| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wetboek van
Strafvordering (Sv)
BESLUIT
KENNISGEVING GERECHTELIJKE MEDEDELINGEN
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 17 oktober 2005, houdende nadere regels
betreffende de kennisgeving van gerechtelijke mededelingen in strafzaken
(Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie van 16 september 2005, nr.
5374604/05/6;
Gelet op de artikelen 532, 588, eerste lid,
onderdeel a, en vierde lid, en 588a, vijfde lid, van het
Wetboek van Strafvordering;
De Raad van State gehoord (advies van 5 oktober
2005, nr. W03.05.0410/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie van 10 oktober 2005, nr. 5379369/05/6;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder de wet: het Wetboek van Strafvordering.
Artikel 2
1. De in artikel 588, eerste lid, onderdeel a, van de wet bedoelde
uitreiking in persoon geschiedt mede ingeval aan een verdachte een
dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting of nadere
terechtzitting te verschijnen wordt betekend en aan deze persoon
blijkens raadpleging van de strafrechtsketendatabank anders dan in
verband met de strafzaak waarop de mededeling betrekking heeft, in
Nederland rechtens zijn vrijheid is ontnomen dan wel aan deze persoon
ingevolge een machtiging als bedoeld in artikel 28 van de Wet
administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften in
Nederland rechtens zijn vrijheid is ontnomen. Dit vereiste geldt niet
indien de strafzaak wordt vervolgd voor de kantonrechter.
2. Uitreiking in persoon geschiedt voorts ingeval aan een persoon
ingevolge artikel 511b van de wet een vordering van het openbaar
ministerie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
wordt betekend en aan deze persoon blijkens raadpleging van de
strafrechtsketendatabank in Nederland rechtens zijn vrijheid is
ontnomen.
Artikel 3
1. Voor de uitreiking aan de griffier, bedoeld in de artikelen 531
en 588, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, en derde lid, onderdeel c,
van de wet, kan in bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen
worden volstaan met toezending van de mededeling of een afschrift van
de mededeling aan de desbetreffende griffie.
2. Degene die namens het openbaar ministerie met de uitreiking is
belast tekent op de akte van uitreiking, bedoeld in artikel 589 van de
wet, aan dat is gehandeld overeenkomstig het eerste lid, alsmede de
griffie waaraan en de dag waarop de mededeling of het afschrift is
verzonden.
Artikel 4
1. Indien op het in de gerechtelijke mededeling vermelde adres een
schriftelijk bericht als bedoeld in artikel 588, derde lid, onderdeel
b, van de wet wordt achtergelaten, wordt het gerechtelijk schrijven op
de in dat bericht vermelde plaats bewaard gedurende de eerstvolgende
zeven dagen na de dag van aanbieding.
2. Op de in het eerste lid bedoelde termijn is de Algemene
termijnenwet niet van toepassing.
Artikel 5
Artikel 588a van de wet is van overeenkomstige toepassing ingeval aan
een persoon ingevolge artikel 511b van de wet een vordering van het
openbaar ministerie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van
Strafrecht wordt betekend.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de
Wet van 23 maart 2005 tot wijziging en aanvulling van een aantal
bepalingen in het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot de
betekening van gerechtelijke mededelingen in strafzaken (Stb.
2005, 175) in werking treedt.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kennisgeving gerechtelijke
mededelingen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 17 oktober 2005
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de twintigste oktober 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|