| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wetboek van
Strafvordering (Sv)
BESLUIT
BEWAREN EN VERNIETIGEN NIET-GEVOEGDE STUKKEN
Tekst zoals deze geldt op
16 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van 15 december 1999, houdende regels ter
uitvoering van de artikelen 126aa, tweede lid, en 126cc,
vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Besluit bewaren en
vernietigen niet-gevoegde stukken)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie van 16 juli 1999, nr.
777191/99/6;
Gelet op de artikelen 126aa, tweede lid,
en 126cc, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
De Raad van State gehoord (advies van 11
oktober 1999, nr. W03.99.0423/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie van 9 december 1999, nr. 770087/99/6;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
b. geheimhouder: een persoon als bedoeld in artikel 218 van het
Wetboek van Strafvordering;
c. officier van justitie: de officier van justitie, belast met de
bewaring van de processen-verbaal en andere voorwerpen.
Artikel 2
1. De processen-verbaal en andere voorwerpen, bedoeld in artikel
126cc, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, worden bewaard
op een door de officier van justitie aangewezen, beveiligde plaats.
Van deze processen-verbaal en andere voorwerpen wordt een registratie
bijgehouden.
2. De processen-verbaal, bedoeld in het eerste lid, worden bewaard
in de vorm van een schriftelijk stuk of van een bestand op een
afzonderlijke gegevensdrager.
3. De officier van justitie draagt er zorg voor dat de
processen-verbaal en andere voorwerpen, bedoeld in het eerste lid, zo
spoedig mogelijk ter beschikking van het onderzoek kunnen worden
gesteld.
Artikel 3
1. Zodra de termijn, genoemd in artikel 126cc, tweede lid, van het
Wetboek van Strafvordering, is verstreken, beveelt de officier van
justitie de vernietiging van de processen-verbaal en andere
voorwerpen.
2. Indien op grond van artikel 126dd, tweede lid, eerste volzin,
van het Wetboek van Strafvordering een bevel als bedoeld in het eerste
lid achterwege blijft, beveelt de officier van justitie de
vernietiging van de processen-verbaal en andere voorwerpen zo spoedig
mogelijk nadat het onderzoek, bedoeld in artikel 126dd, eerste lid,
onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, is beëindigd,
behoudens in het geval dat dit onderzoek ten grondslag ligt aan zaken
die nog niet zijn beëindigd. In het laatstgenoemde geval geldt de
termijn, genoemd in artikel 126cc, tweede lid, van het Wetboek van
Strafvordering.
3. Indien op grond van artikel 126dd, tweede lid, tweede volzin,
van het Wetboek van Strafvordering een bevel als bedoeld in het eerste
lid achterwege blijft, beveelt de officier van justitie de
vernietiging van de processen-verbaal en andere voorwerpen zo spoedig
mogelijk nadat de Wet politiegegevens opslag van de gegevens die aan
deze processen-verbaal en andere voorwerpen kunnen worden ontleend,
niet meer toelaat.
4. Het bevel tot vernietiging is schriftelijk. Het proces-verbaal
van vernietiging wordt terstond gezonden aan de officier van justitie.
Deze houdt van de ingezonden processen-verbaal van vernietiging een
registratie bij.
Artikel 4
1. De opsporingsambtenaar die door de uitoefening van een van de
bevoegdheden, genoemd in de titels IVa tot en met Vc van het Wetboek
van Strafvordering, kennisneemt van mededelingen waarvan hij weet of
redelijkerwijs kan vermoeden dat deze zijn gedaan door of aan een
geheimhouder, stelt hiervan de officier van justitie onverwijld in
kennis.
2. Indien de officier van justitie vaststelt dat de mededelingen,
bedoeld in het eerste lid, mededelingen zijn als bedoeld in artikel
126aa, tweede lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering,
beveelt hij terstond de vernietiging van de processen-verbaal en
andere voorwerpen, voorzover zij deze mededelingen behelzen. Het bevel
tot vernietiging is schriftelijk. Van de vernietiging wordt
proces-verbaal opgemaakt, dat wordt gezonden aan de officier van
justitie.
3. Indien de mededelingen, bedoeld in het eerste lid, zijn gedaan
door of aan een geheimhouder die als verdachte is aangemerkt, wint de
officier van justitie het oordeel in van een gezaghebbend lid van de
beroepsgroep waartoe de geheimhouder behoort, omtrent de vraag of de
mededelingen zijn aan te merken als mededelingen in de zin van artikel
126aa, tweede lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Indien de officier van justitie besluit af te wijken van het oordeel
van het gezaghebbende lid van de beroepsgroep, wordt dit besluit met
redenen omkleed.
Artikel 5
1. Indien het proces-verbaal is opgeslagen op een afzonderlijke
gegevensdrager, staat met de vernietiging van het proces-verbaal
gelijk het op zodanige wijze bewerken van de gegevensdrager dat de
gegevens die daaraan voor die bewerking konden worden ontleend, niet
meer kenbaar zijn.
2. Met vernietiging van een voorwerp staat gelijk het op zodanige
wijze bewerken van een voorwerp dat de gegevens die daaraan voor de
bewerking konden worden ontleend, niet meer kenbaar zijn.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bewaren en vernietigen
niet-gevoegde stukken.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 15 december 1999
BEATRIX
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Uitgegeven de drieëntwintigste december 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|
|