St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz)

 

BESLUIT  PATIËNTENVERTROUWENSPERSOON  BOPZ

Tekst zoals deze geldt op 22 januari 2012

 

  
 

 

 
BESLUIT van 3 november 1993, houdende regels omtrent de taak en bevoegdheid van de patiëntenvertrouwenspersoon

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en Onze Minister van Justitie van 14 juli 1993, DGVgz/GVC/CB/931794;
     Gelet op artikel 59 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen;
     De Raad van State gehoord (advies van 28 oktober 1993, nr. W13.93.0451);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en Onze Minister van Justitie van 1 november 1993, nr. GVC/CB/9367;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

1. Het bestuur van een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting, verpleeginrichting of een justitiële inrichting voor verpleging van terbeschikkinggestelden, draagt er zorg voor dat een in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen patiënt kan worden bijgestaan door een patiëntenvertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, onder a, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.

2. Het bestuur van een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikelen 14a, vijfde lid, of 34b, onder a, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, draagt er zorg voor dat de betrokkene kan worden bijgestaan door een patiëntenvertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, onder b, van deze wet.

Artikel 2

De patiëntenvertrouwenspersoon verleent de in het psychiatrisch ziekenhuis opgenomen patiënten, patiënten met een voorwaardelijke machtiging, patiënten die een zelfbindingsverklaring opstellen en patiënten met een zelfbindingsmachtiging, op hun verzoek advies en bijstand in aangelegenheden samenhangend met hun opneming en verblijf in het ziekenhuis, onderscheidenlijk samenhangend met de voorwaardelijke machtiging, de zelfbindingsverklaring of de zelfbindingsmachtiging.

Artikel 3

De patiëntenvertrouwenspersoon heeft, voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is, toegang tot alle ruimten van het psychiatrisch ziekenhuis, bestemd voor opneming en verblijf van patiënten, en behoeft geen toestemming van derden om te spreken met patiënten.

Artikel 4

Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde worden aan de patiëntenvertrouwenspersoon alle inlichtingen verschaft en bescheiden getoond die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, bedoeld in artikel 80, tweede lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.

Artikel 6

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit patiëntenvertrouwenspersoon Bopz.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 3 november 1993

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
H.J. Simons

De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

Uitgegeven de negende november 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Bopz | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x