BESLUIT van 11 december 2008, houdende regels inzake
de kwaliteit en integriteit van beëdigde tolken en vertalers (Besluit
beëdigde tolken en vertalers)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van Onze Minister van Justitie van 15 juli 2008, nr. 5554808/08/6;
Gelet op de artikelen 2, vierde en vijfde lid,
3, 4, vijfde lid, 8, vierde lid, 16, vierde lid, van de Wet beëdigde
tolken en vertalers;
De Raad van State gehoord (advies van
20 augustus 2008, nr. W03.08.0302/II);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Justitie van 4 december 2008, nr. 5576160;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet beëdigde tolken en vertalers;
b. commissie: de commissie beëdigde tolken en vertalers,
bedoeld in artikel 2;
c. klachtencommissie: de klachtencommissie, bedoeld in
artikel 16, tweede lid, van de wet.
Hoofdstuk 2. De commissie beëdigde tolken en vertalers
Artikel 2
1. Er is een commissie beëdigde tolken en vertalers.
2. De commissie is belast met de volgende taken:
a. het adviseren over de aanwijzing van onafhankelijke deskundigen
als bedoeld in artikel 8, tweede lid;
b. het adviseren over opleidingen als bedoeld in artikel 11,
onderdeel b;
c. het adviseren over de competenties, genoemd in artikel 3 van de
wet.
3. De commissie bestaat uit maximaal vijf leden, waaronder de
voorzitter.
Artikel 3
1. Onze Minister benoemt de voorzitter en de overige leden van
de commissie voor een periode van vier jaren.
2. Een lid kan voor een periode van ten hoogste vier jaren worden
herbenoemd.
3. Onze Minister kan een lid op diens schriftelijk verzoek
tussentijds ontslag verlenen.
4. Onze Minister kan een lid ontslag verlenen bij ziekte dan wel
wegens zwaarwichtige redenen zoals ongeschiktheid voor de functie of
onverenigbaarheid van functies en belangen.
5. Van een vacature en van besluiten tot benoeming, herbenoeming
of ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 4
1. De leden van de commissie ontvangen vacatiegelden op basis
van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het
ministerie van Justitie geldende bepalingen.
2. De leden ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten
overeenkomstig het Reisbesluit binnenland.
Hoofdstuk 3. De aanvraag tot inschrijving
Artikel 5
Voor de aanvraag tot inschrijving in het register wordt gebruik
gemaakt van een daartoe ter beschikking gesteld formulier.
Artikel 6
1. Bij de aanvraag tot inschrijving of verlenging worden, naast
het ingevulde en ondertekende formulier, in elk geval de volgende
bescheiden verstrekt:
a. de verklaring omtrent het gedrag, genoemd in artikel 4, tweede
lid, van de wet;
b. het getuigschrift, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel
a;
c. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
d. een goed gelijkende pasfoto; en
e. een document waaruit blijkt dat verzoeker, indien relevant, in
Nederland mag verblijven en werken.
2. In plaats van het origineel van het getuigschrift, bedoeld in
artikel 8, eerste lid, onderdeel a of b, kan ook een gewaarmerkte kopie
worden overgelegd.
Artikel 7
1. Voor de behandeling van de aanvraag tot inschrijving in het
register is de verzoeker een bedrag van € 125,– verschuldigd.
2. Voor de behandeling van de aanvraag tot verlenging van de
inschrijving in het register is de verzoeker een bedrag van € 75,–
verschuldigd.
3. Indien een verzoeker een aanvraag tot inschrijving of
verlenging indient voor zowel tolk als vertaler of voor meer dan één
bron- of doeltaal, is slechts eenmaal het betrokken bedrag verschuldigd.
4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke
gevallen vrijstelling van het eerste en tweede lid kan worden verleend.
Hoofdstuk 4. Inschrijving in het register
Artikel 8
1. Een tolk of vertaler wordt in het register ingeschreven,
indien hij voldoet aan een of meer van de volgende eisen:
a. hij beschikt over een of meer van de volgende getuigschriften
waaruit blijkt dat hij met goed gevolg het examen heeft afgelegd ter
afsluiting van een opleiding tot tolk of vertaler als bedoeld in de
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek:
1°. een getuigschrift waaruit blijkt dat het recht is verkregen
om de titel baccalaureus te voeren;
2°. een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Bachelor is
verleend; of
3°. een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Master is
verleend;
b. hij kan anderszins aantonen te voldoen aan de wettelijke
competenties.
2. Onze Minister kan onafhankelijke deskundigen aanwijzen die
taal- en cultuurtoetsen kunnen afnemen waarmee tolken en vertalers
kunnen aantonen dat ze beschikken over de desbetreffende wettelijke
competenties.
3. Een tolk of vertaler op wie het overgangsrecht van artikel 37
van de wet van toepassing is, wordt in het register ingeschreven.
Artikel 9
1. Op verzoek van een tolk of vertaler worden met het oog op
diens veiligheid bepaalde gegevens uit het register of uit de lijst,
bedoeld in artikel 2, derde lid, van de wet, niet openbaar gemaakt.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
omtrent het eerste lid.
Artikel 10
1. Bij de inschrijving in het register worden van een tolk of
vertaler ten minste de volgende gegevens opgenomen:
– de naam;
– de voornaam of voornamen;
– de contactgegevens;
– de aanduiding of betrokkene tolk of vertaler is;
– het geslacht;
– de geboortedatum;
– de nationaliteit; en
– de bron- en de doeltaal dan wel de bron- en de doeltalen.
2. Indien een tolk of vertaler schriftelijk aantoont over overige
specifieke bekwaamheden te beschikken, kunnen deze bekwaamheden op diens
verzoek in het register worden vermeld.
Hoofdstuk 5. Verlenging van de inschrijving
Artikel 11
De inschrijving van een beëdigde tolk of vertaler wordt verlengd,
indien schriftelijk is aangetoond:
a. dat hij ten minste tien professionele werkopdrachten als
beëdigde tolk of vertaler heeft verricht; en
b. dat hij door middel van een door Onze Minister aangewezen
opleiding zijn vakbekwaamheid heeft onderhouden.
Artikel 12
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen een
inschrijving kan worden verlengd hoewel niet wordt voldaan aan artikel
11.
Artikel 13
Onze Minister kan een opleiding als bedoeld in artikel 11, onderdeel
b, aanwijzen, indien deze ten minste voldoet aan de volgende criteria:
a. de opleiding is gericht op verhoging van de kwaliteit van de
beroeps- en praktijkuitoefening op vakinhoudelijk gebied en de
kwaliteit van de dienstverlening van de beëdigde tolk of vertaler;
en
b. de opleiding wordt gegeven door docenten met praktijkervaring.
Artikel 14
1. Bij een verzoek tot aanwijzing van een opleiding als bedoeld
in artikel 11, onderdeel b, worden ten minste de namen van de docenten
en hun ervaring opgegeven en wordt het studiemateriaal overgelegd.
2. Onze Minister beslist binnen twee maanden na ontvangst op een
verzoek tot aanwijzing van een opleiding.
Hoofdstuk 6. De klachtencommissie
Artikel 15
1. De klachtencommissie, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van
de wet, bestaat uit ten minste drie leden en maximaal acht leden,
waaronder ten minste de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter.
2. Er kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd.
3. De artikelen 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
klachtencommissie.
Artikel 16
1. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn jurist.
2. De in het eerste lid genoemde leden zijn niet werkzaam als
tolk of vertaler, noch werkzaam bij een organisatie van tolken of
vertalers of bij een onderneming die tolken of vertalers in dienst
heeft, noch aangesteld bij het Ministerie van Justitie.
Artikel 17
1. De klachtencommissie behandelt een klacht tegen een
beëdigde tolk in een kamer, ten minste bestaande uit de voorzitter of
een plaatsvervangend voorzitter, een lid dat geen tolk of vertaler is,
en een lid dat beëdigd tolk is.
2. De klachtencommissie behandelt een klacht tegen een beëdigde
vertaler in een kamer, ten minste bestaande uit de voorzitter of een
plaatsvervangend voorzitter, een lid dat geen tolk of vertaler is, en
een lid dat beëdigde vertaler is.
Artikel 18
De klachtencommissie stelt een reglement op ter regeling van haar
werkwijze.
Artikel 19
1. De klachtencommissie stelt jaarlijks een openbaar verslag
op, waarin ten minste het aantal en de aard van de door haar
behandelde klachten wordt aangegeven.
2. De klachtencommissie zendt het verslag voor 1 april van het
daaropvolgende kalenderjaar aan Onze Minister.
Artikel 20
De artikelen 1 tot en met 41 van de wet en dit besluit treden in
werking met ingang van 1 januari 2009.
Artikel 21
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beëdigde tolken en
vertalers.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 11 december 2008
BEATRIX
De Staatssecretaris van Justitie,
N. Albayrak
Uitgegeven de tweeëntwintigste december 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin