| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wetboek van
Strafvordering (Sv)
BESLUIT
BUITENGEWOON OPSPORINGSAMBTENAAR RIJKSWATERSTAAT 2005
Tekst zoals deze geldt op
16 maart 2009
Regeling vervalt m.i.v. 8 november 2010
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van de Minister van Justitie van 3 november
2005, nr. 5384385/505/CBK, houdende de aanwijzing van buitengewoon
opsporingsambtenaren bij Rijkswaterstaat
De Minister
van Justitie;
Handelend in overeenstemming met de Minister
van Verkeer en Waterstaat;
Gelezen het verzoek van de Directeur-Generaal
Rijkswaterstaat van 5 oktober 2005;
Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en
onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten juncto artikel
142, eerste lid, onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering,
artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 25,
vijfde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en het Besluit
buitengewoon opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar:
de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
1. De ambtenaar, werkzaam bij het
Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat van het ministerie van Verkeer en
Waterstaat die daadwerkelijk is belast met handhaving van wet- en
regelgeving, is aangewezen tot buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. Op grond van dit besluit kunnen maximaal 430 personen als
buitengewoon opsporingsambtenaar zijn beëdigd.
Artikel 3
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is
bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of
krachtens
a. de wetten, genoemd in artikel 1a van de Wet op de economische
delicten;
b. de Binnenschepenwet, de Ontgrondingenwet, de Waterstaatswet
1900, de Scheepvaartverkeerswet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
de Wet op de waterhuishouding en de Herziene Rijnvaartakte;
c. andere wetten, indien en voor zover hij in een concreet
opsporingsonderzoek door een officier van Justitie daarmee wordt
belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar is tevens bevoegd tot het
opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens het Wetboek
van Strafrecht, voor zover deze strafbare feiten verband houden met de
opsporing van strafbare feiten op basis van de in het eerste lid
genoemde wetten.
3. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van
Nederland en daarbuiten voor zover de rechtsmacht van Nederland strekt.
Artikel 4
1. Als toezichthouder voor de
buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van
justitie van het arrondissement Den Haag.
2. Als direct toezichthouder is aangewezen de korpschef van het
Korps landelijke politiediensten.
Artikel 5
De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat brengt jaarlijks, vóór 1
april, over het voorafgaande jaar, aan de Minister van Justitie verslag
uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij het
Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat op 31 december van het
voorafgaande jaar;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte
opsporingsactiviteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die
buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt
aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor
het door de Minister goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat
jaar daarvoor zijn geslaagd;
d. het aantal klachten dat tegen de buitengewoon
opsporingsambtenaren is ingediend en de aard van die klachten.
Artikel 6
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Rijkswaterstaat 1995 (Stcrt.
1995, 215) wordt ingetrokken.
Artikel 7
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de
legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige
benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 6
genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover
nader zal zijn beslist, geacht akten en legitimatiebewijzen of overige
benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit
te zijn.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 8 november 2005 en
vervalt op 8 november 2010.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon
opsporingsambtenaren Rijkswaterstaat 2005.
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant
geplaatst.
Den Haag, 3 november 2005.
De Minister van Justitie,namens deze,
hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden,
R.R. Joesoef Djamil.
|
|
|