| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wetboek van Militair
Strafrecht (WvMS)
BESLUIT
REGIME MILITAIREN DIE VOORLOPIG ARREST,
GEVANGENISSTRAF, HECHTENIS OF MILITAIRE
DETENTIE ONDERGAAN
Tekst zoals deze geldt op
22 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 9 juni 1982 omtrent het regiem voor
militairen die in het huis van bewaring en de gevangenis het Militair
Penitentiair Centrum "Nieuwersluis" voorlopig arrest,
respectievelijk gevangenisstraf, hechtenis of militaire detentie
ondergaan
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie en de Staatssecretaris van
Justitie van 11 augustus 1981, stafbureau Juridische Zaken/directie
Gevangeniswezen, nr. 671/381, gedaan in overeenstemming met Onze
Minister van Defensie;
Overwegende dat het wenselijk is nieuwe regelen
vast te stellen betreffende het regiem dat geldt voor militairen die in
het Militair Penitentiair Centrum "Nieuwersluis" voorlopig
arrest, respectievelijk gevangenisstraf, hechtenis of militaire detentie
ondergaan;
Gelet op artikel 22 van het Wetboek van
Strafrecht en de artikelen 1, 10 en 12 van het Wetboek van Militair
Strafrecht;
Gezien het advies van de Centrale Raad van
Advies voor het Gevangeniswezen, de Psychopatenzorg en de Reclassering
van 19 december 1980, nr. SG 338/380;
De Raad van State gehoord (advies van 2
november 1981, nr. 811028/4);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie van 1 juni 1982, Stafbureau Juridische Zaken/directie
Gevangeniswezen nr. 478/382, uitgebracht in overeenstemming met Onze
Minister van Defensie;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
"Onze Minister": Onze Minister van Justitie
"gedetineerde": de militair die rechtens van zijn vrijheid
is beroofd en verblijft in het Militair Penitentiair Centrum Stroe.
Artikel 2
Voor de gedetineerden gelden, voor zover bij of krachtens dit besluit
niet anders is bepaald, de bepalingen van de Penitentiaire beginselenwet
en de bij of krachtens deze wet gestelde regels.
Artikel 3
1. De tot hechtenis of militaire detentie veroordeelden worden in
beperkte gemeenschap geplaatst.
2. De gedetineerde die zulks verzoekt wordt in afzondering
geplaatst tenzij dit naar het redelijk oordeel van de directeur niet
mogelijk of gewenst is.
Artikel 4
Voor zover Onze Minister niet anders bepaalt, zijn met betrekking tot
de voeding, de kleding, de geneeskundige verzorging, de sociale
verzorging, de geestelijke verzorging, de reis- en vervoerskosten en de
ontwikkeling en ontspanning van de gedetineerden de voorschriften welke
in de krijgsmacht gelden, van toepassing.
Artikel 5
De gedetineerden verrichten, voor zover daarvan niet vrijgesteld,
militaire dienst, militair onderwijs en oefeningen daaronder begrepen.
Artikel 6
De gedetineerde die geen militaire inkomsten geniet, ontvangt een
zakgeld, waarvan het bedrag door Onze Minister na overleg met Onze
Minister van Defensie wordt vastgesteld.
Artikel 7
Ten aanzien van bepaalde in voorlopig arrest gestelden kunnen de
bevoegde militair-justitiële autoriteiten in het belang van het
onderzoek:
a. beperkingen bevelen met betrekking tot:
1e. de uitreiking van kranten en lectuur;
2e. het ontvangen van bezoek;
3e. het uitreiken of verzenden van brieven;
b. andere maatregelen gelasten.
Artikel 8
Onze Minister kan nadere regelen stellen ter uitvoering van dit
besluit.
Artikel 9
Het Koninklijk besluit van 19 oktober 1961 (Stb. 336) en het
Koninklijk besluit van 9 mei 1963 (Stb. 204), zoals beide
gewijzigd bij het Koninklijk besluit van 11 oktober 1974 (Stb.
600), worden ingetrokken op de dag waarop dit besluit in werking treedt.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
's-Gravenhage, 9 juni 1982
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter
De Staatssecretaris van Justitie,
M. Scheltema
Uitgegeven de tweeëntwintigste juni 1982
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter
|
|
|