenomen
in een zwakzinnigeninrichting;
b. een verpleeghuisarts, als het een persoon betreft die is
opgenomen in een verpleeginrichting;
c. een psychiater als het een persoon betreft die is opgenomen in
een ander psychiatrisch ziekenhuis dan genoemd onder a en b.
Artikel 4a [Vervallen per 01-02-2002]
Artikel 5
In de schriftelijke mededeling bedoeld in artikel 41, derde lid, van
de wet, wordt bekendgemaakt op welke wijze van de regeling, bedoeld in
artikel 2, kennis kan worden genomen.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, bedoeld in artikel 80,
tweede lid, van de wet.
Artikel 7
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit klachtenbehandeling
Bopz.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 3 november 1993
BEATRIX
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur,
H.J. Simons
Uitgegeven de negende november 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|