| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet beëdigde tolken
en vertalers
REGELING
AANWIJZING BEWERKER EN MANDAAT REGISTER
BEËDIGDE TOLKEN EN VERTALERS
Tekst zoals deze geldt op
17 januari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
REGELING van de Staatssecretaris van Justitie van
9 december, nr. 5577676/08, houdende aanwijzing tot bewerker
en verlening van mandaat en machtiging van de Minister van Justitie aan
de raad voor rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch betreffende het
register beëdigde tolken en vertalers (Regeling aanwijzing bewerker en
mandaat register beëdigde tolken en vertalers)
De
Staatssecretaris van Justitie;
Gelet op de artikelen 10:3, 10:4, eerste lid,
10:5, tweede lid,10:9 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en
artikel 2, tweede en derde lid, van de Wet beëdigde tolken en
vertalers;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: de Minister van Justitie;
b. raad: de raad voor rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch;
c. Wet: de Wet beëdigde tolken en vertalers;
d. Besluit: het Besluit beëdigde tolken en vertalers;
e. lijst: de lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, van
de Wet.
§ 2. Aanwijzen bewerker register en
bijhouder lijst
Artikel 2
1. De raad wordt op grond van artikel 2,
tweede lid, van de Wet aangewezen als de instelling die het register
bewerkt.
2. De raad wordt op grond van artikel 2, derde lid, van de Wet
aangewezen als de instelling die de lijst bijhoudt.
§ 3. Mandaat en machtiging raad
Artikel 3
1. Aan de raad wordt mandaat en
machtiging verleend ten aanzien van de aan de Minister toekomende
bevoegdheden en handelingen betreffende de aangelegenheden, bedoeld in
de Wet en het Besluit, met uitzondering van de bevoegdheden en
handelingen, bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, 4, vijfde lid, 16,
vierde lid, 28, tweede lid, en 34 van de Wet en artikelen 7, vierde lid,
9 tweede lid en 12 van het Besluit.
2. Het krachtens het eerste lid verleende mandaat en de
machtiging kunnen verder worden doorgegeven aan onder de raad
ressorterende functionarissen.
Artikel 4
1. Aan de raad wordt mandaat en machtiging verleend om bezwaar
en beroep te behandelen als bedoeld in de hoofdstukken 6, 7 en 8 van
de Algemene wet bestuursrecht en klachten te behandelen als bedoeld in
titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Het krachtens het eerste lid verleende mandaat en de
machtiging kunnen verder worden doorgegeven aan onder de raad
ressorterende functionarissen, waarbij niet wordt toegestaan dat
functionarissen besluiten nemen in bezwaar of klachten behandelen over
besluiten of gedragingen waarbij zij zelf betrokken zijn geweest.
Artikel 5
1. Aan de raad wordt mandaat en machtiging verleend om
besluiten te nemen en andere handelingen te verrichten betreffende
verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet
bescherming persoonsgegevens.
2. Het krachtens het eerste lid verleende mandaat en de
machtiging kunnen verder worden doorgegeven aan onder de raad
ressorterende functionarissen, tenzij het een besluit betreft dat
belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan
hebben.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 6
Ingetrokken worden:
a. De regeling van 29 mei 2008, houdende verlening mandaat
en machtiging inzake bezwaar en beroep betreffende het
kwaliteitsregister tolken en vertalers aan de Raad voor
rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch;
b. De tijdelijke regeling van 13 mei 2003 houdende
machtiging van de Raad voor rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch tot
het beheer van het landelijk kwaliteitsregister tolken en vertalers.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2009.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing bewerker en
mandaat register beëdigde tolken en vertalers.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Justitie,
N. Albayrak.
|
|
|