| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wetboek van
Strafvordering (Sv)
BESLUIT
BUITENGEWOON OPSPORINGSAMBTENAAR AFDELING
STADSTOEZICHT / INTEGRAAL TOEZICHT VAN DE
DIENST SEB VAN DE GEMEENTE MAASTRICHT
Tekst zoals deze geldt op
16 maart 2009
Regeling vervalt m.i.v. 11 juni 2011
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van de Minister van Justitie van 31 mei
2006, nr. 5419739/Justis/06, strekkende tot aanwijzing van flora- en
faunabeheerders bij de afdeling Stadstoezicht/Integraal Toezicht van de
Dienst Stadstoezicht Economie en Beheer (SEB) van de gemeente Maastricht
tot buitengewoon opsporingsambtenaar
De Minister
van Justitie;
Handelende in overeenstemming met de ministers
die het aangaat;
Gelezen het verzoek van de gemeente Maastricht
van 4 april 2006 en de daarbij gevoegde adviezen van de korpschef
van de regiopolitie Limburg-Zuid en de hoofdofficier van justitie te
Maastricht;
Gelet op:
- artikel 142, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, van
het Wetboek van Strafvordering;
- artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op
de economische delicten;
- het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
- de Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon
opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar:
de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen, werkzaam in de functie van flora- en faunabeheerder in
dienst van de afdeling Stadstoezicht/Integraal Toezicht van de Dienst
SEB van de gemeente Maastricht, zijn aangewezen als buitengewoon
opsporingsambtenaar.
Artikel 3
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is
bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (WED)
genoemde wetten alsmede de artikelen 26, 33 en 34 van de WED;
b. de Visserijwet 1963;
c. de Wet op de openluchtrecreatie;
d. de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en
zwemgelegenheden;
e. de Plantenziektenwet;
f. de Veewet;
g. de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
h. het Besluit gebruik meststoffen;
i. artikel 45 Luchtverkeersreglement;
j. het Binnenvaartpolitiereglement;
k. de Binnenschepenwet;
l. de Wegenverkeerswet 1994;
m. artikel 2 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (i.v.m.
onverzekerd crossen);
n. de artikelen 141, 157, 158, 161 t/m 163, 173, 173a, 173b, 179,
180, 184, 239, 266, 267, 284, 285, 310, 311, 314, 315, 350, 351, 351
bis, 352, 424 t/m 429, 430a, 435, onder ten vierde, 447e en 458
t/m 461 van het Wetboek van Strafrecht en
o. verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door
het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van het
Regionaal Overleg Integraal Toezicht (ROIT) Limburg Zuid.
Artikel 4
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is
bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor hij of zij is
beëdigd, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8,
eerste en derde lid, van de Politiewet 1993.
Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de
Ambtsinstructie voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de
buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de
uitoefening van zijn functie als flora- en faunabeheerder gebruik maken
van handboeien en een wapenstok.
Artikel 5
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 30 personen als buitengewoon
opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Artikel 6
1. Als toezichthouder van de buitengewoon
opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het
arrondissementsparket te Maastricht.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon
opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal
politiekorps Limburg-Zuid.
Artikel 7
1. Het hoofd van de Afdeling
Stadstoezicht/Integraal Toezicht van de Dienst SEB van de gemeente
Maastricht brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan
voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op
31 december werkzaam was binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte
activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die
buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt
aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het
door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen
in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2. Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder
en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit,
alsmede aan het Ministerie van Justitie, dienst Justis, afd. IBB/BOA,
Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
De individuele akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de
overige benoemingsbescheiden van de buitengewoon opsporingsambtenaren
die in dienst zijn van de afdeling Stadstoezicht/Integraal Toezicht van
de Dienst SEB van de gemeente Maastricht, worden voor de duur van hun
geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten
en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het
onderhavige besluit.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en
vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon
opsporingsambtenaar Afdeling Stadstoezicht/Integraal Toezicht van de
Dienst SEB van de gemeente Maastricht.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 31 mei 2006.
De Minister van Justitie,
namens deze,
de coördinator Buitengewoon Opsporingsambtenaar,
G.V.A. van Raaij.
|
|
|