St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (WBP)

 

BESLUIT  VASTSTELLING  GEMIDDELD  PREMIEPERCENTAGE  WERKLOOSHEIDSWET  EN  ZIEKTEWET

Tekst zoals deze geldt op 11 maart 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
 

 

 
BESLUIT van 23 juli 1987

 

     WIJ BEATIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 3 juni 1987 Directie Verzetsdeelnemers en Vervolgden, nr. 10038;
     Gelet op artikel 19a, derde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, artikel 36, derde lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, artikel 32, derde lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, artikel 43, derde lid, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet en artikel 26, derde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945;
     Gehoord de Buitengewone Pensioenraad, de Uitkeringsraad, de Stichting 1940-1945, de Stichting Joods Maatschappelijk Werk, de Stichting Pelita, en de Commissie Indisch Verzet;
     De Raad van State gehoord (advies van 6 juli 1987, nr. W13.87.0252);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 16 juli 1987, DVV/WJZ/U-10305;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

Voor de toepassing van

a. artikel 19a, eerste lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1986, 386);

b. artikel 36, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Stb. 1986, 575);

c. artikel 32, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Stb. 1986, 576);

d. artikel 43, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Stb. 1986, 360);

e. artikel 26, eerste lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1984, 94);

wordt het deel van de premie op grond van de Werkloosheidswet, dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds, vastgesteld op een gemiddeld percentage van 0,5 en de premie op grond van de Ziektewet vastgesteld op een gemiddeld percentage van 1,2.

Artikel 2

Het Koninklijk besluit van 3 april 1980, Stb. 1980, 201, wordt ingetrokken.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1987.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

 

Tavarnelle, 23 juli 1987

 

BEATRIX

 

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur a.i.,
C.P. van Dijk

 

Uitgegeven de vierentwintigste september 1987
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes

 

 

 

 

    
 

x

   

home | WBP | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x