| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet educatie en
beroepsonderwijs (WEB)
BESLUIT
REGIONALE MELD- EN COÖRDINATIEFUNCTIE
VOORTIJDIG SCHOOLVERLATEN
Tekst zoals deze geldt op
12 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van 7 december 2001, houdende wijziging van de
regio-indeling en regels voor de berekening en betaling van de
specifieke uitkering voor de regionale meld- en coördinatiefunctie
voortijdig schoolverlaten (Besluit regionale meld- en
coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van 14
juni 2001, nr. WJZ/2001/19494 (3742), directie Wetgeving en Juridische
Zaken;
Gelet op artikel 118h, tweede en vijfde
lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2, tweede en
vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b,
tweede en vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra;
De Raad van State gehoord (advies van 26 juli
2001, nr. W05.01 0276/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mede namens Onze Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van 5 december 2001, nr. WJZ/2001/48305
(3742), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Regio-indeling
Artikel 1. Vaststellen regio’s
De regio’s, bedoeld in artikel 118h, tweede lid, van de Wet op het
voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2, tweede lid, van de Wet educatie en
beroepsonderwijs en artikel 162b, tweede lid, van de Wet op de
expertisecentra worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
Artikel 2 [Vervallen per 30-04-2008]
Hoofdstuk 2. Specifieke uitkering
Artikel 3. Begripsbepaling hoofdstuk 2
In dit hoofdstuk wordt onder volwassen inwoner verstaan een persoon
van 18 jaren of ouder die op grond van de Wet gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens bij een gemeente is ingeschreven.
Artikel 4. Berekening specifieke uitkering
1. De specifieke uitkering, bedoeld in artikel 118h, vijfde
lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2, vijfde
lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b, vijfde
lid, van de Wet op de expertisecentra bestaat uit:
a. een bij ministeriële regeling te bepalen vast bedrag,
b. een bedrag dat wordt berekend door een bij ministeriële
regeling te bepalen budget over de regio’s, bedoeld in artikel 1, te
verdelen aan de hand van de in het tweede lid genoemde percentages en
berekeningsmaatstaven,
c. een bedrag dat wordt berekend door een bij ministeriële
regeling te bepalen budget over de regio’s, bedoeld in artikel 1, te
verdelen aan de hand van de in het tweede lid genoemde percentages en
berekeningsmaatstaven, met dien verstande dat bij de
berekeningsmaatstaven de volwassen inwoners van de gemeenten, bedoeld
in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit brede doeluitkering
sociaal, integratie en veiligheid, buiten beschouwing worden gelaten,
en
d. een bedrag dat wordt berekend door een bij ministeriële
regeling te bepalen budget over de regio’s, bedoeld in artikel 1, te
verdelen aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de
Statistiek op verzoek van Onze Minister berekende aantal 5- tot en met
17- jarige inwoners van de gemeenten in de regio op 1 januari van het
jaar voorafgaande aan het jaar van de specifieke uitkering.
2. Het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde deel van de
specifieke uitkering wordt als volgt berekend:
a. voor 20% aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de
Statistiek op verzoek van Onze Minister berekende aantal volwassen
inwoners van de gemeenten in de regio op 1 januari van het jaar
voorafgaande aan het jaar van de specifieke uitkering,
b. voor 60% aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de
Statistiek op verzoek van Onze Minister berekende gemiddelde
percentage volwassen inwoners van de gemeenten in de regio met een
opleiding op ten hoogste het niveau van het diploma voorbereidend
middelbaar beroepsonderwijs over het zevende tot en met tweede jaar
voorafgaande aan het jaar van de specifieke uitkering, vermenigvuldigd
met het onder a bedoelde aantal inwoners op 1 januari van het jaar
voorafgaande aan het jaar van de specifieke uitkering en
c. voor 20% aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de
Statistiek op verzoek van Onze Minister berekende aantal volwassen
inwoners van de gemeenten in de regio op 1 januari van het jaar
voorafgaande aan het jaar van de specifieke uitkering, waarvoor geldt
dat beide ouders of de volwassen inwoner zelf en 1 ouder geboren zijn
in een land dat niet is opgenomen in bijlage 1C bij het
Uitvoeringsbesluit WEB.
3. Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling of een
grenscorrectie wordt het deel van de specifieke uitkering dat op grond
van het eerste en tweede lid is berekend voor een gemeente die geheel of
gedeeltelijk opgaat in 1 of meer andere gemeenten, vanaf de datum van
herindeling aan de gemeenten toegerekend naar rato van het aantal
inwoners dat in de desbetreffende gemeente blijft onderscheidenlijk naar
de desbetreffende gemeente overgaat. Indien een gemeente die niet
behoort tot de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, geheel
of gedeeltelijk opgaat in een gemeente die daar wel toe behoort, wordt
het voor eerstgenoemde gemeente berekende bedrag, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel c, voor het jaar waarin de herindeling in werking treedt
in zijn geheel aangemerkt als bedrag voor een gemeente die niet behoort
tot de gemeenten, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit
brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.
4. De specifieke uitkering kan met inachtneming van het eerste
tot en met derde lid door Onze Minister worden aangepast in verband met
uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
Artikel 5. Betaling specifieke uitkering
De specifieke uitkering wordt behoudens de eventueel uit de
rijksbegroting voortvloeiende maatregelen betaald in twee gelijke delen.
Het eerste deel wordt betaald voor 1 maart en het tweede deel voor 1
oktober van het jaar waarvoor de specifieke uitkering is vastgesteld.
Hoofdstuk 3. Overgangsregeling aanwijzing contactgemeenten
Artikel 6. Tijdstip beëindiging overgangsregeling
Het in artikel IV, derde lid, van de wet van 6 december 2001 tot
wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en
beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de
invoering van de verplichting voor het bevoegd gezag tot het melden van
voortijdige schoolverlaters die niet meer leerplichtig zijn, alsmede van
de verantwoordelijkheid van de gemeente voor het bestrijden van
voortijdig schoolverlaten (regels inzake regionale meld- en
coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten) (Stb. 2001, 636) bedoelde
tijdstip is 1 januari 2002.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 7. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002. Indien
het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt
uitgegeven na 31 december 2001, treedt het in werking met ingang van de
dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 2002.
Artikel 8. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit regionale meld- en
coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 7 december 2001
BEATRIX
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
L.M.L.H.A. Hermans
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de eenentwintigste december 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Bijlage [Vervallen per
30-04-2008]
|
|
|