| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet bodembescherming
(Wbb)
REGELING
LOZING AFVALWATER HUISHOUDENS
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
REGELING van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 10
december 2007, nr. BWL/2007119652, tot het reguleren van zuiverings- en
infiltratievoorzieningen bij lozingen van afvalwater afkomstig van
huishoudens (Regeling lozing afvalwater huishoudens)
De Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Verkeer
en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 8, tweede lid, 9, tweede
lid, en 11, tweede lid, van het Besluit lozing afvalwater huishoudens;
Besluiten:
Artikel 1
Een zuiveringsvoorziening bestaat uit een septic tank:
a. met een nominale inhoud van ten minste 6 kubieke meter,
b. die voldoet aan NEN-EN 12566-1, en
c. met een hydraulisch rendement van ten hoogste 10 gram, bepaald
overeenkomstig annex B van NEN-EN 12566-1.
Artikel 2
Een zuiveringsvoorziening is goed toegankelijk, en wordt zo vaak als
voor de goede werking daarvan nodig is onderhouden.
Artikel 3
Een infiltratievoorziening wordt zodanig uitgevoerd en onderhouden,
dat:
a. het vanuit de zuiveringsvoorziening geloosde water in de
infiltratievoorziening niet in direct contact met het grondwater
komt,
b. de infiltratievoorziening geen hinder veroorzaakt, en
c. nadelige gevolgen voor de volksgezondheid worden voorkomen.
Artikel 4
1. Artikel 1 is niet van toepassing op een zuiveringsvoorziening
die is geplaatst voor 1 januari 2009, indien die zuiveringsvoorziening
bestaat uit een septic tank, die een nominale inhoud heeft van ten
minste 6 kubieke meter, en waarbij:
a. de septic tank uit drie compartimenten bestaat,
b. de nominale inhoud, in de stroomrichting, over de
compartimenten is verdeeld in de verhouding twee staat tot één
staat tot één,
c. de scheidingswanden tussen de compartimenten van de septic
tank ten minste 20 centimeter boven het waterniveau uitsteken,
d. de instroomopening in het eerste compartiment van de septic
tank zich ten minste 10 centimeter boven het waterniveau bevindt,
e. de toevoerpijp ten minste 5 centimeter en ten hoogste 10
centimeter uit de binnenwand steekt,
f. de doorstroomopeningen in scheidingswanden tussen de
compartimenten van de septic tank zodanig zijn uitgevoerd, dat:
1°. doorvoer van bodemslib en drijflagen wordt voorkomen;
2°. de gezamenlijke oppervlakte van de doorstroomopeningen
per scheidingswand ten minste 100 vierkante centimeter en ten
hoogste 400 vierkante centimeter bedraagt;
3°. de bovenkant van de doorstroomopeningen ten minste 30
centimeter onder het waterniveau ligt; en
4°. de onderkant van de doorstroomopeningen hoger ligt dan
de helft van de waterhoogte gemeten vanaf de bodem van de
septic tank
g. de afvoeropening van een septic tank voorzien is van een
duikschot of een T-stuk, zodat afvoer van bodemslib of drijflagen
wordt voorkomen, en
h. de waterhoogte in een septic tank ten minste 1,2 meter
bedraagt en ten hoogste bedraagt:
1°. 2,2 meter bij een inhoud van ten hoogste 10 kubieke
meter;
2°. 2,5 meter bij een inhoud van meer dan 10 kubieke
meter.
2. Indien afzonderlijke septic tanks als bedoeld in het eerste lid
parallel zijn geschakeld, bedraagt de gezamenlijke nominale inhoud
tenminste 6 kubieke meter en voldoet iedere tank afzonderlijk aan de
voorschriften genoemd in het eerste lid, onder a tot en met h.
3. Opdeling van de septic tank als bedoeld in het eerste lid in
afzonderlijke in serie geschakelde tanks is toegestaan, mits de
nominale inhoud van één compartiment niet over verschillende tanks
is verdeeld. De afzonderlijke septic tanks gelden tezamen als één
septic tank.
Artikel 5
Met zuiveringsvoorzieningen en infiltratievoorzieningen als bedoeld
in deze regeling worden gelijkgesteld zuiveringsvoorzieningen en
infiltratievoorzieningen die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel
zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel
rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een staat,
niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een
daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt,
en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten
minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt
nagestreefd.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling lozing afvalwater
huishoudens.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 10 december 2007.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.M. Cramer.
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
J.C. Huizinga-Heringa.
|
|
|