BESLUIT van 6 januari 1992 ter uitvoering van artikel
437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie van 17 oktober 1991,
Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 158757/91/6;
Gelet op artikel 437, eerste lid, van het
Wetboek van Strafrecht;
De Raad van State gehoord (advies van 17
december 1991, nr. W03.91.0581);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie van 20 december 1991, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr.
175875/91/6;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De handelaren, bedoeld in artikel 437, eerste lid, van het Wetboek
van Strafrecht, zijn opkopers en handelaren in gebruikte en ongeregelde
goederen, platina, goud, zilver, edelstenen, uurwerken, kunstvoorwerpen,
auto's, motorfietsen, bromfietsen, fietsen, foto-, film-, radio-, audio-
en videoapparatuur en apparatuur voor automatische registratie.
Artikel 2
De handelaar, aangewezen in artikel 1 van dit besluit, voldoet aan de
verplichting ingevolge artikel 437, eerste lid, onder a, van het
Wetboek van Strafrecht tot het aantekening houden van alle gebruikte of
ongeregelde goederen die hij heeft verworven of voorhanden heeft indien
hij een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt
register houdt en daarin onverwijld vermeldt:
a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
b. de datum van verkrijging van het goed;
c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover
dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;
d. de koopprijs of andere voorwaarden van verkrijging van het
goed;
e. de naam en het adres van degene van wie het goed is verkregen.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop de Wet van 9 oktober
1991 tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van
Strafvordering met voorzieningen ten behoeve van de bestrijding van
heling (Stb. 1991, 520) in
werking treedt.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
's-Gravenhage, 6 januari 1992
BEATRIX
De Minister van Justitie a.i.,
C.I. Dales
Uitgegeven de achtentwintigste januari 1992
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin