|
BESLUIT van 21 oktober 2004, houdende bepalingen ter
uitvoering van de Wet documentatie vennootschappen (Besluit
documentatie vennootschappen) ¹
1. Redactie: ingevolge artikel I, onderdeel
I, van het Besluit van 8 april 2011, Stb. 2011, 180,
is het Besluit documentatie vennootschappen voorzien van een nieuwe
citeertitel, luidende: Besluit controle op rechtspersonen.
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie van 21 juli 2004, nr.
5299128/04/6;
Gelet op de artikelen 3, tweede lid, onderdeel f,
4, tweede lid, 5, tweede lid, en 8, tweede lid, van de Wet documentatie
vennootschappen;
De Raad van State gehoord (advies van 16
augustus 2004, nr. W03.04.0388/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie van 15 oktober 2004, nr. 5312336/04/6;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet controle op rechtspersonen;
b. relevant strafbaar feit: een strafbaar feit dat verband houdt
met het doel of de werkzaamheid van de rechtspersoon;
c. transactie: het voldoen aan voorwaarden ter voorkoming van
strafvervolging, als bedoeld in artikel 74 van het Wetboek van
Strafrecht en in de artikelen 36 en 37 van de Wet economische
delicten.
Paragraaf 2. Bronnen van de registratie
Artikel 2
Als bestuursorganen of diensten die zijn belast met de opsporing van
strafbare feiten of met het toezicht op financiële instellingen,
bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e, van de wet, worden
aangewezen:
a. de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Economische
Zaken, Landbouw en Innovatie;
b. de Autoriteit Financiële
Markten;
c. de bestuursorganen die op grond van de Wet milieubeheer of op
grond van Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bevoegd zijn tot
het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit en
de beheerders in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de
Waterwet;
d. de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
e. De Nederlandsche Bank N.V.;
f. de Dienst Wegverkeer;
g. het openbaar ministerie;
h. de Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit;
i. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ten
behoeve van de door hem aangewezen toezichthouders, bedoeld in de
Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met
specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving;
j. de Voedsel- en Warenautoriteit;
k. de VROM-Inspectie.
Paragraaf 3. De inhoud van de registratie
Artikel 3
Over de personen, bedoeld in artikel 4, eerste, tweede en derde lid,
van de wet, kunnen, voor zover het natuurlijke personen betreft, slechts
de volgende gegevens of categorieën van gegevens in de registratie
worden opgenomen:
a. de geslachtsnaam en voorvoegsels;
b. de voornaam of voornamen;
c. het adres, de postcode en de woon- of verblijfplaats;
d. de geboorteplaats en het geboorteland;
e. de geboortedatum, of bij gebrek aan een volledige datum, het
geboortejaar;
f. de nationaliteit;
g. de burgerlijke staat;
h. de samenlevingsvorm;
i. het burgerservicenummer, of bij gebrek aan een
burgerservicenummer, het sofi-nummer van de persoon;
j. de naam of de handelsnaam waaronder de persoon handelt en de
ondernemingen en rechtspersonen waarbij de persoon blijkens het
handelsregister betrokken is;
k. justitiële gegevens in de
zin van artikel 1, onder a, van de Wet justitiële en
strafvorderlijke gegevens met betrekking tot de persoon;
l. gegevens met betrekking tot rechterlijke uitspraken die
betrekking hebben op een faillissement, een surseance van betaling
of de toepassing van een schuldsaneringsregeling waarbij sprake is
van de betrokkenheid van de persoon;
m. andere openbare gegevens;
n. gevolgde opleidingen;
o. het beroep en het arbeidsverleden;
p. gegevens met betrekking tot betalingsachterstanden bij de
rijksbelastingdienst;
q. faillissementsverslagen;
r. gegevens met betrekking tot toezichtshandelingen en
bestuurlijke sancties jegens de desbetreffende persoon, afkomstig
van de bestuursorganen en diensten, genoemd in artikel 2;
s. strafvorderlijke gegevens
in de zin van artikel 1, onder b, van de Wet justitiële en
strafvorderlijke gegevens alsmede vonnissen in strafzaken met
betrekking tot de persoon, en,
t. andere gegevens die reden geven om aan te nemen dat een
rechtspersoon waarbij de desbetreffende persoon betrokkenheid heeft
wordt gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of dat haar
werkzaamheden leiden tot benadeling van schuldeisers of
rechthebbenden.
Artikel 4
Over de personen, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid van de
wet, kunnen, voor zover het rechtspersonen betreft, slechts de volgende
gegevens of categorieën van gegevens in de registratie worden
opgenomen:
a. de statutaire naam en de handelsnaam of de handelsnamen;
b. de rechtsvorm;
c. de zetel;
d. het vestigings- en postadres, de postcodes, de plaats of
plaatsen van vestiging en het land of de landen van vestiging van de
rechtspersoon, met inbegrip van de gegevens van nevenvestigingen en
filialen;
e. de oprichtingsdatum;
f. het nummer, bedoeld in artikel 9, onder a, van de
Handelsregisterwet 2007;
g. eventuele andere nummers ten behoeve van de identificatie van
de rechtspersoon;
h. de statutaire doelomschrijving en de feitelijke activiteiten;
i. een splitsing of fusie waarbij de rechtspersoon is ontstaan;
j. de gegevens, bedoeld in artikel 3, met betrekking tot
natuurlijke personen die het beleid van de rechtspersoon bepalen of
mede kunnen bepalen, alsmede de gegevens, bedoeld onder a tot en met
i en k tot en met u, met betrekking tot rechtspersonen die het
beleid van de desbetreffende rechtspersoon bepalen of mede kunnen
bepalen;
k. justitiële gegevens in de
zin van artikel 1, onder a, van de Wet justitiële en
strafvorderlijke gegevens met betrekking tot de rechtspersoon;
l. gegevens met betrekking tot rechterlijke uitspraken die
betrekking hebben op een faillissement of een surseance van betaling
waarbij sprake is van de betrokkenheid van de rechtspersoon;
m. andere openbare gegevens;
n. liquiditeitsgegevens en gegevens met betrekking tot het eigen
vermogen van de rechtspersoon, conform de gedeponeerde
jaarrekeningen;
o. de resultatenrekening over de laatste twee boekjaren, gerekend
vanaf de datum van de eerste verwerking van de gegevens van de
desbetreffende rechtspersoon of onderneming;
p. financiële gegevens van
een bij de rechtspersoon betrokken onderneming die een negatief
eigen vermogen heeft of die in de laatste twee boekjaren, gerekend
vanaf de datum van de eerste verwerking van de gegevens van de
desbetreffende rechtspersoon of onderneming, verlies heeft geleden;
q. gegevens met betrekking tot betalingsachterstanden bij de
rijksbelastingdienst;
r. faillissementsverslagen;
s. gegevens met betrekking tot toezichtshandelingen en
bestuurlijke sancties jegens de desbetreffende rechtspersoon,
afkomstig van de bestuursorganen en diensten, genoemd in artikel 2;
t. strafvorderlijke gegevens
in de zin van artikel 1, onder b, van de Wet justitiële en
strafvorderlijke gegevens alsmede vonnissen in strafzaken met
betrekking tot de desbetreffende rechtspersoon, en,
u. andere gegevens die reden geven om aan te nemen dat de
rechtspersoon wordt gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of dat
haar werkzaamheden leiden tot benadeling van schuldeisers of
rechthebbenden.
Artikel 4a
Over de personen, bedoeld in artikel 4, eerste, tweede en derde lid,
van de wet kunnen voorts de volgende gegevens of categorieën van
gegevens in de registratie worden opgenomen:
a. de gegevens, bedoeld in artikel 4, van andere rechtspersonen
of vennootschappen waarbij de desbetreffende rechtspersoon betrokken
is;
b. de aard van de functie, de bevoegdheid of de hoedanigheid van
een natuurlijke of rechtspersoon met betrekking tot de
rechtspersonen of vennootschappen waarbij de desbetreffende
natuurlijke persoon of rechtspersoon betrokkenheid heeft, en de data
van begin en einde van de functie, bevoegdheid of hoedanigheid;
c. aantal en aard van de aandelen in een rechtspersoon of
vennootschappen die de desbetreffende natuurlijke of rechtspersoon
houdt.
Artikel 5
Over de personen, bedoeld in artikel 4, eerste, tweede en derde
lid, van de wet, kunnen in de registratie worden opgenomen:
a. de datum van een veroordeling van de persoon of van een
rechtspersoon waarbij de persoon betrokken is of is geweest
terzake van een relevant strafbaar feit, alsmede de aard van het
strafbare feit, de aard en de hoogte van de opgelegde straf en de
datum waarop het strafbare feit is gepleegd;
b. de datum van een transactie ten aanzien van de persoon of
van een rechtspersoon waarbij de persoon betrokken is of is
geweest terzake van een relevant strafbaar feit, alsmede de aard
van het strafbare feit, de hoogte van de transactie, de eventueel
gestelde andere voorwaarden en de datum waarop het strafbare feit
gepleegd zou zijn; en
c. andere feiten en omstandigheden in verband met een relevant
strafbaar feit die reden geven om aan te nemen dat het gevaar
bestaat dat de rechtspersoon zal worden gebruikt voor
ongeoorloofde doeleinden of dat zijn werkzaamheid zal leiden tot
benadeling van zijn schuldeisers.
Paragraaf 4. Het verstrekken van gegevens uit de registratie
Artikel 5a
Als bestuursorganen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet
worden aangewezen:
a. de Autoriteit Financiële
Markten;
b. De Nederlandsche Bank N.V.;
c. het openbaar ministerie;
d. Onze Minister van
Financiën, ten behoeve van de gegevensverwerking door de
rijksbelastingdienst en de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in
artikel 2, onder a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
e. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, ten behoeve van de
gegevensverwerking door de VROM-Inspectie en de bijzondere
opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Wet op de
bijzondere opsporingsdiensten;
f. Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
ten behoeve van de gegevensverwerking door de Algemene
Inspectiedienst en de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in
artikel 2, onder c, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
g. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ten
behoeve van de gegevensverwerking door de door hem aangewezen
toezichthouders, bedoeld in de Aanwijzingsregeling toezichthoudende
ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond
van SZW wetgeving, en de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in
artikel 2, onder d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
h. de bestuursorganen, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet
politiegegevens, ten behoeve van de gegevensverwerking door de
politie en de Koninklijke marechaussee.
Artikel 5b
Mededeling van gegevens met betrekking tot derden, neergelegd in
een risicomelding als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet is
toegestaan in de volgende gevallen:
a. de Autoriteit Financiële
Markten: aan het openbaar ministerie, de politie, de bijzondere
opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Wet op de
bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, De
Nederlandsche Bank N.V., de Algemene Inlichtingen- en
Veiligheidsdienst en aan toezichthouders en opsporingsdiensten,
belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving met
betrekking tot financiële instellingen, onderscheidenlijk de
opsporing van strafbare feiten op financieel-economisch
terrein in het buitenland;
b. De Nederlandsche Bank N.V.:
aan het openbaar ministerie, de politie, de bijzondere
opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Wet op de
bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, de
Autoriteit Financiële Markten, de Algemene Inlichtingen- en
Veiligheidsdienst en aan toezichthouders en opsporingsdiensten,
belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving met
betrekking tot financiële instellingen, onderscheidenlijk de
opsporing van strafbare feiten op financieel-economisch
terrein in het buitenland;
c. de bijzondere
opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Wet op de
bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de
politie, de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de Autoriteit Financiële
Markten, de Nederlandsche Bank N.V., de rijksbelastingdienst, de
VROM-Inspectie, de Algemene Inspectiedienst, de door Onze Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders,
bedoeld in de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en
ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW
wetgeving, en aan toezichthouders en opsporingsdiensten, belast
met het toezicht op de naleving van de wetgeving met betrekking
tot financiële instellingen, onderscheidenlijk de opsporing van
strafbare feiten op financieel-economisch terrein in het
buitenland;
d. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder b,
van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar
ministerie, de politie, de andere bijzondere opsporingsdiensten,
bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, en aan de
VROM-Inspectie;
e. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder c,
van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar
ministerie, de politie, de andere bijzondere opsporingsdiensten,
bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de
rijksbelastingdienst, de Algemene Inspectiedienst, de
Plantenziektenkundige Dienst, de Voedsel- en Warenautoriteit en aan
de Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken,
Landbouw en Innovatie;
f. de bijzondere
opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder d, van de Wet op de
bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de
politie, de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet
op de bijzondere opsporingsdiensten, de Autoriteit Financiële
Markten, de Nederlandsche Bank N.V., de rijksbelastingdienst, de
VROM-Inspectie, de Algemene Inspectiedienst en aan de door Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen
toezichthouders, bedoeld in de Aanwijzingsregeling
toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke
uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving;
g. de politie: aan het openbaar ministerie, de regionale
inlichtingen- en expertisecentra, de Koninklijke marechaussee, de
rijksbelastingdienst, de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in
artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en aan de
Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;
h. de rijksbelastingdienst:
aan het openbaar ministerie, de politie, de bijzondere
opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere
opsporingsdiensten, de Autoriteit Financiële Markten, de
Nederlandsche Bank N.V., de VROM-Inspectie, de Algemene
Inspectiedienst, de door Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders, bedoeld in de
Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met
specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving, en aan de
colleges van burgemeester en wethouders;
i. de VROM-Inspectie: aan het openbaar ministerie, de politie en
aan de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder b,
van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
j. de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
aangewezen toezichthouders, bedoeld in de Aanwijzingsregeling
toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke
uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving: aan het openbaar
ministerie, de politie, de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in
artikel 2, onder a en d, van de Wet op de bijzondere
opsporingsdiensten en aan de rijksbelastingdienst;
k. de Algemene Inspectiedienst: aan het openbaar ministerie, de
politie, de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van
de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst,
de Plantenziektenkundige Dienst, de Voedsel- en Warenautoriteit en
aan de Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken,
Landbouw en Innovatie;
l. ten aanzien van elk van de bestuursorganen, genoemd in artikel
5a: aan de Nationale ombudsman en de rechter.
Artikel 6
Aan de volgende instanties of personen worden als vaste gebruikers
als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de wet, desgevraagd in
individuele gevallen persoonsgegevens uit de registratie verstrekt:
a. de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, voor zover
dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken, bedoeld in
artikel 6 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
b. het openbaar ministerie, de politie, de Koninklijke
marechaussee, de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet
op de bijzondere opsporingsdiensten, de Algemene Inspectiedienst,
de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
aangewezen toezichthouders, bedoeld in de Aanwijzingsregeling
toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke
uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving, de
rijksbelastingdienst, de bestuursorganen die op grond van de Wet
milieubeheer of op grond van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht bevoegd zijn tot het geven van een beschikking of
het nemen van een ander besluit en de beheerders in de zin van
artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwet, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, de Sociale Verzekeringsbank en de
VROM-Inspectie, voor zover dit noodzakelijk is voor de opsporing
of vervolging van strafbare feiten;
c. de Autoriteit Financiële
Markten, De Nederlandsche Bank N.V. en de Nederlandse
Mededingingsautoriteit voor zover dat noodzakelijk is voor de
uitoefening van het toezicht op financiële ondernemingen of op de
naleving van de Mededingingswet;
d. de faillissementscuratoren en de rechters-commissarissen in
faillissementen, voor zover dat noodzakelijk is voor het beheer en
de vereffening van een failliete boedel alsmede voor de uitoefening
van het toezicht hierop;
e. de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-NL), voor zover
dat noodzakelijk is voor het verkrijgen van informatie omtrent
personen die zijn geregistreerd ter uitvoering van de taken, bedoeld
in artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en
financiering van terrorisme;
f. de Koninklijke Marine, voor zover dat noodzakelijk is voor de
voorkoming en bestrijding van ambtelijke en niet-ambtelijke
corruptie;
g. het Bureau Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het
Openbaar Bestuur, voor zover dat noodzakelijk is voor het uitvoeren
van de taken, bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van de Wet
bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; en
h. het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag, voor zover
dat noodzakelijk is voor het afgeven van een verklaring omtrent het
gedrag.
Artikel 7
Indien dat noodzakelijk is vanwege een zwaarwegend algemeen belang,
verband houdend met de integriteit in het financiële, economische of
maatschappelijke verkeer, kunnen desgevraagd uit de registratie
persoonsgegevens worden verstrekt aan instanties in een ander land dat
geen passend niveau van bescherming van persoonsgegevens als bedoeld in
artikel 76 van de Wet bescherming persoonsgegevens biedt.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in
werking treedt.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit controle op rechtspersonen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 21 oktober 2004
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de negende november 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|