| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet algemene
bepalingen burgerservicenummer (Wabb)
BESLUIT
BURGERSERVICENUMMER
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
BESLUIT van 30 oktober 2007, houdende regels ter
uitvoering van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Besluit
burgerservicenummer)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en
Koninkrijksrelaties van 17 oktober 2006, nr. 2006-0000339264, CS/CZW;
Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 4, 6, 8,
vijfde lid, 16, 18, derde lid, en 21, vierde lid, van de Wet algemene
bepalingen burgerservicenummer en de artikelen 5, 6, eerste lid, 34,
vierde lid, 35, achtste lid, 59, tweede lid, 91, 99 en 114, vijfde lid,
van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
De Raad van State gehoord (advies van 15
november 2006, nr. W04.06.0456/I);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15
oktober 2007, nr. 2007-0000370830, STAF/CZW/WVOB;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
b. systeembeschrijving: de systeembeschrijving, bedoeld in
artikel 2;
c. geautomatiseerde systeem van het college van burgemeester en
wethouders: het geautomatiseerde systeem waarmee het college van
burgemeester en wethouders uitvoering geeft aan het bepaalde in en
krachtens artikel 8, vierde en vijfde lid, van de wet;
d. geautomatiseerde systeem van de gebruiker: het
geautomatiseerde systeem waarmee de gebruiker uitvoering geeft aan
de regels, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet.
Hoofdstuk 2. De beheervoorziening
Paragraaf 1. Inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van
de beheervoorziening
Artikel 2
Bij ministeriėle regeling wordt een systeembeschrijving vastgesteld.
Artikel 3
De systeembeschrijving bevat een beschrijving van:
a. de hoofdlijnen van de inrichting van de beheervoorziening;
b. de wijze waarop nummers worden aangemaakt en ter beschikking
gesteld aan het college van burgemeester en wethouders,
onderscheidenlijk de rijksbelastingdienst, teneinde als
burgerservicenummer, onderscheidenlijk als sociaal-fiscaalnummer, te
worden toegekend;
c. de wijze waarop gegevens in het nummerregister worden
opgenomen;
d. de gevallen waarin en de wijze waarop gegevens in het
nummerregister worden gewijzigd of uit het nummerregister worden
verwijderd;
e. de uitwisseling van gegevens, die verband houdt met de
bijhouding van het nummerregister;
f. de inrichting en werking van de voorzieningen, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onder c, d en e, van de wet, met inbegrip van
de gegevens die worden uitgewisseld tussen de beheervoorziening en
de registraties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, van de
wet, onderscheidenlijk tussen de beheervoorziening en de
rijksbelastingdienst, en de wijze waarop die gegevensuitwisselingen
plaatsvinden;
g. de wijze waarop de beheervoorziening het geautomatiseerde
systeem van een gebruiker, een college van burgemeester en
wethouders of de rijksbelastingdienst in staat stelt, aan te sluiten
op de beheervoorziening, alsmede van de beveiliging van de
aansluiting op de beheervoorziening;
h. de gevallen waarin en de wijze waarop aantekening wordt
gehouden van het gebruik dat van de beheervoorziening wordt gemaakt;
i. de hoofdlijnen van het beheer van de beheervoorziening.
Artikel 4
Onze Minister draagt zorg dat de beheervoorziening functioneert op
een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 5
1.Onze Minister draagt zorg voor de nodige maatregelen van
technische en organisatorische aard ter beveiliging van de in het
nummerregister opgenomen gegevens tegen verlies of aantasting van deze
gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, opneming, wijziging,
verwijdering of verstrekking van deze gegevens.
2.Onze Minister draagt zorg voor de nodige maatregelen van
technische en organisatorische aard ter beveiliging van de
beheervoorziening tegen onbevoegd gebruik en belemmering van de goede
werking van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de
wet.
3.De maatregelen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, hebben
ten minste betrekking op:
a. de personen die werkzaam zijn voor Onze Minister;
b. de toegang tot de beheervoorziening, met inbegrip van de
verbindingen met de beheervoorziening;
c. de toegang tot gebouwen en ruimten waar de beheervoorziening
of onderdelen daarvan aanwezig zijn;
d. de apparatuur en de programmatuur van de beheervoorziening;
e. de gegevens en het beheer van de gegevens die in de
beheervoorziening zijn opgenomen;
f. het geval dat de geheimhouding van de in het nummerregister
opgenomen gegevens is geschaad;
g. het voorkomen van calamiteiten en het afhandelen daarvan.
Paragraaf 2. Het nummerregister
Artikel 6
Het nummerregister bevat met betrekking tot de nummers die daarin
zijn opgenomen op grond van de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder
a, en 22, tweede lid, van de wet, de administratieve gegevens die zijn
vermeld in bijlage 1 bij dit besluit.
Artikel 7
De rijksbelastingdienst verstrekt aan Onze Minister de inlichtingen
betreffende sociaal-fiscale nummers, die van belang zijn voor de
bijhouding van het nummerregister.
Hoofdstuk 3. De aansluiting op en het gebruik van de
beheervoorziening
Paragraaf 1. De aansluiting op de beheervoorziening
Artikel 8
Een gebruiker die is aangesloten op de beheervoorziening draagt er
zorg voor dat de verbinding van zijn geautomatiseerde systeem met de
beheervoorziening en de uitwisseling van gegevens tussen zijn
geautomatiseerde systeem en de beheervoorziening functioneren op een
wijze die overeenstemt met hetgeen daarover in de systeembeschrijving is
vastgelegd.
Artikel 9
1.De verantwoordelijke voor een registratie als bedoeld in artikel
3, eerste lid, onder d, van de wet draagt er zorg voor dat zijn
geautomatiseerde systeem ten behoeve van de uitwisseling van gegevens
tussen hem en Onze Minister functioneert op een wijze die overeenstemt
met hetgeen daarover in de systeembeschrijving is vastgelegd.
2.Een college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor
dat zijn geautomatiseerde systeem ten behoeve van de uitwisseling van
gegevens tussen het college en Onze Minister in verband met de
toekenning van burgerservicenummers functioneert op een wijze die
overeenstemt met hetgeen daarover in de systeembeschrijving is
vastgelegd.
3.De rijksbelastingdienst draagt er zorg voor dat zijn
geautomatiseerde systeem ten behoeve van de uitwisseling van gegevens
tussen deze dienst en Onze Minister in verband met de bijhouding van
het nummerregister en de toekenning van burgerservicenummers
functioneert op een wijze die overeenstemt met hetgeen daarover in de
systeembeschrijving is vastgelegd.
Paragraaf 2. De verstrekking van gegevens in verband met de
toekenning van burgerservicenummers
Artikel 10
Onze Minister deelt desgevraagd aan een college van burgemeester en
wethouders in verband met de uitvoering van artikel 8 van de wet mede of
een door het college opgegeven nummer een burgerservicenummer, een
sociaal-fiscaalnummer dan wel geen van beide is.
Artikel 11
1.Onze Minister verstrekt op verzoek aan een college van
burgemeester en wethouders in verband met de uitvoering van artikel 8
van de wet de gegevens die zijn vermeld in bijlage 2, onderdelen A en
B.
2.Uit de GBA, onderscheidenlijk door de rijksbelastingdienst,
worden aan Onze Minister de gegevens verstrekt, die hij nodig heeft in
verband met de uitvoering van het eerste lid.
Artikel 12
1. Onze Minister verstrekt aan een college van burgemeester en
wethouders op verzoek in verband met de uitvoering van artikel 8 van
de wet over een Nederlands document als bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onder 1°, 2° of 4°, van de Wet op de identificatieplicht, met
behulp waarvan een persoon zich identificeert:
a. de mededeling of ten aanzien van het desbetreffende document
is geregistreerd dat het niet in het verkeer behoort te zijn, dan
wel
b. een ander gegeven waaruit de geldigheid of ongeldigheid van
het document kan worden afgeleid.
2. Uit het basisregister reisdocumenten, bedoeld in artikel 4a van
de Paspoortwet, het register betreffende de afgifte van rijbewijzen,
bedoeld in artikel 126 van de Wegenverkeerswet 1994, en door Onze
Minister van Justitie worden aan Onze Minister de gegevens verstrekt,
die hij nodig heeft in verband met de uitvoering van het eerste lid.
Paragraaf 3. De verstrekking van gegevens aan gebruikers
Artikel 13
Onze Minister deelt op verzoek van een gebruiker in verband met de
uitvoering van artikel 14 van de wet mede of het door de gebruiker
opgegeven nummer een burgerservicenummer is.
Artikel 14
1.Aan een gebruiker worden op verzoek in verband met de uitvoering
van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet de
gegevens verstrekt, die zijn vermeld in bijlage 3.
2.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt door
Onze Minister, indien de gebruiker bij zijn verzoek gebruik maakt van
de beheervoorziening.
3.Uit de GBA worden aan Onze Minister de gegevens verstrekt, die
hij nodig heeft in verband met de uitvoering van het tweede lid.
Artikel 15
1. Aan een gebruiker wordt op verzoek in verband met de uitvoering
van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet medegedeeld:
a. of ten aanzien van het desbetreffende document is
geregistreerd dat het niet in het verkeer behoort te zijn, dan wel
b. een ander gegeven waaruit de geldigheid of ongeldigheid van
het document kan worden afgeleid.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, worden
verstrekt door Onze Minister, indien de gebruiker bij zijn verzoek
gebruik maakt van de beheervoorziening.
3. Uit het basisregister reisdocumenten, bedoeld in artikel 4a van
de Paspoortwet, het register betreffende de afgifte van rijbewijzen,
bedoeld in artikel 126 van de Wegenverkeerswet 1994, en door Onze
Minister van Justitie worden aan Onze Minister de gegevens verstrekt,
die hij nodig heeft in verband met de uitvoering van het tweede lid.
Hoofdstuk 4. Transparantie en controle
Artikel 16
Bij ministeriėle regeling kunnen nadere regels worden gesteld
omtrent de wijze waarop de inlichtingen, bedoeld in artikel 18, tweede
lid, van de wet, worden verstrekt.
Artikel 17
Het onderzoek, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, leidt
tot een oordeel over:
a. de volledigheid, begrijpelijkheid en juistheid van de
beschrijving van de inrichting, werking en beveiliging van de
beheervoorziening, gelet op de geldende regelgeving;
b. de mate waarin de beheervoorziening functioneert
overeenkomstig de onder a bedoelde beschrijving.
Hoofdstuk 5. Wijziging van het besluit gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens
Artikel 18
[Wijzigt het Besluit gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens]
Artikel 19
[Wijzigt het Wijzigingsbesluit Besluit gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens (invoering verstrekkingsvoorziening)]
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 20
Het Besluit burgerservicenummer treedt in werking op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met uitzondering van artikel 19,
aanhef en onder 1, dat in werking treedt met ingang van de dag na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het Besluit
burgerservicenummer wordt geplaatst. Indien het Staatsblad waarin
dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 november 2007, treedt
artikel 19, aanhef en onder 1, in werking met ingang van de dag na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit wordt
geplaatst en werkt het terug tot en met 2 november 2007.
Artikel 21
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit burgerservicenummer.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 30 oktober 2007
BEATRIX
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties,
A.Th.B. Bijleveld-Schouten
Uitgegeven de vijftiende november 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Bijlage 1, behorende bij
artikel 6 van het Besluit burgerservicenummer
De administratieve gegevens in het nummerregister
In het nummerregister worden over de daarin opgenomen nummers de
volgende administratieve gegevens opgenomen:
a. de datum waarop het nummer is aangemaakt;
b. de status van het nummer;
c. het orgaan waaraan het nummer ter beschikking is gesteld;
d. de datum waarop het nummer ter beschikking is gesteld;
e. het orgaan dat het nummer heeft toegekend;
f. de datum waarop het nummer is toegekend;
g. het orgaan dat het nummer uit het verkeer heeft genomen;
h. de datum waarop het nummer uit het verkeer is genomen;
i. het type registratie waarin gegevens omtrent het nummer zijn
opgenomen.
Bijlage 2, behorende bij artikel 11 van het Besluit
burgerservicenummer
A. Gegevens met behulp waarvan kan worden vastgesteld of aan een
persoon reeds een burgerservicenummer is toegekend, en zo ja, welk
nummer aan de betrokken persoon is toegekend
a. het burgerservicenummer;
b. geslachtsnaam;
c. voornamen;
d. adellijke titel of predikaat;
e. geboortedatum;
f. geboorteplaats;
g. geboorteland;
h. geslacht;
i. nationaliteit of nationaliteiten, dan wel een aanduiding dat
de betrokkene geen nationaliteit bezit, een aanduiding dat de
nationaliteit van de betrokkene niet kan worden vastgesteld, de
aantekening dat op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het
Nederlanderschap is vastgesteld dat de betrokkene niet de
Nederlandse nationaliteit bezit, of de aantekening dat de betrokkene
op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als
Nederlander behandeld wordt;
j. datum overlijden;
k. omschrijving reden opschorting;
l. aanduiding omtrent niet-verstrekking aan derden op grond van
artikel 102 van de Wet gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens;
m. gemeente van inschrijving;
n. adresgegevens;
o. vorig land van verblijf;
p. datum vertrek uit Nederland;
q. aanduiding gegevens in onderzoek;
r. datum ingang onderzoek;
s. orgaan waarvan de gegevens zijn betrokken;
t. aanduiding van de mate waarin de gegevens overeenkomen met de
gevraagde gegevens.
B. Gegevens met behulp waarvan kan worden vastgesteld of aan een
persoon reeds een sociaal-fiscaalnummer is toegekend, en zo ja, welk
nummer aan de betrokken persoon is toegekend
a. het sociaal-fiscaalnummer;
b. geslachtsnaam;
c. voornamen of voorletters;
d. adellijke titel of predicaat;
e. geboortedatum;
f. geslacht
g. adresgegevens;
h. woonplaats;
i. land;
j. emigratiedatum;
k. orgaan waarvan de gegevens zijn betrokken;
l. aanduiding van de mate waarin de gegevens overeenkomen met de
gevraagde gegevens.
Bijlage 3, behorende bij artikel 14 van het Besluit
burgerservicenummer
De gegevens die aan een gebruiker worden verstrekt te beantwoording
van:
1. de vraag of aan een bepaalde persoon een burgerservicenummer
is toegekend en zo ja, welk burgerservicenummer is toegekend en
2. de vraag aan welke persoon een bepaald burgerservicenummer is
toegekend
a. het burgerservicenummer;
b. geslachtsnaam;
c. voornamen;
d. adellijke titel of predikaat;
e. geboortedatum;
f. geboorteplaats;
g. geboorteland;
h. geslacht;
i. datum overlijden;
j. aanduiding gegevens in onderzoek;
k. datum ingang onderzoek;
l. omschrijving reden opschorting;
m. aanduiding omtrend niet-verstrekking aan derden op grond
van artikel 102 van de Wet gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens, waarbij uitsluitend wordt aangegeven of er
sprake is van een dergelijke aanduiding of niet.
Tenzij sprake is van een aanduiding omtrent niet-verstrekking van
gegevens aan derden op grond van artikel 102 van de Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, worden voorts de
volgende gegevens verstrekt:
n. gemeente van inschrijving;
o. adresgegevens.
|
|
|