| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet Centraal Orgaan
opvang asielzoekers
REGELING
OPVANG ASIELZOEKERS (ROA)
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
Zie ook normbedragen ROA
|
|
|
De Minister van
Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
Overwegende dat het met het oog op de invoering
van een gewijzigd opvangmodel en met het oog op de wijziging van de
vreemdelingencirculaire, strekkende tot invoering van de
gedoogdenverklaring, wenselijk is de Regeling opvang asielzoekers (Stcrt.
1987, 75) te wijzigen;
Besluit:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister:
de Minister van Justitie;
b. asielaanvraag:
een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor
bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000;
c. asielzoeker:
een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland niet is
geweigerd en door wie of ten behoeve van wie een asielaanvraag is
ingediend;
d. kind:
een persoon, jonger dan 21 jaar, die niet samenwoont met een
(huwelijks)partner en die een (stief)kind is van de asielzoeker dan
wel met de asielzoeker in gezinsverband leeft en te zijnen laste
komt;
e. woonruimte:
1º. een besloten ruimte die bestemd en geschikt is voor
bewoning en voorzien is van een eigen toegang alsmede van alle
noodzakelijke woonfuncties;
2º. een kamer in een ruimte als beschreven onder 1° van dit
onderdeel.
2.Voor de toepassing van deze regeling wordt onder asielzoeker
tevens verstaan een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland niet
is geweigerd en die een verzoek heeft ingediend tot verlening van een
vergunning om in Nederland te verblijven ten behoeve van de
gezinshereniging met een asielzoeker aan wie met toepassing van deze
regeling opvang wordt geboden.
3.Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder ‘rechtmatig
verwijderbare vreemdeling’ een vreemdeling op wiens asielaanvraag in
eerste aanleg in negatieve zin is beslist, tenzij:
a. de uitzetting van betrokkene ingevolge de Vreemdelingenwet
2000 of een rechterlijke uitspraak achterwege dient te blijven, of
b. betrokkene in afwachting is van een rechterlijke uitspraak
op een binnen de vertrektermijn ingediend verzoek om voorlopige
voorziening tegen de beslissing dat de behandeling van het
beroepsschrift niet in Nederland mag worden afgewacht, tenzij dit
verzoek op grond van de Vreemdelingencirculaire 2000 niet hier te
lande mag worden afgewacht.
Artikel 1a
De indiening van een tweede of volgende asielaanvraag geeft geen
recht op opvang.
Artikel 2
Deze regeling heeft betrekking op een asielzoeker die niet beschikt
over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te
voorzien. Een asielzoeker wordt als zodanig aangemerkt indien hij in
aanmerking zou komen voor een periodieke normuitkering op grond van de
Wet werk en bijstand wanneer hem niet de verstrekkingen, bedoeld in
artikel 15, tweede lid, zouden worden geboden.
Artikel 3 [Vervallen per 01-04-2001]
Artikel 4
De in artikel 15, tweede lid, bedoelde verstrekkingen kunnen geheel
of gedeeltelijk aan een asielzoeker worden onthouden indien de
asielzoeker:
a. niet desgevraagd mededeling doet van op hem betrekking
hebbende gegevens die nodig zijn voor het realiseren van de opvang,
waaronder in elk geval zijn naam, geboortedatum, nationaliteit, land
van herkomst, gezinssamenstelling, vermogenspositie en de datum
waarop door of ten behoeve van hem een verzoek als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onder b, of tweede lid, is ingediend;
b. een hem overeenkomstig het bepaalde in artikel 22 in rekening
gebrachte tegemoetkoming in de kosten van opvang niet betaalt;
c. de door de gemeente ten behoeve van de opvang gestelde regels
niet naleeft;
d. ernstige overlast bezorgt aan asielzoekers die in dezelfde
woning zijn gehuisvest, aan omwonenden of aan personen die werkzaam
zijn in het centrum dan wel betrokken zijn bij de opvang in de
gemeente.
Hoofdstuk II. Opvang in een centrum
Artikel 5 [Vervallen per 01-04-2001]
Artikel 6 [Vervallen per 01-04-2001]
Artikel 7 [Vervallen per 01-04-2001]
Artikel 8 [Vervallen per 01-04-2001]
Artikel 9 [Vervallen per 01-04-2001]
Artikel 10 [Vervallen per 01-04-2001]
Artikel 11 [Vervallen per 01-04-2001]
Artikel 12 [Vervallen per 01-04-2001]
Artikel 13 [Vervallen per 01-04-2001]
Hoofdstuk III. Met gemeenten te sluiten overeenkomsten
Artikel 14
1.De minister sluit met de gemeente slechts een overeenkomst
omtrent het bieden van opvang aan asielzoekers, indien de gemeente
zich in die overeenkomst verplicht de in de artikelen 15 tot en met 26
omschreven verplichtingen na te komen. De minister verplicht zich in
die overeenkomst tot het betalen van bijdragen overeenkomstig de
artikelen 27 tot en met 30.
2.In de overeenkomst wordt bovendien vastgesteld het aantal
opvangplaatsen voor asielzoekers in de gemeente alsmede gedurende
welke periode opvang van asielzoekers zal plaatsvinden, en wordt
voorts bepaald dat de minister op verzoek in bijzondere gevallen kan
afwijken van het in de overeenkomst bepaalde.
Artikel 15
1.De gemeente is verplicht opvang te bieden aan asielzoekers ten
aanzien van wie de minister aan de gemeente een daartoe strekkend
verzoek heeft gericht, tot ten hoogste een aantal asielzoekers dat
gelijk is aan het aantal in het kader van een overeenkomst als bedoeld
in artikel 14 door de gemeente beschikbaar te stellen opvangplaatsen.
2.De opvang door de gemeente omvat de volgende verstrekkingen:
a. woonruimte;
b. een toelage voor persoonlijke uitgaven;
c. een verzekering tegen ziektekosten alsmede een verzekering
tegen de financiële gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid;
d. betaling van buitengewone kosten;
e. sociaal-culturele activiteiten.
3.De opvang van een asielzoeker eindigt in elk geval:
a. indien het een asielzoeker betreft op wiens asielaanvraag
inwilligend is beslist: drie maanden na de datum waarop hem
schriftelijk kennis is gegeven van de inwilligende beslissing;
b. op de dag waarop de betrokken asielzoeker het bewonen van de
hem door de gemeente beschikbaar gestelde woonruimte beëindigt;
c. indien het een vreemdeling betreft die rechtmatig
verwijderbaar is vanwege het niet inwilligen van de asielaanvraag:
vier weken na de dag waarop de vreemdeling rechtmatig
verwijderbaar is geworden.
Artikel 15a [Vervallen per 05-05-1994]
Artikel 16
1.Het verstrekken van woonruimte houdt in:
a. het aan de asielzoeker beschikbaar stellen van een
woonruimte die in goede staat van onderhoud verkeert en is
voorzien van de noodzakelijke meubilering, stoffering en
gebruiksvoorwerpen;
b. het in redelijke mate beschikbaar stellen van verwarming,
energie en water in de woonruimte.
Artikel 17
1.Het verstrekken van een toelage houdt in het bij vooruitbetaling
aan de asielzoeker beschikbaar stellen van een basisbedrag, welk
bedrag wordt vermeerderd met een toelage voor ieder in het kader van
deze regeling opgevangen kind, jonger dan 18 jaar, van de asielzoeker,
mits voor dat kind niet aan een andere asielzoeker een toeslag wordt
verstrekt én voor dat kind geen uitkering op grond van de Algemene
Kinderbijslagwet wordt verleend, terwijl een zodanige uitkering wel is
aangevraagd. Door de gemeente wordt aan een asielzoeker aan wie voor
de betrokken maand door een andere gemeente reeds een toelage
beschikbaar is gesteld, voor die maand geen toelage verstrekt.
2.Het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het van
toepassing zijnde bedrag van de in de bij deze regeling behorende
bijlage 1 opgenomen tabel.
3.De toeslag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het van
toepassing zijnde bedrag van de in de bij deze regeling behorende
bijlage 2 opgenomen tabel.
Artikel 18
Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn de verplichtingen, bedoeld
in artikel 10, ten aanzien van de gemeente van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 19
1.Het betalen van buitengewone kosten houdt in het betalen van die
kosten van de asielzoeker voor het maken waarvan zo mogelijk vooraf
aan de gemeente toestemming is gevraagd en door de gemeente is
verleend.
2.De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend voor
zover de kosten noodzakelijk zijn en niet op andere wijze in de
betaling daarvan kan worden voorzien.
Artikel 20
Het verstrekken van sociaal-culturele activiteiten houdt in het doen
bieden van activiteiten op het gebied van sport, spel en vrije tijd.
Artikel 21
1.De gemeente draagt zorg voor de eerste inrichting en het
gebruiksklaar maken van woonruimten die bestemd zijn voor de
huisvesting van asielzoekers.
2.Onder het zorgdragen van de eerste inrichting wordt verstaan het
voorzien van de woonruimte van de noodzakelijke meubilering,
stoffering en gebruiksvoorwerpen.
3.Onder het gebruiksklaar maken wordt verstaan het in goede staat
brengen en het overigens voor bewoning geschikt maken van de
woonruimte.
Artikel 22
1.Indien een asielzoeker aan wie door de gemeente opvang wordt
geboden, in enige maand inkomsten heeft, anders dan een uitkering op
grond van de Algemene Kinderbijslagwet of de in artikel 17 bedoelde
toelage, brengt de gemeente aan die asielzoeker een tegemoetkoming in
rekening in de kosten van opvang van de betrokken asielzoeker en zijn
gezinsleden. De tegemoetkoming bedraagt per maand ten hoogste €
326,72 vermeerderd met een bedrag van € 326,72 voor ieder gezinslid
én met het bedrag van de toelagen die op grond van artikel 17 aan de
asielzoeker en zijn gezinsleden beschikbaar worden gesteld, met dien
verstande dat de tegemoetkoming niet meer bedraagt dan het bedrag van
de in de eerste volzin bedoelde inkomsten.
2.Voor de toepassing van het eerste lid worden als gezinslid
aangemerkt de personen die behoren tot een van de in artikel 13,
tweede lid, omschreven categorieën indien zij met de betrokken
asielzoeker in gezinsverband samenleven en hen eveneens door de
gemeente opvang wordt geboden.
Artikel 23
De gemeente doet onmiddellijk schriftelijk mededeling aan de minister
van:
a. de datum waarop de opvang van de asielzoeker wordt
aangevangen;
b. de datum, bedoeld in artikel 15, derde lid, waarop de opvang
van de asielzoeker wordt beëindigd;
c. de datum waarop een asielzoeker aan wie door de gemeente
opvang wordt geboden, is toegelaten als vluchteling.
De gemeente vermeldt daarbij steeds de naam, het door de minister
gegeven registratienummer en het opvangadres van de betrokken
asielzoeker.
Artikel 24
1.De gemeente dient vóór 1 oktober volgend op een kalenderjaar
waarin door de gemeente aan asielzoekers opvang is geboden, een opgave
bij de minister in volgens een model dat is opgenomen in de bij deze
regeling behorende bijlage 3. Die opgave is voorzien van een
verklaring een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek alsmede van een rapportage van een
zodanige deskundige omtrent de naleving van het bepaalde in de
overeenkomst door de gemeente. De verklaring en de rapportage zijn
opgesteld met inachtneming van het bepaalde in de bij deze regeling
behorende bijlage 4.
2.Indien de som van de in het eerste lid bedoelde opgave vermelde
bedragen kleiner is dan € 25 000 kan ter zake worden volstaan met
een verklaring van het gemeentebestuur.
3.Op basis van de in het eerste lid bedoelde opgave worden de
bijdragen, bedoeld in de artikelen 27 en 29 voor het betrokken
kalenderjaar vastgesteld.
Artikel 25
Aan de door de minister aan te wijzen ambtenaren worden door de
gemeente alle inlichtingen verschaft en bescheiden getoond die
noodzakelijk zijn voor het toezicht op een juiste uitvoering van de
overeenkomst. De gemeente verleent de minister toestemming om bij de in
artikel 24 bedoelde deskundige inlichtingen in te winnen omtrent de in
dat artikel bedoelde opgave.
Artikel 26
De gemeente betaalt op vordering van de minister een bijdrage geheel
of gedeeltelijk terug indien de gemeente de in de artikelen 15 tot en
met 25 gestelde voorschriften niet naleeft.
Artikel 27
1.De minister verstrekt aan de gemeente een bijdrage in de kosten
verbonden aan het bieden van de in artikel 15, tweede lid, bedoelde
verstrekkingen aan een asielzoeker op wie een mededeling als bedoeld
in artikel 23 omtrent de aanvang van de opvang betrekking heeft.
2.Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde bijdrage
wordt de periode in aanmerking genomen die begint op de eerste dag van
de maand waarin de verstrekkingen aan de betrokken asielzoeker worden
aangevangen en die voortduurt tot en met de laatste dag van de maand
waarin de datum van beëindiging, bedoeld in artikel 15, derde lid, is
gelegen.
3.De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt voorts verstrekt
zolang de gemeente van het ingaan van de datum van beëindiging van de
opvang als bedoeld in artikel 15, derde lid, niet op de hoogte was
althans redelijkerwijs niet redelijkerwijs op de hoogte kon zijn.
4.De in het eerste lid bedoelde bijdrage bedraagt voor iedere maand
een bedrag van € 326,72 vermeerderd met de aan de asielzoeker
betaalde toelage, bedoeld in artikel 17, en verminderd met de
tegemoetkoming die de asielzoeker ingevolge artikel 22 aan de gemeente
verschuldigd is.
Artikel 27a [Vervallen per 05-05-1994]
Artikel 28
1.De minister verstrekt aan de gemeente éénmaal per vier jaar een
bijdrage in de kosten van de inrichting en het gebruiksklaar maken van
woonruimte voor de huisvesting van asielzoekers.
2.De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 907,56 per
opvangplaats in het kader van een overeenkomst als bedoeld in artikel
14 beschikbaar wordt gesteld.
Artikel 29
Indien het aantal asielzoekers aan wie de gemeente opvang biedt in
een maand lager is dan het aantal in het kader van een overeenkomst als
bedoeld in artikel 14 door de gemeente beschikbaar gehouden
opvangplaatsen, verstrekt de minister aan de gemeente over die maand een
bijdrage van € 99,83, vermenigvuldigd met het verschil tussen
vorenbedoelde aantallen.
Artikel 30
1. Bijdragen als bedoeld in artikel 27 worden verstrekt voor ten
hoogste het aantal asielzoekers waaraan door de gemeente opvang wordt
geboden in het kader van een overeenkomst als bedoeld in artikel 14.
Bijdragen als bedoeld in de artikelen 28 en 29 worden verstrekt voor
ten hoogste het aantal opvangplaatsen dat in het kader van een
overeenkomst als vorenbedoeld beschikbaar worden gesteld.
2. Bijdragen als bedoeld in artikel 28 worden vastgesteld en
betaald vóór de datum vanaf welke de opvangplaatsen ingevolge een
overeenkomst als bedoeld in artikel 14 beschikbaar zullen worden
gesteld. Deze vaststelling en betaling worden steeds na vier jaren
herhaald, voor zover het desbetreffende aantal opvangplaatsen nog in
het kader van een overeenkomst als vorenbedoeld door de gemeente
beschikbaar wordt gehouden.
Artikel 31
In afwijking van artikel 14 kan de minister met een gemeente een
overeenkomst omtrent het bieden van opvang aan asielzoekers sluiten ten
aanzien waarvan voor zover nodig wordt afgeweken van het bepaalde in
artikel 14, indien het een overeenkomst betreft omtrent het bieden van
opvang aan asielzoekers die:
a. specifieke aandacht en begeleiding behoeven en om die reden
niet kunnen worden gehuisvest op opvangplaatsen die beschikbaar
worden gesteld op grond van een overeenkomst als bedoeld in artikel
14, of;
b. bij een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad dan
wel bij hun (huwelijks)partner wonen, terwijl zij niet gehuisvest
zijn op een opvangplaats die beschikbaar wordt gesteld op grond van
een overeenkomst als bedoeld in artikel 14, dan wel;
c. wegens een te geringe capaciteit niet kunnen worden gehuisvest
op opvangplaatsen die beschikbaar worden gesteld op grond van een
overeenkomst als bedoeld in artikel 14.
Hoofdstuk IIIA. Verstrekkingen van gemeenten aan houders van een
voorwaardelijke vergunning tot verblijf
Artikel 31a [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 31b [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 31c [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 31d [Vervallen per 17-09-1994]
Artikel 31e [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 31f [Vervallen per 01-01-1996]
Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Artikel 32
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 27, 28 en 29, verstrekt de
minister aan de gemeente tot 1 juli 1992 per asielzoeker een éénmalige
bijdrage van f 200. Deze bijdrage wordt vastgesteld en betaald zo
spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen een maand na schriftelijke
mededeling van de gemeente dat de opvang van de betrokken asielzoeker
door de gemeente is aangevangen.
Artikel 32a
1.Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van houders van
een voorwaardelijke vergunning tot verblijf is van overeenkomstige
toepassing op gedoogden aan wie op het moment van inwerkingtreding van
dit artikel nog geen voorwaardelijke vergunning tot verblijf is
verstrekt of ten aanzien van wie nog niet op andere wijze op het
asielverzoek is beslist.
2.Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van asielzoekers
is van overeenkomstige toepassing op vreemdelingen aan wie in het
kader van de Tijdelijke regeling opvang ontheemden als ontheemden
opvang is geboden en die tevens op het moment van inwerkingtreding van
deze wijziging verbleven in een ontheemdenopvangvoorziening.
Artikel 33
De minister stelt de in de artikelen 8, 9 en 17, eerste lid, bedoelde
bedragen vast in overeenstemming met de minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid.
Artikel 34
De Regeling opvang asielzoekers (Stcrt. 1987, 75) wordt
ingetrokken.
Artikel 35
Deze regeling, die met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant
zal worden geplaatst, treedt in werking op 1 januari 1992.
Artikel 36
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling opvang
asielzoekers.
Een afschrift van deze regeling wordt
gezonden aan de Algemene Rekenkamer.
De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
H. d'Ancona.
|
|
|