|
BESLUIT van 8 juli 2000, houdende aanwijzing van
lichamen en personen, met een publieke taak belast, die bevoegd zijn tot
het aanbieden van een strafrechtelijke transactie inzake milieudelicten
en vaststelling van de grenzen waarbinnen die bevoegdheid kan worden
uitgeoefend (Transactiebesluit milieudelicten)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie van 9 maart 2000, directie
Wetgeving, nr. 5014874/00/6, gedaan na overleg met Onze Ministers van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij, alsmede de Staatssecretarissen van Verkeer en
Waterstaat en van Financiën;
Gelet op artikel 37, eerste lid, van de Wet op
de economische delicten, artikel 74c van het Wetboek van
Strafrecht en artikel 2, eerste lid, van het Besluit Instelling Centraal
Justitieel Incassobureau;
De Raad van State gehoord (advies van 22 mei
2000, nr. W03.00.0106/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie van 4 juli 2000, directie Wetgeving, nr. 5037621/00/6,
uitgebracht na overleg met Onze Ministers van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij, alsmede de Staatssecretarissen van Verkeer en Waterstaat en
van Financiën;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. transactiebevoegdheid: de bevoegdheid, bedoeld in artikel 37
van de Wet op de economische delicten, tot het stellen van een of
meer voorwaarden als bedoeld in artikel 5 aan de verdachte ter
voorkoming van strafvervolging;
b. lichaam of persoon: een lichaam of een persoon als bedoeld in
artikel 2.
c. Centraal Justitieel Incassobureau: het Centraal Justitieel
Incassobureau, bedoeld in artikel 1 van het Besluit Instelling
Centraal Justitieel Incassobureau.
Artikel 2
Transactiebevoegdheid wordt toegekend aan de volgende lichamen en
personen, met een publieke taak belast:
a. het college van gedeputeerde staten van de provincie
Noord-Brabant, voorzover het de feiten betreft, genoemd onder de
nummers M 100, M 110 tot en met M 116, M 250 tot en met M 252, M
254, M 260 tot en met M 262 en M 470 van de bij dit besluit
behorende bijlage, en de feiten zijn begaan binnen het
arrondissement 's-Hertogenbosch;
b. de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten
Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Veere, Velzen en Vlissingen,
voorzover het de feiten betreft, genoemd onder de nummers M 002 tot
en met M 020, M 096, M 097, M 100 tot en met 102, M 161, M 162, M
166 tot en met M 171, M 176, M 210 tot en met M 213, M 220 tot en
met M 222, M 230 tot en met M 232, M 250 tot en met M 253, M 271 en
M 274 c van de bij dit besluit behorende bijlage, en voor zover niet
voor die feiten in de desbetreffende gemeente krachtens een
verordening als bedoeld in artikel 154b, eerste lid, van de
Gemeentewet een bestuurlijke boete kan worden opgelegd;
c. het dagelijks bestuur van het waterschap Friesland, voorzover
het de feiten betreft, genoemd onder de nummers M 271 tot en met M
274 van de bij dit besluit behorende bijlage;
d. de bij besluit van Onze Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen ambtenaar, voorzover
het de feiten betreft, genoemd onder de nummers M 272, M 280 tot en
met M 289, M 410 tot en met M 414, M 420, M 425, M 426, en M 430 van
de bij dit besluit behorende bijlage, en de feiten zijn begaan
binnen het arrondissement Rotterdam;
e. de directeur van de Algemene Inspectiedienst van het
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, voorzover het de
feiten betreft, genoemd onder de nummers M 290 tot en met M 293, M
295, M 296, M 300 tot en met M 312, M 320 tot en met M 324, M 330
tot en met M 332, M 340 tot en met M 352, M 360 tot en met M 369, M
380, M 381, M 390 tot en met M 393, M 400, M 401 en M 450 tot en met
M 463 van de bij dit besluit behorende bijlage, en de feiten zijn
begaan binnen de arrondissementen Almelo, Arnhem, Assen, Groningen,
Leeuwarden, Zutphen en Zwolle-Lelystad;
f. de directeur-generaal van de Rijkswaterstaat van het
Ministerie van Verkeer en Waterstaat, voorzover het de feiten
betreft, genoemd onder de nummers M 271 tot en met 273, M 274 a en M
274 e van de bij dit besluit behorende bijlage, en de feiten zijn
begaan binnen het arrondissement Leeuwarden;
g. de directeur van de directie Douane van de Belastingdienst van
het Ministerie van Financiën, voorzover het de feiten betreft,
genoemd onder de nummers M 456 en M 457 van de bij dit besluit
behorende bijlage, en de feiten zijn begaan binnen het
arrondissement Haarlem.
Artikel 3
Een lichaam of een persoon maakt van zijn transactiebevoegdheid geen
gebruik indien:
a. over het feit dan wel de strafbaarheid daarvan verschil van
inzicht bestaat met de verdachte;
b. het feit wordt geconstateerd tezamen met drie of meer andere
feiten waarvoor transactiebevoegdheid is verleend;
c. het feit wordt geconstateerd tezamen met een of meer andere
feiten waarvoor geen transactiebevoegdheid is verleend;
d. het feit daadwerkelijk milieuschade tot gevolg heeft gehad en
de kosten van herstel van die schade dan wel de kosten van het
treffen van voorzieningen om de gevolgen van die schade te
compenseren op meer dan € 1200 worden geraamd;
e. voorwerpen in beslag zijn genomen met het oog op
verbeurdverklaring daarvan;
f. het een overtreding betreft die is begaan door een persoon die
jonger is dan twaalf jaar;
g. het een misdrijf betreft dat is begaan door een persoon die
jonger is dan achttien jaar;
h. het een feit betreft dat is begaan door het lichaam of de
persoon of een ander bestuursorgaan.
Artikel 4
1.De hoofdofficier van justitie kan met het oog op het belang van
een goede rechtsbedeling bepalen dat in bepaalde gebieden binnen zijn
arrondissement of in bepaalde zaken een lichaam of een persoon geen
gebruik maakt van zijn transactiebevoegdheid.
2.Alvorens de hoofdofficier van justitie gebruik maakt van zijn
bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, voert hij daarover overleg met
het betrokken lichaam of de betrokken persoon.
Artikel 5
1.Een lichaam of een persoon stelt als voorwaarde het betalen aan
de staat van een geldsom die per strafbaar feit ten hoogste € 1200
bedraagt.
2.Een lichaam of persoon kan naast de voorwaarde, bedoeld in het
eerste lid, tevens de volgende voorwaarden stellen:
a. het verrichten van hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, het
tenietdoen van hetgeen wederrechtelijk is verricht en het
verrichten van prestaties tot het goedmaken van een en ander,
alles op kosten van de verdachte, voorzover deze een bedrag van
€ 1200 niet te boven gaan;
b. het afstand doen van voorwerpen die in beslag zijn genomen
en vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer.
Artikel 6
1.Het Centraal Justitieel Incassobureau int de geldsom, bedoeld in
artikel 5, eerste lid.
2.De directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau maakt de
geďnde geldsommen periodiek over op een daartoe bestemde rekening van
het Ministerie van Justitie.
3.Een ieder die betrokken is bij de inning van de geldsom, bedoeld
in artikel 5, eerste lid, verstrekt het Centraal Justitieel
Incassobureau alle gegevens die het in verband met de uitoefening van
de taak, bedoeld in het eerste lid, nodig heeft.
Artikel 7
1.Indien een lichaam of een persoon besluit gebruik te maken van
zijn transactiebevoegdheid, doet dat lichaam of die persoon de
verdachte schriftelijk een kennisgeving, houdende een
transactievoorstel.
2.Het lichaam of de persoon baseert zijn transactievoorstel op het
proces-verbaal dat is opgemaakt door:
a. een buitengewoon opsporingsambtenaar die belast is met de
opsporing van strafbare feiten waarvoor het lichaam of de persoon
transactiebevoegdheid is toegekend, dan wel
b. een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 3, eerste
lid, onder a en c, en tweede lid, van de Politiewet 1993.
3.Het lichaam of de persoon doet slechts in bijzondere gevallen en
na overleg met de officier van justitie een beroep op een ambtenaar
van politie als bedoeld in het tweede lid, onder b, voor het opmaken
van een proces-verbaal.
4.In het transactievoorstel, bedoeld in het eerste lid, vermeldt
het lichaam of de persoon:
a. het feit ter zake waarvan het onderscheidenlijk hij de
voorwaarde of de voorwaarden stelt, onder verwijzing naar het
wettelijk voorschrift dat de verdachte heeft overtreden;
b. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de
verdachte het feit heeft begaan;
c. welke voorwaarde of voorwaarden als bedoeld in artikel 5 het
onderscheidenlijk hij stelt;
d. de hoogte van de betalen geldsom;
e. , voorzover van toepassing, wat de verdachte moet verrichten
van hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietdoen van hetgeen
wederrechtelijk is verricht en welke prestaties hij moet
verrichten tot het goedmaken van een en ander;
f. , voorzover van toepassing, van welke voorwerpen als bedoeld
in artikel 5, tweede lid, onder b, de verdachte afstand moet doen.
5.Het lichaam of de persoon doet de rechtstreeks belanghebbende die
hem bekend is, onverwijld schriftelijk mededeling van de datum waarop
het lichaam of de persoon het transactievoorstel heeft gedaan en de
termijn waarbinnen de verdachte aan de voorwaarde of de voorwaarden
dient te voldoen.
Artikel 8
1.De verdachte betaalt de geldsom, bedoeld in artikel 7, vierde
lid, onder d, door middel van storting of overschrijving op een
daartoe bestemde bankrekening van het Centraal Justitieel
Incassobureau.
2.De betaling geschiedt binnen zes weken na de datum van
dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in artikel 7, eerste lid.
3.In afwijking van het eerste en tweede lid betaalt de verdachte,
indien hij geen bekend woonadres in Nederland heeft, de geldsom binnen
twee weken na de datum van dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in
artikel 7, eerste lid, of zoveel eerder als hij het Nederlands
grondgebied verlaat, contant op een in het transactievoorstel
aangewezen politiebureau of douanekantoor. De verdachte ontvangt van
de betaling van de geldsom een bewijs.
4.Het politiebureau of het douanekantoor, bedoeld in het derde lid,
stort de betaalde geldsom uiterlijk binnen vier weken na de datum van
betaling op een daartoe bestemde bankrekening van het Centraal
Justitieel Incassobureau of schrijft deze binnen die termijn daarop
over.
5.Indien de verdachte de geldsom niet heeft betaald binnen de
termijn, bedoeld in het tweede of derde lid, zendt het lichaam of de
persoon het proces-verbaal van het desbetreffende feit aan de officier
van justitie in het arrondissement waarbinnen de verdachte het feit
heeft begaan.
Artikel 9
1.De verdachte voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7,
vierde lid, onder e, binnen de termijn die het lichaam of de persoon
in het transactievoorstel, bedoeld in artikel 7, eerste lid, daarvoor
heeft gesteld.
2.Indien de verdachte niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste
lid, aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder e,
heeft voldaan, zendt het lichaam of de persoon het proces-verbaal van
het desbetreffende feit aan de officier van justitie in het
arrondissement waarbinnen de verdachte het feit heeft begaan.
Artikel 10
De verdachte doet afstand van de voorwerpen, bedoeld in artikel 7,
vierde lid, onder f, door het afleggen van de verklaring, bedoeld in
artikel 116, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Artikel 8,
tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11
1.Het lichaam of de persoon draagt ervoor zorg dat aantekening
wordt gemaakt van:
a. ieder feit ten aanzien waarvan het onderscheidenlijk hij
gebruik heeft gemaakt van zijn transactie-bevoegdheid;
b. ieder feit ten aanzien waarvan de verdachte aan de
voorwaarde of de voorwaarden, bedoeld in artikel 7, vierde lid,
onder c, heeft voldaan, alsmede de datum waarop hij dit heeft
gedaan.
2.Het lichaam of de persoon zendt de officier van justitie in het
arrondissement waarbinnen de feiten zijn begaan ten aanzien waarvan
het onderscheidenlijk hij gebruik heeft gemaakt van zijn
transactiebevoegdheid, iedere vier weken een overzicht van de zaken,
bedoeld in het eerste lid, onder a en b.
3.Het lichaam of de persoon doet de rechtstreeks belanghebbende op
zijn verzoek onverwijld schriftelijk mededeling van de datum waarop de
verdachte aan de voorwaarde of de voorwaarden heeft voldaan.
Artikel 12
1.In afwijking van artikel 2, vijfde lid, onder c, van het
Transactiebesluit 1994 wordt geen transactiebevoegdheid toegekend aan
de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst van de gemeente
Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Veere, Velzen of Vlissingen die als
lid van de reinigingspolitie werkzaam is, voorzover het de zaken,
vermeld onder de nummers H 002 tot en met H 106, betreft.
2.In afwijking van artikel 2, vijfde lid, onder d, van het
Transactiebesluit 1994 wordt geen transactiebevoegdheid toegekend aan
de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst van de gemeente
Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Veere, Velzen of Vlissingen die als
parkwachter of milieuwachter werkzaam is, voorzover het de zaken,
vermeld onder de nummers H 002 tot en met H 106, betreft.
Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Transactiebesluit milieudelicten.
Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in
het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 8 juli 2000
BEATRIX
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Uitgegeven de achtste augustus
2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Bijlage als bedoeld in
artikel 2 van het Transactiebesluit milieudelicten
Nummers M 002–M116: Wet milieubeheer (Wm),
Plaatselijke verordening (Pl.v) en Model-Afvalstoffenverordening (MAV)
|
Nummer van het feit |
|
|
Feit |
Overtreden artikel |
|
Huishoudelijke afvalstoffen |
|
|
|
|
|
M |
002 |
|
huishoudelijke afvalstoffen ter
inzameling aanbieden, terwijl men geen gebruiker van het perceel
is |
Pl.v |
|
M |
003 |
|
de voorgeschreven categorieën
huishoudelijke afvalstoffen niet afzonderlijk ter inzameling
aanbieden |
Pl.v |
|
M |
004 |
|
huishoudelijke afvalstoffen anders
aanbieden dan via het aangewezen inzamelmiddel |
Pl.v |
|
M |
005 |
|
het inzamelmiddel voor andere
categorieën huishoudelijke afvalstoffen gebruiken dan waarvoor
het bestemd is |
Pl.v |
|
M |
006 |
|
huishoudelijke afvalstoffen niet op
de voorgeschreven plaatsen en wijzen aanbieden |
Pl.v |
|
M |
007 |
|
afvalstoffen via het voor dat
perceel toegewezen inzamelmiddel aanbieden, terwijl men niet de
gebruiker van dat perceel is |
Pl.v |
|
M |
008 |
|
via een inzamelvoorziening op
wijkniveau andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
aanbieden, dan de categorie waarvoor de inzamelvoorziening bestemd
is |
Pl.v |
|
M |
009 |
|
huishoudelijke afvalstoffen niet op
de voorgeschreven wijzen via een inzamelvoorziening op wijkniveau
aanbieden |
Pl.v |
|
M |
010 |
|
via een brengdepot op lokaal of
regionaal niveau andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
aanbieden, dan de categorie waarvoor het brengdepot bestemd is |
Pl.v |
|
M |
011 |
|
huishoudelijke afvalstoffen niet op
de voorgeschreven wijzen via brengdepot op lokaal of regionaal
niveau aanbieden |
Pl.v |
|
M |
012 |
|
categorieën huishoudelijke
afvalstoffen, die zonder inzamelmiddel moeten worden aangeboden,
niet op de voorgeschreven wijzen ter inzameling aanbieden |
Pl.v |
|
M |
013 |
|
huishoudelijke afvalstoffen op
andere dan de vastgestelde dagen en tijden ter inzameling
aanbieden |
Pl.v |
|
M |
014 |
|
andere categorieën van
afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst
aanbieden |
Pl.v |
|
M |
015 |
|
niet op de voorgeschreven wijze ter
inzameling aanbieden, de door burgemeester en wethouders
aangewezen categorieën |
Pl.v |
| |
|
|
van afvalstoffen, niet zijnde
huishoudelijke afvalstoffen |
|
|
M |
016 |
|
afvalstoffen die ter inzameling
gereed staan doorzoeken en verspreiden |
Pl.v |
|
M |
017 |
|
andere afvalstoffen dan straatafval
achterlaten in daartoe van gemeentewege geplaatste of
voorgeschreven bakken |
Pl.v |
|
M |
018 |
|
afvalstoffen op of in de bodem te
brengen of te houden, te verbranden, te bewaren, over te laden of
anderszins te bewerken, te verwerken of te vernietigen |
28.1 MAV |
|
M |
019 |
|
afvalstoffen op een zodanige plaats
opslaan of opgeslagen houden dat deze vanaf een voor het publiek
toegankelijke plaats zichtbaar zijn |
29.1 MAV |
|
M |
020 |
|
afvalstoffen zodanig te vervoeren
dat de weg kan worden verontreinigd of het milieu kan worden
beďnvloed |
30 MAV |
| |
|
|
als particulier afval, vuilnis of
andere stoffen of voorwerpen buiten een daarvoor bestemde
verzamelplaats op of in de bodem plaatsen, te storten, te werpen,
uit te gieten, te laten vallen, te laten lopen of te houden,
hetgeen |
Pl.v |
|
M |
096 |
a |
– verontreiniging, beschadiging
of onvoldoende afwatering van een weg tot gevolg heeft |
|
|
M |
096 |
b |
– aanleiding kan geven tot hinder
of nadelige beinvloeding van het milieu |
|
|
M |
097 |
|
als particulier huishoudelijk afval
op de bodem werpen/laten vallen/laten lopen, waardoor
verontreiniging van de weg ontstaat |
Pl.v. |
|
Afvalstoffen |
|
|
|
|
|
M |
100 |
|
afvalstoffen – al dan niet in
verpakking – buiten een inrichting op of in de bodem te brengen |
10.2 Wm |
| |
|
|
in de uitoefening van beroep of
bedrijf onvoldoende zorg voor afvalstoffen in acht nemen, waardoor
nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan: |
10.1 Wm |
|
M |
101 |
a |
– niet voortdurend en voldoende
opruimen van afval rond verkooppunten van dranken en spijzen |
|
|
M |
101 |
b |
– onzorgvuldig aanbieden op
straat van horeca-bedrijfsafvalstoffen ter inzameling |
|
|
M |
101 |
c |
– bij bouw- en sloopafval |
|
|
M |
101 |
d |
– bij gevelreiniging
(eenmanszaak) |
|
|
M |
101 |
e |
– bij gevelreiniging
(rechtspersonen niet zijnde eenmanszaak) |
|
|
M |
101 |
f |
– opslag in garagebedrijven
(eenmanszaak) |
|
|
M |
101 |
g |
– opslag in garagebedrijven
(rechtspersoon niet zijnde eenmanszaak) |
|
|
M |
101 |
h |
– zwerfafval binnen inrichtingen
(eenmanszaak) |
|
|
M |
101 |
i |
– zwerfafval binnen inrichtingen
(rechtspersoon niet zijnde eenmanszaak) |
|
|
M |
102 |
|
als particulier anders vanuit een
inrichting afvalwaterstoffen laten weglopen in een rioolput |
10.30 Wm |
| |
|
|
|
|
|
Autowrakken |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Verder beheer bedrijfsafvalstoffen |
|
|
|
|
|
M |
110 |
|
zich door afgifte aan een ander
ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of van ingezamelde of afgegeven
huishoudelijke afvalstoffen; maximaal 10 m3 |
10.37 Wm |
| |
|
|
|
|
|
Beheer gevaarlijke afvalstoffen |
|
|
|
|
|
M |
111 |
|
zich als particulier door afgifte
aan een ander ontdoen van gevaarlijke afvalstoffen; maximaal 5 m3 |
10.37 Wm |
| |
|
|
niet melden van ontdoen door
afgifte aan een ander van gevaarlijke afvalstoffen dan wel niet
voldoen aan de voorschriften met betrekking tot de melding |
10.31 WM |
|
M |
112 |
|
– rechtspersoon, niet
eenmanszaak/klein bedrijf |
|
| |
|
|
bij afgifte van gevaarlijke
afvalstoffen niet verstrekken van een omschrijving van aard,
eigenschappen en samenstelling van die afvalstoffen dan wel niet
verstrekken van een begeleidingsbrief aan de vervoerder |
10.39 Wm |
|
M |
113 |
a |
– eenmanszaak/klein bedrijf |
|
|
M |
113 |
b |
– rechtspersoon niet zijnde
eenmanszaak/klein bedrijf |
|
|
M |
114 |
|
niet melden van ontvangst
gevaarlijke afvalstoffen c.q. niet voldoen aan de voorschriften
met betrekking tot de melding |
10.33 WM |
| |
|
|
als vervoerder van gevaarlijke
stoffen terwijl hij die afvalstoffen onder zich heeft geen
begeleidingsbrief bij die afvalstoffen aanwezig hebben |
10.34 WM |
|
M |
115 |
a |
– eenmanszaak/klein bedrijf |
|
|
M |
115 |
b |
– rechtspersoon niet zijnde
eenmanszaak/klein bedrijf |
|
| |
|
|
|
|
|
Verdere verwijdering gevaarlijke
afvalstoffen |
|
|
|
|
|
M |
116 |
|
gevaarlijke afvalstoffen buiten een
inrichting bewaren, bewerken, verwerken en/of vernietigen;
maximaal 5 m3 |
10.43 WM |
|
Nummers M 161-M 176:
Vuurwerkbesluit (Vb) |
|
|
|
|
| |
|
|
als particulier vuurwerk voorhanden
hebben dat niet voldoet aan de gestelde eisen: |
1.2.2 Vb |
|
M |
161 |
a |
– strijkers 1 t/m 100 stuks |
|
|
M |
161 |
b |
– strijkers 101 t/m 300 stuks |
|
|
M |
162 |
|
toegestaan vuurwerk voorhanden
hebben dat niet voldoet aan de gestelde eisen ten aanzien van de
etikettering, gebruiksaanwijzing of de aanduiding «voor
particulier gebruik»; maximaal 20 kg |
1.2.2 Vb |
|
M |
166 |
|
vuurwerk is niet voorzien van de
aanduiding: geschikt voor particulier gebruik (uitgezonderd
handel) |
2.1.3 Vb |
|
M |
167 |
|
afleveren van toegestaan vuurwerk
aan particuliere gebruiker buiten toegestane dagen |
2.3.2 Vb |
|
M |
168 |
|
bedrijfsmatig afleveren van
toegestaan vuurwerk aan particuliere gebruiker buiten toegestane
ruimte |
2.3.4 Vb |
|
M |
169 |
|
afleveren van meer dan 10 kg
toegestaan vuurwerk aan particulier gebruiker |
2.3.3 Vb |
| |
|
|
afleveren van toegestaan vuurwerk
aan personen jonger dan 18 jaar |
2.3.5 Vb |
|
M |
170 |
a |
– t/m 11 jaar; categorie 1, 2 en
3 |
|
|
M |
170 |
b |
– 12 t/m 15 jaar; categorie 2 en
3 |
|
|
M |
170 |
c |
– 16 en 17 jaar; categorie 3 |
|
|
M |
171 |
|
vuurwerk afsteken buiten de
toegestane tijden (31-12 10.00 uur tot 01-01 02.00 uur) |
2.3.6 Vb |
| |
|
|
als particulier vuurwerk voorhanden
hebben anders dan in een inrichting als bedoeld in artikel 1.1.4,
2.2.1, 2.2.2 of 3.2.1 van het Vuurwerkbesluit |
1.2.4, eerste lid, Vb |
|
M |
176 |
a |
– t/m 10 kg (buiten de ingevolge
2.3.2 en 2.3.6 Vb toegestane periode) |
|
|
M |
176 |
b |
– 11 kg t/m 50 kg |
|
|
M |
176 |
c |
– 51 kg t/m 100 kg |
|
|
M |
176 |
d |
– meer dan 100 kg |
|
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 210–M 213: Besluit
horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer (BHIM) |
|
|
|
|
| |
|
|
niet op verzoek van het bevoegd
gezag aangeven welke maatregelen of voorzieningen zijn getroffen
of zullen worden getroffen t.a.v.: |
|
|
M |
210 |
a |
– energieverbruik |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.2.1. Bijlage BHIM |
|
M |
210 |
b |
– afvalstoffen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.3.1., onder b, Bijlage BHIM |
|
M |
210 |
c |
– watergebruik |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.7.1. Bijlage BHIM |
| |
|
|
niet voldoen aan voorschriften
t.a.v.: |
|
|
M |
211 |
a |
– gasflessen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.6.2. Bijlage BHIM |
|
M |
211 |
b |
– afsluiters in vaste
gasleidingen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.6.3. Bijlage BHIM |
|
M |
211 |
c |
– brandbestrijding (onvoldoende
mobiele brandblusapparaten aanwezig) |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.6.8. Bijlage BHIM |
|
M |
211 |
d |
– opslag en afvoer van dierlijke
afvalstoffen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.6.8. Bijlage BHIM |
| |
|
|
niet voldoen aan nadere eisen
t.a.v.: |
|
|
M |
212 |
a |
– geluidniveau en/of piekniveau |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.1.1. Bijlage BHIM |
|
M |
212 |
b |
– openstelling (gedeelte) van de
inrichting en/of de situering van een terras of een parkeerterrein |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.1.4., onder b en c, Bijlage BHIM |
|
M |
212 |
c |
– situering van de uitmonding van
een afvoerleiding |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.4.1, onder b, Bijlage BHIM |
|
M |
212 |
d |
– onderzoek m.b.t. hinder door
verlichting |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.5.1, onder a, Bijlage BHIM |
|
M |
212 |
e |
– onderzoek m.b.t. stoffen die
een bedreiging van de bodemkwaliteit vormen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.7.1 Bijlage BHIM |
|
M |
213 |
|
bij de melding van de oprichting
van een inrichting is geen rapportage van een akoestisch onderzoek
gevoegd |
6, vijfde lid, BHIM |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 220–M 222: Besluit
detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer (BDHM) |
|
|
|
|
| |
|
|
niet op verzoek van het bevoegd
gezag aangeven welke maatregelen of voorzieningen zijn getroffen
of zullen worden getroffen t.a.v.: |
|
|
M |
220 |
a |
– energieverbruik |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.2.1. Bijlage 2 BDHM |
|
M |
220 |
b |
– afvalstoffen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.3.1., onder b, Bijlage 2 BDHM |
| |
|
|
niet voldoen aan voorschriften
t.a.v.: |
|
|
M |
221 |
a |
– gasflessen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.6.2. Bijlage 2 BDHM |
|
M |
221 |
b |
– afsluiters in vaste
gasleidingen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.6.3. Bijlage 2 BDHM |
|
M |
221 |
c |
– brandbestrijding (onvoldoende
mobiele brandblusapparaten aanwezig) |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.6.9. Bijlage 2 BDHM |
|
M |
221 |
d |
– opslag, overslag, bewerking en
verwerking van gevaarlijke stoffen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
2.1.1. Bijlage 2 BDHM |
| |
|
|
niet voldoen aan nadere eisen
t.a.v.: |
|
|
M |
222 |
a |
– geluidniveau en/of piekniveau |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.1.1. Bijlage 2 BDHM |
|
M |
222 |
b |
– situering van de uitmonding van
een afvoerleiding |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.4.1, onder b, Bijlage 2 BDHM |
|
M |
222 |
c |
– onderzoek m.b.t. hinder door
verlichting |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.5.1, onder a, Bijlage 2 BDHM |
|
M |
222 |
d |
– onderzoek m.b.t. stoffen die
een bedreiging van de bodemkwaliteit vormen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.6.1 Bijlage 2 BDHM |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 230–M 232: Besluit
woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer (BWGM) |
|
|
|
|
| |
|
|
niet op verzoek van het bevoegd
gezag aangeven welke maatregelen of voorzieningen zijn getroffen
of zullen worden getroffen t.a.v.: |
|
|
M |
230 |
a |
– energieverbruik |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.2.1. Bijlage BWGM |
|
M |
230 |
b |
– afvalstoffen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.3.1., onder b, Bijlage BWGM |
|
M |
230 |
c |
– watergebruik |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.7.1. Bijlage BGWM |
| |
|
|
niet voldoen aan voorschriften
t.a.v.: |
|
|
M |
231 |
a |
– gasflessen, gastanks en/of hoge
drukleidingen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.6.2. Bijlage BGWM |
|
M |
231 |
b |
– afsluiters in vaste
gasleidingen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.6.3. Bijlage BGWM |
|
M |
231 |
c |
– brandbestrijding (onvoldoende
mobiele brandblusapparaten aanwezig) |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
1.6.10. Bijlage BGWM |
|
M |
231 |
d |
– opslag, overslag, bewerking en
verwerking van gevaarlijke stoffen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
2.1.1. Bijlage BWGM |
| |
|
|
niet voldoen aan nadere eisen
t.a.v.: |
|
|
M |
232 |
a |
– geluidniveau en/of piekniveau |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.1.1. Bijlage BGWM |
|
M |
232 |
b |
– situering van de uitmonding van
een afvoerleiding |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.4.1, onder b, Bijlage BGWM |
|
M |
232 |
c |
– onderzoek m.b.t. hinder door
verlichting |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.5.1, onder a, Bijlage BGWM |
|
M |
232 |
d |
– onderzoek m.b.t. stoffen die
een bedreiging van de bodemkwaliteit vormen |
4, eerste lid, i.v.m. voorschrift
4.7.1. Bijlage BGWM |
|
Nummers M 250–M 254: Wet
bodembescherming (WBB) en Wet milieubeheer (WM) |
|
|
|
|
|
M |
250 |
|
handelingen verrichten, met
betrekking tot een hoeveelheid niet gevaarlijk afval, waardoor de
bodem wordt/kan worden verontreinigd of aangetast zonder
maatregelen te nemen die verontreiniging of aantasting te
voorkomen, te beperken of ongedaan te maken; max. 3 m3 |
13 WBB |
| |
|
|
verbranden van afval binnen een
inrichting, waardoor de bodem kan worden verontreinigd of
aangetast zonder maatregelen te nemen die verontreiniging of
aantasting te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken |
13 WBB en 18.18 WM |
|
M |
251 |
a |
– als particulier |
|
|
M |
251 |
b |
– bedrijfsmatig |
|
|
M |
252 |
|
handelingen verrichten, met
betrekking tot een auto, waardoor de bodem wordt/kan worden
verontreinigd of aangetast zonder maatregelen te nemen die
verontreiniging of aantasting te voorkomen, te beperken of
ongedaan te maken |
13 WBB |
|
M |
253 |
|
bij mestopslag is niet voorzien in
een vloeistofdichte plaat, waardoor de bodem wordt/kan worden
verontreinigd of aangetast |
13 WBB en 18.18 WM |
|
M |
254 |
|
niet/niet volgens voorschriften
melden van grondverplaatsing ten gevolge waarvan de
verontreiniging van de bodem wordt verminderd en/of verplaatst |
28 WBB |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 260–M 262: Waterwet (Wtw) |
|
|
|
|
|
M |
260 |
|
de inrichting die grondwater
onttrekt niet opgeven aan het bevoegde gezag (meldingsplicht) |
6.6 Wtw |
| |
|
|
grondwater onttrekken of water
infiltreren zonder vergunning (vergunningplicht) |
6.4, eerste lid, of 6.5, eerste
lid, onderdeel b, Wtw |
|
M |
261 |
a |
–tot en met 50 m3/u |
|
|
M |
261 |
b |
–51 m3/u tot en met 500 m3/u |
|
|
M |
262 |
|
handelen in strijd met
voorschriften verbonden aan de vergunning voor het onttrekken van
grondwater of het infiltreren van water |
6.20, derde lid, Wtw |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 271-M 274f: Waterwet (Wtw),
Lozingenbesluit WVO bodemsanering en proefbronnering (LWVOBP),
Lozingenbesluit WVO huishoudelijk afvalwater (LWVOHA),
Lozingenbesluit WVO vaste objecten (LBVO) en Lozingenbesluit open
teelt en veehouderij (LBOTV) |
|
|
|
|
| |
|
|
zonder vergunning minder
schadelijke stoffen in oppervlaktewaterlichamen brengen |
6.2 en 6.6 Wtw |
|
M |
271 |
|
–incidentele lozing van geringe
omvang in niet-kwetsbare gebieden |
6.2 en 6.6 Wtw |
| |
|
a |
particulier (anders dan woning) |
|
| |
|
b |
kleine rechtspersoon |
|
| |
|
c |
grote rechtspersoon |
|
|
M |
271 |
d |
–door particulier weggooien van
klein consumptieafval in kwetsbaar gebied |
6.2 en 6.6 Wtw |
|
M |
271 |
e |
–door particulier weggooien van
klein consumptieafval in niet kwetsbaar gebied |
6.2 en 6.6 Wtw |
| |
|
|
–weggooien van overig afval
(inclusief vloeibaar) in niet kwetsbaar gebied |
|
| |
|
f |
Particulier |
|
| |
|
g |
kleine rechtspersoon |
|
| |
|
h |
grote rechtspersoon |
|
| |
|
|
handelen in strijd met een aan een
vergunning verbonden voorschrift |
6.20, derde lid, Wtw |
|
M |
273 |
|
–niet melden van een calamiteit
van relatief geringe omvang |
|
| |
|
a |
kleine rechtspersoon |
|
| |
|
b |
grote rechtspersoon |
|
|
M |
273 |
|
–overtreden van een
administratief voorschrift, zoals achterwege laten van melden
(veranderingen in) rechtsopvolging, rapportageplicht |
|
| |
|
c |
kleine rechtspersoon |
|
| |
|
d |
grote rechtspersoon |
|
|
M |
273 |
|
–niet treffen van voorgeschreven
voorziening, zoals olieafscheider |
|
| |
|
e |
kleine rechtspersoon |
|
| |
|
f |
grote rechtspersoon |
|
| |
|
g |
–het gelet op de aard en de
hoeveelheid van de geloosde stof, in geringe mate overschrijden
van vergunningsnormen |
|
| |
|
|
niet voldoen aan de
lozingsvoorschriften gesteld bij of krachtens: |
|
|
M |
274 |
a |
–Lozingenbesluit WVO
bodemsanering en proefbronnering |
15 LWVOBP |
|
M |
274 |
c |
–Lozingenbesluit WVO
huishoudelijk afvalwater |
4, 6, 7 en 10 LWVOHA |
|
M |
274 |
e |
–Lozingenbesluit WVO vaste
objecten |
14 tot en met 24 en 28 LBVO |
|
M |
274 |
f |
–Lozingenbesluit open teelt en
veehouderij |
4, 5 en 19 LBOTV |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 280-M 289: Verordening
(EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de
Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van
afvalstoffen (PbEU L 190) (EVOA) |
|
|
|
|
| |
|
|
Handelen in strijd met regels
gesteld ter uitvoering van de EVOA |
|
| |
|
|
|
|
|
M |
280 |
a |
Overbrenging van voor verwijdering
bestemde afvalstoffen of voor nuttige toepassing bestemde
afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen niet van
toepassing zijn, gaat niet vergezeld van het vervoersdocument en
de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke
toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde
autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld |
10.60, vijfde lid, onderdeel a, Wm
juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA |
|
M |
280 |
b |
Minder dan 3 dagen voordat de
overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen of voor
nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene
informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, plaatsvindt,
een afschrift van het ingevulde vervoersdocument zenden aan het
bevoegde gezag |
10.60, vijfde lid, onderdeel a, Wm
juncto 16, onderdeel b, EVOA |
|
M |
280 |
c |
Overbrenging van voor nuttige
toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene
informatieverplichtingen van toepassing zijn, gaat niet vergezeld
van de in Bijlage VII bij de EVOA genoemde informatie |
10.60, vijfde lid, onderdeel a, Wm
juncto 18, eerste lid, onderdeel a, EVOA |
|
M |
281 |
a |
Uitvoer uit de Europese
Gemeenschappen (EG) van voor verwijdering bestemde afvalstoffen
naar EVA-landen gaat niet vergezeld van het vervoersdocument en de
afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke
toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde
autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 35, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA |
|
M |
281 |
b |
Minder dan 3 dagen voordat de
uitvoer uit de EG van voor verwijdering bestemde afvalstoffen naar
EVA-landen plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde
vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 35, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA |
|
M |
282 |
a |
Uitvoer uit de EG van voor nuttige
toepassing bestemde afvalstoffen in de bijlagen III, III A, III B,
IV en IV A, en van niet in bijlage II, IV en IV A onder één code
ingedeelde afvalstoffen of van mengsels van afvalstoffen naar
landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, gaat niet
vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het
kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de
voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten
respectievelijk zijn verleend en gesteld |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 38, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA |
|
M |
282 |
b |
Minder dan 3 dagen voordat de
uitvoer uit de EG van voor nuttige toepassing bestemde
afvalstoffen in de bijlagen III, III A, III B, IV en IV A, en van
niet in bijlage II, IV en IV A onder één code ingedeelde
afvalstoffen of van mengsels van afvalstoffen naar landen waarop
het OESO-besluit van toepassing is, plaatsvindt, een afschrift van
het ingevulde vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 38, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA |
|
M |
282 |
c |
Uitvoer uit de EG van voor nuttige
toepassing bestemde afvalstoffen in de bijlagen III, III A, III B,
IV en IV A, en van niet in bijlage II, IV en IV A onder één code
ingedeelde afvalstoffen of van mengsels van afvalstoffen naar
landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, gaat niet
vergezeld van de in Bijlage VII bij de EVOA genoemde informatie |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 38, eerste lid, juncto 18, eerste lid, onderdeel a, EVOA |
|
M |
283 |
a |
Invoer in de EG van voor
verwijdering bestemde afvalstoffen uit landen die partij zijn bij
het Verdrag van Bazel gaat niet vergezeld van het vervoersdocument
en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de
schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de
betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en
gesteld |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA |
|
M |
283 |
b |
Minder dan 3 dagen voordat de
invoer in de EG van voor verwijdering bestemde afvalstoffen uit
landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel plaatsvindt, een
afschrift van het ingevulde vervoersdocument zenden aan het
bevoegde gezag |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA |
|
M |
284 |
a |
Invoer in de EG van voor nuttige
toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene
informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, uit landen
waarop het OESO-besluit van toepassing is, gaat niet vergezeld van
het vervoersdocument en de afschriften van het
kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de
voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten
respectievelijk zijn verleend en gesteld |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 44, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA |
|
M |
284 |
b |
Minder dan 3 dagen voordat de
invoer in de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen
waarop de algemene informatieverplichtingen niet van toepassing
zijn, uit landen waarop het OESO-besluit van toepassing is,
plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde vervoersdocument
zenden aan het bevoegde gezag |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 44, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA |
|
M |
284 |
c |
Invoer in de EG van voor nuttige
toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene
informatieverplichtingen van toepassing zijn, uit landen waarop
het OESO-besluit van toepassing is, gaat niet vergezeld van de in
Bijlage VII bij de EVOA genoemde informatie |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 44, eerste lid, juncto 18, eerste lid, onderdeel a, EVOA |
|
M |
285 |
a |
Invoer in de EG van voor nuttige
toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene
informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, uit landen
waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, maar die wel
partij zijn bij het Verdrag van Bazel, gaat niet vergezeld van het
vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument
met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de
betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en
gesteld |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 45 juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede
volzin, EVOA |
|
M |
285 |
b |
Minder dan 3 dagen voordat de
invoer in de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen
waarop de algemene informatieverplichtingen niet van toepassing
zijn, uit landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is,
maar die wel partij zijn bij het Verdrag van Bazel, plaatsvindt,
een afschrift van het ingevulde vervoersdocument zenden aan het
bevoegde gezag |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 45 juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA |
|
M |
285 |
c |
Invoer in de EG van voor nuttige
toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene
informatieverplichtingen van toepassing zijn, uit landen waarop
het OESO-besluit niet van toepassing is, maar die wel partij zijn
bij het Verdrag van Bazel, gaat niet vergezeld van de in Bijlage
VII bij de EVOA genoemde informatie |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 45 juncto 42, eerste lid, juncto 18, eerste lid, onderdeel
a, EVOA |
|
M |
286 |
a |
Invoer in de EG van voor
verwijdering bestemde afvalstoffen, of voor nuttige toepassing
bestemde afvalstoffen, waarop de algemene informatieverplichtingen
niet van toepassing zijn, uit landen en gebieden overzee, gaat
niet vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het
kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de
voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten
respectievelijk zijn verleend en gesteld |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 46, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA |
|
M |
286 |
b |
Minder dan 3 dagen voordat de
invoer in de EG van voor verwijdering bestemde afvalstoffen, of
voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene
informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, uit landen en
gebieden overzee, plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde
vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 46, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA |
|
M |
286 |
c |
Invoer in de EG van voor nuttige
toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene
informatieverplichtingen van toepassing zijn, uit landen en
gebieden overzee, gaat niet vergezeld van de in Bijlage VII bij de
EVOA genoemde informatie |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 46, eerste lid, juncto 18, eerste lid, onderdeel a, EVOA |
|
M |
287 |
a |
Doorvoer door de EG van voor
verwijdering bestemde afvalstoffen gaat niet vergezeld van het
vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument
met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de
betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en
gesteld |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 47 juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede
volzin, EVOA |
|
M |
287 |
b |
Minder dan 3 dagen voordat de
doorvoer door de EG van voor verwijdering bestemde afvalstoffen
plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde vervoersdocument
zenden aan het bevoegde gezag |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 47 juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA |
|
M |
287 |
c |
Doorvoer door de EG van voor
nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene
informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, gaat niet
vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het
kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de
voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten
respectievelijk zijn verleend en gesteld |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 48, eerste lid, juncto 47 juncto 42, eerste lid, juncto 16,
onderdeel c, tweede volzin, EVOA |
|
M |
288 |
a |
Minder dan 3 dagen voordat de
doorvoer door de EG van voor nuttige toepassing bestemde
afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen niet van
toepassing zijn, plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde
vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 48, eerste lid, juncto 47 juncto 42, eerste lid, juncto 16,
onderdeel b, EVOA |
|
M |
288 |
b |
Doorvoer door de EG van voor
nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene
informatieverplichtingen van toepassing zijn, gaat niet vergezeld
van de in Bijlage VII bij de EVOA genoemde informatie |
10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm
juncto 48, eerste lid, juncto 47 juncto 42, eerste lid, juncto 18,
eerste lid, onderdeel a, EVOA |
|
M |
289 |
|
Een voor de overbrenging van
afvalstoffen niet daartoe aangewezen douanekantoor van binnenkomst
en van uitgang gebruiken |
10.60, vijfde lid, onderdeel c, Wm
juncto 55, laatste volzin, EVOA |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 290–M 291:
Destructiewet (DW) |
|
|
|
|
|
M |
290 |
|
destructiemateriaal aan verwerking
onttrekken; uitsluitend kleine dieren ter maximale grootte van een
schaap; maximaal 5 dieren |
4, eerste lid, DW |
|
M |
291 |
|
geen aangifte doen van
destructiemateriaal; uitsuitend kleine dieren ter maximale grootte
van een schaap; maximaal 5 dieren |
12, eerste lid, DW jo 2 regeling |
|
M |
292 |
|
op verkeerde dag aanbieden |
12 DW jo 3 regeling |
|
M |
293 |
|
niet goed afgedekt aanbieden van
destructiemateriaal uitsluitend kleine dieren ter maximale grootte
van een schaap; maximaal 5 dieren |
12 DW jo 4 regeling |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 295–M 296: Besluit
gebruik dierlijke meststoffen 1998 (BGDM) |
|
|
|
|
| |
|
|
dierlijke meststoffen op of in de
bodem brengen van |
2, eerste lid, BGDM |
|
M |
295 |
a |
– natuurterrein |
|
|
M |
295 |
b |
– overige grond |
|
| |
|
|
dierlijke meststoffen op of in de
bodem brengen van bouwland, braakland, niet beteelde grond of
grasland |
|
|
M |
296 |
a |
gedurende de maanden januari,
september, oktober, november en december |
4, eerste lid, i.v.m. bijlage I
BGDM |
|
M |
296 |
b |
– niet emissie-arm aangewend |
5, eerste lid, i.v.m. bijlage I
BGDM |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 300–M 312: Besluit
kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen (BOOM) |
|
|
|
|
|
Algemeen |
|
|
|
|
|
M |
300 |
|
in enig jaar zuiveringsslib of
compost, een mengsel van deze stoffen, dan wel een mengsel van
deze stoffen met dierlijke meststoffen op of in de bodem brengen |
13, eerste lid, BOOM |
| |
|
|
|
|
|
Landbouwgrond |
|
|
|
|
|
M |
301 |
|
op of in de bodem van landbouwgrond
zuiveringsslib brengen zonder voorafgaande bemonstering en analyse
van de bodem waarop het zuiveringsslib wordt gebruikt |
14 BOOM |
| |
|
|
|
|
|
Overige grond |
|
|
|
|
|
M |
302 |
|
op of in de bodem van andere grond
dan landbouwgrond zuiveringsslib of een mengsel van zuiveringsslib
met compost, zwarte grond of dierlijke meststoffen, brengen |
23, eerste lid, BOOM |
|
M |
303 |
|
op of in de bodem van andere grond
dan landbouwgrond een grotere hoeveelheid dan 6 ton niet zeer
schone en droge compost per hectare per jaar, dan wel 12 ton per
hectare per twee jaren, brengen |
23, tweede lid, BOOM |
|
M |
304 |
|
tegelijkertijd of achtereenvolgens
een grotere hoeveelheid compost of een mengsel van deze stof met
dierlijke of verschillende meststoffen, gemeten in kilogrammen
fosfaat per hectare, dan 20 kg fosfaat per jaar op of in de bodem
brengen van andere grond dan landbouwgrond |
25 BOOM |
|
Natuurterrein |
|
|
|
|
|
M |
305 |
|
op of in de bodem van natuurterrein
zuiveringsslib, compost of zwarte grond, een mengsel van deze
stoffen of een mengsel van deze stoffen met dierlijke meststoffen
brengen |
27 BOOM |
|
M |
306 |
|
op of in de bodem van natuurterrein
zuiveringsslib, compost of zwarte grond, een mengsel van deze
stoffen of een mengsel van deze stoffen met dierlijke meststoffen
brengen, indien de bodem geheel of gedeeltelijk is bevroren of
geheel of gedeeltelijk is bedekt met sneeuw |
28 BOOM |
|
M |
307 |
|
zuiveringsslib of een mengsel van
dierlijke meststoffen met zuiveringsslib op of in de bodem brengen
van weideland gedurende de periode van beweiding |
28a, onder a, BOOM |
|
M |
308 |
|
zuiveringsslib of een mengsel van
dierlijke meststoffen met zuiveringsslib op of in de bodem brengen
van grond voor de teelt van voedergewassen, minder dan drie weken
voor de oogst |
28a, onder b, BOOM |
|
M |
309 |
|
zuiveringsslib of een mengsel van
dierlijke meststoffen met zuiveringsslib op of in de bodem brengen
van grond voor groente- en fruitaanplant, m.u.v. fruitbomen,
gedurende de groeiperiode |
28a, onder c, BOOM |
|
M |
310 |
|
zuiveringsslib of een mengsel van
dierlijke meststoffen met zuiveringsslib op of in de bodem brengen
van grond voor de teelt van groenten en vruchten, die rechtstreeks
in contact met de bodem staan en rauw worden geconsumeerd, minder
dan 10 maanden voor de oogst, tijdens de oogst |
28a, onder d, BOOM |
|
M |
311 |
|
gedurende de maanden januari,
september, oktober, november en december zuiveringsslib of een
mengsel van dierlijke meststoffen met zuiveringsslib, compost of
zwarte grond op of in de bodem van bouwland, braakland of
niet-beteelde grond of grasland brengen |
29 BOOM i.v.m. bijlage I BGDM 1998 |
|
M |
312 |
|
zuiveringsslib, compost of een
mengsel van dierlijke meststoffen met zuiveringsslib, compost of
zwarte grond op of in de bodem brengen anders dan door een zo
gelijkmatige verspreiding over het perceel |
34 BOOM |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 320–M 324: Besluit
administratieve verplichtingen Meststoffenwet (BAVM) en Regeling
administratieve verplichtingen Meststoffenwet (RAVM) |
|
|
|
|
| |
|
|
als producent van dierlijke
meststoffen niet, niet volledig of niet tijdig een administratie
bijhouden met betrekking tot de door hem geproduceerde mest, de
tot het bedrijf behorende oppervlakte grond en/of de aantallen
gehouden dieren van de onderscheiden diersoorten, onderverdeeld in
categorieën per soort |
|
|
M |
320 |
a |
– veesaldokaart (maximaal 5
bewijzen) |
2 en 4 BAVM jo 2 i.v.m. bijlage 1
RAVM |
|
M |
320 |
b |
– grondkaart (maximaal 5
bewijzen) |
2 en 4 BAVM jo 2 i.v.m. bijlage 2
RAVM |
|
M |
320 |
c |
– diertelkaart (maximaal 1
bewijs) |
2 en 4 BAVM jo 3 i.v.m. bijlage 3
RAVM |
|
M |
320 |
d |
– verklaring in- en uitscharen
(maximaal 5 bewijzen) |
2 en 4 BAVM jo 4 i.v.m. bijlage 4
RAVM |
|
M |
321 |
|
bij aflevering van dierlijke
meststoffen wordt door de leverancier en de afnemer geen
afleveringsbewijs opgemaakt (maximaal 5 bewijzen) |
7 BAVM jo 16 i.v.m. bijlage 7 RAVM |
|
M |
322 |
|
niet tijdig indienen van het
kwartaaloverzicht afgeleverde geanalyseerde hoeveelheden dierlijke
meststoffen bij het Bureau Heffingen (LNV) |
12, derde lid, BAVM |
|
M |
323 |
|
bij aflevering van overige
organische meststoffen wordt door de leverancier en de afnemer
geen afleveringsbewijs opgemaakt (maximaal 5 bewijzen) |
13 BAVM jo 16 i.v.m. bijlage 8 RAVM |
|
M |
324 |
|
afgeleverde dierlijke of overige
organische meststoffen vervoeren zonder afschrift van het
afleveringsbewijs |
14 BAVM |
| |
|
|
– producent/gebruiker |
|
| |
|
|
– intermediair, transporteur,
handelaar, opslaghouder |
|
|
Nummers M 330–M 332: Regeling
voorraden Meststoffenwet (RVM) |
|
|
|
|
|
M |
330 |
|
als heffingplichtige niet een
administratie bijhouden per tijdig aangemelde opslag dierlijke
meststoffen |
11, eerste lid, RVM |
|
M |
331 |
|
de in de administratie opgenomen
hoeveelheden dierlijke meststoffen en hoeveelheden fosfaat komen
niet overeen met de hoeveelheden dierlijke meststoffen en de
hoeveelheden fosfaat in de desbetreffende opslag |
11, vijfde lid, RVM |
|
M |
332 |
|
de in de administratie opgenomen
hoeveelheden stikstof in dierlijke meststoffen zijn hoger dan de
hoeveelheden stikstof in de desbetreffende opslag |
11, zesde lid, RVM |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 340–M 352:
Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (BMW), Uitvoeringsregeling
bestrijdingsmiddelen (URBM) en Besluit vakkennis en
vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmiddelen (BVVBM) |
|
|
|
|
|
M |
340 |
|
een niet meer toegelaten
bestrijdingsmiddel afleveren |
2, eerste lid, BMW |
| |
|
|
een niet toegelaten
bestrijdingsmiddel afkomstig uit het buitenland binnen Nederland |
2, eerste lid, BMW |
|
M |
341 |
a |
– gebruiken |
|
|
M |
341 |
b |
– in voorraad of voorhanden
houden (telers) |
|
| |
|
|
een niet meer toegelaten
bestrijdingsmiddel gebruiken |
2, vijfde lid, BMW |
|
M |
342 |
a |
– gebruiker/teler |
|
|
M |
342 |
b |
– loonspuiter |
|
|
M |
343 |
|
een niet meer toegelaten
bestrijdingsmiddel in voorraad of voorhanden houden (restanten) |
2, vijfde lid, BMW |
| |
|
|
handelen in strijd met de
voorschriften voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen in
grondwaterbeschermingsgebied of watergang dan wel voor toepassing
in consumptiegewas |
10, eerste lid, BMW |
|
M |
344 |
a |
– gebruiker/teler |
|
|
M |
344 |
b |
– loonspuiter |
|
| |
|
|
handelen in strijd met de
voorschriften voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen in
niet-grondwaterbeschermingsgebied bij overige toepassing |
10, eerste lid, BMW |
|
M |
345 |
a |
– gebruiker/teler |
|
|
M |
345 |
b |
– loonspuiter |
|
|
M |
346 |
|
een hoeveelheid bestrijdingsmiddel
voorhanden of in voorraad hebben niet bestemd voor een gebruik
waarvoor het middel is toegelaten of ter aflevering |
10, tweede lid, BMW jo 4 URBM |
| |
|
|
voorschriften voor het gebruik niet
of niet op de voorgeschreven wijze bij of aan de verpakking van
een toegelaten bestrijdingsmiddel vermeld |
11 BMW |
|
M |
347 |
a |
– importeur/toelatinghouder |
|
|
M |
347 |
b |
– handelaar |
|
|
M |
348 |
|
aanbevelen of aanprijzen van een
niet toegelaten bestrijdingsmiddel of niet toegestaan gebruik van
een bestrijdingsmiddel |
11a BMW |
|
M |
349 |
|
aan een persoon jonger dan zestien
jaren bestrijdingsmiddelen afleveren waarvan de giftigheid wordt
aangeduid door middel van een doodshoofd |
12 BMW |
|
M |
350 |
|
beroeps- of bedrijfsmatig een
gewasbeschermingsmiddel voorhanden of in voorraad hebben of
gebruiken zonder een vergunning uitvoeren gewasbescherming, een
vergunning bedrijfsvoeren gewasbescherming of een vergunning
distribueren gewasbeschermingsmiddelen |
2 en 3 BVVBM |
|
M |
351 |
|
als beheerder van een
landbouwspuitbedrijf een gewasbeschermingsmiddel voorhanden of in
voorraad hebben of gebruiken zonder een vergunning bedrijfsvoeren
gewasbescherming of een vergunning distribueren
gewasbeschermingsmiddelen |
4 BVVBM |
|
M |
352 |
|
een gewasbeschermingsmiddel
afleveren of daartoe in voorraad of voorhanden hebben en de
beheerder van een verkooppunt beschikt niet over een vergunning
distribueren gewasbeschermingsmiddelen en degene die verkoopt,
niet zijnde de beheerder, is niet in het bezit van een vergunning
bedrijfsvoeren gewasbeschermingsmiddelen |
5 BVVBM |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 360–M
369:Bestrijdingsmiddelenbesluit (BMB) |
|
|
|
|
| |
|
|
bestrijdingsmiddelen in voorraad
hebben of afleveren anders dan in de verpakking waarin zij voor de
eerste maal hier te lande in het verkeer zijn gebracht |
2, eerste lid, BMB |
|
M |
360 |
a |
– gebruiker/teler |
|
|
M |
360 |
b |
– loonspuiter/handel |
|
|
M |
361 |
|
onvoldoende zorgvuldigheid
betrachten bij het vervoeren van bestrijdingsmiddelen |
4, tweede lid, BMB |
|
M |
362 |
|
bestrijdingsmiddelen, waarvan de
verpakking is voorzien van een afbeelding van een doodshoofd,
Andreaskruis of inwerkend zuur, gebruiken door middel van
personeel jonger dan achttien jaren |
5, eerste lid, BMB |
|
M |
363 |
|
bestrijdingsmiddelen, waarvan de
verpakking niet is voorzien van een afbeelding van een doodshoofd,
Andreaskruis of inwerkend zuur, gebruiken door middel van
personeel jonger dan zestien jaren |
5, tweede lid, BMB |
| |
|
|
bestrijdingsmiddelen, waarvan de
verpakking is voorzien van een afbeelding van een doodshoofd,
gebruiken op plaatsen waar dat niet is toegestaan |
5a BMW |
|
M |
364 |
a |
– gebruiker/teler |
|
|
M |
364 |
b |
– loonspuiter |
|
|
M |
365 |
|
bestrijdingsmiddelen voorhanden of
in voorraad hebben, dan wel resten daarvan of ongereinigde
verpakkingen, niet in een daarvoor gebezigde bewaarplaats |
8, eerste lid, BMB |
| |
|
|
bestrijdingsmiddelen voorhanden of
in voorraad hebben in winkels, op markten of andere voor het
publiek toegankelijke verkoopplaatsen |
8, eerste lid, BMB |
|
M |
366 |
a |
– waarvan de verpakking is
voorzien van een afbeelding van een doodshoofd |
|
|
M |
366 |
b |
– die niet zijn bestemd voor
gebruik door particulieren |
|
|
M |
366 |
c |
– die binnen het bereik van
kinderen worden bewaard |
|
|
M |
367 |
|
de toegang tot de bewaarplaats is
buiten de tijd gedurende welke de beheerder onmiddellijk toezicht
uitoefent niet met een deugdelijk slot afgesloten |
8 juncto 9 BMB |
|
M |
368 |
|
gebruikte verpakkingen zodanig
vernietigen, dat die verpakkingen of delen daarvan anders dan als
grondstof kunnen worden gebezigd |
13, eerste lid, BMB |
| |
|
|
gebruikte verpakkingen of resten
van al dan niet verdunde bestrijdingsmiddelen zodanig verwijderen,
dat zij: |
13, tweede lid, BMB |
|
M |
369 |
a |
– in enig oppervlaktewater
geraken of kunnen geraken |
13, tweede lid, onder a, BMB |
|
M |
369 |
b |
– in de bodem van
grondwaterbeschermingsgebied geraken of kunnen geraken,
uitgezonderd spuitresten van bestrijdingsmiddelen of resten in
spoelwater, mits deze over landbouwgrond worden verspreid |
13, tweede lid, onder b, BMB |
|
M |
369 |
c |
– op of langs de openbare weg
geraken of kunnen geraken |
13, tweede lid, onder c, BMB |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 380–M 381: Besluit
luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen (BLBM) |
|
|
|
|
| |
|
|
bestrijdingsmiddelen gebruiken met
behulp van een luchtvaartuig |
|
|
M |
380 |
a |
– bij een windsnelheid boven vijf
meter per seconde, bij ultra low volumeformulering vier meter per
seconde |
4, eerste lid, onder a, BLBM |
|
M |
380 |
b |
– waarbij hoger wordt gevlogen
dan 3 meter boven het gewas, bij ultra low volumeformulering hoger
dan 4 meter boven het gewas |
4, eerste lid, onder f, BLBM |
|
M |
381 |
|
op het tijdstip waarop de
toepassing aanvangt is geen schriftelijke verklaring aanwezig op
het gemeentehuis van de gemeente op welker grondgebied de
toepassing plaatsvindt |
6 BLBM |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 390–M 393: Verordening
reiniging verpakking gewasbeschermingsmiddelen 1997 (VRGBM) en
Verordening gebruik verdeelapparatuur gewasbeschermingsmiddelen
1997 (VGVGB) |
|
|
|
|
| |
|
|
niet beschikken over voorgeschreven
apparatuur |
2 VRGBM |
|
M |
390 |
a |
– gebruiker |
|
|
M |
390 |
b |
– loonspuiter |
|
| |
|
|
niet reinigen van geleegde
verpakkingen |
2 VRGBM |
|
M |
391 |
a |
– gebruiker |
|
|
M |
391 |
b |
– loonspuiter |
|
| |
|
|
aanwezig hebben van verpakkingen
met resten |
2 VRGBM |
|
M |
392 |
a |
– gebruiker |
|
|
M |
392 |
b |
– loonspuiter |
|
|
M |
393 |
|
niet toegestane verdeelapparatuur
gebruiken |
2 VGVGB |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 400–M 401: Besluit
regulering grondbesmettingsmiddelen (BRGM) |
|
|
|
|
| |
|
|
een grondontsmettingsmiddel
gebruiken of door middel van derden gebruiken zonder of in strijd
met een daarbij behorende vergunning |
3 BRGM |
|
M |
400 |
a |
– gebruiker |
|
|
M |
400 |
b |
– loonspuiter |
|
| |
|
|
een grondontsmettingsmiddel
afleveren |
|
|
M |
401 |
a |
– zonder een gewaarmerkte kopie
van de daarbij behorende vergunning in ontvangst te nemen |
4, eerste lid, BRGM |
|
M |
401 |
b |
– in strijd met de gewaarmerkte
kopie van de daarbij behorende vergunning |
4, eerste lid, BRGM |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 411–M 414:
Milieugevaarlijke stoffen, EG-verordening registratie, evaluatie
en autorisatie van chemische stoffen (REACH) en de EG-verordening
indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (CLP-verordening) |
|
|
|
|
|
M |
411 |
|
een stof vervaardigen of, al dan
niet verwerkt in een preparaat, in Nederland invoeren zonder
registratie |
6, eerste lid, REACH |
|
M |
412 |
|
een stof vervaardigen en die stof,
al dan niet verwerkt in een preparaat, aan een ander ter
beschikking stellen zonder registratie |
5 REACH |
|
M |
413 |
|
niet voldoen aan verzoek van ECA om
aanvullende informatie |
9, vierde lid, REACH |
|
M |
414 |
|
stof niet of onjuist aangeduid op
de verpakking |
17 en 21 CLP-verordening |
|
Nummer M 420: Besluit verpakking en
aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten (BVAMS) |
|
|
|
|
|
M |
420 |
|
niet voldoen aan opdracht nadere
gegevens over te leggen of onderzoek te verrichten met betrekking
tot preparaten |
6, eerste lid, BVAMS jo 9.2.3.1 Wm |
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 425–M 426:
Veiligheidsinformatiebladen als bedoeld in de EG-verordening
registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH) |
|
|
|
|
|
M |
425 |
|
het veiligheidsinformatieblad
ontbreekt |
31, eerste lid, REACH |
|
M |
426 |
|
het veiligheidsinformatieblad is
niet in de Nederlandse taal opgesteld |
31, vijfde lid, REACH |
| |
|
|
|
|
|
Nummer M 430: Cadmiumbesluit
milieubeheer (CBM) |
|
|
|
|
| |
|
|
cadmiumhoudende produkten: |
2, eerste lid, CBM jo 9.2.2.1 |
|
M |
430 |
a |
– vervaardigen |
|
|
M |
430 |
b |
– in Nederland invoeren |
|
|
M |
430 |
c |
– aan een ander ter beschikking
stellen |
|
|
M |
430 |
d |
– voorhanden hebben in
handelsvoorraden |
|
| |
|
|
|
|
|
Nummers M 450–M 463: Flora- en
Faunawet (FFW), Natuurbeschermingswet (NBW), Vogelwet (VOW),
Regeling zoeken en rapen van kievietseieren (RZRKE) en Wet
bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten (BUDEP) |
|
|
|
|
|
M |
450 |
|
beschermde inheemse planten
plukken, verzamelen, afsnijden, uitsteken, vernielen, beschadigen,
ontwortelen of op andere wijze van hun groeiplaats verwijderen |
8 FFW (23, eerste lid, NBW) |
|
M |
451 |
|
beschermde inheemse dieren doden,
verwonden, vangen, bemachtigen of met het oog daarop opsporen |
9 FFW (24, eerste lid, NBW) (5 VOW) |
|
M |
452 |
|
beschermde inheemse dieren
opzettelijk verontrusten |
10 FFW (24, derde lid, NBW) (5 VOW
) |
|
M |
453 |
|
nesten, holen of andere
voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde
inheemse dieren beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of
verstoren |
11 FFW (8 VOW ) |
| |
|
|
eieren van beschermde inheemse
dieren zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen |
12 FFW (8 en 17 VOW) |
|
M |
454 |
a |
– kievietseieren buiten
toegestane periode |
17 VOW jo 2, 4 en 5 RZRKE |
|
M |
454 |
b |
– kievietseieren, in de periode
van 1 maart tot en met 8 april, zonder eierzoekkaart |
17 VOW jo 2, 4 en 5 RZRKE |
|
M |
454 |
c |
– kievietseieren, in de periode 1
maart tot en met 8 april, zonder schriftelijke toestemming
grondgebruiker |
17 VOW jo 2, 4 en 5 RZRKE |
|
M |
454 |
d |
– niet-roofvogeleieren; max. 10
eieren |
12 FFW (8 VOW) |
|
M |
454 |
e |
– roofvogeleieren; max. 10 eieren |
12 FFW (8 VOW) |
| |
|
|
ten verkoop voorhanden of in
voorraad hebben, verkopen of ten verkoop aanbieden, vervoeren, ten
vervoer aanbieden, afleveren gebruiken voor commercieel gewin,
huren of verhuren, ruilen of in ruil aanbieden, uitwisselen of
tentoonstellen voor handelsdoeleinden, binnen of buiten het
grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben van
beschermde in- of uitheemse vogels |
13, eerste lid, onder a, FFW (7 VOW,
9 jo 19 VOW, 3 en 3a BUDEP) |
|
M |
455 |
a |
– particulier, maximaal 10 vogels |
13, eerste lid, onder a, FFW (7 VOW) |
|
M |
455 |
b |
– tentoonstelling, maximaal 10
vogels |
13, eerste lid 1, onder a, FFW (7
VOW) |
| |
|
|
als particulier exemplaren, delen
of producten van beschermde uitheemse dieren of planten binnen of
buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te vervoeren of
onder zich te hebben |
13, eerste lid, onder a en b, FFW
(3, eerste en tweede lid, BUDEP) |
|
M |
456 |
a |
– maximaal 2 levende of dode
planten en/of dieren |
|
|
M |
456 |
b |
– delen van maximaal 2 levende of
dode planten en/of dieren |
|
|
M |
456 |
c |
– producten van maximaal 2
levende of dode planten en/of dieren |
|
|
M |
456 |
d |
– kaviaar (250 gr–350 gr) |
|
|
M |
456 |
e |
– kaviaar (350 gr–500 gr) |
|
|
M |
456 |
f |
– ivoor ( 0 gr–100 gr) |
|
|
M |
456 |
g |
– ivoor (100 gr–200 gr) |
|
|
M |
456 |
h |
– ivoor (200 gr–300 gr) |
|
|
M |
456 |
i |
– ivoor (300 gr–400 gr) |
|
|
M |
456 |
j |
– ivoor (400 gr–500 gr) |
|
| |
|
|
als particulier exemplaren, delen
of producten van beschermde uitheemse dieren of planten binnen of
buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te vervoeren of
onder zich te hebben |
13, eerste lid, onder a en b, FFW
(3a, eerste, derde en vierde lid, BUDEP) |
|
M |
457 |
a |
– maximaal 2 levende of dode
planten en/of dieren |
|
|
M |
457 |
b |
– delen van maximaal 2 levende of
dode planten en/of dieren |
|
|
M |
457 |
c |
– producten van maximaal 2
levende of dode planten en/of dieren |
|
|
M |
457 |
d |
– koraal, schelpen, rainsticks en
dergelijke kennelijk als souvenir aan te merken voorwerpen, delen
of producten; zeer kleine voorwerpen |
|
| |
|
|
als souvenir aan te merken
voorwerpen, delen of producten |
|
|
M |
457 |
e |
– kaviaar (250 gr-350) gr |
|
|
M |
457 |
f |
– kaviaar (350 gr-500 gr) |
|
| |
|
|
onder zich hebben, binnen of buiten
het grondgebied van Nederland brengen, ten verkoop voorradig of
voorhanden hebben, verkopen of ten verkoop aanbieden, vervoeren,
ten vervoer aanbieden of afleveren, gebruiken voor commercieel
gewin, huren of verhuren, ruilen of in ruil aanbieden,
tentoonstellen voor handelsdoeleinden van bij algemene maatregel
van bestuur aangewezen planten of dieren |
14, derde lid, FFW |
|
M |
458 |
a |
– particulier |
|
|
M |
458 |
b |
– handelaar |
|
| |
|
|
onder zich hebben van bij algemene
maatregel van bestuur aangewezen middelen die geschikt en bestemd
zijn voor het doden of vangen van dieren |
15, eerste lid, FFW (23, tweede
lid, VOW) |
|
M |
459 |
a |
– voor het doden of vangen van
een individueel dier |
|
|
M |
459 |
b |
– voor het doden of vangen van
een groter aantal dieren |
|
|
M |
460 |
|
zich buiten gebouwen bevinden met
bij algemene maatregel van bestuur aangewezen middelen die
geschikt zijn voor het doden of vangen van dieren of met
materialen ter onmiddellijke vervaardiging van die middelen |
15, tweede lid, FFW |
|
M |
461 |
|
niet voorzien van een jachtakte in
het veld een geweer of een gedeelte van een geweer dragen |
16, eerste lid, FFW (23, eerste
lid, (Jachtwet) |
|
M |
462 |
|
als degene die zich in het veld
ophoudt, zich zonder gegronde reden met een fret, een buidel of
een kastval bevinden op gronden waarop hij niet is bevoegd van die
middelen gebruik te maken voor de uitoefening van de jacht of in
verband met beheer en bestrijding van schade |
16, tweede lid, FFW (23, derde lid,
Jachtwet) |
|
M |
463 |
|
niet verhinderen dat een dier dat
hem toebehoort of onder zijn toezicht staat, in het veld dieren
opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt |
16, derde lid, FFW |
|
M |
470 |
|
vellen of doen vellen van
houtopstand, anders dan bij wijze van dunning, zonder voorafgaande
kennisgeving |
2, derde lid, Boswet |
|