a. voor benoeming of ontslag van voogden en curatoren;
b. voor de bereidverklaring tot aanvaarding van de voogdij en de
curatele;
c. voor bemoeiingen met het beheer van vermogen van minderjarigen
en curandi welke voortvloeien uit de toepassing onderscheidenlijk
overeenkomstige toepassing van Titel 14 van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek, voor zoveel betreft de bemoeiingen van de
kantonrechter;
d. voor bemoeiingen welke voortvloeien uit de toepassing van
artikel 181 juncto 183 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, voor
zoveel betreft bemoeiingen van de kantonrechter;
e. voor benoemingen, welke voortvloeien uit de toepassing van de
artikelen 212 en 250 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
f. voor verzoeken strekkende tot en in verband met
ondertoezichtstelling van minderjarigen alsmede een verzoek
strekkende tot en in verband met ontheffing en ontzetting van het
gezag over minderjarigen;
g. door gemeenten in zaken als bedoeld in de paragrafen 4 en 5
van hoofdstuk 6 van de Wet werk en bijstand en hoofdstuk 7 van de
Wet investeren in jongeren.
h. ingeval van ambtshalve verrichte verzegeling en ontzegeling;
i. ingeval van verzet tegen een dwangbevel als bedoeld in artikel
21 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds
2000;
j. voor benoeming of ontslag van bewindvoerders of mentoren als
bedoeld in de Titels 18, 19 en 20 van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek;
k. voor bemoeiingen met het bewind over goederen of het
mentorschap welke voortvloeien uit de toepassing van de Titels 18,
19 en 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
l. voor de verklaringen bedoeld in de artikelen 191, eerste lid,
en 193, eerste lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek en voor
het in verband daarmee opmaken van de akte bedoeld in artikel 3 van
het Besluit boedelregister, indien het inkomen van de betrokken
erfgenaam blijkens de door deze over te leggen verklaring of de
bescheiden als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Wet op de
rechtsbijstand niet meer bedraagt dan in artikel 35, derde lid,
onder a tot en met f, van die wet is bedoeld;
m. voor verzoeken onderscheidenlijk mededelingen ingevolge de
artikelen 17, derde lid, en 26, alsmede voor verzoeken strekkende
tot het verkrijgen van een machtiging van de kantonrechter, als
bedoeld in artikel 193, eerste lid, van Boek 4 van het Burgerlijk
Wetboek;
n. voor verzoekschriften als bedoeld in de artikelen 28 en 30 van
de Maatregel teboekgestelde schepen 1992.