|
REGELING van de
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van
25 juni 2007, nr. LMV 2007058967, houdende regels voor het uniformeren
van publiekrechtelijke beperkingen Wet bodembescherming (Regeling
beperkingenregistratie Wet bodembescherming)
De
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op artikel 55, tweede lid, van de Wet
bodembescherming;
Besluit:
Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet bodembescherming;
b. publiekrechtelijke beperking: publiekrechtelijke beperking als
bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet kenbaarheid
publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken;
c. interventiewaarden: generieke waarden die uitdrukken wanneer
er sprake is van een ernstige verontreiniging in de zin van de wet;
d. interventiewaarde contour: een lijn op een kaart die plaatsen
met elkaar verbindt waarbinnen een verontreinigende stof in het
vaste deel van de bodem is vastgesteld in een gehalte ter hoogte van
de interventiewaarde van die stof.
Artikel 2
1. Uit een beschikking als bedoeld in de
artikelen 29, eerste lid, juncto 37, eerste lid, van de wet vloeit een
publiekrechtelijke beperking voort voor percelen waarvan het vaste deel
van de bodem geheel of gedeeltelijk ernstig is verontreinigd. Op die
percelen kan tevens een ernstige verontreiniging in het grondwater zijn
ontstaan.
2. Als percelen waarvan de bodem geheel of gedeeltelijk ernstig
is verontreinigd in de zin van het eerste lid, worden aangemerkt de
percelen die zich bevinden binnen de interventiewaarde contour in het
vaste deel van de bodem die bij de beschikking is gevoegd.
3. Uit een bevel als bedoeld in de artikelen 30, 43 en 49 van de
wet vloeit een publiekrechtelijke beperking voort voor het perceel of de
percelen waar het bevel betrekking op heeft indien dat perceel of die
percelen behoren tot het eigendom van degene die het bevel heeft
gekregen.
4. De onroerende zaak of zaken als vermeld in het tweede en derde
lid worden overeenkomstig artikel 55, eerste lid, van de wet, vermeld op
een bijgevoegde kadastrale kaart.
Artikel 3
1. Uit een beschikking als bedoeld in
artikel 39d, derde lid, van de wet vloeit een publiekrechtelijke
beperking voort voor percelen waarop geheel of gedeeltelijk een ernstige
restverontreiniging aanwezig is en de in verband hiermee genomen
saneringsmaatregel in stand dient te worden gehouden.
2. Percelen als bedoeld in het eerste lid zijn de percelen die
zich bevinden binnen de interventiewaarde contour in het vaste deel van
de bodem die bij de beschikking is gevoegd.
3. Artikel 2, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
Deze regeling is niet van toepassing op besluiten die zijn genomen
voor het tijdstip van inwerkingtreding van de regeling.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2007.
Artikel 6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beperkingenregistratie
Wet bodembescherming.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 25 juni 2007.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.M. Cramer.
|